Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Reiger

Afgelopen week wandelden we na het avondeten nog een klein stukje. Toen we het bruggetje wilden oversteken, zagen we deze reiger.

Zo stilletjes mogelijk benaderde ik hem, mijn telefoon al helemaal klikklaar. Maar dat had ik niet hoeven doen. Hij was totaal gefocust op wat hij in het water meende te ontwaren. Had helemaal geen oog -en geen angst- voor de wandelende mensen.

Blijkbaar was het een goed voorzien stukje sloot, want diverse malen verdween zijn snavel in het water en liet hij iets naar binnen glibberen.

Was hij misschien nog aan het hoofdgerecht bezig, terwijl wij ons al verheugden op een toetje….? 😉

Niet al te ver

Vorige week wilden Leo en ik een stukje wandelen. Vlakbij huis is dat niet zo moeilijk, maar ja… verandering van spijs doet eten.

Dus nadat onze hulp er was, pakten we de auto en reden we naar Lekkerkerk, naar het Loetbos. Vaak langs gereden, maar nooit echt geweest. En dat is heel onterecht, want het is een mooi gebied. Met veel slootjes, vogels en mooie wandelpaden.

Nog steeds loop ik niet zo goed, dus was ik blij dat er her en der bankjes staan en we even uit konden rusten. Het was trouwens bloedheet, dus ook dat maakte dat we geen lange kilometers weg liepen. Maar kijken wat er om je heen groeit, fladderende vlinders bewonderen en luisteren naar de vogels en de zoemende insecten, maakte dat we een heerlijke ochtend hadden.

En omdat we toch in de buurt waren, gingen we even op bezoek bij een oude vriend van Leo. Hij was verrast en liet de schildersklus waar hij mee bezig was, de schildersklus. En maakte koffie en broodjes die we in de tuin samen met zijn kleinzoon opaten. En zo hadden we een heerlijke lome dag.

In het oog springend…

Meestal als we er naar toe gaan, kijken we niet zo naar het gebouw zelf. We zoeken de ingang, willen snel geholpen worden en dan ook snel weer weg. Je komt tenslotte niet voor je plezier in het Oogziekenhuis in Rotterdam.

Afgelopen dinsdag moest Leo er zijn voor controle. En hij ging alleen, want in verband met Corona werd dat aangeraden. Ik was wel mee, maar wachtte met een drankje en een boek op een terras in de schaduw.

Leo was al snel klaar en gelukkig was alles goed. Pas weer over een jaar terugkomen. Pak van zijn en mijn hart.

Toen Leo appte dat hij bijna klaar was, liep ik alvast de goede richting uit. En toen viel me op hoe fraai dat gebouw is. Mooi metselwerk, statige bogen en strakke uitstraling.

Gek toch, dat je ineens met heel andere ogen naar zo’n gebouw kan kijken.

Belofte

Vandaag start de zomer, op de langste dag van het jaar. En dan gaan de dagen al weer langzaam korten. Dat merk je nog niet zo snel,. maar binnenkort zie het toch steeds vroeger donker worden. Nou ja, het is niet anders. Altijd zomer… nee, dat is het toch ook niet.

Straks komt de herfst. Met vaak prachtige dagen, vol zon en lome warmte. En dat brengt weer andere genuegten met zich mee. Nu bloeit de braam nog uitbundig, maar ook de eerste bramen zijn er al. Nog felgroen, zuur en oneetbaar. Maar met een beetje hulp van de zon kleuren ze diep paars en kunnen we straks weer volop bramen zoeken.

Dat is weer een pleziertje om naar uit te kijken. Voor een ander uitje in eigen land.

Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉