Waarover praten zij?

Moest je vroeger naar Katendrecht, dan maakte je een hele omweg. De wijk, bekend om zijn prostitutie en de Chinezen die er woonden, lag nogal afgelegen. Maar ja, wat had een mens daar te zoeken? Het leek het domein van smachtende zeelieden en Chinezen, die er een gesloten gemeenschap vormden.

In de loop der tijd is dat veranderd. Katendrecht kreeg een brug, die in Rotterdam zelden bij zijn officiële naam “Rijnhavenbrug” genoemd wordt, maar meestal “Hoerenloper” heet 😉

Nu is Katendrecht een yuppenwijk geworden, met talloze nieuwbouwflats. En op een zomerse avond is van daaraf een loopje naar de Wilhelminakade snel gemaakt. Niet alleen voor de hippe nieuwe bewoners, maar ook voor de Chinese bewoners. Die zich heerlijk in het zonnetje koesterden, onderwijl druk pratend.

Maar waar over praatten zij? Dat kan ik je niet vertellen. Ik wilde eerst van dichterbij fotograferen en vragen om toestemming. Maar dat lukte niet. Want de oudere Chinezen hebben vaak zo hard gewerkt, dat het leren van de Nederlandse taal erbij is ingeschoten. Dan maar wat verder af, dat maakt me eigenlijk niks uit, ik vond het een mooi plaatje.

Metamorfose

Rotterdam is een stad van werken en van bouwen, een stad met altijd opgestroopte mouwen.

Dat wat er vorig jaar was, kan nu totaal veranderd zijn.

De Rijnhaven lag vroeger vol met binnenvaartschepen. Als je er met de metro boven reed, kon je ze zien.

Na een aantal jaren was de Rijnhaven leeg. Geen aak te zien, een wat verlaten en depressief stukje stad. Wel lag er een paviljoen, bestaande uit wat futuristisch uitziende bollen.

Er dreven wat bomen in grote tonnen. Die zijn allemaal al weer verdwenen.

In de C-crisis hadden we in die buurt niks te zoeken. Maar na ruim anderhalf jaar was er wel wat veranderd. Er lag inmiddels een drijvend kantoor, er waren vakantiehuisjes, die op het water dreven.

Vorige week kwamen we er weer en kijk, er lag ineens een soort van pleintje voor het drijvend kantoor. Een openbaar stukje groen, want bereikbaar met loopplanken.

En er werd gewerkt. Die Rijnhaven wordt een “hotspot”in de stad. Met een strand, een park en natuurlijk een aantal hoge flats aan de rand.

Ons eigen Ibiza of Saint Tropez aan de Nieuwe Maas. Het duurt nog even, eind 2028 moet het klaar zijn.

Ik ben benieuwd….!

Ontdekking

Toen ik donderdagmorgen de regen tegen het raam hoorde tikken, wilde ik me eerst nog even omdraaien. Geen wandelweer…. Maar het weerbericht gaf aan dat het later droog en zonnig zou worden. Dus ja, wat doe je dan?

Om precies half elf stond ik bij het afspraakpunt van de Ganzenpas en starten we onze wandeling. Dit keer eens niet de gebruikelijk richting, maar net de andere kant op. Ook Ganzen willen wel eens wat anders.

En ja, het zou er echt ook mooi en vooral groen zijn…!

En dan blijkt dat ik, zelfs na 50 jaar, de wijk nog steeds niet helemaal ken. We kwamen in prachtig groene gedeelten, ontdekten nieuwe parkjes en slenterden door allerlei straten. Ondertussen bekeken we de voortuinen. Sommige netjes en kleurrijk, andere een troosteloze tegeltuin.

Verderop kwamen we in een gebied dat je beslist wel een “bos” kunt noemen. Geen geschoren gazons, maar overal wilde bloemen, bomen en struiken. Op een bepaald moment kwamen we op een pad, dat langs de rijksweg loopt. Het verkeer konden we niet zien door het scherm, maar horen wel. Al hinderde het ons niet.

Grote berenklauwen stonden er. Normaal gesproken zijn die niet geliefd, maar daar kunnen ze geen kwaad in het niemandsland tussen sloot en autoweg.

Het werd zomaar een ontdekkingstochtje. En het beviel zo goed dat we vast nog wel eens deze kant op zullen gaan.

Vakantieherinnering

Best leuk om eens door onze oude foto’s te bladeren. Omdat ik altijd een mapje maak met het jaar erbij, weet ik dat ik deze foto maakte in 2006 op de markt in Appingedam.

En hoewel het al lang geleden is, herinner ik me dat het erg koud was. Zonnig dat dan weer wel.

We gingen met de trein, vast een vrij-reizendag. Wat we er gingen doen? Geen idee meer. Zo maar slenteren en eens kijken hoe het daar in het hoge noorden is. Later die middag zijn we vast naar Groningen-stad gegaan.

Vreemd dat die kou me wel is bijgebleven, maar de rest van die dag totaal is weggezakt.

Niet begrepen

Midden in het bos, op een grote stapel gekapt hout ligt een groen plastic zakje. Het is een zakje met hondenpoep. Ik herken het meteen, ook al heb ik geen hond.

Dat wat je hond achterlaat, neem je op met zo’n zakje. En dat werp je dan later in een vuilnisbak. Zo wordt het bos niet bevuild, maar blijft er ook geen plastic achter in de natuur.

Het baasje van de hond was ongetwijfeld van goede wil, maar helemaal begrepen heeft hij de maatregel natuurlijk niet. Nu heeft zijn handeling geen enkel nut gehad.

Of heeft hij misschien gedacht dat het toch niet zo veel uit zou maken. In het bos leven immers allerlei dieren, die ook zo nu en dan hun behoeften moeten doen. Dus zou zo’n hondendrol nog veel uitmaken?

Ik denk het eigenlijk niet. In een groot bos maken al die drollen niet zo veel uit, al komen er wel heel veel honden. Maar in de stad heeft het veel meer zin. Je wilt tenslotte niet dat je kinderen tussen de hondenhoopjes moeten spelen.

Even wachten

Ik was blij om op diverse plaatsen in het gras borden te zien, waarop stond “Niet maaien”. Want zo krijgen de bloemen de kans om op te komen, te bloeien en zaad te zetten. Dat geeft niet alleen een vrolijk gezicht bij de mensen, ook de insecten varen er wel bij.

Gelukkig zien steeds meer gemeentes in dat een strak gazon niet zaligmakend is. en het bespaart natuurlijk ook een tijdje een machine met maaier uit 😉

Hopelijk helpt het ook de insecten, want daar zijn er steeds minder van. Wie vroeger een ritje maakte, moest na afloop zijn ruit of bumper schoonvegen. Dat hoeft al een tijdje niet meer. Makkelijk aan de ene kant, verdrietig aan de andere…

Nu is het weer wel toegestaan om te maaien en hier in de buurt ruik je dat ook. Zo’n heerlijke geur van pas gemaaid gras.

Gevangenis

Al eerder waren we in Veenhuizen, waar in vroeger tijd landlopers en paupers woonden en te werk werden gesteld. Maar dat was in de C-tijd en konden we het museum niet in.

Nu dat weer wel kon, hebben we niet geaarzeld om een bezoek te plannen. Veenhuizen is sowieso een mooie plek om naar toe te gaan. Het ademt een heel speciale sfeer en je kunt er heerlijk wandelen.

LocatierEsserheem

Maar dit keer kwamen we speciaal voor het “Tweede Gesticht” waar het gevangenismuseum is gehuisvest.

Interieur Esserheem

Al bij binnenkomst kreeg ik meteen al een soort van claustrofobisch gevoel. De sluis gaat dicht achter je en voor je gaat hij nog niet open. Eerst een film over hoe in vroeger tijd misdaad beoordeeld, veroordeeld en gestraft werd. Toen was stelen een veel ernstiger vergrijp en kon je diefstal met de dood bekopen.

Dat diefstal het enige alternatief was, omdat geen werk, geen geld, geen sociaal opvangnet ook geen enkele mogelijkheid bood om aan eten te komen, dat ontging de rechterlijke macht. Gelukkig was niet elke rechter even hardvochtig, maar dat ze strenger waren dan we nu zien, dat staat buiten kijf.

Erg weekhartig moest je als slachtoffer ook niet zijn. We keken in slaapkooien, waar het woord comfort niet op van toepassing was. We zagen ketenen en lazen over regels die toen golden. Het was een hard, heel hard leven daar in Veenhuizen.

We kregen ook een “rode pannen”rondleiding in locatie Esserheem, die voor heel zware criminelen gebruikt werd. De rondleidster vertelde hoe het aan toe gaat bij aankomst van gedetineerden.

We mochten de isolatiecel bekijken en ik vroeg me af hoe het zou zijn om daar in totale afzondering te moeten zitten. Mij benauwde het al met een groep en de deur nog open.

In ieder geval was ik blij weer naar buiten te kunnen en te genieten van een wandeling in alle rust en vrijheid.

Gezelschap

In het Fochteloeerveen wilden we graag naar de vogelkijkhut. Ik was benieuwd welke vogels we er te zien zouden krijgen.

Dat viel tegen, want een paar ganzen en een enkele eend zwommen te ver weg om goed te beoordelen. Maar het uitzicht en de wolken waren adembenemend, dus waren we toch zeer tevreden.

Er waren overigens wel vogels, maar die zaten binnen. Ik hoorde piepen en keek op. Daar zaten twee zwaluwen, doodstil. Zo stil dat we eerst dachten dat ze er ter versiering waren aangebracht. Maar nee, toen ik bewoog hipten ze een beetje angstig heen en weer.

Er vlogen nog meer zwaluwen naar binnen en toen onze ogen aan de donkerte binnen gewend waren, zagen we ook nesten.

Blijkbaar zijn ze aan de bezoekers gewend en wij vonden het wel prettig gezelschap.

Minibieb

Minibiebs zie je steeds meer. Soms een klein kastje, soms een mooie kast met een flinke voorraad.

In Anloo liepen we langs de kerk en stonden ineens voor een minibieb. Niet zomaar een, maar voornamelijk gevuld met tuinboeken en tuinbladen.

Ervoor stond een tafel met potjes, waarop wat zaaigoed en stekjes. Zomaar, om mee te nemen. Het was dat we nog een paar dagen weg zouden blijven, maar anders had ik ze zeker meegenomen voor thuis.

En dat was nog niet alles. Er stond ook een aantal doosjes met zakjes zaad. Keurig gerubriceerd en op alfabet. Er waren wat groentenzaden, maar ook bloemenzaad natuurlijk. Zo leuk.

Daar wilde ik wel iets van meenemen. Natuurlijk heb ik me ingehouden en slechts 1 zakje meegenomen.

Straks eens kijken of de Oost Indische kers wortel wil schieten in Rotterdam.

Liefdespaar

Kijk ze nou es zitten, heerlijk in de zon. Het is niet zo’n groot dak, daar op mijn voederhuisje. Maar dat is juist fijn, zo kunnen ze lekker dicht tegen elkaar schukkeren.

Zo nu en dan knuffelen ze elkaar. Als ik de deur open doe, kijken ze meteen op. Ze vliegen niet meteen weg, zijn aan ons gewend. En wie weet, misschien schud ik het broodmandje wel leeg….

De buurkat houdt het stel ook in de gaten. Maar die is alert op alle vogels. Niet dat ie er veel vangt. Dat komt omdat hij een beetje mollig en dus ook wat slomer is. Nou ja, geen nood. Dan sluipt ie naar de vijver en drinkt een beetje. En dan zoekt ie weer een ander lekker tuintje.

De tortels trekken zich niks aan van de kat. Ze weten allang dat die geen gevaar vormt. Nog even knuffelen, roeroekoe (dat is ik vind je lief op z’n tortels) en dan vliegen ze weg. Op zoek naar een ander romantisch stekkie.

En ik ga verder met wat ik bezig was te doen. Straks is er vast wel wat meer te zien in onze tuin.