Jan van Eyck

Ik ging naar Gent voor de tentoonstelling van Jan van Eyck. En omdat Leo daar niet zo’n zin in had, ging ik alleen, met de trein.

Jammer genoeg heb ik al een tijdje last van een zere knie. Ik hoopte dat die pijn over zou zijn, maar juist bij dit bezoek kreeg ik enorm veel last. Veel trappen lopen is dan natuurlijk niet prettig, maar ik ontkwam er in het MSK niet aan. Het vergalde een beetje het plezier van de tentoonstelling die absoluut zeer mooi is.

Boymans-van Beuningen, Rotterdam

Er zijn nog maar een kleine twintig werken van Van Eyck in de wereld. Het enige in Nederlands bezit behoort aan Museum Boymans van Beuningen en ik weet dat ik daar vaak naar heb staan kijken.

Maar van de andere werken zijn natuurlijk vele foto’s in omloop. En dat is dan een beetje verraderlijk. Want die foto’s lijken vaak groter dan het originele werk. Maar het origineel is natuurlijk toch altijd het allermooist. Ongelofelijk dat de werken al meer dan 750 jaar geleden geschilderd werden. De kleuren, de details, de levendigheid, het maakt nog steeds een verpletterende indruk.

Ik was van plan om ook nog een bezoek aan de St. Baafskathedraal te brengen om daar het Lam Gods te bekijken. Maar nee, mijn knie liet me weten dat zoiets beslist geen goed idee was. Dus nam ik de trein terug naar Antwerpen.

Niet alle werken van Jan van Eyck zijn in Gent te zien. Sommige schilderijen zijn zo fragiel dat ze niet uitgeleend kunnen worden.

Wie ook naar Gent wil gaan, doet er verstandig aan om kaarten van te voren te bestellen. De tentoonstelling is vrij druk en dus is het zinvol om een wat rustiger tijdslot te kiezen.

Toch anders…

Je bent maar een paar kilometers over de grens, men spreekt er nog steeds Nederlands, nou ja, Vlaams. En toch is er heel veel anders.

Want hier in Gent zag ik een bureau voor een poetsdienst. Kijk, dan weet je tenminste wat men daar voor je regelt. Je kunt er iemand vragen je huis te komen schoonmaken. Maar zou je dat doen, dan geeft dat weer vragende gezichten aan de andere kant van de balie. Want in België heet dat kuisen. Kuis kennen wij wel, maar in een heel andere betekenis.

Maar goed, het maakt het lopen in zo’n stad ook weer erg leuk. Je ziet andere dingen, beleeft ook andere dingen. Want wie in België wacht bij een zebrapad, ziet dat het verkeer meteen stilhoudt, zodat je veilig kunt oversteken. En daar was ik dan weer een beetje verbaasd over. In Rotterdam rijden ze soms knetterhard door.

Wie reist, ook dicht bij huis, ontdekt nog eens wat.

Delft

Dat ik van fotograferen hou, is wel duidelijk. Bijna alle foto’s op dit blog zijn zelf gemaakt. Daarom meldde ik me op Facebook aan bij Fotomaatjes. Om me daarna te bedenken dat ik natuurlijk een vreemde eend in de bijt zou zijn met mijn kleine cameraatje. Maar ja, fotograferen is fotograferen. Of je het doet met een spiegelreflexcamera of met zo’n redelijk eenvoudig dingetje als mijn compact cameraatje, het gaat tenslotte om de plaatjes. Maar ik ken de beperkingen van mijn toestel natuurlijk al te goed. Maar zo’n handig klein en licht toestel geeft me vrijheid, terwijl zulke grote en zware -maar absoluut prachtige- camera’s mij te veel zouden belasten.

En het was reuze gezellig met nog zes andere dames, waarvan ik alleen mede-blogster Jeanne kende. Binnen no time zaten we aan de koffie en werd er gezellig gepraat.

Het weer was ons goed gezind, met zelfs een warm zonnetje zo nu en dan op onze rug. Snel door de stad wandelen was niet de bedoeling. Er werd natuurlijk bij alles wat fotogeniek is gestopt en uitgebreid gefotografeerd.

Hierbij wat foto’s die ik die dag maakte. Morgen komt er nog een ander verhaal, dat ik ter plekke bedacht en op de geheugenkaart vastlegde.

Peuken

Wanneer we staan te wachten op een metro, schalt steevast de stem van de omroepster over het perron. “Wij maken u er op attent dat roken verboden is op alle perrons en stations van de metro“.

Wij roken al jaren niet meer, dus op ons is die boodschap niet van toepassing. Maar er zijn beslist hordes mensen die nog wél roken. En dat die dus geen sigaret mogen opsteken op een perron dat volkomen in de buitenlucht ligt, vind ik nog steeds vreemd. Binnen, ja dat is begrijpelijk. Niet alleen voor de luchtkwaliteit, ook in verband met brandveiligheid. Maar buiten? Ik vind het nog altijd erg betuttelend. En een inbreuk op iemands vrijheid. Want ook al is roken slecht, je hebt nog steeds een eigen keuze.

Veel mensen steken dus hun rokertje maar op even buiten het perron, met als neveneffect een enorme peukentroep.

Oude ambachten

In Groede namen we ook een kijkje. Een leuk dorpje met midden in het centrum een straatje waar je doorheen kunt lopen, maar ook waar je de huisjes kunt bezoeken. Vergeet niet eerst een kaartje te kopen bij de winkel.

De huisjes zijn teruggebracht in oude staat en herbergen onder andere een handwerkwinkeltje, een smederij, een bakkerij, kapperszaak, schildersbedrijfje en kruidenierswinkeltje. Nu was alles nog niet helemaal bezet, maar aan de hand van wat filmpjes werd toch iets over het verleden verteld. De oude ambachten zijn inmiddels historie. Wie weet nog hoe een smid werkte, welke schilder maakt nog zelf zijn verf of mengt de kleuren? Wat kon je vroeger kopen in zo’n kruidenierszaak of manufacturenwinkel?

Zelf heb ik nog herinneringen aan mijn opa en vader, die huisschilders waren. En ik keek dan ook met veel belangstelling naar de vele verschillende kwasten en ander gereedschap.

Na afloop kochten we in het kleine winkeltje nog wat stoofpeertjesjam. Maar ook voor andere streekproducten kun je hier terecht. Alles ambachtelijk gemaakt. Dat zal best lekker smaken.

Wandelen

Aan de kust logeren en dan geen strandwandeling maken, dat kan natuurlijk niet. Dus trotseerden Leo en ik de hevige wind, maar genoten we van de zon. Want al had ik al vaker gehoord dat het “in Cadzand altijd mooi weer is”, zo’n opmerking nam ik m et een korreltje zout. Maar kijk: de zon scheen echt!

We parkeerden de auto op een nu nog vrijwel leeg parkeerterrein en liepen de dijk bij Nieuwvliet op. Het licht was prachtig en de wind maakte mooie patroontjes in het zand. En de frisse zeelucht maakte ons helemaal helder en fris.

Onze capuchons op en dicht geknoopt, das om en met de jas toe geritst kon ons niet veel gebeuren. 😉 Tenslotte zijn we niet van suiker.

We kozen voor de wind in de rug, want zand in ons gezicht, nee liever niet. Maar even lekker uitwaaien ja, dat wel!

Over de grens

Sluis ligt in het uiterste zuidwest puntje van Nederland en je hoeft dan ook niet ver te rijden om in België te komen. Het was koud en dus kropen we na een wandeling in Sluis gauw de auto in om wat verder te kijken. Leo had gelezen dat Lissewege een leuk dorpje is. Het is nog allemaal authentiek en de huisjes zijn hel wit geschilderd. In het dorp staat een grote kerk, met mooie ramen en een prachtig gerestaureerd orgel.

De klok van de toren heeft een nieuwe wijzerplaat, maar de oude plaat wegdoen was niet aan de orde. Die staat nog in de kerk naast het orgel.

De omgeving van Lissewege heeft helaas niet de authentieke sfeer behouden. Grote viaducten doorsnijden het landschap en een constante stroom van goederenverkeer dendert er overheen. Ja ja, de nieuwe tijd…. net wat u zegt…!

Slapen in een boek?

Zo nu en dan gaan Leo en ik een paar dagen op stap. En dit keer wilde ik zo graag naar Zeeuws Vlaanderen. Naar een hotel dat “De dikke Van Dale” heet. Die dikke Van Dale gebruikte ik regelmatig bij het scrabble spelen en het leek me leuk om nou es “tussen de bladzijden van dat boek” te slapen.

En hoe was het? Het hotel was gezellig, zeer geriefelijk en gevestigd in een oud klooster. We hadden een grote kamer, maar van dat grote dikke boek merkten we niet veel 😉 Het is natuurlijk ook heel moeilijk te realiseren om te slapen in een boek. Maar Sluis is de geboorte-plaats van Johan Hendrik van Dale, de onderwijzer die ons een uitgebreid woordenboek van onze Nederlandse taal schonk. En dat is dan natuurlijk het draadje naar de hotelnaam 😉

In Sluis staat natuurlijk een borstbeeld van Meneer van Dale. Hij wacht nog altijd op antwoord, zo te zien.

Hij stierf reeds op 44-jarige leeftijd, maakte de grote opgang van “zijn” boek dus niet mee. Maar bijna anderhalve eeuw later pakken we nog regelmatig het boek om een op te zoeken hoe en wat iets betekent.

Hergebruik

Ik schreef er al eens eerder over (klik), maar bij ons laatste bezoek aan het Trompenburg Arboretum was men er weer druk doende mee.

Zo’n tuin vraagt natuurlijk heel veel onderhoud en zo nu en dan moeten de paden en randen weer netjes gemaakt worden. Ik weet niet of het er naast gelegen restaurant nog steeds de wijnflessen ter beschikking stelt. Maar inmiddels zijn het niet meer alleen de flessen die voor de randen gebruikt worden, maar worden klinkers en flessen om en om langs het pad gezet. Dat geeft een keurige rand en is nog steeds het toppunt van hergebruik.

Zelfs de Glühwein-flessen van de afgelopen kerst krijgen een nieuwe bestemming. De etiketten verouderen vanzelf in de grond. En in oude flessen is soms te zien dat planten zich vergisten en er geen groei meer mogelijk was.

Taxi

Natuurlijk kun je in Rotterdam een taxi bestellen. Zo’n gewone, op wielen. Daar is geen bijzonder stukje over te schrijven. Behalve dat het duur is en de chauffeur misschien niet een van de vrolijkste.

Maar je kunt ook een echte Rotterdamse taxi nemen, een watertaxi. En dat is echt andere koek. Je kunt op 50 plaatsen op- en afstappen.

Het is een belevenis, want de kleine bootjes varen met een noodgang over de Nieuwe Maas. Er zijn bootjes voor acht personen en wat grotere voor twaalf mensen.

Het is echt een bijzondere manier van vervoer. Dus heb je zeebenen, ben je niet zo snel bang te maken en hou je van een beetje avontuur, dan is het beslist de moeite waard. En het is natuurlijk echt Rotterdams!