Ontmoeting

Bron: Instagram / Peter Hooijmeijer

Dit is een foto van de Hoogstraat in Rotterdam, maar dan niet van nu, maar van vóór de oorlog. En meteen toen ik hem zag, wist ik dat ik verhaal zou gaan schrijven. Ik heb het diverse malen uit de mond van mijn moeder gehoord en werd bevestigd door tante Fien en tante Zus.

Het is dus authentiek, maar hier en daar bijgewerkt door mijn fantasie.

Mijn moeder Sjaan was elf toen haar moeder overleed. Van de droom om verder te leren kon niets meer komen. Ze moest “in een dienstje”. Het betekende hard werken. Trappen boenen, lopers en kleden kloppen, ramen zemen, vegen, wassen, strijken. Alles wat in een huishouden gebeuren moest.

In 1926, ze was toen achttien, werkte ze bij een gierige vrouw. Eén boterham kreeg ze ’s morgens, dun besmeerd met margarine en suiker. Veel te weinig voor al dat zware werk. Ze besloot ze er weg te gaan. Genoeg ander werk voor een stevige meid die van aanpakken wist.

Maar eerst plunderde ze nog de trommel met roomboter koekjes, die in de “mooie kamer” stond. Daarna trok ze de deur achter zich dicht en liep naar de stad. Op de Hoogstraat, daar ging ze kijken wat er te beleven viel.

Maar wie liep daar…? Ja, verdraaid dat was Fientje, haar jongere zus. Fien had gehuild, dat kon je zien. Nog nasnikkend vertelde ze dat zij in haar dienstje toch moest wassen, ondanks de beloftes van mevrouw. “En ik heb daar toch zo’n hekel aan…!”

Sjaantje sloeg haar arm om haar zusje heen. “En ik kreeg weer die ene zuinige boterham, ik rammel van de honger.” Stijf gearmd liepen ze verder de Hoogstraat op. Ze bekeken de etalages met kleding, sigaren, sigaretten. Er was genoeg te zien. Mooie etalages met fijne kleding, manufacturen, boeken. Je vond er Kattenburg & Co, maar ook een reclamebureau.

Op één van de statige singels stapte die morgen ook een boze figuur naar buiten. Ze streek een lok haar achter haar oren, knoopte gehaast haar jas dicht. Wat dacht die mevrouw wel? Dan was het eten te flauw, dan te vet. De pudding was niet goed en de mokkataart te groot. Dan zoekt ze maar een andere kokkin.

Jannetje, Zus zoals ze zich noemde, moest even naar buiten, even stoom afblazen. Zonder er bij na te denken liep ze richting stad. Op de Hoogstraat stond ze stil voor een lampenwinkel. “Nee maar, wie hebben we daar?” klonk het naast haar uit één mond. Zus draaide zich om en was stomverbaasd. “Sjaantje, Fien, wat doen jullie nou hier?”

Wat bleek, ook Zus had de keuken gelaten voor wat het was. Ze was al vijfentwintig en inmiddeld kokkin. Zo’n aldoor mopperende mevrouw werkte op haar zenuwen.

Zeg, wat zullen we doen? Wat denken jullie van koffie en dan zo’n lekker taartje bij Terminus….? En daar gingen de drie zussen, zomaar op een doordeweekse werkdag, op weg naar Café Concert Terminus….

Monumentendag

img_20260913_092219185_hdr392981977569219587

Afgelopen zaterdag stond al in onze agenda gepland. We gingen naar een tentoonstelling. Niet in een museum, maar in het voormalige Badhuis in het Justus van Effencomplex. Dat ligt in de wijk Spangen waar ik ben opgegroeid.

Al eerder waren Leo en ik daar en hoewel ik aan het gebouwencomplex niet erg veel herinneringen heb, weet ik dat mijn vader regelmatig naar dat badhuis ging. Nu was er een tentoonstelling te zien van de vele foto’s die in de loop der tijd in deze wijk gemaakt zijn. Natuurlijk veel privéfoto’s van bewoners, maar ook foto’s die gemaakt werden door het echtpaar Bep en Tinus de Does. Zij hebben inmiddels vele boeken op hun naam staan over allerlei wijken in Rotterdam.

Het eerste boek over Spangen heb ik al een tijdje, maar natuurlijk kocht ik ook dit boek, het tweede in de reeks. Ik kom er later deze week nog op terug.

Het was heel leuk om de foto’s te bekijken. Veel uit de tijd dat mijn ouders er kwamen wonen, in 1929. Veel uit de tijd die ik zelf heb meegemaakt. En natuurlijk beelden van hoe de wijk er nu uitziet.

Want Spangen heeft in de loop der tijd goeie en slechte jaren gekend. Is veranderd van een rustige arbeiderswijk naar een stadsdeel met grote problemen, drugsoverlast en verpaupering. Maar gelukkig ziet de wijk er nu heel vriendelijk uit, al is er ook veel veranderd. Maar er is nog altijd “Het Kasteel”, de stevige basis van voetbalclub Sparta.

Verdwenen zijn de vele kleine winkeltjes, huizen zijn gesloopt en nieuw opgebouwd of gerenoveerd. Waar ik woonde werd al in 1969 verbouwd. We kregen een douche, het keukentje werd vergroot en van twee slaapkamertjes werd één kamer gemaakt.

Mijn ouders verhuisden in de jaren 80 naar Ommoord. Jaren later werd er opnieuw verbouwd. Van twee huizen werd er één gemaakt en van moderne gemakken voorzien. Voordeuren en ramen werden vernieuwd en de nummering veranderde. Ik herken de huizen niet meer.

En eigenlijk heb ik er ook niks meer te zoeken. Maar het was leuk om weer even een blik in het verleden te kunnen werpen en oude dingen te herbeleven.

Op de tentoonstelling lag ook een blanco boek waarin je verhalen en herinneringen over Spangen kon schrijven. En dat deed ik natuurlijk.

Oud worden

Bron: Google foto’s / Algemeen Dagblad

Koning Charles, zelf ook al niet meer een van de jongsten, was vorig jaar al op bezoek bij mevrouw Ethel Caterham. Zij vierde toen haar 116e verjaardag. Afgelopen week werd Ethel zelfs 117 jaar.

Hoe moet het zijn om zo oud te worden? Daar kun je je toch geen voorstelling van maken. Zelf ben ik nu 77 en zou dan in principe nog 40 jaar verder kunnen. Als ik gewoon door blijf ademen en mijn hart door blijft kloppen. Ik ambieer het niet.

Ik heb geen doodswens, maar besef wel dat het leven op een dag ophoudt. Voor sommige mensen komt de dood te vroeg. Maar 117 jaar lijkt me gewoon te lang op deze aarde.

Wat heeft die vrouw allemaal meegemaakt….? Crisis op crisis, wereldoorlogen, ontwikkelingen van paardentram naar hogesnelheidstrein, van luchtballon naar vliegtuig, van kroontjespen naar computerspel, het zinken van de Titanic, eigenlijk veel te veel om op te noemen.

Ze heeft haar man al meer dan 50 jaar overleefd, verloor haar twee dochters. Misschien breekt ze zelfs wel het record van de Française Jeanne Calment, die in 1997 overleed toen ze 122 jaar en 164 dagen oud was.

Boek

img_20260702_125421090_hdr4153820134032285397
Irma Joubert: Kind van de rivier

Ik las “Kind van de rivier”van Irma Joubert.

Dit boek werd aangeraden door Marthy en dat was zeer terecht. Ik heb ervan genoten.

Pérsomi is arm maar ook heel slim. Haar grootste wens is om verder te leren, naar de middelbare school te mogen. Maar dat kost geld, veel geld. En hoe kan haar moeder daar aan komen?

Gelukkig krijgt ze een beurs en kan ze voor advocaat studeren. Ze heeft goede contacten met haar mede studenten, maar haar grote liefde blijft onbereikbaar.

We krijgen ook inzicht in het dagelijks leven in Zuid Afrika, met zijn groeiende apartheid. Het vraagt van Pérsomi veel tact om te laveren tussen haar rechtvaardigheidsgevoel, politiek en persoonlijke relaties.

Een boeiend verhaal, deel van een trilogie. Dus nog meer leesvoer in het vooruitzicht.

Imposant

Wie in Rome was, heeft vast en zeker een bezoek gebracht aan het Panthéon en met bewondering gekeken in dat imposante gebouw.

Bron: Facebook / Heritance Italy

Een gebouw zonder ramen ,maar met een gat in het dak. Dat heeft een reden, want zonder dat gat zou het Panthéon al lang zijn ingestort. Het gat in het midden ontlast de spanning in de constructie.

De Oculus (het gat) houdt in feite het hele dak bij elkaar, dat bestaat uit verschillende soorten cement. Aan de buitenzijde werd het cement gebruikt met travertin, in het midden is het cement lichter en naar het midden gebruikten de Romeinen puimsteen gebruikt, dat zo licht is dat het op water drijven kan.

Maar door dat gat stroomt ook regen naar binnen. Toch loopt de vloer niet over, omdat deze naar het midden afhelt en het water door 22 kleine en ietwat verborgen gaten in het marmer verdwijnt in een Romeinse afvoerput. En dat systeem werkt dus nog altijd.

Dat gat had ook nog een andere reden. Het Panthéon was een tempel voor alle goden. En de Oculus liet de hemel binnen. Op 21 april (de geboortedag van Rome) bereikt de zon op 12 uur precies het toegangshek. Het is dus niet zomaar een gebouw, het is ook een astronomische klok.

En dat enorme gebouw heeft alle oorlogen, overstromingen, barbaren en pausen al meer dan 19 eeuwen overleefd.

(dit is mijn eigen vrije vertaling van de tekst van “Heritance Italy” die bij het Facebook bericht stond)

Noodweer

Het sneeuwt in Nederland en alle alarmen ratelen, knipperen. Al het nieuws draait rondom de verschrikkelijke sneeuw, de gladde straten.

Het OV ligt op z’n kont, want de treinen kunnen niet rijden, de bussen glijden van de weg en de auto’s ook. We moeten dus maar thuiswerken, raadt Rijkswaterstaat. En dat terwijl we nu beschikken over allerlei handige en verwarmende snufjes. Een moderne auto piept bij elke abnormaliteit, geeft een seintje als je te ver naar links of rechts gaat, heeft zelfs een technisch trukje voor als het glad is en je weg wil rijden. Maar dat werkt wel op modder, maar niet op sneeuw!! Op Schiphol loopt alles in het honderd, want er is een tekort aan anti-ijsmiddel.

Bron: Google fotos / Historiek

En ik vraag me af, hoe deden we dat vroeger? In de barre winter van 1963 zat ik op de MULO. De tram reed, de school was open, er waren voldoende kolen voor de grote kachel in het handwerklokaal. Elke dag was er eten, kookte mijn moeder.

Mijn vader, huisschilder, was “uitgevroren”. Maar hij bleef niet thuis, hij ging de bakker of de melkboer helpen, die met moeite het holletje aan het einde van de straat op konden met hun handkar. Want brood en melk moest er wel bezorgd worden.

In mijn slaapkamer stonden de ijsbloemen op de ruiten. Op mijn bed lagen wollen dekens en ging een rubberen kruik mee. Een vriestemperatuur van -10 was niet ongebruikelijk. Je trok een extra trui aan, deed een sjaal om. Maar we hadden natuurlijk geen thermo-ondergoed of gewatteerde kleding, zoals dat nu te koop is.

Nee, als ik nu naar Nederland kijk, zie ik een beetje zielig volkje. Vastgeroest in regels en procedures, niet meer in staat om zelf oplossingen te bedenken. Een volk van Jan Salie, zou Potgieter zeggen.

Boek

Wim Daniëls – Het dorp

“Het dorp” van Wim Daniëls. Een boek over hoe het was, vroeger in de dorpen, hoe het steeds vaker anders wordt. De nieuwe tijd, net wat u zegt.

Kleine dorpen, waar het leven rustiger is dan in de stad. Waar mensen elkaar kennen, groeten, helpen. Waar nog met paard en wagen werd gereden en dan, langzamerhand de auto en landbouwmachines hun intrede doen.

En de ruilverkaveling zorgt voor nog een grotere verandering. TV en telefoon geven het laatste zetje.

De welvaart wordt groter, het sappelen om het bestaan verdwijnt. Maar ook de gemeenschapszin wordt anders, minder hecht.

De onontkoombare veranderingen brengen het dorpsleven in een andere stemming. Wim Daniëls schrijft er uitgebreid over, met liefde en kennis. Maar soms ook wat al te uitvoerig. Dat maakt dat ik stukken in het boek soms oversloeg.

Banket van de Fazant

We kennen de verhalen over schranspartijen, enorme diners en tig gerechten in een banket. Soms zien we er beelden van. Maar stel je zoiets voor in 1454, dus bijna 600 jaar geleden. Wat zou men daar geserveerd hebben? Daar kun je je nu weinig bij voorstellen. Toch was het door Filips de Goede aangerichte Banket van de Fazant van een ongekende grootte. En het duurde meer dan 18 dagen.

Het begon in Rijssel (Lille) op zondag 17 februari 1454 met een koninklijke verloving, werd gevolgd door nog meer dagenlange feestelijkheden en eindigde met een enorm theater van ongekende heerlijkheden. Met orkest in een schelp van deeg, met een levende olifant waarop een vrouw reed. Er was muziek, er werden allegorieën opgevoerd, kortom er waren kosten nog moeite gespaard voor een spektakel van ongekende afmetingen.

En uiteindelijk kwam dan die goudfazant ten tonele. Filips de Goede verzocht aan alle aanwezige edelen een eed op dat dier te doen en vooral veel geld te doneren. Want hij wilde de Turken gaan verslaan met een nieuwe kruistocht, waarbij de Turken eens en voor altijd verslagen zouden worden.

Op de tentoonstelling in het Limburgs Museum was de glitter en glans van dit spektakel mooi verbeeld met een paviljoen van “gouden” reuze pailletten, stonden er overvloedige gerechten en waren de wanden versierd met wandtapijten.

Met enige fantasie krijg je een beeld van de enormiteiten, zeker als je het in die tijd verplaatst.

Er was een film met telkens die fazant, met een ketting vol edelstenen. Daartussendoor kon je eden lezen, die de edelen hadden uitgesproken. En al moest dan het Christendom verdedigd worden, veel van die eden schonden het gebod van “gij zult niet doden”. De kruistocht kwam er overigens nooit.

Podcast

Al weer een tijd geleden las ik het boek van Bart van Loo: de Bourgondiers. Een dikke pil met honderden voetnoten. Het verhaal hoe de Nederlanden, België en Luxemburg hun oorsprong vinden bij Filips de Stoute. Je kunt je voorstellen dat het boek vooral vol staat met veldslagen. De diverse koningen, prinsen en graven trokken nogal eens ten strijde.

Bron: Google foto’s / VRT MAX

Maar Bart van Loo maakte over die Bourgondiërs ook een podcastserie. En nu is er dan Stoute schoenen, opnieuw een podcastserie waarin hij elke keer een tijdreis maakt en een plek bezoekt en beschrijft, waar een wetenswaardigheid uit het boek te bekijken is. Soms is dat een slagveld, maar ook kastelen, bruggen, kerken worden bezocht.

En Bart van Loo is een begenadigd verteller. Hij brengt de geschiedenis zo levendig ten tonele, maakt af en toe een uitstapje naar een andere tijd, een andere beroemdheid. Middeleeuwse muziek en geluidseffecten maken het tot een heel levendig geheel.

Elke uitzending duurt ongeveer een half uur. Ik beluisterde inmiddels al een hele rij, meestal voor ik ga slapen, met oortjes in. Net genoeg om zachtjes richting dromenland te gaan.

Tijdreis

Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam

Van vriendin Lies kreeg ik een boek te leen: Een culinaire tijdreis – 1000 jaar koken in Rotterdam.

Bij het bouwen van de Markthal werden nogal wat archeologische spullen opgegraven. Dat werd natuurlijk keurig gerubriceerd en bewaard. Want aan de hand van al die vondsten werden we weer wat wijzer hoe de mensen leefden in vroeger tijden.

Toen de Markthal 10 jaar bestond werd dit boek uitgegeven, verlicht met allerlei foto’s en recepten.

Veel van wat destijds werd gegeten, wordt nu ook nog klaargemaakt. En al gebruiken we andere materialen, koken we niet meer op een houtvuur, pannenkoeken en hachee staan ook nu nog op tafel.

Leuk om te lezen en je voor te stellen hoe dat toen gegaan moet zijn, hoe het geroken heeft. En je te realiseren dat wij, moderne huisvrouwen, heel wat minder zwaar werk hoeven doen.