Wat zegt de naam Marja Haring jou? Mij zei het eigenlijk niks, tot ik me wat meer ging verdiepen in de vrouwen die zo beeldbepalend waren/zijn voor Rotterdam.
Natuurlijk hebben ze vaak veel meer ontworpen dan alleen voor mijn stad. Maar ik beperk me tot de plekken die redelijk gemakkelijk te bezoeken zijn.
Afgelopen zaterdag namen we de metro naar station Blaak en liepen naar het gebied van de stad waar de hoogbouw zeer bepalend is.
Hoewel de haven in het centrum van de stad steeds minder zichtbaar is, moeten er toch nog heel wat stukken water overbrugd worden.
Rotterdam, Puntbrug (Marja Haring)
Eerst liepen we over de “Puntbrug”, genoemd naar het markante gebouw op de hoek van de Hertekade. Even verder liepen we terug naar de Wijnhaven. Ditmaal over een zeer mooie en sierlijke brug, de Ibisbrug. De naam spreekt, denk ik, voor zichzelf.
Beide bruggen zijn ontworpen door Marja Haring. Zij kwam in 1990 bij Gemeentewerken Rotterdam.
Haar werk is zichtbaar door de hele stad, want niet alleen deze twee mooie bruggen heeft Marja Haring ontworpen, ook andere bruggen, metrostations, straatmeubilair en viaducten kwamen van haar hand.
Ik zal dus vaker op stap moeten en meer objecten fotograferen. Och, geen straf….toch?
Ik wist dat Leo al een mooi cadeau voor mijn verjaardag had bedacht, maar die toneelvoorstelling gaan we bekijken later in het jaar. Toch lag er nog een cadeautje op mijn ontbijtbordje. Ik kreeg dit boek over architectuur.
En niet zomaar architectuur, maar over gebouwen in Rotterdam en dan nog gebouwd door vrouwen. Omdat vrouwen in de architectuur niet zo vanzelfsprekend zijn. Meestal werken ze op de achtergrond, worden ze nauwelijks genoemd. Grote namen in de architectuur behoren meestal bij mannen.
Vrouwen moet je zoeken. Oké, Francine Houben is bekend. De wijk waar ik zelf woon, ontsproot aan de geest van Lotte Stam-Beese. Zij was ook verantwoordelijk voor de wijk Pendrecht, gebouwd na de 2e wereldoorlog. Maar verder kwam ik eigenlijk ook niet.
Het boek, met teksten in het Nederlands een Engels, staat vol foto’s van hedendaagse gebouwen in Rotterdam. Gebouwen die we wel vanuit de verte zien opdoemen, maar waar we nooit eens wat beter naar keken. Maar dat gaat veranderen, want waarom zouden we niet weer eens toerist in eigen stad gaan uithangen.
Dit is een foto van de Hoogstraat in Rotterdam, maar dan niet van nu, maar van vóór de oorlog. En meteen toen ik hem zag, wist ik dat ik verhaal zou gaan schrijven. Ik heb het diverse malen uit de mond van mijn moeder gehoord en werd bevestigd door tante Fien en tante Zus.
Het is dus authentiek, maar hier en daar bijgewerkt door mijn fantasie.
Mijn moeder Sjaan was elf toen haar moeder overleed. Van de droom om verder te leren kon niets meer komen. Ze moest “in een dienstje”. Het betekende hard werken. Trappen boenen, lopers en kleden kloppen, ramen zemen, vegen, wassen, strijken. Alles wat in een huishouden gebeuren moest.
In 1926, ze was toen achttien, werkte ze bij een gierige vrouw. Eén boterham kreeg ze ’s morgens, dun besmeerd met margarine en suiker. Veel te weinig voor al dat zware werk. Ze besloot ze er weg te gaan. Genoeg ander werk voor een stevige meid die van aanpakken wist.
Maar eerst plunderde ze nog de trommel met roomboter koekjes, die in de “mooie kamer” stond. Daarna trok ze de deur achter zich dicht en liep naar de stad. Op de Hoogstraat, daar ging ze kijken wat er te beleven viel.
Maar wie liep daar…? Ja, verdraaid dat was Fientje, haar jongere zus. Fien had gehuild, dat kon je zien. Nog nasnikkend vertelde ze dat zij in haar dienstje toch moest wassen, ondanks de beloftes van mevrouw. “En ik heb daar toch zo’n hekel aan…!”
Sjaantje sloeg haar arm om haar zusje heen. “En ik kreeg weer die ene zuinige boterham, ik rammel van de honger.” Stijf gearmd liepen ze verder de Hoogstraat op. Ze bekeken de etalages met kleding, sigaren, sigaretten. Er was genoeg te zien. Mooie etalages met fijne kleding, manufacturen, boeken. Je vond er Kattenburg & Co, maar ook een reclamebureau.
Op één van de statige singels stapte die morgen ook een boze figuur naar buiten. Ze streek een lok haar achter haar oren, knoopte gehaast haar jas dicht. Wat dacht die mevrouw wel? Dan was het eten te flauw, dan te vet. De pudding was niet goed en de mokkataart te groot. Dan zoekt ze maar een andere kokkin.
Jannetje, Zus zoals ze zich noemde, moest even naar buiten, even stoom afblazen. Zonder er bij na te denken liep ze richting stad. Op de Hoogstraat stond ze stil voor een lampenwinkel. “Nee maar, wie hebben we daar?” klonk het naast haar uit één mond. Zus draaide zich om en was stomverbaasd. “Sjaantje, Fien, wat doen jullie nou hier?”
Wat bleek, ook Zus had de keuken gelaten voor wat het was. Ze was al vijfentwintig en inmiddeld kokkin. Zo’n aldoor mopperende mevrouw werkte op haar zenuwen.
Zeg, wat zullen we doen? Wat denken jullie van koffie en dan zo’n lekker taartje bij Terminus….? En daar gingen de drie zussen, zomaar op een doordeweekse werkdag, op weg naar Café Concert Terminus….
Bron: Instagram / Dupho_Dutch Photographers / Ossip van Duivenbode
Foto’s van Rotterdam zijn er in overvloed, foto’s van de Kubuswoningen aan de Blaak zijn er ook heel veel. Maar deze foto werpt een heel ander blik op die plek.
Natuurlijk is dit geen eigen foto. Ik vond hem op Instagram. De fotograaf is Ossip van Duivenbode, die deel uitmaakt van Dupho_Dutch Photographers.
Allereerst is de foto vanuit de lucht genomen. En al lijkt het een beeld in zwart/wit, toch is dat niet zo. Het is Rotterdam onder een laag sneeuw.
En dan kijk je ineens heel anders naar de stad. Veranderen de kubuswoningen ineens een soort van bloempatroon, doorspikkeld met sterren. Het dak van Station Blaak lijkt een koektrommel en het “potlood” is veranderd in een zeshoekige theebus. De architectuur van Rotterdam kent vele gezichten.
Een prachtige foto van een bijzonder moment. Want Rotterdam in de sneeuw is al zeldzaam, maar dit beeld is een opname, net op het juiste moment en onder de juiste omstandigheden.
Bijna alle bloggers hebben nu wel iets over alle groen en bloei geplaatst.
En ik wil niet achterblijven, al bleef ik tijdens onze wekelijkse Ganzen wandeling wel telkens achter om foto’s te maken.
Dit is een kleine collage van de dingen die ik onderweg tegenkwam. Niet alleen bloeiende bomen, maar ook gewone paardenbloemen, het ooievaarsnest met de broedende ooievaars in de bloemenwei en een moedereend met acht kleine pulletjes.
Wandelend langs de Zevenhuizer-plas, met de lentezon stralend aan de hemel, leek het water bijna Middellandsezee-blauw. En dan krijg je al gauw het idee dat het “dorp” aan de horizon zich ergens in een zuidelijk land bevindt.
Maar nee hoor, het is gewoon een wijk van Rotterdam. Op loopafstand van ons huis nota bene!
En dan realiseer ik me weer hoe fijn we hier wonen. Met goed openbaar vervoer, winkels en een heerlijke polder met fijne uitzichten. En dan te bedenken dat sommige mensen “hier niet dood gevonden willen worden”.
Ach wat kan het me ook schelen, wij vinden het hier een prima woonstek!
Een tijdje geleden keken we op Duitse zender NDR naar een uitzending over Rotterdam. En nee, dat was geen gebruikelijke touristentour met de Kubuswoningen, Markthal of zicht op de Erasmusbrug.
In deze documentaire werd ingezoomd op allerlei ontwikkelingen en initiatieven die in Rotterdam ontplooid worden.
Grote en kleine projecten, zoals logeren op het ss Rotterdam, de Rotterdamse dakendagen, Floating Farm, de bedrijven in het voormalig Tropicana. Want er heerst in Rotterdam een grote bedrijvigheid, niet alleen van grote en bekende bedrijven, maar ook diverse start-ups van jonge en ambitieuze mensen, die zoeken naar een ander en vooral duurzamer leven.
Wie wil, kan de uitzending nog streamen, dit is de link.
Het winkelcentrum dichtbij onze wijk heeft al lang veel betere tijden gekend. Toen was het winkelaanbod veel gevarieerder. Er was een modewinkel, een grote radio- en tv-zaak, een doe-het-zelfwinkel en een bank. Ook was de drogist veel beter gesorteerd en luxer dan nu het geval is. Er zijn ook winkels gebleven, zoals de banketbakker, Zeeman en met drie supermarkten hoeven we niet te klagen. Sommige winkels staan al weer langere tijd leeg, maar er zijn wel drie kapperszaken.
Bron: Facebook
Maar Toko Sodiro kwam al weer vele jaren geleden erbij en is inmiddels niet meer weg te denken. Klein begonnen, groter gegroeid en ruim voorzien van allerlei tropische levensmiddelen. Het is er vaak druk, roezemoezig en het ruikt er heerlijk. Er heerst een gemoedelijke sfeer.
Ik koop er graag kruiden en specerijen, rijst, kroepoek of mie. En dan snuffel ik even tussen alle onbekende artikelen. Maar we halen er ook zo nu en dan een heerlijk broodje. Daarvoor moet je wel even in de rij wachten. Geen punt, want er is altijd wel iemand in voor een praatje.
Dit gedicht moest leren op school. Er bleef niet veel van hangen. Behalve de eerste zin van het tweede couplet. Toen hoorde ik het op de radio, voorgelezen door Jacques Klöters en stond de complete tekst op Facebook. Nu hoef ik het nooit meer te vergeten.
Bron: Google fotos / Omrop Fryslan
AFSLUITDIJK De bus rijdt als een kamer door de nacht de weg is recht, de dijk is eindeloos links ligt de zee, getemd maar rusteloos, wij kijken uit, een kleine maan schijnt zacht.
Vóór mij de jonge pas-geschoren nekken van twee matrozen, die bedwongen gapen en later, na een kort en lenig rekken, onschuldig op elkanders schouder slapen.
Dan zie ik plots, als waar ’t een droom, int glas ijl en doorzichtig aan de onze vastgeklonken soms duidelijk als wij, dan weer in zee verdronken de geest van deze bus het gras snijdt dwars door de matrozen heen. Daar zie ik ook mezelf. Alleen mijn hoofd deint boven het watervlak beweegt de mond als sprak het, een verbaasde zeemeermin Er is geen einde en geen begin aan deze tocht, geen toekomst, geen verleden, alleen dit wonderlijke gespleten lange heden.
M.Vasalis (ps. M.Droogleever Fortuyn – Leenmans 1909-1998) uit: Parken en woestijnen. Amsterdam: Van Oorschot, 1940
Elk jaar zoekt de Ganzenpas een uitje, dat een beetje buiten onze gebaande paden loopt.
Dit jaar planden we een dagje Dordrecht. Niet met de trein of de bus maar op z’n Rotterdams met de boot, met de Waterbus.
Lekker relaxed gingen we met de metro naar de stad en daarna liepen we over de Schiedamse dijk naar de opstapplaats bij de Erasmusbrug.
En zo’n wandelingetje laat zien hoe snel de stad verandert. Andere winkels, nieuwe hoge en nog hogere gebouwen. Lege complexen zonder duidelijke toekomst en gloednieuwe kantoren.
En vanaf het water werd nog duidelijker hoe Rotterdam zich steeds meer in de hoogte ontwikkelt.