Aangekoekt

Koken en TV kijken zijn geen gelukkige combinatie. Dat moet je natuurlijk nooit samen doen, zeker niet als je naar een spannende detective kijkt. Maar afgelopen vrijdag had ik rabarber gekocht en ik dacht dat ik dat wel “even”op kon zetten als ik naar een aflevering van Vera (op België één) zou kijken. Geen wekkertje gezet, want dat maakt zo’n snerpend geluid.

Nou ja, om een lang verhaal kort te maken: pas toen het in huis geweldig begon te ruiken, kwam ik tot de ontdekking dat mijn heerlijke rabarber nu meer op een klein beetje houtskool leek. Ik vreesde dat ook mijn mooie pan er aan zou zijn gegaan. Maar toevallig had die morgen een pak baking soda gekocht. Ik liet alles eerst goed afkoelen, deed een beetje water en wat azijn en een paar flinke lepels baking soda in het pannetje. De volgende ochtend kon ik alles er met gemak uit halen en staat mijn pannetje weer netjes in de kast.

Baking soda is trouwens voor heel veel dingen te gebruiken. Het is milieuvriendelijk, niet giftig en niet agressief. Kijk maar eens hier, waar je oneindig veel tips kunt vinden.

Goeroe

Ik maak er geen geheim van dat het huishouden me als werk niet zo ligt. Ik doe het, want het moet. Maar leuk, neeeee!! Toch lees ik altijd de nieuwsbrief van Getorganizednow van huishoudgoeroe Maria Gracia. Wie weet steek ik er nog eens iets van op, nietwaar?
Vorige week beantwoordde ze de vraag “hoe stofzuig ik goed?” Volgens Maria maak je lange banen over de breedte van de kamer en dan nog een keer, maar in de lengte. Zo weet je zeker dat alles in de kamer gedaan is. Nou, dat had ik ook kunnen bedenken. Alleen, dat werkt natuurlijk in de praktijk niet zo. Al stofzuigend stoot ik telkens op allerlei obstakels, zoals tafels, stoelen, bank, plantenbak, boekenkast. Niks lange banen. Wel horten en stoten en draden, waar de stofzuigerstang in verstrikt raakt. Kortom, een karwei waar ik de lol niet van inzie.

Toch dweilde ik laatst met plezier (dweilen vind ik qua systeem zo’n beetje hetzelfde als stofzuigen). Na zijn verhuizing moest het oude huis van jongste nog even schoongemaakt worden. Alles was leeg, ik was er in mijn eentje. En toen was die kamer zo gepiept. Geen enkel meubelstuk dat in de weg stond, geen draad die over de grond slierde. Het ging van zoef, zoef, zoef en het parket werd zienderogen schoon. Dat was nog eens leuk, ik werd er helemaal vrolijk van 😉 😉 😉

Hergebruik

Rotterdam is een stad van werken en van bouwen, dat mag wel bekend zijn. Maar niet altijd wordt er gesloopt en iets nieuws neergezet. Want dit gebouw, het oude kantoor van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij in Rotterdam Heijplaat kreeg een nieuwe bestemming.

Gelukkig maar, want in dit markante gebouw huist nu de Rotterdamse Academie voor Bouwkunst. In de loodsen van de RDM zitten diverse bedrijven en ateliers en de Onderzeebootloods is nu een museumlocatie.

En achter het RDM terrein ligt Heijplaat. Een rustig plekje tussen de grote zeehavens, kranen en het drukke scheepvaartkwartier.

 

Een stukje Rotterdam dat (nog) niet zo bekend is. Maar zeker een bezoek waard!

Droom

Dromen jullie ook wel eens zo raar? Meestal onthoud ik mijn dromen niet, blijft het bij flarden die weer verwaaien in het ochtendlicht. Maar vannacht droomde ik dat ik op een schip was en naar de tandarts moest.

Bron: Pinterest

Ik zou een gebit krijgen, maar al mijn tanden mochten wel blijven zitten. Eerst moest ik happen en duwde de tandarts een hele metalen stellage in mijn mond. Ik kon niets meer zeggen en kreeg mijn kaken niet meer op elkaar. De tandarts schoof me een foto toe. Kijk, zo zal zo zou het worden. Vagelijk herkende ik een werk van de Chinese kunstenaar Yue Minjun.

Zoiets als dit….. Gelukkig werd ik toen wakker!

 

75 jaar geleden

Vandaag is het precies 75 jaar geleden dat Rotterdam gebombardeerd werd.

Voor de aanval zag de stad er zo uit:
En in nauwelijks een kwartier tijd werd de halve stad weggevaagd en zag ze er zo uit:

In de Onderzeebootloods in Rotterdam Heijplaat is op dit moment een tentoonstelling te zien, waarin archiefbeelden, maquettes, verhalen van ooggetuigen en zelfs een compleet vliegtuig te zien zijn. Heel indrukwekkend!

Patachou

96 jaar is ze geworden, Henriette Ragon, beter bekend als Patachou. Voor mij een van de iconen van het Franse chanson. Haar vertolking van Brave Margot bracht nogal wat beroering. Nu zou het geen enkele reactie meer geven. Maar ja, toen zingen van een ontblote borst, foei, foei, foei!!

 

La famille Bélier

Afgelopen vrijdag gingen we naar deze film: La famille Bélier. Een Frans boerengezin met twee kinderen, een jongen en een meisje. Niks bijzonders, ware het niet dat zowel de ouders als de zoon doof zijn. Alleen de dochter kan horen en praten. En zij zorgt voor de communicatie met de buitenwereld. Thuis “spreekt” ze met haar ouders gebarentaal, op school is ze gewoon een leerlinge. Maar alles wordt anders als blijkt dat ze talent heeft en de kans krijgt een zangopleiding te gaan volgen. De strijd die Paula met zichzelf voert, haar trouw aan haar ouders, hun zorgen, angsten en onbegrip én de drang om een eigen leven te gaan opbouwen, het komt allemaal aan bod. Misschien een beetje erg uitvergroot, maar wel heel ontroerend. 

Maar gelukkig is er altijd muziek, in dit geval de muziek van Michel Sardou. Want als alles verloren lijkt, is er nog altijd Sardou.

Tijd

Als je jong bent, is tijd iets heel anders dan als je ouder wordt.  De bevrijding, in 1960 nog maar 15 jaar terug, leek mij toen een eeuwigheid geleden.

En hoe keek je naar je ouders? Ik was een nakomertje, dus mijn ouders waren al stokoud in mijn ogen. Maar mensen van 30, och hemel, die leken toch ook al tamelijk bejaard. Pas later, met zelf kinderen en een leeftijd met meerdere kruisjes, besefte ik dat mijn ouders toen echt nog niet zo bejaard waren als ik dacht.

In de ogen van onze kinderen waren wij natuurlijk ook niet meer zo jong als we ons voelden. Toen jongste op de kleuterschool zat, werd ik een keer apart genomen door de juf. Ze vertelde me dat er iets in de kring besproken was. Onze jongste had toen gezegd: “Ja dat is lang geleden, want toen was mijn moeder nog jong”. “Wanneer was dat dan wel?” “Nou”, sprak de wijsneus, “in de Middeleeuwen of zo”.

Armoede

Deze week in het nieuws: Kinderen zonder ontbijt op school. Armoede in Nederland. Ik lees het  en meteen moet ik terugdenken aan mijn schooltijd.

Thuis was het geen vetpot. Ik ben van 1948, geboren in een tijd dat er nog maar weinig was en bijna heel Nederland met moeite de eindjes aan elkaar knoopte. In 1955 kreeg mijn vader een hartinfarct. Zes lange weken moest hij thuis op bed liggen. Er was wel ziekengeld, maar waarschijnlijk was dat niet voldoende. Toch heb ik nooit armoede gevoeld. En ik ben zeker nooit zonder eten naar school gestuurd.

Integendeel, eten moest en zou ik. Daar werd je groot van! Ook tussen de middag was er altijd een boterham met kaas of “bussenworst”, een kopje soep of een pannenkoek voor me. En alleen op zaterdag werd er bij ons thuis niet warm gegeten. We hadden niet elke dag vlees en als het er was, waren het zeker geen grote hoeveelheden. Hoe mijn moeder moest sjacheren om rond te komen, bleek maar al te vaak. Dan werd ik met een paar lege melkflessen naar de kruidenier gestuurd. Het statiegeld was dan net voldoende om bij de bakker brood te kopen. Restjes werden niet onverschillig in de vuilnisbak gekieperd, maar opgewarmd. De kapjes van het brood, waar ik nuffig mijn neus voor ophaalde, at mijn moeder op. Korstjes zijn ook brood!

Mijn moeder liep jarenlang in dezelfde rode jas. Dat afdankertje van mijn zus was vele modes achter, maar kon er nog best mee door. Het geld dat ze hiermee bespaarde, werd besteed aan kleren voor mij. Te groot gekocht, zodat ze langer draagbaar waren. Later voorzien van een strookje, want zo ging het nog wel een paar maanden langer mee.

Ik had één grote wens: rolschaatsen. En uiteindelijk kreeg ik die ook. Al moest ik lang wachten, want ze werden gespaard op de bonnetjes van de margarine. En toen ik dacht dat we nu toch wel genoeg bonnetjes geplakt hadden, ontdekte mijn moeder dat je daarvoor ook handdoeken en lakens kon krijgen. “Kind, die hebben we echt nodig, dus die rolschaatsen moeten nog maar even wachten.” Wel smeerde ze de margarine nog maar eens extra dik op mijn boterham, dan spaarden we iets sneller. 🙂 🙂 🙂

Had ik een slechte jeugd? Welnee, ik leerde daardoor dat prioriteiten gesteld moesten worden. Een levensles die later heel wat meer waard was, dan rolschaatsen ooit kunnen kosten.