Boek

Valérie Perrin: De bijzondere levens van Violette

Ik weet absoluut niet meer hoe mijn aandacht voor dit boek werd getrokken. Het is het debuut van Valérie Perrin, fotografe van beroep en echtgenote van de filmer Claude Lelouch.

Zelfs bij haar geboorte zit het Violette niet mee. Vader is onbekend en moeder wil niks van haar weten. Ze lijkt niet levensvatbaar te zijn en wordt op een radiator gelegd. De verpleegster die haar uiteindelijk oppakt, noemt haar Violette. En kiest als achternaam Trenet, die dus ook al geleend is.

Haar kinderjaren brengt ze door in allerlei pleeggezinnen en tehuizen, waaruit ze ten lange leste vlucht op haar 18e.

Met horten en stoten, met kleine stapjes, in stukjes en beetjes wordt het leven van Violette verteld. Telkens vanaf een andere kant belicht. Van haar intense verliefdheid, haar relatie met haar vreemde schoonmoeder, haar onverschillige man en de vele mensen die zij in haar leven ontmoet en invloed hebben op haar bestaan.

Uiteindelijk vindt Violette haar plek als beheerster van een begraafplaats. Ze zorgt met liefde en respect voor de graven, verzorgt de bomen en planten, houdt alles netjes en schoon, bijgestaan door andere medewerkers en de pastoor. En niet onbelangrijk, wie een luisterend oor zoekt voor troost en rust, vindt dat in haar keuken.

Valérie Perrin heeft een prachtig boek geschreven en brengt met bloemrijke en poëtische woorden de vele facetten van de mens Violette tot leven.

Grumpy

Bron: Google afbeeldingen

Een paar weken geleden realiseerde ik me plotseling dat ik aardig op weg was een “grumpy old woman” te worden.

Je kent ze wel, die vrouwen die met een wat verzuurd gezicht over straat gaan. Ze mopperen over alles en nog wat en nooit is er iets goed. Er loopt altijd iemand in de weg, of er is geen mens die eens een handje uitsteekt.

Nou ben ik gelukkig nog niet zo heel erg mopperig, maar zo nu en dan kan ik me verschrikkelijk ergeren. Aan verpakkingen die niet open gaan, aan rommel op straat, aan obstakels waarover je (jij of een ander) dreigt te vallen. Over dingen die niet meer te koop zijn of juist de overdaad aan spullen in de winkels.

En kunnen we er wat aan doen? Ach, soms wel, soms niet. Maar mopperen helpt natuurlijk evenmin.

En weet je, ik heb juist zo verschrikkelijk de pest aan dat soort mensen. Dus probeer ik alles weer van een zonniger kant te zien en zet ik mijn beste beentje maar weer voor, lach ik vriendelijk naar de mensen en hoop dan dat mijn vrolijk humeur aanstekelijk werkt.

Vakantieherinnering

Het lijkt gewoon een treinkaartje, maar het vormt een heel bijzondere vakantieherinnering. Want deze kaart was mijn Railpass voor Japan.

Drie weken lang konden we met de treinen van JR (Japan Rail) reizen door het land van de rijzende zon. En dat hebben we ten volle benut. Want we doorkruisten het land in allerlei treinen.

Zo’n Railpass is alleen voor toeristen en moet van te voren worden besteld en betaald. Je krijgt dan een voucher, waarmee je op een station in Japan je reizen kunt reserveren.

Dat reserveren is vooral nuttig voor de Shinkansen, de supersnelle trein. Maar we maakten ook gebruik van andere JR-treinen.

En zo zagen we grote delen van het land vanuit een comfortabele stoel, met voor ons een goedgevulde bento-box of een drankje.

Heerlijke herinneringen!

Ooievaars

In het noorden van het land zie je veel vaker ooievaars als hier in het westen. Al zitten er in onze buurt nog best wel wat, gelukkig.

Maar rijdend door Drenthe zagen we regelmatig wat ooievaars in de weilanden staan of overvliegen. En dan zijn ze duidelijk herkenbaar. Ooievaars vliegen met een gestrekte hals, reigers houden hun hals gebogen.

Maar toen we op een avond terug reden naar ons hotel zagen we ineens wel heel veel ooievaars op een kluitje. De boer was aan het werk en ploegde een stuk grond om. Dat zal wel een heleboel gemakkelijk op te sporen voedsel voor die ooievaars zijn.

Dus stopte Leo en kon ik een foto maken. Helaas zijn ooievaars ook nogal schuw, want er waren er ook al weer een paar gevlogen toen ik mijn telefoontje op hen richtte.

Nou ja, in ieder geval kon ik er nog zo’n stuk of zeven in beeld vangen. Het blijft bijzonder!

Gevangenis

Al eerder waren we in Veenhuizen, waar in vroeger tijd landlopers en paupers woonden en te werk werden gesteld. Maar dat was in de C-tijd en konden we het museum niet in.

Nu dat weer wel kon, hebben we niet geaarzeld om een bezoek te plannen. Veenhuizen is sowieso een mooie plek om naar toe te gaan. Het ademt een heel speciale sfeer en je kunt er heerlijk wandelen.

LocatierEsserheem

Maar dit keer kwamen we speciaal voor het “Tweede Gesticht” waar het gevangenismuseum is gehuisvest.

Interieur Esserheem

Al bij binnenkomst kreeg ik meteen al een soort van claustrofobisch gevoel. De sluis gaat dicht achter je en voor je gaat hij nog niet open. Eerst een film over hoe in vroeger tijd misdaad beoordeeld, veroordeeld en gestraft werd. Toen was stelen een veel ernstiger vergrijp en kon je diefstal met de dood bekopen.

Dat diefstal het enige alternatief was, omdat geen werk, geen geld, geen sociaal opvangnet ook geen enkele mogelijkheid bood om aan eten te komen, dat ontging de rechterlijke macht. Gelukkig was niet elke rechter even hardvochtig, maar dat ze strenger waren dan we nu zien, dat staat buiten kijf.

Erg weekhartig moest je als slachtoffer ook niet zijn. We keken in slaapkooien, waar het woord comfort niet op van toepassing was. We zagen ketenen en lazen over regels die toen golden. Het was een hard, heel hard leven daar in Veenhuizen.

We kregen ook een “rode pannen”rondleiding in locatie Esserheem, die voor heel zware criminelen gebruikt werd. De rondleidster vertelde hoe het aan toe gaat bij aankomst van gedetineerden.

We mochten de isolatiecel bekijken en ik vroeg me af hoe het zou zijn om daar in totale afzondering te moeten zitten. Mij benauwde het al met een groep en de deur nog open.

In ieder geval was ik blij weer naar buiten te kunnen en te genieten van een wandeling in alle rust en vrijheid.

Vakantieherinnering

Ook deze vakantieherinnering heeft met eten te maken.

In Istanbul zagen we zowat op elke straathoek zo’n leuk bakkerskarretje met Simit. Er viel niks te kiezen, er waren alleen deze knapperige zacht zoete broodringen met sesamzaad. Wijzen, vingers opsteken om aan te geven hoeveel je er wilde en wat muntjes op je hand leggen om te betalen.

Heerlijke snacks om zo even op te eten, op een bankje in de zon. Net genoeg om de ergste (nou ja…) honger te stillen.

Ik weet niet hoe het nu in Istanbul zal zijn. Zijn deze verkopers er nog of heeft het plaats gemaakt voor ander straatvoedsel?

Hier in Nederland koop ik de broodjes nog wel eens bij de Turkse bakker. En dan even terug denken aan die vakantie toen, al weer lang geleden 😉 😉

Liefdespaar

Kijk ze nou es zitten, heerlijk in de zon. Het is niet zo’n groot dak, daar op mijn voederhuisje. Maar dat is juist fijn, zo kunnen ze lekker dicht tegen elkaar schukkeren.

Zo nu en dan knuffelen ze elkaar. Als ik de deur open doe, kijken ze meteen op. Ze vliegen niet meteen weg, zijn aan ons gewend. En wie weet, misschien schud ik het broodmandje wel leeg….

De buurkat houdt het stel ook in de gaten. Maar die is alert op alle vogels. Niet dat ie er veel vangt. Dat komt omdat hij een beetje mollig en dus ook wat slomer is. Nou ja, geen nood. Dan sluipt ie naar de vijver en drinkt een beetje. En dan zoekt ie weer een ander lekker tuintje.

De tortels trekken zich niks aan van de kat. Ze weten allang dat die geen gevaar vormt. Nog even knuffelen, roeroekoe (dat is ik vind je lief op z’n tortels) en dan vliegen ze weg. Op zoek naar een ander romantisch stekkie.

En ik ga verder met wat ik bezig was te doen. Straks is er vast wel wat meer te zien in onze tuin.

Vakantieherinnering

In Istanbul waren we met de jongens in 1999. Dat is in de vorige eeuw, dus echt heel lang geleden. Als ik de foto’s weer bekijk, zie ik hoe we allemaal veranderd zijn. Onze jongens zijn allang geen pubers mee, maar beginnen zelfs “middelbaar” te worden. Over onszelf wil ik maar niet schrijven 😉

Maar wat hebben we nog leuke herinneringen aan die paar dagen dat we er waren.

Het slenteren over markten, door de bazaar, varen over de Bosporus, tramritjes en een taxirit met een wel heel erg avontuurlijke chauffeur. Maar we overleefden het gelukkig.

En dan natuurlijk het heerlijke gebak. Vlakbij ons hotel vonden we een bakkerij, waar we ’s avonds nog een klein kopje koffie gingen drinken. Natuurlijk vergezeld van wat stukjes heerlijke baklava of hoe de andere gebaksoorten ook mogen heten. Met recht zoete herinneringen.

Naar de bollen…

Vorige week vertelde ik dat we naar de bollenvelden op Goeree-Overflakkee geweest waren. Het was prachtig. Alles werkte mee, het weer, de zon, de route die Leo had uitgevogeld en natuurlijk die honderdduizenden tulpenbollen.

Het leek wel of er nog meer velden waren als het jaar ervoor. Tot die tijd dacht ik altijd dat alleen de streek rond Lisse en Sassenheim bollenvelden hadden. Maar er zijn er in Nederland nog veel meer. Ook nog in Flevoland en in Noord Holland.

Ik vraag me af of het nog echt Hollandse plaatjes zijn, want ik zag ook al eens dit soort foto’s uit Japan. Maar ja, die hebben wel vaker wat nageaapt.

Maar waar je ze ook vindt, waar je er naar kijkt, het blijft een prachtig en boeiend plaatje. Lange rijen tulpen of narcissen, hyacinten, zo ver je ogen kunnen kijken.

En dan ineens zie je, tussen al het eindeloze rood, een stoere gele tulp staan. Zo van “kijk mij nou eens”. Nou vooruit, ook een foto van zo’n opstandige dwarsliggert.

Gewoon

Vorige week was eigenlijk weer -na zeer lange tijd- een “gewone” week.

Zo’n week waarin we weg gingen, naar de bollenvelden op Goeree-Overflakkee. En dan lekker wat drinken op een terras in de zon.

De volgende dag naar een tuinstoelenwinkel. En op de terugweg spontaan naar IKEA. Niks mopperen op die winkel waar je altijd wel wat koopt, maar gewoon ontspannen winkelen. Kijken, kijken en alleen wat nuttigs kopen. Zonder tijdsloten en geen restricties.

Zaterdag op stap met schoondochter. Eerst naar de film, daarna een wijntje op een terras en later lekker samen eten en kletsen. En ook zij vond het weer “bijna ouderwets”.

En dan stond er ook nog een middagvoorstelling gepland voor de zondag. Het Groot Niet Te Vermijden speelde met verve van opera tot smartlap. Er werd gelachen en we konden luidkeels meezingen. Een zaal vol ontspannen mensen in het wijktheater.

Het voelde goed, vrij, zonder belemmeringen, zonder klemmende regels.

Fijn, gewoon fijn!