Al als kind leerde ik dat dennenappels het weer konden voorspellen. Als de kegels gesloten zijn, gaat het regenen. Zijn de schubben mooi geopend, dan blijft het droog. Een soort van hygrometer dus.
Bron: Facebook / Esther Verhoef
Maar laatst leerde ik ook nog dat dennenappels heel wiskundig zijn. Ik citeer hier even Susan Veldman, die dit op Facebook vermeldde:
“Dennenappels hebben spiralen waarin de schubben groeien, een spiraal met de klok mee, de ander tegen de klok in.
Het aantal spiralen is altijd in dezelfde verhouding die past bij de Fibonacci-reeks. Die reeks is 0-1-1-2-3-5-8-13-21 enz (tel steeds twee opeenvolgende getallen bij elkaar op). In de gemiddelde dennenappel heb je 8 spiralen de ene kant op en 13 de andere kant op. Grotere hebben 13 de ene en 21 de andere kant op. Als je 13 deelt door 8, of 21 door 13 (of 34 door 21 enz) krijg je altijd 1,618333…). Dit noemen we de gulden snede.
Elke schub van een dennenappel groeit in een hoek van 137,5 graden. Dit is de gulden hoek. Zo passen de schubben perfect op elkaar.
Je ziet dit vaker terug in de natuur. Ook bij zonnebloemen bijvoorbeeld. Knap trucje van de natuur om zoveel mogelijk zaadjes te kunnen produceren.”
Wie goed kijkt, kan ook op Facebook veel opsteken!
In de tuin van het Rijswijkse museum staat een boom(pje).
Toen wij er waren bloeide het en ik vond het bijzonder. Geen idee wat dit nou voor boom was.
Maar Google wist het antwoord. Een papiermoerbei. Een toepasselijke boom voor juist die museumtuin, waar zoveel over papier tentoongesteld wordt.
Het blijkt een invasieve uitheemse soort te zijn, dus maar niet aanplanten. Verder schrijft Wikipedia dat er in Japan washipapier van gemaakt wordt. Tegenwoordig vaak gebruikt, al denk ik dat hier in Nederland ook wel ander papier gebruikt wordt.
Op de Filipijnen gebruikt men de schors van deze boom om traditionele kleding te maken.
In ieder geval een leuk en nuttig boompje, dat na de bloei ook nog vruchten draagt die gegeten kunnen worden.
Als de schrijfster zich noodgedwongen door de Covid-pandemie heeft teruggetrokken op het Engelse platteland,vindt ze op een avond een pas geboren haasje, een pulsterling.
Ze twijfelt of ze het dier mee naar huis zal nemen, maar besluit dat uiteindelijk wel te doen.
En dan begint een avontuur en verandert haar leven op een bijzondere wijze.
Ze krijgt een speciale band met het dier, leert over zijn gewoontes en geniet van zijn schoonheid. Allerlei facetten van een hazenleven passeren de revue.
Haar kijk op de natuur verandert, ze past haar levensgewoonten aan.
Een bijzonder boek over een bijzondere liefde voor een wild en ongetemd dier.
Vorige week was er ineens paniek bij het metrostation Louvre in Parijs. Nee, gelukkig geen terrorisme in het geding, maar een zwerm bijen, die zich genesteld hadden in een fietszadel.
In het voorjaar komt dat vaker voor, want dan zoekt een bijenkoningin en nieuwe plek om haar eieren te leggen.
In de meeste gevallen komt een imker en neemt de bijen vakkundig mee. En dat gebeurde dus ook in Parijs. Maar het is best beangstigend als zo’n zwerm zich aan je fiets vastklemt.
Hoewel je het niet zo meteen zou denken, staan in Parijs op diverse plekken bijenkasten. Niet alleen in het Parc du Luxembourg, maar ook op het dak van de Opéra staan ze. En rondom de bomen op de boulevards worden bijen lokkende bloemen aangeplant zodat er later Parijse honing gemaakt kan worden.
Maar goed ook, want bijen zijn enorm nuttig. Dus laten we er goed voor zorgen.
Vrijwel alle boeken van Annejet van der Zijl heb ik gelezen en dat zijn doorgaans geen dunne boekjes, maar variëren van stevig formaat tot dikke pil.
Annejet van der Zijl: Het sneeuwvlokjesbos
Ik verwachtte dan ook weer een flink boek in de bieb aan te treffen. Maar nee, ditmaal was het een klein vierkant en handzaam boekje.
Annejet vertelt hier geen historisch verhaal, maar verhaalt over een lastige periode in haar leven. En hoe ze de weg terug naar levensvreugde en plezier hervond.
Een boekje dat ondanks zijn kleine formaat me toch veel deed. Want je hoeft geen grootse daden te verrichten. Rustig wandelen, de natuur tot je door te laten dringen en ervaren dat het eeuwige ritme van de seizoenen helend kan werken.
Ik vond het een fijn boekje en las het nog een tweede keer.
Nou ja, blauw, een beetje paars ook wel, zacht lila misschien. Maar dat doet er niet toe, de plant heet “Blauwe regen” en zijn dure naam is “Wisteria”.
De plant in onze tuin heeft al vanaf het begin jaarlijks gebloeid en nu staat ze weer te pronken met dikke trossen bloemen, hangend in en over de pergola.
Een dode, oude appelaar staat er naast en houdt nog wat andere takken in de lucht.
En wij, wij bewonderen dit uitbundige vertoon. Want het duurt altijd maar even.
Dagelijks dus lekker genieten van de bloemenpracht.