Gluren

Na een boodschap in een andere wijk nog even de benen strekken. En dan meteen even “gluren bij de buren”.

Het is een mooie, rustige en vooral groene wijk achter de Kleiweg in Hillegersberg. Fraaie huizen, mooie tuintjes, ja prima wonen.

En voor sommige huizen geldt een soort bonus. Want die liggen met hun achtertuin aan de Bergse plas.

Oké, ik moest even op mijn tenen staan en kreeg maar een klein stukje blauw te zien.

Maar onmiddellijk ging mijn fantasie op hol. Tuin, eigen strandje, zwemmen en zonnen. Je eigen Rivièra…. Tja, het blijft bij dromen.

Ontdekking

Dat het er was, wist ik al een tijdje. Maar er naar toe gaan, dat kwam er maar niet van.

Tot vorige week. Toen reden Leo en ik naar het westen van Rotterdam, naar het Essenburgpark. Een stukje groen tussen een woonwijk en de spoorbaan. Lang lag het braak en werd het verwaarloosd.

Tot een aantal vrijwilligers de koppen bij elkaar stak en het omtoverde tot een mooi stukje “wilde” natuur. Natuurlijk hoor je regelmatig een trein voorbij denderen. Maar ook fluiten er allerlei vogels, lopen leuke paadjes tussen de bomen door. Er zit een kleine klim in, want je kunt naar de (afgeschermde) spoorbaan toe.

Honden mogen mee. Maar de hondenpoep moet worden opgeruimd en daar staan van de oude vuilnisbakken voor, kriskras door het park.

Het is een oase in de drukke stad en een plek om zeker vaker naar toe te gaan.

Geen Frankrijk

Vorige week scheen het zonnetje zo lekker, dat we besloten even naar Katendrecht te gaan. We vonden een leuk plekje, lekker stil met een bankje aan het water. Mooie stek om even te rusten en een boterhammetje te eten.

Toen ik terugliep naar de auto viel me nog iets op. De huizen daar hebben iets buitenlands. Dat vinden de bewoners blijkbaar ook, want heel veel huizen zijn op Mediterraanse wijze van wijnranken, potten met vijgen en bloemen voorzien. Net Frankrijk, maar toch net anders.

Kleurig

Langs de Rotte wordt nog steeds stevig gebouwd. En bij die nieuwe huizen hoort vaak een grote tuin. Maar ja, dat duurt nog wel even voordat die goed begroeid is.

Voor het hek, zomaar in de berm, ontdekte we deze kleurige bloemenwei. De nieuwe bewoners hadden zich misschien wel goed voorbereid en al in het voorjaar gezaaid. Of het is een toevalstreffer. Dat is nog eens geluk hebben.

Alleen voor zo’n uitzicht zou je er gaan wonen.

Cijfers

Het valt me op dat iedereen de laatste tijd aan het tellen is. We hebben niet meer gewandeld, maar we hebben zoveel stappen gezet. En ja, ook ik doe daar ongemerkt aan mee.

Toen we laatst met de Ganzenpas koffie gingen drinken, pakte bijna iedereen meteen zijn smartphone om te zien hoeveel stappen we gezet hadden. Eén van de Ganzen heeft dat ding nooit bij zich en zij vroeg dan ook of we die stappenteller niet thuis konden bekijken. Konden we nog even gezellig napraten. Ja, daar had ze een punt.

Maar ook de verhalen op Facebook, over de leuke fiets- of boottochtjes, gaan vaak in eerste instantie over het aantal kilometers. Hoe gezellig het was, hoe heerlijk het weer, de natuur… dat komt allemaal op het tweede plan.

Nou ja, het zal ook wel weer overgaan. Of niet, dat maakt natuurlijk niks uit. Maar het viel me gewoon op.

Pauperparadijs

De volgende nachten logeerden we in een hotel in Drenthe.

Eigenlijk wilden we wandelen, maar regenbuien haalden een streep door de plannen. Dus besloten we naar Veenhuizen voor een bezoek aan “De kolonie van Weldadigheid” en het gevangenismuseum.

Helaas lukte het ons niet een tijdslot te reserveren. Alles was al vol.

Tussen buien door liepen we langs de huizen, waar vroeger de “paupers” in woonden. En bekeken we de andere gebouwen, vaak voorzien van een in steen gehouwen opschrift. “Orde en tucht” of “Werkzaamheid”. De paupers hadden het ongetwijfeld beter dan in de goot, maar of het nou echt zo veel vrolijker was…

Bij een volgend bezoek aan Drenthe willen we nog wel eens in Veenhuizen gaan kijken.

Het is toch onvoorstelbaar in deze tijd dat je mensen zo maar kunt verbannen om ze een “heropvoeding” te geven. Zoeken we wel een droge dag uit 😉

Later zag ik dat je in de archieven kunt zoeken naar je pauper-voorouders.

Wel apart om te ontdekken dat verre familie misschien wel daar vandaan kwam.

Tentoonstelling

Van Beekbergen reden we eerst naar Gorssel, waar het Museum More is. Dit is het grootste Nederlandse museum voor modern realisme. Maar we kwamen niet voor de eigen collectie maar voor de overzichts-tentoonstelling van Konrad Klapheck.

In 1974 hielp ik in Museum Boymans-van Beuningen mee met het realiseren van een tentoonstelling van een toen nog jonge Klapheck. Ik herinner me nog dat ik enorme lappen tekst van hem moest uitwerken voor de catalogus. Dat ging toen nog op een gewone elektrische schrijfmachine en het was een enorm karwei. Blijkbaar was hij tevreden, want want ik kreeg er zomaar een cadeautje voor.

Der Chefideologe – De chefideoloog -1965
olieverf op doek
Galerie Haas, Zürich

Klapheck’s werk was destijds nogal bijzonder. Hij schilderde en tekende voornamelijk machines, die voor hem mensen vertegenwoordigden. Ik vond ze vooral indrukwekkend en dat vind ik nog steeds.

In de loop der tijd is de schilder overgegaan op het schilderen van mensen. Maar die lijken dan weer nogal machinematig te zijn. Daarbij zijn de scenes vaak zeer erotisch, misschien wel pornografisch te noemen. Het levert vervreemdende beelden op.

De tentoonstelling was prachtig en -zoals heel veel van Klapheck’s werk- tegendraads van nu naar vroeger opgebouwd.

Wandelen

Met het mooie weer van vorige week hadden we wel zin in een wandeling. Dus gingen we maar weer eens naar Trompenburg Arboretum.

En donderdag is wandeldag met de Ganzenpas. Altijd goed voor een paar kilometers.

Ook vrijdag lonkte de natuur en reden we naar het Loetbos in de Krimpenerwaard.

Driemaal lopen in het groen, maar met een wisselend decor.

Frisse lucht in de longen en wind door de haren.

Gewoon lekker uitwaaien.

Indrukwekkend

Er zijn niet veel oude gebouwen meer in Rotterdam. Het bombardement op de stad vaagde het merendeel van de binnenstad weg. En in de haast om alles op te bouwen, werd ook nog wel eens iets tegen de vlakte gegooid wat eigenlijk wel beter bewaard had kunnen worden.

Maar midden in de stad staat nog steeds de Laurenskerk. Er is een heleboel aan gerestaureerd, want natuurlijk was ook dit gebouw ernstig beschadigd. Maar alles oogt weer als vanouds.

Dus als we over de grote markt lopen, kijk ik altijd even naar de kerk. Een vertrouwd gezicht.

Er kan veel veranderen, maar dit blijft.

Tentoonstelling

Eindelijk weer eens naar een museum, het Sieboldhuis in Leiden. Daar loopt een tentoonstelling van Ogata Gekkò.

Gekkò was autodidact en maakte houtsneden met een heel eigen stijl. Er waren natuurlijk houtsneden te zien met Japanse krijgsheren, maar mijn belangstelling ging uit naar de verfijnde dames met hun prachtig gedetailleerde kimono’s.

Maar op zo’n tentoonstelling is er altijd wel één werk dat mijn favoriet is. Dit keer was ik helemaal weg van deze schelpenzoekers. Waarom dit mij zo boeit, kan ik niet uitleggen. Het is vooral de sfeer die me aantrekt.

Het was best wel druk in het Sieboldhuis, ondanks dat je er alleen met een gereserveerd tijdslot in kunt. Het is dan ook een prachtige en zeer sfeervolle tentoonstelling.