Het is weer pompoenseizoen. Overal vind je ze weer in de winkel. Om te pronk te leggen in de tuin, om voor Halloween te gebruiken, maar vooral om er mee te koken.
Ook ik ga er binnenkort weer mee aan de slag. Al heb ik een hekel aan het snijden van de grote vruchten. Tot voor kort verwarmde ik ze in de magnetron, maar nu ga ik het anders doen.
Ik was hem goed af, prik hem eerst op een paar plaatsen in en leg hem dan in de airfryer. De eerste 6-7 minuten op 160 graden en dan nog 3-4 minuten op 200 graden. De pompoen is dan wat voor gegaard en kan gemakkelijk en veilig gesneden worden.
De meeste pompoenen hoeven niet geschild te worden en kunnen dan zo verder verwerkt worden.
Gisteren hadden we een stroomstoring. Gelukkig duurde het niet langer dan een kleine drie kwartier. Maar de buurtapp stroomde over met meldingen. Niet alleen onze wijk, maar ook het winkelcentrum en de flats er last van hadden.
En later allerlei berichten over wat er allemaal niet meer deed. Vooral de wifi scheen er regelmatig uit te liggen en bleek lastig weer op te starten.
Bron: Google
En dan blijkt maar weer hoe afhankelijk van elektriciteit we inmiddels zijn. Want niks werkte meer: de wifi, de radio, tv, koffieapparaat, verwarming, koelkast, vriezer, nou ja noem maar op, alles hield er abrupt mee op.
Daarom begrijp ik ook niet dat we van onze overheid op één paard moeten wedden. Want als er een werkelijke grote -landelijke- storing ontstaat, zitten we met de gebakken peren.
Wij koken nog op gas en konden dus koffie maken. In onze kast ligt nog zo’n ouderwetse Melittafilter voor het geval dat. Koffie en een keteltje water zijn dan voldoende om tenminste een bakkie troost te kunnen maken. En koken lukt dan ook nog goed.
Maar in de winter in de kou (geen cv-ketel, geen warmtepomp, geen airco) en dan ook nog niks warm kunnen maken…! Wat moeten we dan doen met al die voorraad blikken en pakken?
Er wordt altijd gedacht dat, als je niet meer werkt, je dan tijd te over hebt. Maar soms lijkt het ook wel of de tijd steeds sneller gaat. Dat is natuurlijk niet zo.
Allereerst ben ik niet zo’n snelle opstaander. ’s Morgen lokt mijn bedje en heb ik geen verplichtingen dan kan ik me nog eens lekker omdraaien. En waarom ook niet?
Bron: Google fotos / Blond Amsterdam
Maar ja, er is een huis om een beetje netjes te houden, was te doen, te strijken, boodschappen halen. Ook koken vraagt tijd, al vind ik dat helemaal niet erg om te doen.
Elke week roept de zangclub, er moet gewandeld worden om de conditie op peil te houden, gegymd om fit en soepel te blijven. Zo nu en dan gaan Leo en ik op stap of een paar dagen op vakantie.
En dan zijn er ook nog hobby’s, zoals knutselen, fotograferen, kaarten maken. En vergeet de uitdagingen niet. Ik doe mee met de Foto Bingo, maar ik zag ook de twee wekelijkse Blog Hop voorbij komen. Ik had het vaste plan daar aan mee te doen en elke veertien dagen iets te maken. Maar dat vergat ik ook weer meteen en zo kwam ik er achter dat die allang begonnen was. Misschien dat ik daar toch zo nu en dan aan toe kan komen, maar elke twee weken…?
Want van mezelf moet ik ook nog het een en ander verwezenlijken. Er moeten nog doosjes, opbergmappen gemaakt worden. En dat is al zo vaak uitgesteld. Dat wil ik het nu eens eerst af gaan maken. En straks is het kerst en wil ik kaarten maken, koekjes bakken. Dus ondanks hele dagen “vrij” heb ik best behoorlijk wat om handen.
Soms lijkt het wel drukker dan voorheen. Wat zeg ik, bij tijd en wijle begin het zelfs een beetje op werken te lijken!
Niet altijd heb ik zin om vis te eten. Daar moet ik min of meer voor in de stemming zijn. Maar ja, zo nu en dan stond er hier toch een lekkere, vette en dikke gerookte makreel op het menu. Zonder al te veel poespas, maar gewoon zoals ie is. Meestal makreelfilet, zonder vel en zonder graten. Nou ja, bijna, want een klein graatje zit ons niet in de weg.
Ik schrijf met opzet “stond”, want sinds enige tijd kun je zo’n dikke vette Atlantische makreel niet meer krijgen. Makreel behoort tot een beschermde vissoort. Te intensief bevist en dus nu vallend onder Europese regels en verboden.
Appie heeft nog wel makreel, maar dat is Atka makreel. Zou een prima alternatief zijn, dus viste ik een pakje van dit makreelsoort uit het supermarktschap.
Wat een tegenvaller. Het kwam zelfs niet in de buurt van die lekkere vette Atlantische makreel. Op ons bordje lagen drie stukjes magere vis, droog en smakeloos.
Misschien dat er op de markt nog wel vers gerookte makreel te kopen is. Dat moeten we dan maar eens uitzoeken. Maar die nare droge stukkies vis komen er bij ons niet meer in.
Het werd gemeld op Nu.nl en dus zal het wel waar zijn. Maar geloven kan ik het eigenlijk niet.
Want we worden bijna elke dag gewaarschuwd voor schadelijke microplastics. En dan zouden ze nu voor astronauten koekjes hebben gemaakt uit plastic petflessen.
Op het plaatje lijken het net echte koekjes en volgens het verhaal smaken ze zelfs “als vers gebakken” en hebben ze een vanillesmaak. Nou lijken astronauten me sowieso niet al te fijnproeverig. Die slurpen hun eiwitrijke prutjes toch wel gehoorzaam op, lekker of niet.
Nou ja, de voedselindustrie kan meer dan we denken en de menselijke smaak laat zich vaak bedotten. Als het kraakt en ook nog enigszins een smaakje heeft, zal de consument niet lang meer wachten met het toch eens een keertje proberen.
En voor het hier in de supermarkt ligt zal nog wel een tijdje duren. Maar mij krijg je niet aan dit soort kunstvoedsel.
Ik beloofde gisteren een recept voor een simpele maaltijdsalade van bietjes. Dit is het:
Voor 2 personen: 300 gram gekookte bietjes, in blokjes 125 gram gerookte spekjes, uitgebakken 1 sjalotje, fijn gesnipperd 1 bosui, in dunne ringetjes 75 gram feta, verkruimeld 350 gram gekookte aardappelen in plakjes of in blokjes peterselie en basilicum, gehakt 3 eetlepels olijfolie 1 eetlepel citroensap peper en zout eventueel een handje gehakte walnoten
Meng de bietjes met sjalot, bosui en de kruiden. Maak een dressing van de olie, citroensap en peper en zout en meng met de bietjes. Meng de aardappelen er door en eventueel de walnoten. Voeg op het laatst de feta toe, zodat die nog wit blijft.
Bietjes vind ik heerlijk. Nou ja, ik moet zeggen de laatste jaren. Daarvoor konden ze me niet zo bekoren.
En ik weet wel hoe het komt. Want toen ik in 1953 moet kuren in het Zeehospitium van Katwijk, herinner ik me een dag waarop we bietjes aten. Hoe de verpleegsters de kinderen drilden om het eten ook op te eten, beschreef ik in dit blog.
En heus, het eten was er beslist goed, maar die bietjes….! Ieuw, die smaakten gronderig. Ik gruwde ervan. Ondanks alle dwang wist ik alles achter mijn kiezen te proppen, zodat ik het op de zaal uit kon spuwen.
Later, als huisvrouw, vond ik het nogal een werk om ze te koken. Alles, ook de lucht uit de pan, het schillen, zo glibberig en die rare rooie handen. Het maakte dat het eten van die groente me soms tegenstond.
Maar nu koop ik regelmatig biologische bietjes, gekookt, geschild en vacuüm verpakt. Alleen nog even checken op harde stukken, want die moeten beslist weggesneden worden. En morgen geef ik een bietjes-recept, dat ik laatst maakte.
Er zijn mensen die verzamelen postzegels, munten, kleine of grote beelden, schilderijen. Nou ja, er is van alles te verzamelen.
Maar laatst las ik over iemand die pizzadozen verzamelde. Ik kon me er niks bij voorstellen. In de studententijd zag ik wel een stapels pizzadozen, maar die waren allemaal hetzelfde.
Maar deze man had al hele stapels verschillende.
Zoiets begint vaak als een grap. Maar waar laat je toch al die dozen. En zou dat niet gaan stinken? En hoeveel verschillende verpakkingen zouden er bestaan?
Ik zocht op internet en ja hoor, er zijn er diverse. Kijk maar. Sommige wat gewoontjes, andere vast en zeker gemaakt voor een speciale gelegenheid.
Maar als ik weer eens pizza bestel, dan gaat bij ons de doos toch gewoon in de kliko.
Alweer servies….? Jazeker, ditmaal helemaal niet zo prijzig, stevig en niet snel kapot te krijgen.
Deze fraaie wijn- en bierglazen zijn niet van het fijnste kristal, maar van stevig plastic. Je kunt ze dus meenemen op vakantie, zodat je ook op de camping of in de caravan stijlvol kunt proosten.
Wij kamperen niet, maar zouden we het wel doen, kocht ik ze toch niet. Dan kwamen er hoogstens wat stevige glazen op ons wankele kampeertafeltje.
Want ze zijn dan wel stijlvol, maar ze geven bij het aantikken een somber pokpok geluid. En dat klinkt niet.
Gek toch, hoe selectief mensen soms kunnen zijn…..
Dat geel een van mijn lievelingskleuren is, daar maak ik geen geheim van. Jaren geleden kochten Leo en ik ons servies, destijds in Canterbury. En ja, dat was geel en van zwaar aardewerk, maar nog steeds in gebruik.
Bron: Christofle.com / Malmaison Riviera
Tijdens een bezoek aan de tuinen en het huis van Monet in Frankrijk zagen we ook prachtig geel servies op de tafel staan. We vielen er als een blok voor. Maar ja, toen we dergelijk servies in Parijs vonden, bleek de prijs een bezwaar.
Honderden guldens voor een bord… nee, dat zat er niet in. Het werd later een beduidend goedkoper soort bordjes. Voor een Euro per stuk, bij een dumpwinkel.
Geel is geen modekleur voor borden en schalen. Maar dit is toch duidelijk stralend geel. En gewoon in Nederland te koop.
Maar een servies gaan we natuurlijk niet meer aanschaffen. Gelukkig maar, want ook hier is de prijs een bezwaar. En jammer genoeg gaat er hier nogal eens een kopje of bord aan scherven, dus dat zou in de papieren lopen.