Water

Een paar weken geleden schreef ik over de nieuwe wijk “Little C.” in Rotterdam. Een stukje stad met een nieuwe look, maar ook met een geheel nieuwe manier van zaken maken.

Onder deze flats ligt een parkeergarage, want ergens moet dat blikken geluk toch ook een plek krijgen. Maar wie verwacht er nou een dak dat tegelijkertijd dienst doet als waterreservoir. Maar in dit filmpje wordt dat duidelijk gemaakt.

Straks lijken die flats dan ook helemaal niet meer op New York, maar meer op een flink uit de kluiten geschoten verticaal park.

Daar kom ik zeker nog wel een keer op terug. Want ik ben reuze benieuwd hoe dit er over een paar jaar uit zal zien.

Hoog, hoger, hoogst

De skyline van Rotterdam is de laatste maanden veranderd. Langzaamaan verscheen een nieuw gebouw tussen de hoge wolkenkrabbers:
De Zalmhaven.

En nu is het hoger dan alle andere gebouwen in Rotterdam. Nog steeds niet uitgegroeid, want nog elke week komt er een verdieping bij. Uiteindelijk moet deze woontoren een hoogte van 215 meter bereiken. Wie er (genoeg) geld voor heeft, kan dan gaan wonen op de 60e verdieping.

Het is spectaculair, beslist. Maar toch niet ons idee van leuk wonen. Helemaal boven heb je weliswaar een schitterend uitzicht, maar mis je het contact met de grond.

En stel je eens voor, de elektriciteit valt uit. Je wilt of moet naar beneden of naar boven. Al die trappen….. wat een nachtmerrie.

Maar ja, er zijn altijd mensen die er anders over denken. Dus zullen de appartementen wel verkocht worden.

Verandering

Jaren geleden reden wij door een stukje van Rotterdam waar Leo herinneringen had aan bezoeken bij ooms en tantes. De buurt zei mij niks. Toen ik klein was kwam ik nooit “op Zuid”.

De huizen waren oud en werden gesloopt. Maar niet helemaal, want men liet de gevels staan. Tenslotte heeft Rotterdam weinig historie over, dus alles met de grond gelijkmaken was niet logisch. Zo zag het er toen uit:

Een paar weken geleden reden we weer naar deze wijk. De huizen leken onveranderd, maar we wisten dat het slechts schijn was. Want nu straalden ze op mooi opgeknapte gevels, mooi schilderwerk aan de voorkant, maar splinternieuwe woningen erachter.

Zo’n wijk krijgt daardoor weer een heel ander gezicht. Het leek me er fijn wonen. Leuk om dat te zien.

Little C

Nee, nee, dit gaat niet weer over het beruchte Corona. De titel verwijst naar een compleet nieuwe wijk in Rotterdam. Zo langzamerhand zie je die wijk groeien en je hoeft geen architectuurdeskundige te zijn om te zien waar de inspiratie vandaan kwam.

Juist, de architect vond zijn inspiratie in New York. De wijk ligt aan de Coolhaven, dus “Little C(ool)” past mooi.

Ik maakte de foto van een afstand. Nog maar een klein deel van de wijk is bewoond en we hebben nog niet de gelegenheid gehad om er wat in rond te neuzen. Maar het oogt wel erg leuk.

Willen wij dan gaan verhuizen? Nee hoor, wij blijven waar we al zo lang zitten.

Oude bomen willen niet verplaatst worden.

Ouds en nieuw

Een paar weken geleden reden we hier op een sombere zondagmiddag langs. Een stukje Rotterdam met veel herinnering voor Leo, maar totaal onbekend voor mij. Ik kwam zelden op Zuid, en zeker niet in de wijk achtyer de fabriek van Van den Bergh en Jurgens.

In deze buurt woonden Leo’s tante en oom en hij ging er destijds graag op bezoek. Sommige dingen zijn onveranderd gebleven, maar toch anders geworden. Het cafeetje zit nog steeds op dezelfde plek, maar heeft heel andere eigenaars. De huizen langs de kade lijken nog hetzelfde, maar zijn totaal vernieuwd, al bleven de gevels overeind staan. Hoe dat zit, laat ik nog wel eens zien.

Maar deze huizen zijn gloednieuw. En gebouwd op een onderlaag die drijft. Sommige zijn al bewoond, andere net opgeleverd.

Ze liggen aan de wal verankerd met bruggen. Nu is het nog een beetje kaal, maar straks zullen bloembakken en buitenmeubelen voor een ander gezicht zorgen.

Het lijkt me een mooie stek. Op een rustige plek in een drukke stad, met je eigen jacht(je) voor de deur.

En de architectuur van de huizen is ook bijzonder. Blokkendozen, maar wel met stijl, vind ik. De lijnen lopen mooi in elkaar over. Een beetje Mondriaans.

En binnenin zou ik ook wel willen kijken. Maar weer eens op Funda neuzen, wie weet.

Lente

Kijk nou toch… Kom je een paar dagen niet op dit pad, staat alles er in eens heel anders voor.

De knotwilgen aan de ene kant hebben hun pruik verloren. Kaal en naakt staan ze te wachten op een beetje zon. Tja…, de wilgenkapper mag nog wel zijn werk doen.

Nou onze eigen mensenkappers nog. Al wil ik wel een wat meer en zorgvuldig gedetailleerde coupe 😉 😉

Wandelen

De sneeuw lokte ons deze week regelmatig naar buiten. Goed ingepakt met handschoenen aan en sjaal om, trotseerden we de vinnige wind.

Het waren geen lange wandelingen, maar toch waren we regelmatig een flinke tijd buiten. Ik ben niet zo’n held in sneeuw of op ijs, want bang om te vallen. Maar met stevige en goed geprofileerde zolen onder mijn schoenen ging het prima. En waar het duidelijk glad was, liepen we heel voorzichtig.

Want wat is het mooi in zo’n wit winter wonderland. Even een ander “www” dan die van laptop of smartphone. Al kwam de smartphone goed van pas als fototoestel.

Altijd mooi

De moderne windmolens vind ik nog steeds niet echt mooi. Maar zo’n ouderwetse, echte Hollandse molen, daar word ik blij van.

Op onze wandeling in het 16Hovenpark zagen we vanuit de verte deze molen. Ik maakte de foto natuurlijk om hier te plaatsen, maar wist van de molengeschiedenis verder niks af.

Maar dan is daar Google en Wikipedia om alle onwetendheid te verdrijven. De molen stond eerst ergens anders, maar vormde voor het vliegverkeer van Zestienhoven een obstakel (Oh…vooruitgang 🙁 ).

Dus werd de molen afgebroken, maar gelukkig verderop weer opgebouwd. Het oude gangwerk werd opnieuw geïnstalleerd en de molen kreeg een nieuwe naam: De Speelman.

De molen werkt ook weer gewoon waar hij voor gebouwd is: graan malen. Ik ben er nog niet zelf geweest, maar dat gaat zeker veranderen. Want zo nu en dan iets lekkers bakken, daar is niks op tegen.

Triest

Ach, wat gezellig had het kunnen zijn, toen we afgelopen zondag een stukje gingen wandelen in Rotterdam. Pittig winterweer, zon, stralend blauwe lucht. Een geur van lente woei in onze neuzen.

Hoe graag hadden we nu, onze voeten verstopt onder een fleece dekentje, een warme chocomel gedronken, vergezeld van een fikse punt appeltaart. Maar niks van dat al. Alle gezellige tentjes dicht, geen terras, geen broodjeszaak, geen taart, geen warme chocomel, niks, nada.

In arren moede zochten we een bankje om onze boterhammetjes op te eten. En, hoe kan het anders, ging ons gesprek over de teloorgang van de horeca.

En het zal nog wel een tijdje duren. Ik begin er nou toch echt een beetje moedeloos van te worden.

Voorbij

Zo nu en dan zie ik op Facebook oude foto’s van Rotterdam voorbij komen. En zo ontdekte ik een plekje uit mijn jeugd. Een hoekje bij het schoolplein, met zo’n hekje erom. Daar kon je zo lekker koppetje duikelen. Gek, maar dat zie je nu bijna niet meer.

Bijna, want vorige week zag ik een meisje zo heerlijk rond de stang van een fietsnietje draaien. Hup, hup, in sneltreintempo draaide ze rond. Ik mocht een foto maken en dat liet ik me geen twee keer zeggen. Eigenlijk had ik het ook nog wel een keer willen doen, maar ja een “dame” van mijn leeftijd weet wel beter. Dat kan niet meer…. (zucht) 😉 Daar komen alleen maar ongelukken van.

Maar dat meisje had me toch een plezier. Toen ik weg liep hoorde ik haar lachen.