Stralend wit

Niet alle bloggers zullen met plezier naar deze plant kijken. Het is dan ook een behoorlijk woekerend onkruid, dat lastig te verwijderen is. Uittrekken is geen optie, want dan komt het twee keer zo snel terug. De bladeren moeten in het voorjaar met een bestrijdingsmiddel bespoten worden.

Gelukkig heb ik deze “pispotjes” (Haagwinde – Convolvulus sepium) niet in mijn tuin. Ik fotografeerde ze toen ik vorige week wandelde in het gebied niet ver van huis. Daar tiert het welig, maar kan het toch niet zo veel kwaad, lijkt het.

Deze bloemen zijn precies op hun mooist en zo helder wit, dat ik ze meteen zou kiezen voor een wasmiddelen reclame.

Niet al te ver

Vorige week wilden Leo en ik een stukje wandelen. Vlakbij huis is dat niet zo moeilijk, maar ja… verandering van spijs doet eten.

Dus nadat onze hulp er was, pakten we de auto en reden we naar Lekkerkerk, naar het Loetbos. Vaak langs gereden, maar nooit echt geweest. En dat is heel onterecht, want het is een mooi gebied. Met veel slootjes, vogels en mooie wandelpaden.

Nog steeds loop ik niet zo goed, dus was ik blij dat er her en der bankjes staan en we even uit konden rusten. Het was trouwens bloedheet, dus ook dat maakte dat we geen lange kilometers weg liepen. Maar kijken wat er om je heen groeit, fladderende vlinders bewonderen en luisteren naar de vogels en de zoemende insecten, maakte dat we een heerlijke ochtend hadden.

En omdat we toch in de buurt waren, gingen we even op bezoek bij een oude vriend van Leo. Hij was verrast en liet de schildersklus waar hij mee bezig was, de schildersklus. En maakte koffie en broodjes die we in de tuin samen met zijn kleinzoon opaten. En zo hadden we een heerlijke lome dag.

Beschermd

Een dooie knotwilg langs de kant van het pad. Geen groen blaadje te zien… of toch? Ja daar, tussen wat zo op het eerste gezicht twee armen lijken. Wat er groeit is geen wilgenblad, maar een zaailing van een eik.

Ik ben geen bioloog, maar weet wel dat zaadjes door de wind meegenomen kunnen worden. Maar een eikeltje? Dat lijkt me sterk. Hoe komt zo’n eikel dan in die boom terecht?

Ik loop verder en denk er niet meer aan. Maar thuis zie ik de foto en dan verwonder ik me er weer over. Zo’n raadsel kan zich in mijn brein nestelen en groeit daar dan uit tot een “probleempje”. Maar ineens wist ik het….

Nou ja, ik denk dat ik het weet. Kinderen hebben er een eikeltje verstopt… Of misschien was het een gaai, die het een mooie plaats voor zijn wintervoorraad vond. Of zou het een eekhoorn geweest zijn? Dat lijkt me onwaarschijnlijk, want die zie hier niet in de buurt.

Ach, wat kan het me verder schelen. Het is één van de vele raadselen van de natuur….!

Belofte

Vandaag start de zomer, op de langste dag van het jaar. En dan gaan de dagen al weer langzaam korten. Dat merk je nog niet zo snel,. maar binnenkort zie het toch steeds vroeger donker worden. Nou ja, het is niet anders. Altijd zomer… nee, dat is het toch ook niet.

Straks komt de herfst. Met vaak prachtige dagen, vol zon en lome warmte. En dat brengt weer andere genuegten met zich mee. Nu bloeit de braam nog uitbundig, maar ook de eerste bramen zijn er al. Nog felgroen, zuur en oneetbaar. Maar met een beetje hulp van de zon kleuren ze diep paars en kunnen we straks weer volop bramen zoeken.

Dat is weer een pleziertje om naar uit te kijken. Voor een ander uitje in eigen land.

Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉

Rustig aan!

Vroeger, als mijn moeder een beetje nerveus was, nam ze wel eens een paar druppeltjes Valeriaan. Of dat nou echt hielp, kan ik me niet meer herinneren. Wel dat ik het vond stinken en het nogal bitter smaakte. Nou ja, ik had geen last van zenuwen, dus gebruikte ik die druppeltjes ook niet.

Ook nu ben ik nog niet zo’n nerveus type.

Maar als ik me toch een beetje gestrest voel, wil een wandelingetje nog wel eens helpen om tot rust te komen.

En als er dan wilde Valeriaan staat te bloeien, dan wordt die wandeling helemaal rustgevend 😉

Bezoek

Dieren hebben geen last van de Corona-lockdown. Die springen of kruipen van hot naar her en laten zich niet ringeloren. Neem nou deze kikker. Die zat zomaar ineens doodleuk op de rand van onze vijver.

Ik vind dat wel leuk en van mij mag ie ook nog wel een paar vriendjes meenemen. En ja hoor, dat deed ie ook. Soms zitten ze met z’n vieren rustig te genieten van de zon. Ze zijn aan ons gewend, want springen niet meer altijd in het water als we langslopen. Je moet natuurlijk wel rustig doen, maar dan kun je ze ook goed van dichtbij bekijken.

En ze zijn eigenlijk heel mooi. Groen met mat-gouden accenten, glanzend in de zon. Kleine juweeltjes op de rand.

Toverballen

Zaterdag kocht ik een bos pioenrozen bij mijn favoriete bloemenvrouw.

“U zult er geen spijt van hebben”, zei ze. “Het zijn net toverballen. Want ze worden toch groot”. Ik keek eens en vond ze al een flink formaat hebben. En een mooie kleur, een wat mistig zacht donker roze.

In de vaas zag je ze met het uur groter worden. En ja, ook de kleur veranderde heel langzaam. Maandag waren ze al bijna helemaal uit en werd het roze steeds lichter.

Gistermorgen waren ze nog verder opgelicht. Een heel teer en vagelijk roze leek het wel.

En toen ik ze gisteravond fotografeerde was de kleur ineens lichtgeel, bijna wit.

Je kon nauwelijks nog verschil ziet met de veel kleinere bloemen die ook in de vaas staan. Het lijken rozen, maar zijn het niet. Hoe ze heten weet ik niet meer. Dat moet ik nog eens uitzoeken.