Natuur in de stad

Om te genieten van alles wat groeit en bloeit, hoef je natuurlijk niet op het platteland te wonen.

Op dit balkon, midden in Rotterdam, staat een wormenton, waarin het gft-afval gedumpt wordt en bovenop planten zijn gezet. De wormen leveren vruchtbare compost op. Hier wel welig tierende tomaten, sla, bloemen. Er groeien ook druiven, die de buurvrouw van beneden naar boven laat leiden.

Het balkon is maar een paar tegels groot en met passen en meten kan er nog net een stoeltje en tafeltje op. De bewoner is er maar wat blij mee. Op zonnige zomeravonden kan hij hier heerlijk genieten van zijn pilsje.

Schaapjes

Al een paar jaar komt deze schaapskudde het gras kort houden bij een flat in onze wijk. Het is een leuk gezicht, de kalm kauwende dieren zo dicht bij huis. Na verloop van tijd gaan ze weer naar een andere stek en zien we ze soms terug tijdens een wandeling.

Er hoort ook een hond bij de kudde. Zo’n echte bordercollie, die de schapen prima in bedwang weet te houden. Dat heb ik al een keer kunnen zien. Geen schaap verlaat ongemerkt de kudde. Eén simpel fluitje zet de hond aan het werk en dirigeert alle beesten in hun hok.

Helaas maakte ik er geen filmpje van, maar dit is een goed alternatief:

Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Alternatief van huis

Sommigen van ons gaan of zijn al op weg naar een vakantiebestemming. Veel blijven in Nederland, sommigen verkozen toch den vreemde om een tijdje naar af te reizen.

Wij blijven voorlopig nog maar even hier. Er is tenslotte keus genoeg om naar toe te gaan. En wie niet voor al te oubollig wil worden versleten, kan ook nog kiezen uit diverse exotisch klinkende namen:

Auvergé = Overschie
Kéthèl sur l’Auvergé = Kethel bij Overschie
Das Krälingerwald = het Kralingsebos
Réo = Rotterdam en omgeving

Bron: Google foto’s

Maar misschien blijven we wel waar we nu zijn, in Teilia. Dat is Rotterdams voor “met je voeten in een teiltje”

Al die namen en uitdrukkingen heb ik niet zelf bedacht hoor! Die komen van de Rotterdamse Taal-kalender. Zelfs de foto van het Krälingerwald komt van Google 😉 Tja, ik heb nou eenmaal vakantie, nietwaar?

In het oog springend…

Meestal als we er naar toe gaan, kijken we niet zo naar het gebouw zelf. We zoeken de ingang, willen snel geholpen worden en dan ook snel weer weg. Je komt tenslotte niet voor je plezier in het Oogziekenhuis in Rotterdam.

Afgelopen dinsdag moest Leo er zijn voor controle. En hij ging alleen, want in verband met Corona werd dat aangeraden. Ik was wel mee, maar wachtte met een drankje en een boek op een terras in de schaduw.

Leo was al snel klaar en gelukkig was alles goed. Pas weer over een jaar terugkomen. Pak van zijn en mijn hart.

Toen Leo appte dat hij bijna klaar was, liep ik alvast de goede richting uit. En toen viel me op hoe fraai dat gebouw is. Mooi metselwerk, statige bogen en strakke uitstraling.

Gek toch, dat je ineens met heel andere ogen naar zo’n gebouw kan kijken.

Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Kinderboerderij

Kinderboerderij “De Blijde Wei” ligt er nu maar verlaten bij. Het hek is dicht. Er klinken nu geen kinderstemmen. Alleen de medewerkers zijn er om de boel te onderhouden en de dieren te verzorgen.

Maar de dieren zijn er nog wel. Die trekken zich niks aan van Corona en vinden het misschien wel rustig. Nu kunnen ze heerlijk spelen in de wei en worden ze niet achterna gezeten door lawaai makende kinderen.

Het ziet er wat “terug in de tijd” uit. Jetses zou hier nog leuke platen hebben kunnen tekenen. Vroeger was dit een echte boerderij. Alles is nog authentiek en ademt een sfeer van vroeger.

Wij kwamen hier al met onze kinderen en nu komen er buurkinderen met hun pappa en mamma naar toe. Normaal gesproken is het er altijd wel druk. Op de parkeerplaats bij de grote witte Kip staan meestal rijen auto’s, want ook opa’s en oma’s gaan graag even een kijkje nemen. Net als wij dus deden, maar nu vanaf het wandelpad langs de sloot.

Geen woorden maar…!

Als je de titel van dit blog ziet, zou je denken dat ik een voetballiefhebster ben. Maar dat is niet zo. Het interesseert me maar matig, ken de spelregels niet. En dan ook nog ligt de club uit de Kuip me minder na aan het hart dan die van het Kasteel en Jules Deelder.

Maar geen woorden maar daden past niet alleen bij voetballen, het past ook bij het Rotterdamse karakter. Niet voor niks zegt men dat in Rotterdam de overhemden met opgestroopte mouwen worden verkocht 😉

Op de Rotterdamse kalender vond ik volgend verhaal:
In het poep-chique Marina Bay Sand Hotel in Singapore hoorde iemand in onvervalst Rotterdams roepen: “Sjon, hellup jai dat waiffie effe, dan ken ze ook nog mee naar bove!. De dame in kwestie was duur gekleed. Het waiffie was een schoonmaakster, die een grote en zware zak wasgoed in de lift probeerde te tillen. De echtgenoot van mevrouw, Sjon dus, was een ook al duur uitziende meneer. Maar dat belemmerde hem niet om met een zwaai de zak wasgoed in de lift te zetten, zodat ook de schoonmaakster mee kon.

Typisch Rotterdams, geen woorden maar daden.! 😉

Bron: Google afbeeldingen