Oud worden

Bron: Google foto’s / Algemeen Dagblad

Koning Charles, zelf ook al niet meer een van de jongsten, was vorig jaar al op bezoek bij mevrouw Ethel Caterham. Zij vierde toen haar 116e verjaardag. Afgelopen week werd Ethel zelfs 117 jaar.

Hoe moet het zijn om zo oud te worden? Daar kun je je toch geen voorstelling van maken. Zelf ben ik nu 77 en zou dan in principe nog 40 jaar verder kunnen. Als ik gewoon door blijf ademen en mijn hart door blijft kloppen. Ik ambieer het niet.

Ik heb geen doodswens, maar besef wel dat het leven op een dag ophoudt. Voor sommige mensen komt de dood te vroeg. Maar 117 jaar lijkt me gewoon te lang op deze aarde.

Wat heeft die vrouw allemaal meegemaakt….? Crisis op crisis, wereldoorlogen, ontwikkelingen van paardentram naar hogesnelheidstrein, van luchtballon naar vliegtuig, van kroontjespen naar computerspel, het zinken van de Titanic, eigenlijk veel te veel om op te noemen.

Ze heeft haar man al meer dan 50 jaar overleefd, verloor haar twee dochters. Misschien breekt ze zelfs wel het record van de Française Jeanne Calment, die in 1997 overleed toen ze 122 jaar en 164 dagen oud was.

Boek

img_20260702_125421090_hdr4153820134032285397
Irma Joubert: Kind van de rivier

Ik las “Kind van de rivier”van Irma Joubert.

Dit boek werd aangeraden door Marthy en dat was zeer terecht. Ik heb ervan genoten.

Pérsomi is arm maar ook heel slim. Haar grootste wens is om verder te leren, naar de middelbare school te mogen. Maar dat kost geld, veel geld. En hoe kan haar moeder daar aan komen?

Gelukkig krijgt ze een beurs en kan ze voor advocaat studeren. Ze heeft goede contacten met haar mede studenten, maar haar grote liefde blijft onbereikbaar.

We krijgen ook inzicht in het dagelijks leven in Zuid Afrika, met zijn groeiende apartheid. Het vraagt van Pérsomi veel tact om te laveren tussen haar rechtvaardigheidsgevoel, politiek en persoonlijke relaties.

Een boeiend verhaal, deel van een trilogie. Dus nog meer leesvoer in het vooruitzicht.

Imposant

Wie in Rome was, heeft vast en zeker een bezoek gebracht aan het Panthéon en met bewondering gekeken in dat imposante gebouw.

Bron: Facebook / Heritance Italy

Een gebouw zonder ramen ,maar met een gat in het dak. Dat heeft een reden, want zonder dat gat zou het Panthéon al lang zijn ingestort. Het gat in het midden ontlast de spanning in de constructie.

De Oculus (het gat) houdt in feite het hele dak bij elkaar, dat bestaat uit verschillende soorten cement. Aan de buitenzijde werd het cement gebruikt met travertin, in het midden is het cement lichter en naar het midden gebruikten de Romeinen puimsteen gebruikt, dat zo licht is dat het op water drijven kan.

Maar door dat gat stroomt ook regen naar binnen. Toch loopt de vloer niet over, omdat deze naar het midden afhelt en het water door 22 kleine en ietwat verborgen gaten in het marmer verdwijnt in een Romeinse afvoerput. En dat systeem werkt dus nog altijd.

Dat gat had ook nog een andere reden. Het Panthéon was een tempel voor alle goden. En de Oculus liet de hemel binnen. Op 21 april (de geboortedag van Rome) bereikt de zon op 12 uur precies het toegangshek. Het is dus niet zomaar een gebouw, het is ook een astronomische klok.

En dat enorme gebouw heeft alle oorlogen, overstromingen, barbaren en pausen al meer dan 19 eeuwen overleefd.

(dit is mijn eigen vrije vertaling van de tekst van “Heritance Italy” die bij het Facebook bericht stond)

Noodweer

Het sneeuwt in Nederland en alle alarmen ratelen, knipperen. Al het nieuws draait rondom de verschrikkelijke sneeuw, de gladde straten.

Het OV ligt op z’n kont, want de treinen kunnen niet rijden, de bussen glijden van de weg en de auto’s ook. We moeten dus maar thuiswerken, raadt Rijkswaterstaat. En dat terwijl we nu beschikken over allerlei handige en verwarmende snufjes. Een moderne auto piept bij elke abnormaliteit, geeft een seintje als je te ver naar links of rechts gaat, heeft zelfs een technisch trukje voor als het glad is en je weg wil rijden. Maar dat werkt wel op modder, maar niet op sneeuw!! Op Schiphol loopt alles in het honderd, want er is een tekort aan anti-ijsmiddel.

Bron: Google fotos / Historiek

En ik vraag me af, hoe deden we dat vroeger? In de barre winter van 1963 zat ik op de MULO. De tram reed, de school was open, er waren voldoende kolen voor de grote kachel in het handwerklokaal. Elke dag was er eten, kookte mijn moeder.

Mijn vader, huisschilder, was “uitgevroren”. Maar hij bleef niet thuis, hij ging de bakker of de melkboer helpen, die met moeite het holletje aan het einde van de straat op konden met hun handkar. Want brood en melk moest er wel bezorgd worden.

In mijn slaapkamer stonden de ijsbloemen op de ruiten. Op mijn bed lagen wollen dekens en ging een rubberen kruik mee. Een vriestemperatuur van -10 was niet ongebruikelijk. Je trok een extra trui aan, deed een sjaal om. Maar we hadden natuurlijk geen thermo-ondergoed of gewatteerde kleding, zoals dat nu te koop is.

Nee, als ik nu naar Nederland kijk, zie ik een beetje zielig volkje. Vastgeroest in regels en procedures, niet meer in staat om zelf oplossingen te bedenken. Een volk van Jan Salie, zou Potgieter zeggen.

Boek

Wim Daniëls – Het dorp

“Het dorp” van Wim Daniëls. Een boek over hoe het was, vroeger in de dorpen, hoe het steeds vaker anders wordt. De nieuwe tijd, net wat u zegt.

Kleine dorpen, waar het leven rustiger is dan in de stad. Waar mensen elkaar kennen, groeten, helpen. Waar nog met paard en wagen werd gereden en dan, langzamerhand de auto en landbouwmachines hun intrede doen.

En de ruilverkaveling zorgt voor nog een grotere verandering. TV en telefoon geven het laatste zetje.

De welvaart wordt groter, het sappelen om het bestaan verdwijnt. Maar ook de gemeenschapszin wordt anders, minder hecht.

De onontkoombare veranderingen brengen het dorpsleven in een andere stemming. Wim Daniëls schrijft er uitgebreid over, met liefde en kennis. Maar soms ook wat al te uitvoerig. Dat maakt dat ik stukken in het boek soms oversloeg.

Banket van de Fazant

We kennen de verhalen over schranspartijen, enorme diners en tig gerechten in een banket. Soms zien we er beelden van. Maar stel je zoiets voor in 1454, dus bijna 600 jaar geleden. Wat zou men daar geserveerd hebben? Daar kun je je nu weinig bij voorstellen. Toch was het door Filips de Goede aangerichte Banket van de Fazant van een ongekende grootte. En het duurde meer dan 18 dagen.

Het begon in Rijssel (Lille) op zondag 17 februari 1454 met een koninklijke verloving, werd gevolgd door nog meer dagenlange feestelijkheden en eindigde met een enorm theater van ongekende heerlijkheden. Met orkest in een schelp van deeg, met een levende olifant waarop een vrouw reed. Er was muziek, er werden allegorieën opgevoerd, kortom er waren kosten nog moeite gespaard voor een spektakel van ongekende afmetingen.

En uiteindelijk kwam dan die goudfazant ten tonele. Filips de Goede verzocht aan alle aanwezige edelen een eed op dat dier te doen en vooral veel geld te doneren. Want hij wilde de Turken gaan verslaan met een nieuwe kruistocht, waarbij de Turken eens en voor altijd verslagen zouden worden.

Op de tentoonstelling in het Limburgs Museum was de glitter en glans van dit spektakel mooi verbeeld met een paviljoen van “gouden” reuze pailletten, stonden er overvloedige gerechten en waren de wanden versierd met wandtapijten.

Met enige fantasie krijg je een beeld van de enormiteiten, zeker als je het in die tijd verplaatst.

Er was een film met telkens die fazant, met een ketting vol edelstenen. Daartussendoor kon je eden lezen, die de edelen hadden uitgesproken. En al moest dan het Christendom verdedigd worden, veel van die eden schonden het gebod van “gij zult niet doden”. De kruistocht kwam er overigens nooit.

Podcast

Al weer een tijd geleden las ik het boek van Bart van Loo: de Bourgondiers. Een dikke pil met honderden voetnoten. Het verhaal hoe de Nederlanden, België en Luxemburg hun oorsprong vinden bij Filips de Stoute. Je kunt je voorstellen dat het boek vooral vol staat met veldslagen. De diverse koningen, prinsen en graven trokken nogal eens ten strijde.

Bron: Google foto’s / VRT MAX

Maar Bart van Loo maakte over die Bourgondiërs ook een podcastserie. En nu is er dan Stoute schoenen, opnieuw een podcastserie waarin hij elke keer een tijdreis maakt en een plek bezoekt en beschrijft, waar een wetenswaardigheid uit het boek te bekijken is. Soms is dat een slagveld, maar ook kastelen, bruggen, kerken worden bezocht.

En Bart van Loo is een begenadigd verteller. Hij brengt de geschiedenis zo levendig ten tonele, maakt af en toe een uitstapje naar een andere tijd, een andere beroemdheid. Middeleeuwse muziek en geluidseffecten maken het tot een heel levendig geheel.

Elke uitzending duurt ongeveer een half uur. Ik beluisterde inmiddels al een hele rij, meestal voor ik ga slapen, met oortjes in. Net genoeg om zachtjes richting dromenland te gaan.

Tijdreis

Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam

Van vriendin Lies kreeg ik een boek te leen: Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam.

Bij het bouwen van de Markthal werden nogal wat archeologische spullen opgegraven. Dat werd natuurlijk keurig gerubriceerd en bewaard. Want aan de hand van al die vondsten werden we weer wat wijzer hoe de mensen leefden in vroeger tijden.

Toen de Markthal 10 jaar bestond werd dit boek uitgegeven, verlicht met allerlei foto’s en recepten.

Veel van wat destijds werd gegeten, wordt nu ook nog klaargemaakt. En al gebruiken we andere materialen, koken we niet meer op een houtvuur, pannenkoeken en hachee staan ook nu nog op tafel.

Leuk om te lezen en je voor te stellen hoe dat toen gegaan moet zijn, hoe het geroken heeft. En je te realiseren dat wij, moderne huisvrouwen, heel wat minder zwaar werk hoeven doen.

Boek

Anne Jacobs: De dorpswinkel

Het is maar een klein boerendorp, ergens tussen Frankfurt en Bad Homburg. De bewoners kennen elkaar, steunen elkaar en roddelen over elkaar.

Tussen de twee wereldoorlogen in kabbelt het leven er voort. Er zijn geldproblemen, maar ook ontstaan er hechte vriendschappen.

Marthe runt de dorpswinkel en krijgt de nieuwtjes uit de eerste hand. Haar man is in de oorlog omgekomen en zij moet dus alleen haar dochters opvoeden. Herta, de oudste maakt de minste problemen. Maar Frieda en Ida willen zich uit het keurslijf van het dorp wringen. En vestigen hun hoop op de dorpsonderwijzer.

Kan hij Frieda helpen om toneelspeelster worden?  Zal Marthe haar dichter met een een gerust hart loslaten.

Prettig geschreven roman die enkele jaren ineen Duits dorp beschrijft.

Boek

Elena Beelaerts-van Blokland: Ach freule

Ik las het boek “Ach freule” van Elena Beelaerts van Blokland. Een boek over een verre voorvader, die in de familie zelden genoemd wordt. Waarom zou dat zijn?

Elena probeert via gesprekken met haar oma, die al zeer oud is, te ontdekken waarom deze voorvader wordt doodgezwegen. Oma weet zich niet veel meer te herinneren, maar allengs komen toch meer verhalen los en vormt zich een beeld.

Dan blijkt dat de man naar Suriname te zijn gegaan en daar in een functie van “blank-officier” tot plantage-eigenaar is opgeklommen. Ik vond het zeer interessant over het plantersleven te lezen en de tekeningen zijn mooie aanvulling.

Aan de hand van de tekeningen van deze Theodore de Bray beschrijft Elena het plantersleven en kan daarbij natuurlijk niet om de slavernij heen. Ze geneert zich daarvoor, voelt zich schuldig aan de dingen die gebeurden.

En -dat proefde ik tenminste- zij voelt zich een beetje gegeneerd dat een dergelijke familieband kan bestaan in haar toch verder zeer vooraanstaande familie. Maar waarom je schuldig voelen…..? De mensen leefden in die tijd met zijn goede en slechte kanten. En deden wat toen gebruikelijk was en getolereerd werd.

Wij maken waarschijnlijk andere fouten, maar alleen degene die ze maakt is daarvoor verantwoordelijk. Een latere generatie mag daarover anders denken, maar goedmaken kan niet meer.