Voorraad

“De Dasty is op”, meldde mijn hulp. “Oh, dan haal ik dat deze week wel even”, was mijn antwoord.

Bron: Google foto’s

Maar zo gemakkelijk gaat dat tegenwoordig niet meer. De winkel is alleen open voor mensen met een afspraak. Dus maakte ik die via mijn telefoon en bestelde twee flessen voor mezelf en een voor mijn hulp. Jammer, maar dat was niet genoeg. De bestelling moest minimaal 10 euro bedragen.

Het wordt steeds dwazer in de wereld. Wat moest ik dan….? Toch besloot ik de bestelling dan maar op te voeren. Vijf flessen werden het. Zo kunnen hulp en ik wel weer even vooruit.

Maar of dat de economie nou gaat helpen…. Normaal gesproken zou ik voor één fles gegaan zijn. En dan had ik en passant nog wel wat anders gekocht. Een blocnote, wat pennen, een vaasje of weet ik veel wat voor ander niet noodzakelijk spul. Nu ben ik voor minimaal een jaar onder de pannen.

Maar wat verlang ik naar een keer weer gewoon gezellig en ontspannen winkelen.

Hoog, hoger, hoogst

De skyline van Rotterdam is de laatste maanden veranderd. Langzaamaan verscheen een nieuw gebouw tussen de hoge wolkenkrabbers:
De Zalmhaven.

En nu is het hoger dan alle andere gebouwen in Rotterdam. Nog steeds niet uitgegroeid, want nog elke week komt er een verdieping bij. Uiteindelijk moet deze woontoren een hoogte van 215 meter bereiken. Wie er (genoeg) geld voor heeft, kan dan gaan wonen op de 60e verdieping.

Het is spectaculair, beslist. Maar toch niet ons idee van leuk wonen. Helemaal boven heb je weliswaar een schitterend uitzicht, maar mis je het contact met de grond.

En stel je eens voor, de elektriciteit valt uit. Je wilt of moet naar beneden of naar boven. Al die trappen….. wat een nachtmerrie.

Maar ja, er zijn altijd mensen die er anders over denken. Dus zullen de appartementen wel verkocht worden.

Goed eten

Eten moeten we elke dag, wel twee of drie keer. Maar eten we dan wel goed?

Dat kun je natuurlijk alleen zelf bepalen en het is dan ook voor iedereen een persoonlijke afweging. Ik geloof niet dat friet met mayonaise gezond is, maar zo nu en dan is wel heel lekker. Een stuk mokkataart of brownie, stroopwafel of Bossche bol, het is allemaal lekker op zijn tijd, maar niet te veel.

Tegenwoordig maakt de groente afdeling van een Nederlandse supermarkt maar een klein deel uit van het hele assortiment. Veel meer vierkante meters worden in beslag genomen door allerlei “gemaksvoedsel”. En als ik in de karretjes van sommige mensen kijk, weet ik bijna zeker dat daar meer kant en klaar spul in ligt dan verse groenten of fruit.

Nu zie ik telkens weer de roep om een “suikertaks” om obesitas te voorkomen. Maar ik denk dat de overheid betere kwaliteitsnormen aan het voedsel moet stellen. De documentaire die ik afgelopen week op ArteTV bekeek, ging over al dat gemaksvoedsel. Dat wel goedkoop en snel klaar is, maar vaak ingrediënten bevat van mindere kwaliteit. De winst moet tenslotte ergens vandaan komen. Ik kan de docu aanraden. Het is een tamelijk lange zit, maar goed om te weten wat er allemaal in ons eten verscholen zit.

Alles plat

Zondagmiddag, ik wilde net aan het eten beginnen, viel de stroom uit. In de hele wijk.

En wat zit de moderne mens dan onthand. Geen licht, geen verwarming, geen TV, geen internet, nou ja niks eigenlijk.

Koken had ik nog wel kunnen doen, want wij koken nog op gas. Maar omdat ik een ovenschotel wilde maken, kon ik toch niet verder…. de oven is elektrisch.

Wat is de wereld dan ineens anders. Liften deden het niet meer, de deur van de Brandweerkazerne kon niet meer open. En digitaal betalen in winkels, vergeet dat maar. Ook de kassa en de scanners laten het dan het afweten.

We maakten van de nood een deugd en zetten overal glazen met waxinelichtjes neer. Het werd eigenlijk best gezellig. Borreltje erbij, chipje, nootje. Maar wat werd het snel koud… brr…. In het donker dus maar een paar dekentjes gezocht. Want met al die sneeuw en vorst buiten hadden we dat wel nodig.

Gelukkig was na zo’n drie kwartier alles weer in orde gebracht. Dus viel het nog wel mee. Maar ik moet er niet aan denken als het langer had geduurd…

Moestuin

Een moestuin hebben, moet heerlijk zijn. Maar om er zelf een te starten zie ik toch niet zitten. Zo’n tuin bij anderen bewonderen, er met plezier over lezen, ja dat dan weer wel.

Zo’n tuin brengt een heleboel werk met zich mee. En dat was in vroeger niet anders. Daarom hadden rijke mensen dan ook een of meerdere tuinmannen, die zorgden voor alles. Van spitten, snoeien tot zaaien en oogsten. Met een flinke kas voor de stekken en zaailingen.

Ik herinner me een serie uitzendingen op de BBC, waarin een Victoriaanse moestuin werd opgezet, onderhouden en waaruit werd gekookt. En niet alleen ik maar ook een columniste van “The New Yorker” vond het uitzonderlijke afleveringen, waarin van januari tot en met december alle stadia van de tuin worden belicht. Die serie is nog te koop bij Amazon.

Destijds heb ik het allemaal met heel veel plezier bekeken. Later kocht ik ook het boek dat naar aanleiding van die serie verscheen. Met mooie foto’s van de tuin natuurlijk, maar ook met foto’s en tekeningen van de keuken waar het allemaal gemaakt werd. Met heerlijke verhalen over hoe “downstairs” zorgde voor de heerlijke gerecht die bij “upstairs” op tafel kwamen.

Uit de oude doos

(Her)kennen jullie deze reclame nog? Hij is van 2009, met die leuke supermarkt manager van de Appie.

Die traan in de stem van Harry Piekema is het helemaal. Bijna klassiek !

Winkelen

In de stad komen we nog maar weinig en dat ligt niet alleen aan de huidige omstandigheden.

Worden we oud, dat wij de winkels niet meer zo leuk vinden? Was het vroeger inderdaad allemaal leuker, mooier, beter…? Nou, vast niet. Maar toch… toen was alles nog niet zo geglobaliseerd.

Neem nou zo’n winkel als Jungerhans. Midden in de stad een baken om altijd wel even binnen te lopen. Je te vergapen aan het mooie porselein, glanzend bestek, glazen in alle soorten en maten.

Heel wat huishoudens werden vanuit deze winkel voorzien van alle benodigdheden. Misschien gebruikt men dat servies of bestek nog steeds, na zoveel jaren.

Heb ik zelf nog iets? Ja zeker, in de kast staat nog een theekopje van mijn schoonmoeder. Het merkje op het schoteltje laat geen twijfel mogelijk. Inderdaad van A. Jungerhans, Rotterdam.

Ander drankje

Hoewel ik graag een glaasje wijn drink en ook andere alcoholische drankjes lust, drink ik de laatste jaren zeer matig.

Ons borreluurtje bestaat voor mij dan ook vaak uit een glaasje limonade. Gemixt van bubbeltjeswater en een miniem beetje limonadesiroop. Dat smaakt prima, maar een mens wil ook wel eens wat anders.

En toen ontdekte ik bij Appie dit drankje. En ik kan niet anders zeggen, dat ik het heel erg lekker vind. Ik drink het met een ijsblokje en half bubbelwater. Een schijfje citroen maakt het helemaal af. En in zo’n wijnglas staat het nog super sjiek ook op tafel.

Misschien ook iets voor de vele mensen die weinig of helemaal geen alcohol willen drinken, maar ook geen zin in frisdrank hebben?

Recept

Zoals beloofd vandaag het recept voor het deeg van de gevulde speculaas.

Deeg:
75 gram bloem
75 gram zelfrijzend bakmeel
100 gram (room)boter
50 gram lichtbruine basterdsuiker
ca 2,5 theelepel speculaaskruiden
1 eetlepel melk
1 ei + 1 ei om te bestrijken
snufje zout

Meng in een kom de bloem, suiker, speculaaskruiden en het zout. Snijdt de boter er met 2 messen doorheen en meng daarna met de melk tot een stevig samenhangend deeg.

Dat kan ook in de keukenmachine. Ik deed dat meteen na het maken van de amandelpers. In de koelkast blijft het deeg wel een of twee dagen goed. Scheelt wel afwas 😉 In elk geval moet het deeg minstens 1 uur in de koelkast rusten en koelen.

Verwarm de oven voor op ca. 160 graden. Vet de bakvorm in en bekleed eventueel met een velletje bakpapier.
Deel het deeg in tweeën. Rol uit tot een lap die groot genoeg is om de bakvorm en de rand te bekleden (ik gebruikte een vorm van ca. 20×20 cm).

Verdeel dan de amandelpers over het deel. Rol het andere deeg uit ter grootte van de vorm en leg op de amandelpers. Druk goed aan en druk wat amandelen in het deeg. Bestrijk het tenslotte met wat los geklopt ei.

Zet de vorm in de oven en bak ca. 40 minuten. Haal de bakvorm daarna uit de oven en laat afkoelen. Daarna kan de gevulde speculaas uit de vorm gehaald en gesneden worden.

VEEL SUCCES EN EET SMAKELIJK!!

Recept

Op veler verzoek ( 😉 ) is hier het recept van mijn onvolprezen gevulde speculaas. Ik geef vandaag het recept voor amandelpers, morgen ga ik verder met het deeg.

Amandelpers:
100 gram amandelen
100 gram kristalsuiker
1 theelepel rozenwater *)
1/2 ei
1 eetlepel room
rasp van 1 bio citroenschil
wat druppels citroensap

Maak de amandelpers liefst enige dagen tevoren, zodat de smaken goed kunnen rijpen.
Haal de bruine vliesjes van de amandelen door ze in ruim water ca. 1 minuut te koken en dan koud af te spoelen. De vliesjes kunnen er dan makkelijk vanaf geschoven worden. Droog de amandelen in een theedoek.
Heb je geen rozenwater in huis, dan kun je het ook weglaten.

Voor het malen van de amandelen is een keukenmachine erg handig, maar vroeger heb ik het ook met zo’n ouderwets molentje gemaakt.

Maal de amandelen tot een grof mengsel. Voeg dan de suiker toe en maal tot het lijkt op grof zand.
Voeg het rozenwater en citroenrasp toe en maal tot een samenhangend “deeg”. Doe over in een schaal en roer er de room en het ei door. Het moet enigszins smeerbaar worden, maar niet vloeibaar. Mocht het te droog zijn, voeg dan nog wat druppels water toe.
Dek af met plasticfolie en zet in de koelkast.