Net als in voorgaande jaren begin ik de week met muziek. Met gezellige, vrolijke of sentimentele liedjes in het Nederlands of in andere talen. Misschien herken je er een of zijn ze helemaal nieuw en fris. Het uitzoeken brengt mij veel plezier en ik hoop dat jij ze ook met genoegen beluisteren zal.
Een stratemaker sprak: ‘Mijn zoon! Die wolken daar zijn wonderschoon en fraai verlicht, maar kijk nou ook eens naar omlaag, dan zie je wat je pa vandaag weer heeft verricht.
Mijn rijweg en trottoir zijn klaar en kijk, dat leuke meisje daar, zij gaat op stap. Hoor hoe ze met haar hakjes klikt… Wat zorgt ervoor dat ze niet zwikt? Mijn vakmanschap!
Chirurg, minister, kapelaan met flinke pas op weg gegaan naar hun hoger doel, die heren hoeven dank zij mij niet naar hun werk door woestenij of modderpoel.’
Vanmorgen goot het bakken uit de hemelde wind gierde en het leek nog het meest op winter.
Maar we laten ons niet foppen. Zeker weten:
het wordt lente!
Geachte cliënten, ’t wordt lente, wat zullen we nou eens voor prettigs gaan doen. Geachte cliënten, ’t wordt lente, de merel zingt aria’s in het plantsoen. Hij heeft zijn tarief niet gewijzigd dit jaar, dus wij doen het ook niet, we laten het maar. Wat kan het ons schelen, die centen. Hoogachtend, komma, ’t wordt lente!
Geachte cliënten, ’t wordt lente! We hebben al drie madeliefjes gezien Geachte cliënten, ’t wordt lente, En morgen dan bloeien de tulpen misschien. We gaan dus gezellig op stap met de fiets En al onze goederen krijgt u voor niets Wat kan het ons schelen, die centen! Hoogachtend, komma, ’t wordt lente!
Annie M.G. Schmidt (FB-Het mooiste gedicht) (Uit: Liedjes voor de familie Doorsnee 1952-1958. Opgenomen in: Tot hier toe: gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie 1938-1985. Querido – Beeld: Alex Katz, Blue Umbrella 2, 1972)
Van 11 t/m 22 maart 2026 is het weer Boekenweek in Nederland en Vlaanderen, het thema is ‘Mijn generatie’. Ik vond dit gedicht op Facebook, met de bijbehorende illustratie. Ik vond het een mooie combinatie.
In hun schaduw
Het is het lot van generaties dat zij altijd worden gescheiden, verschillende werelden binnendringen op dezelfde, deze ene, aarde.
De toekomst laat geen ouden van dagen het verre verleden geen minderjarigen en de rest geen doden toe. Ze leven in elkaars schaduw.
Na het opstaan van de dag liggen ze te slapen in kamers dwars door onze muren terwijl wij door ze heen zitten te praten.
En als er een hemel mocht blijken te zijn daarginds in die lichtblauwe verte vlak achter die blinkende horizonlijn, verwacht ik toch eerst graag offerte.
Ik ben op de aarde toen ook, indertijd zo argeloos aan komen drijven… nou, ’t is om te dragen, maar niet – tot mijn spijt – om over naar huis te schrijven.
Daarom wou ik eerst wat gegevens zien, en ook graag een lijst met de namen, want kijk, anders wordt het zo pijnlijk misschien: stel dat de Van Klaverens kwamen.
dan moet ik weer opstaan en ostentatief de zaal uitgaan met mijn bazuintje, dat geeft allemaal weer zo’n ongerief en waar moet ik heen? Naar het tuintje?
Met vleugeltjes ben je wel gauw een eind weg, dat is zo, je kunt uit de voeten… maar toch, ik ben bang dat ik Dingen Zeg wanneer ik ze weer zou ontmoeten.
Dus iets als een passagierslijst misschien… prospectus, of iets in die richting, dan kan ik dat op mijn gemak eens bezien vrijblijvend en zonder verplichting.
Annie M.G. Schmidt (Uit: Tot hier toe: gedichten en liedjes voor toneel, radio en televisie 1938-1985, Querido)
Dit gedicht moest leren op school. Er bleef niet veel van hangen. Behalve de eerste zin van het tweede couplet. Toen hoorde ik het op de radio, voorgelezen door Jacques Klöters en stond de complete tekst op Facebook. Nu hoef ik het nooit meer te vergeten.
Bron: Google fotos / Omrop Fryslan
AFSLUITDIJK De bus rijdt als een kamer door de nacht de weg is recht, de dijk is eindeloos links ligt de zee, getemd maar rusteloos, wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken van twee matrozen, die bedwongen gapen en later, na een kort en lenig rekken, onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, int glas ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken de geest van deze bus het gras snijdt dwars door de matrozen heen. Daar zie ik ook mezelf. Alleen mijn hoofd deint boven het watervlak beweegt de mond als sprak het, een verbaasde zeemeermin Er is geen einde en geen begin aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden, alleen dit wonderlijke gespleten lange heden.
M.Vasalis (ps. M.Droogleever Fortuyn – Leenmans 1909-1998) uit: Parken en woestijnen. Amsterdam: Van Oorschot, 1940
In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje Als je vraagt: Waar woont je pa? dan wijst hij met zijn handje met zijn vingertje en zijn duim. Op zijn hoed draagt hij een pluim Aan zijn arm een mandje. Dag, mijn lieve Jantje.
Ja, dit is hem: Jantje. In 1978 vereeuwigd door Ivo Coljé. Het beeldje staat op de Lange Vijverberg, tegenover het Binnenhof. Daar zou de vader van Jantje, Graaf van Holland, hebben gewoond.
Nu wordt het Binnenhof gerestaureerd. Kosten, tijd en moeite blijkbaar in overvloed…..
Begin dit jaar schreef ik dat ik elke maand een blog zou uitzoeken om te herhalen. Dat plan heb ik een aantal keren uitgevoerd. Maar ik ben niet zo van de vastomlijnde plannen, ik dwaal nogal eens af of neem een ander paadje.
Dit gedicht heb ik al eens geplaatst, maar van mij mag het gewoon weer in de herhaling. Want zomaar gelukkig zijn, dat is toch heerlijk.
Bron: Google foto’s
De Dapperstraat Natuur is voor tevredenen of legen. En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, De’in kaden vastgeklonken waterkant, De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Het leven houdt zijn wonderen verborgen Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat. Dit heb bij mijzelven overdacht, Verregend, op een miezerigen morgen, Domweg gelukkig, in de Dapperstraat
Wie zegt de naam Rob Touber nog iets? Vagelijk bekend misschien? Ja, inderdaad in de jaren 70 was Rob Touber een bekend figuur in de Nederlandse Showbiss. Hij was zanger, maar bekender als televisieregisseur en platenproducer.
Hij had een fijne neus voor talent en wist onder anderen Jenny Arean, Willem Nijholt, Gerard Cox, Lennart Nijgh te strikken. Hij maakte diverse televisieshows. Maar omdat de Hilversumse bazen zuinig waren, werden de banden van die shows gewist en opnieuw gebruikt.
Platen bleken een langer leven beschoren. Frank Jochemsen en Jim Immig zagen de naam Rob Touber op veel grammofoonplaten uit die tijd staan en vroegen zich af “wie was die man” en “zou er nog meer van terug te vinden zijn?”
Ze zochten verder en vonden in archieven de originele teksten, waar en wanneer een show werd uitgezonden en wie er aan meededen. En ze gingen op bezoek bij enkele artiesten en haalden met hen herinneringen op aan die tijd. Dat resulteerde in een podcast-serie van meer van 20 afleveringen, die ik inmiddels allemaal heb afgeluisterd. Veel opnames werden gedigitaliseerd, zodat ze voldoen aan de eisen van de oren van nu.
Sommige liedjes werden later nog wel eens uitgebracht of vertolkt. Een schat aan onbekende, maar vaak prachtige teksten zijn aan de vergetelheid onttrokken. Wie van cabaret en Nederlandse teksten houdt zal ook van deze podcast zeker genieten. En wie weet, misschien komt er nog een CD-set met een aantal “vergeten” opnames uit.
Deze tekst van Geert de Kockere las ik een tijdje geleden. Ik vond het mooi aansluiten bij mijn blogmotto, dat ik weer van Picasso leende: It takes a lifetime to become a child.