Ooievaars

In het noorden van het land zie je veel vaker ooievaars als hier in het westen. Al zitten er in onze buurt nog best wel wat, gelukkig.

Maar rijdend door Drenthe zagen we regelmatig wat ooievaars in de weilanden staan of overvliegen. En dan zijn ze duidelijk herkenbaar. Ooievaars vliegen met een gestrekte hals, reigers houden hun hals gebogen.

Maar toen we op een avond terug reden naar ons hotel zagen we ineens wel heel veel ooievaars op een kluitje. De boer was aan het werk en ploegde een stuk grond om. Dat zal wel een heleboel gemakkelijk op te sporen voedsel voor die ooievaars zijn.

Dus stopte Leo en kon ik een foto maken. Helaas zijn ooievaars ook nogal schuw, want er waren er ook al weer een paar gevlogen toen ik mijn telefoontje op hen richtte.

Nou ja, in ieder geval kon ik er nog zo’n stuk of zeven in beeld vangen. Het blijft bijzonder!

Niet begrepen

Midden in het bos, op een grote stapel gekapt hout ligt een groen plastic zakje. Het is een zakje met hondenpoep. Ik herken het meteen, ook al heb ik geen hond.

Dat wat je hond achterlaat, neem je op met zo’n zakje. En dat werp je dan later in een vuilnisbak. Zo wordt het bos niet bevuild, maar blijft er ook geen plastic achter in de natuur.

Het baasje van de hond was ongetwijfeld van goede wil, maar helemaal begrepen heeft hij de maatregel natuurlijk niet. Nu heeft zijn handeling geen enkel nut gehad.

Of heeft hij misschien gedacht dat het toch niet zo veel uit zou maken. In het bos leven immers allerlei dieren, die ook zo nu en dan hun behoeften moeten doen. Dus zou zo’n hondendrol nog veel uitmaken?

Ik denk het eigenlijk niet. In een groot bos maken al die drollen niet zo veel uit, al komen er wel heel veel honden. Maar in de stad heeft het veel meer zin. Je wilt tenslotte niet dat je kinderen tussen de hondenhoopjes moeten spelen.

Even wachten

Ik was blij om op diverse plaatsen in het gras borden te zien, waarop stond “Niet maaien”. Want zo krijgen de bloemen de kans om op te komen, te bloeien en zaad te zetten. Dat geeft niet alleen een vrolijk gezicht bij de mensen, ook de insecten varen er wel bij.

Gelukkig zien steeds meer gemeentes in dat een strak gazon niet zaligmakend is. en het bespaart natuurlijk ook een tijdje een machine met maaier uit 😉

Hopelijk helpt het ook de insecten, want daar zijn er steeds minder van. Wie vroeger een ritje maakte, moest na afloop zijn ruit of bumper schoonvegen. Dat hoeft al een tijdje niet meer. Makkelijk aan de ene kant, verdrietig aan de andere…

Nu is het weer wel toegestaan om te maaien en hier in de buurt ruik je dat ook. Zo’n heerlijke geur van pas gemaaid gras.

Gezelschap

In het Fochteloeerveen wilden we graag naar de vogelkijkhut. Ik was benieuwd welke vogels we er te zien zouden krijgen.

Dat viel tegen, want een paar ganzen en een enkele eend zwommen te ver weg om goed te beoordelen. Maar het uitzicht en de wolken waren adembenemend, dus waren we toch zeer tevreden.

Er waren overigens wel vogels, maar die zaten binnen. Ik hoorde piepen en keek op. Daar zaten twee zwaluwen, doodstil. Zo stil dat we eerst dachten dat ze er ter versiering waren aangebracht. Maar nee, toen ik bewoog hipten ze een beetje angstig heen en weer.

Er vlogen nog meer zwaluwen naar binnen en toen onze ogen aan de donkerte binnen gewend waren, zagen we ook nesten.

Blijkbaar zijn ze aan de bezoekers gewend en wij vonden het wel prettig gezelschap.

Minibieb

Minibiebs zie je steeds meer. Soms een klein kastje, soms een mooie kast met een flinke voorraad.

In Anloo liepen we langs de kerk en stonden ineens voor een minibieb. Niet zomaar een, maar voornamelijk gevuld met tuinboeken en tuinbladen.

Ervoor stond een tafel met potjes, waarop wat zaaigoed en stekjes. Zomaar, om mee te nemen. Het was dat we nog een paar dagen weg zouden blijven, maar anders had ik ze zeker meegenomen voor thuis.

En dat was nog niet alles. Er stond ook een aantal doosjes met zakjes zaad. Keurig gerubriceerd en op alfabet. Er waren wat groentenzaden, maar ook bloemenzaad natuurlijk. Zo leuk.

Daar wilde ik wel iets van meenemen. Natuurlijk heb ik me ingehouden en slechts 1 zakje meegenomen.

Straks eens kijken of de Oost Indische kers wortel wil schieten in Rotterdam.

Naar de bollen…

Vorige week vertelde ik dat we naar de bollenvelden op Goeree-Overflakkee geweest waren. Het was prachtig. Alles werkte mee, het weer, de zon, de route die Leo had uitgevogeld en natuurlijk die honderdduizenden tulpenbollen.

Het leek wel of er nog meer velden waren als het jaar ervoor. Tot die tijd dacht ik altijd dat alleen de streek rond Lisse en Sassenheim bollenvelden hadden. Maar er zijn er in Nederland nog veel meer. Ook nog in Flevoland en in Noord Holland.

Ik vraag me af of het nog echt Hollandse plaatjes zijn, want ik zag ook al eens dit soort foto’s uit Japan. Maar ja, die hebben wel vaker wat nageaapt.

Maar waar je ze ook vindt, waar je er naar kijkt, het blijft een prachtig en boeiend plaatje. Lange rijen tulpen of narcissen, hyacinten, zo ver je ogen kunnen kijken.

En dan ineens zie je, tussen al het eindeloze rood, een stoere gele tulp staan. Zo van “kijk mij nou eens”. Nou vooruit, ook een foto van zo’n opstandige dwarsliggert.

Muzikaal

De meeste planten hebben een mooie, officiële Latijnse naam. Maar er zijn zoveel verschillende vormen, die vaak ook nog een een beetje op elkaar lijken. Dus krijgen nieuwe variëteiten naast hun officiële naam een soort van bijnaam.

Dat zal nog knap lastig zijn om die namen te verzinnen. Er zijn tegenwoordig toch niet meer zoveel koningen, prinsen of prinsessen die je nog kunt vernoemen. En als je een persoon uit de geschiedenis kiest, dan weet je maar niet hoe lang die nog in de gratie blijft 😉

Maar in de muziek zijn de mogelijkheden nog lang niet uitgeput. En de kwekers van Astibles (pluimspirea) zochten de namen dan ook in de popmuziek.

Een paar weken geleden waren het nog maar net opkomende planten in een groot bed in Arboretum Trompenburg. Alleen die bordjes verwezen naar de muziek. Maar als ze bloeien -en dat doen ze vast wat later in het jaar- gaan we gewoon weer kijken om te zien of er echt zoveel muziek in zit… Of de Astibles Punk Rock, Rock and Roll, Metallica en nog wat anderen inderdaad de pan of het perk uit swingen

Klein maar fijn

Kijk, dit is mijn Ficus Elastica Belize. Een grote naam voor een klein plantje, want het meet met potje en al nog geen 20 centimeter.

Ik heb haar al een paar weken. Ze stond ietwat verloren opzij van een hele rij plantjes. Eén van haar bladeren was gescheurd en ja, dan tel je onmiddellijk niet meer mee. Maar ik wilde al zo lang zo’n bontbladig plantje en met een beetje goede zorgen zou het best wat kunnen worden.

Ze staat in de badkamer, want daar is voldoende licht en vochtigheid om haar vrolijk te stemmen. En ik hoopte dan ook dat ze enorm zou gaan groeien. Maar dat duurde nog even.

Tot vorige week, toen er een heel klein puntje van het nieuwe blad te zien was. En nu is het blad er echt. Nog een beetje blozend roze, nog niet helemaal volgroeid.

Maar wel met een belofte voor weer een nieuw blad. En ja, daar zal ik ook wel vele weken op moeten wachten. En nog meer maanden en jaren voor dat deze plant echt volledig tot wasdom is gekomen. Twee meter kan ze worden.

Ik weet niet of ik dat nog zie gebeuren. Maar geduld is een schone zaak.

Zoeken

De bloementuintjes die ik bij de Appie kreeg had ik nog even laten liggen. Ze werden soms van hier naar daar geschoven, maar ach, ze lagen niet in de weg.

Maar toen voor Pasen de tafel uitgebreid gedekt moest worden, moesten ook de bloementuintjes met nog wat andere zaadjes verkassen.

Waar zou ik die nou eens neerleggen? Niet in de kamer, want dan bleef het toch rommelig. Niet inde gang, niet op mijn eigen kamer. Nee, ik legde ze ergens waar ze uit het zicht waren, maar toch simpel weer terug te vinden.

Maar de nacht na Pasen schrok ik wakker met de gedachte “Waar heb ik die doosjes nou toch gelaten?”

De volgende morgen meteen maar eens kijken. Ik zocht, ik zocht, maar nergens te vinden. Ook Leo zocht mee, maar zonder resultaat. We zochten onder de bank, in de boekenkast, in alle keukenkastjes. Maar geen bloementuintjes. Vagelijk herinnerde ik me dat ik ze ergens bij elkaar gelegd. Er vormde zich een beeld, maar hoe ik ook zocht, geen spoor.

Tot afgelopen donderdagmorgen. Ik keek weer eens in de berging, zonder resultaat. Had ik ze nou toch, zonder er bij na te denken, weggegooid? Toen viel mijn oog op dat ene barbertje onder de plank. En kijk….., in een mandje, netjes droog en opgeruimd, daar lagen ze dus!

En gisteren heb ik ze dus gezaaid. Nog even wachten en dan kunnen de roze, witte, gele en regenboogmix-bloemen worden uitgeplant.

Herhaling

Elk jaar rond deze tijd maak ik een foto van deze bomen. Ze staan in een rustig hoekje bij een flat en ik zie ze regelmatig, want ik ga daar in de buurt naar de kapper.

Elk jaar weer vertellen de bloesems van deze bomen dat het toch heus weer voorjaar, zomer en nou ja, dat weten jullie wel… De tijd gaat langzaamaan verder en de natuur laat zich geen wetten voorschrijven over hoe en wat. Die gaat rustig zijn gang met uitbotten, bloeien en vrucht dragen.

Het is zo voorspellend, dat je zou denken dat het saai is. Maar dat is het zeker niet. Het vormt een geruststellend gegeven in een nogal warrige wereld. Net als het dag- en nachtritme, het ruisen van de zee in eb en vloed.

Want wat we ook bedenken, wat er ook nog komen gaat, de natuur blijft.