Boek

Sommige boeken trekken je meteen in het verhaal. Bij Het lied van de Mistral ging het een beetje moeizaam. Waar dat aan ligt. Ik weet het niet. Er lopen wel vaker verschillende lijnen door elkaar in een verhaal.

Olivier Mak-Bouchard: Het lied van de Mistral

De ik-figuur woont met zijn vrouw Blanche in een klein vlekje in de Provence. Ze hebben weliswaar goed contact met de buren, maar komen er niet regelmatig over de vloer.

Tijdens een noodweer stort een deel van een muur in op het terrein van de buurman. In de stromende regen komt hij de verteller halen. Waarom? Dat is het begin van een vreemde ontwikkeling.

Buurman denkt dat er een bron is en begint met graven en de schrijver helpt mee. Enigszins tegen wil en dank, maar steeds enthousiaster. Ze ontdekken inderdaad een waterbron. En water is meer dan goud in het droge gebied.

Was die bron er altijd al? Het lijkt er niet op. Maar uit welke tijd is ie dan wel? En moeten ze het melden bij de autoriteiten? Want er worden ook oude voorwerpen gevonden. Hebben die archeologische waarde? En dat water, kun je dat drinken of zou het alleen geschikt zijn voor bewatering van de kersenboomgaard? zoveel vragen zonder duidelijk antwoord.

Het wordt steeds geheimzinniger, vreemder en soms lijken sagen, legenden en koortsdromen door elkaar te lopen. Totdat een natuurramp leidt tot een onoverkomelijk einde.

Ik vond wel een mooi, maar wat bevreemdend boek, met bespiegelingen over de natuur van de streek en diverse facetten van de geschiedenis.

Oud

Alleen de stijl al verraadt dat dit huis niet van recente datum is. Ik ben er al heel vaak langs gekomen. Van dichtbij, maar ook uit de verte als we aan de andere kant van de Rotte wandelen.

Maar afgelopen donderdag viel het één van de Ganzen op dat dit wel een heel erg oud huisje moest zijn. Want kijk, het dateert al van 1327, toen de eerste steen werd gelegd op 30 mei.

Natuurlijk is het huis regelmatig gerestaureerd en misschien wel helemaal nieuw opgebouwd. We verwonderden ons erover. Zou dat nou waar zijn….?

En nu, achter mijn toetsenbord bedenk ik me dat het natuurlijk helemaal niet waar kan zijn. In 1327 werd er nog heel anders Nederlands geschreven. Is het een grap, lazen we het verkeerd of staat er niet 1327 maar 1827 of 1927…? Raadsel dus. Misschien weet het stadsarchief raad. Ik ga eens zoeken.

Maar goed, het blijft een leuk huisje en een foto is het zeker waard.

Boek

In 1926 werkt Althea Anderson in een ziekenhuis in New York. Het verbijstert haar dat doktoren zo lichtzinnig om gaan met te vroeg geboren baby’s. Elk wezentje -hoe zwak en klein ook- heeft toch recht op leven?

We springen naar 1952 en Stella woont met haar man in een klein plaatsje in Amerika. Haar moeder is een aantal maanden geleden overleden en daar heeft ze het heel moeilijk mee. Ze mist haar moeder bij alles wat ze doet en zou zo graag nog eens met haar van gedachten wisselen.

Nu moet dan toch haar moeders appartement worden leeggeruimd. Kan ze dat wel of laat ze dat door vreemden doen? Wat moet ze toch met al die spullen?

En dan nog de moeilijkheden op haar werk. de onwil van de schoolleiding om haar gehandicapte kinderen te voorzien van goed onderwijsmateriaal. Ze stelt een ultimatum en dan moet ze wel ontslag nemen. Het lijkt wel of alles tegenwerkt. Zelfs haar man wil niet praten over wat hem vaak zo beangstigd.

Ook dat ontruimen van haar moeders appartement blijft als een loden last op haar schouders. Maar plotseling besluit ze om toch zelf op te ruimen.

Tussen de vertrouwde spullen ontdekt ze een geheim. Een ver en onbekend familielid? Een facet van haar moeders leven? Ontdekt ze een totaal onbekende kant van haar moeder?

Langzaamaan wordt de rode lijn in het verhaal zichtbaar en blijken impulsief genomen besluiten te leiden tot onverwachte ontknopingen en vergaande verwikkelingen.

Een fijn boek, goed geschreven.

Interessant

Laatst zag ik op Facebook een aankondiging van twee documentaires over het “Verdwenen Land van Hoboken in Rotterdam”.

Lange tijd was “Het land van Hoboken”een braakliggend stuk grond midden in Rotterdam. Waarom dat land zo lang braak lag, was me nooit geheel duidelijk. Ik dacht dat het tijdens de oorlog platgegooid was. Maar zo zit de vork niet aan de steel.

In twee maal een halfuur durende documentaire werd uit de doeken gedaan hoe het precies zat. En natuurlijk ook hoe dat stuk grond er heden ten dage uitziet. Niks braakliggend, maar volop bebouwd met allerlei voor Rotterdam zeer herkenbare gebouwen.

Enfin, ik geef hierbij de link voor wie ook wil weten hoe dat nou toch zat of nieuwsgierig is naar een stukje Rotterdam met een bijzondere geschiedenis. Eerst een korte tekst en daarna staat de link naar de twee documentaires.

Raamluiken

AL rijdend door Twente viel me vaak op dat de luiken voor de ramen van huizen, maar vooral van boerderijen, een speciaal patroon of kleur hadden.

En dan wil ik weten: waarom? En omdat ook op vakantie Google niet ver weg is, ontdekte ik dat je aan die luiken kon zien tot welk landgoed ze behoorden. De pachters van de boerderijen kunnen niet zomaar een kleurtje op hun luiken smeren. Want die luiken vormen een soort van herkenning voor voorbijgangers.

Eigenlijk had ik helemaal geen idee dat er zoveel landgoederen in Twente zijn. Maar tussen Zwolle en Enschede kun je er heel wat bezoeken.

De luiken van de boerderijen die behoren tot het landgoed Twickel zijn allemaal zwart gerand met een wit veld in het midden. Ik maakte er speciaal foto’s van.

Zie je dus zo’n strak in de verf gestoken zwart/wit luik, dan behoort het gebouw tot het landgoed Twickel.

Wanneer we weer in Twente zijn, gaan we beslist eens op zoek naar andere landgoederen en let ik natuurlijk weer op die luiken. Zo is er altijd wel wat te ontdekken.

Boek en verhaal

Enige tijd geleden las ik op mijn e-reader De Bourgondiërs van Bart van Loo.

Ik hou van zulke geschiedenisverhalen. En al is het natuurlijk vooral veel wapengekletter, veldslagen, oorlogen en verraad, er was ook veel moois te lezen. Over grote spelen, enorme banketten, bruiloften, cultuur en de geschiedenis van steden als Gent, Brugge. Al met al heerlijk om te lezen.

Maar vorige week ontdekte ik dat Bart van Loo ook diverse podcasts over De Bourgondiërs heeft gemaakt. Acht delen maar liefst, van ruim 1,5 uur elk.

En hij leest het boek niet voor, maar vertelt. Maakt kleine zijsprongetjes of adviseert eens verder te zoeken. En dat is zeer sappig en onderhoudend. Je ziet de maliënkolders voor je, de poedelnaakt edelen die door de Turken in de pan worden gehakt. Tussendoor klinkt muziek uit die tijd. Voor ons onbekend, maar als tijdsbeeld heel waardevol en vaak heel mooi.

Dus wie zich wil verdiepen in de historie kan voorlopig vooruit. De podcasts zijn te downloaden op Spotify en via klara.be.

Of hou het in gedachten, want op koude winteravonden, op de bank onder een dekentje, is dit een goed alternatief voor TV kijken.

Verandering

Jaren geleden reden wij door een stukje van Rotterdam waar Leo herinneringen had aan bezoeken bij ooms en tantes. De buurt zei mij niks. Toen ik klein was kwam ik nooit “op Zuid”.

De huizen waren oud en werden gesloopt. Maar niet helemaal, want men liet de gevels staan. Tenslotte heeft Rotterdam weinig historie over, dus alles met de grond gelijkmaken was niet logisch. Zo zag het er toen uit:

Een paar weken geleden reden we weer naar deze wijk. De huizen leken onveranderd, maar we wisten dat het slechts schijn was. Want nu straalden ze op mooi opgeknapte gevels, mooi schilderwerk aan de voorkant, maar splinternieuwe woningen erachter.

Zo’n wijk krijgt daardoor weer een heel ander gezicht. Het leek me er fijn wonen. Leuk om dat te zien.

IJlst

Al turend op de kaart van Friesland sprong ineens de naam “IJlst” me in het oog. Daar was iets mee, maar wat ook weer…? Oh ja, schaatsen, houten speelgoed en gereedschap. Eens, tijdens een cursus handvaardigheid, vertelde een leraar dat het gereedschap van Nooitgedagt echt het allerbeste was. En niet alleen dat, ik vond het ook nog eens mooi. Mooie houten handvatten aan de beitels en schaven. Nou ja, echt degelijk gereedschap. Helaas, ook Nooitgedagt is net als vele andere bedrijven ten onder gegaan.

IJlst zelf is ook mooi. Het was koud, een beetje somber, maar het plaatsje had een zekere charme. Ik heb er dan ook bibberend snel wat foto’s gemaakt.

Natuurlijk van een oude schaatsfabriek. Niet van Nooitgedagt, maar van Frisia. Er waren er natuurlijk meer.

En van de Stadsherberg met zijn mooie uithangbord. Nu jammer genoeg totaal verlaten en stil, je weet wel, vanwege C.

Ook nog de mooie deur van de schilder op nr. 7, een reclame voor de schilder en een voorbeeld van degelijk vakmanschap.

Dat kan ik als schildersdochter natuurlijk heel erg waarderen. 😉

Tijd

Het is alweer 1 september. De herfst begint deze maand. In de winkels worden de sint – en kerstetalages alweer in orde gebracht. Er liggen alweer volop zakken pepernoten en kruidnootjes in de schappen….

Voor mijn gevoel is de zomer in één lange ademtocht voorbij gegaan. Was het dit jaar ook nog lente? Ik kan het me bijna niet meer herinneren. Zo’n gekke tijd, die we met elkaar gehad hebben. Met dagelijks akelige berichten, angst, stress, narigheid.

Maar het gaat natuurlijk allemaal ook weer voorbij. In de vorige eeuw was men rond deze tijd net klaar met de Spaanse griep. Die wel heel veel raakvlakken had met de Corona-pandemie.

Alleen, toen hadden we nog geen internet. Dat wat in Amerika gebeurde, hoorden we hier weken later pas. En wie las er toen kranten? Radio was nog zeer experimenteel en voor de “happy few”. Televisie? Dat was een onwaarschijnlijke toekomstdroom.

Eén ding is zeker: na alle kommer en kwel ging het leven weer gewoon zijn gang. De doden werden betreurd, maar er was ook volop vrolijkheid. De “roaring twenties” deden hun intrede. Met nieuwe mode, nieuwe muziek, nieuwe dansen.

Bron: Google foto’s

Dus…, op een dag is deze crisis ook weer voorbij. Likken we onze wonden, maar beginnen we ook weer van voren af aan. Gelukkig maar, want dat is tenminste een positieve gedachte.

Boek

De titel en de omslag van dit boek intrigeerden me al. Kersenbloesems… zo mooi, zo betoverend.

Het boek leest vrij gemakkelijk, al moet je wel door tientallen namen van personen en benamingen van allerlei soorten kersenbomen spitten. Het niet een boek met een “gezellig” verhaal, maar ik vond het wel uiterst boeiend.

Collingwood Ingram, stammend uit een rijke en wat excentrieke Engelse familie, is ornitholoog. Maar nadat hij vrijwel alles van vogels wist, werd zijn interesse gewekt door de Japanse wilde kersenbomen.

Het viel hem tijdens een reis naar Japan op dat er vrijwel maar één soort kersenbomen aangeplant werden. En dat terwijl Japan juist zo’n verscheidenheid aan soorten heeft. Omdat de aangeplante kersenbomen zijn ontstaan door klonen, bloeien alle kersenbomen daar op één en hetzelfde moment. Er is dus maar een vrij korte tijd van enorme bloesempracht en dan is het over en uit. Ook hebben alle bomen dan dezelfde bloemen, dezelfde kleur en dat maakt het ook wel wat saai.

Het boek vertelt over de liefde die Ingram had voor de bomen, het kweken en vermeerderen van diverse soorten. Hij probeerde in Japan meer aandacht voor andere soorten te krijgen, verwees naar de erfenis van de prachtige wilde kersen. Maar de verering van de tere kersenbloesem was veranderd in de loop van de tijd. In het militair steeds sterkere Japan van voor de tweede wereld oorlog werd het een symbool van heldenmoed, sterven voor de keizer.

Door de inzet van Ingram is een aantal oude soorten weer terug naar Japan gebracht, waar zij hun schoonheid een korte tijd van het jaar ten toon spreiden.