In Den Haag daar woont een graaf en zijn zoon heet Jantje Als je vraagt: Waar woont je pa? dan wijst hij met zijn handje met zijn vingertje en zijn duim. Op zijn hoed draagt hij een pluim Aan zijn arm een mandje. Dag, mijn lieve Jantje.
Ja, dit is hem: Jantje. In 1978 vereeuwigd door Ivo Coljé. Het beeldje staat op de Lange Vijverberg, tegenover het Binnenhof. Daar zou de vader van Jantje, Graaf van Holland, hebben gewoond.
Nu wordt het Binnenhof gerestaureerd. Kosten, tijd en moeite blijkbaar in overvloed…..
Begin dit jaar schreef ik dat ik elke maand een blog zou uitzoeken om te herhalen. Dat plan heb ik een aantal keren uitgevoerd. Maar ik ben niet zo van de vastomlijnde plannen, ik dwaal nogal eens af of neem een ander paadje.
Dit gedicht heb ik al eens geplaatst, maar van mij mag het gewoon weer in de herhaling. Want zomaar gelukkig zijn, dat is toch heerlijk.
Bron: Google foto’s
De Dapperstraat Natuur is voor tevredenen of legen. En dan: wat is natuur nog in dit land? Een stukje bos, ter grootte van een krant, Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen, De’in kaden vastgeklonken waterkant, De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht. Het leven houdt zijn wonderen verborgen Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat. Dit heb bij mijzelven overdacht, Verregend, op een miezerigen morgen, Domweg gelukkig, in de Dapperstraat
Wie zegt de naam Rob Touber nog iets? Vagelijk bekend misschien? Ja, inderdaad in de jaren 70 was Rob Touber een bekend figuur in de Nederlandse Showbiss. Hij was zanger, maar bekender als televisieregisseur en platenproducer.
Hij had een fijne neus voor talent en wist onder anderen Jenny Arean, Willem Nijholt, Gerard Cox, Lennart Nijgh te strikken. Hij maakte diverse televisieshows. Maar omdat de Hilversumse bazen zuinig waren, werden de banden van die shows gewist en opnieuw gebruikt.
Platen bleken een langer leven beschoren. Frank Jochemsen en Jim Immig zagen de naam Rob Touber op veel grammofoonplaten uit die tijd staan en vroegen zich af “wie was die man” en “zou er nog meer van terug te vinden zijn?”
Ze zochten verder en vonden in archieven de originele teksten, waar en wanneer een show werd uitgezonden en wie er aan meededen. En ze gingen op bezoek bij enkele artiesten en haalden met hen herinneringen op aan die tijd. Dat resulteerde in een podcast-serie van meer van 20 afleveringen, die ik inmiddels allemaal heb afgeluisterd. Veel opnames werden gedigitaliseerd, zodat ze voldoen aan de eisen van de oren van nu.
Sommige liedjes werden later nog wel eens uitgebracht of vertolkt. Een schat aan onbekende, maar vaak prachtige teksten zijn aan de vergetelheid onttrokken. Wie van cabaret en Nederlandse teksten houdt zal ook van deze podcast zeker genieten. En wie weet, misschien komt er nog een CD-set met een aantal “vergeten” opnames uit.
Deze tekst van Geert de Kockere las ik een tijdje geleden. Ik vond het mooi aansluiten bij mijn blogmotto, dat ik weer van Picasso leende: It takes a lifetime to become a child.
Dit gedicht maakte stadsdichter Daniël Dee en ik ontdekte het op de muur van het pand Hoogstraat / Mariniersweg. En ja, zeg nou zelf. Dat kan toch alleen maar over Rotterdam gaan.
Ademruimte
een kale vlakte maken is niet moeilijk
met bommen of sloopkogels kom je een eind
en met de juiste materialen – staal steen en cement – heb je binnen de kortste keren weer een stad
maar om ware levenlust te scheppen heb je Rotterdammers nodig
Vorige week gingen we naar een optreden van Ernst de Corte, de zoon van Jules. In een zeer onderhoudend programma kwamen veel van de liedjes van Jules de Corte aan bod. Maar hij schreef er ruim 3000, dus allemaal horen was onmogelijk.
In de jaren 60 en 70 was Jules de Corte vaak op radio en TV te horen. Een herkenbare stem, mooie teksten, waarbij Jules zichzelf begeleidde op de piano. Maar vaak ook met arrangementen van anderen.
Jules de Corte overleed in 1996 en zijn teksten raakten een beetje in de vergetelheid. Dat is zonde, want wie er vandaag naar luistert, krijgt het gevoel dat ze nog maar kort geleden geschreven zijn. Ze zijn nog steeds beklemmend actueel, to the point.
Het publiek luisterde, net als wij, ademloos en herkende veel van de liedjes. En natuurlijk werd aan het eind “Ik zou wel eens willen weten…” meegezongen.
Een voorstelling van DeCorte en consorten is nog in meerdere theaters te zien. Je kunt het vinden op de speellijst op de website.
En omdat muziek niet alleen op maandag mag, maar op alle dagen kan, vandaag Jules de Corte met “van goede wille”
Bron: YouTube / Izak Boom | als de clip niet start, dit is de link
Precies 100 jaar geleden werd in Parijs, 36 Rue Monsieur le Prince, Charles Aznavour geboren.
Ik ben al vele jaren fan van hem en er hebben al heel veel nummers van hem op mijn blog gestaan. Waarschijnlijk zullen er hier nog wel vaker nummers van hem te horen zijn. Ook op deze bijzondere dag wil ik hier één van laten horen.
Maar welke? Het was nog lastig zoeken tussen al die filmpjes op You Tube.
Maar het werd dit mooie filmpje, dat Hier encore illustreert.
Hier encore, een chanson uit 1964, waarin hij als veertiger terugkijkt naar de tijd toen hij 20 was. Een tijd waarin hij dacht dat alles eeuwig zou duren. Dat er geen eind zou komen aan alle feesten en mooie zorgeloze dagen. Maar inmiddels weet hij -en wij allemaal- dat die tijd voorbijgaat zonder dat we er erg in hebben.
Gelukkig duurde het nog 54 jaar voordat Charles Aznavour zijn lier aan de wilgen hing. Hij maakte nog ontelbare mooie, vrolijke of melancholische chansons. Tot vreugde van zijn vele fans.
En ik zal je wat vertellen van Sint Nicolaas Die ging het dak op met zijn paard en ook met Pieterbaas ’t Gebeurde gisteravond laat hier ergens in de stad T’is eeuwig zonde, maar wel logisch, want ’t was hardstikke glad En ze gleeën met z’n tweeën Langs de pannen naar benejen Van ’t dak, oh yeah..
En ik wil je wel vertellen dat Sint Nicolaas Toen in het ziekenhuis belandde met z’n Pieterbaas Ze lagen in de ambulance, nou dat wat me wat Hij reed met loeiende sirene door de hele stad Nu gaan ze voortaan met z’n tweeën langs de ladder naar benejen Van het dak, oh yeah….. OH YEAHHHHH
Laatst las Jacques Klöters dit gedicht voor in De Sandwich. Het is een gedicht van Frank Starik, die de trekker was van het ‘Eenzame uitvaart’-project, dat in verschillende grote steden dichters een gedicht liet schrijven (en voorlezen) bij de begrafenis van mensen zonder nabestaanden. Ieder jaar krijgt een van die gedichten de Ger Fritz-prijs, een prijs voor het beste/mooiste ‘Eenzame uitvaart’-gedicht. F. Starik heeft de prijs postuum toegekend gekregen voor een gedicht dat hij twee dagen voor zijn dood schreef – vanwege de kwaliteit van het gedicht, maar ook als waardering voor zijn jarenlange inspanningen. (met dank aan Raymond Noë)
Klein leven Wat als je rijk bent en het kan je niks schelen.
Wat als je rijk bent en gewoon in het buurtje blijft wonen waar niemand weet wat er bij jou te halen zou wezen.
Klein leven. Iemand met een bivakmuts, gerinkel van glas, paniek: het is je jaar na jaar bespaard gebleven in dat eenvoudige benedenhuis terwijl je overal had kunnen leven.
Bron: Google photos / Smithsonian Magzine
Geen overdreven sjieke dingen eten, geen jacht, geen villa met een hek om de mogelijkheden die mogelijkheden zijn gebleven, gewoon, klein leven. Niet ten volle, maar tot het magere einde toe.
Geluk is een afwezigheid, een gebrek aan een gebrek, de zekerheid van het genoeg.
En tenslotte: niemand om het weg te geven. Dat kleine, stille leven moe.