Te hoog

We hoorden een heleboel geraas en Leo ging eens kijken wat er aan de hand was. En riep mij er toen ook snel bij. Ik kwam te laat om de hele verwijdering van een levensgrote naaldboom te zien, even verderop in de straat.

Maar zelfs al bijna geheel gestript, was het heel indrukwekkend. Dat wilde ik wel even op de foto zetten.

De man in de top was goed gezekerd, maar ik vond het toch een wat griezelig gezicht. De twee anderen voerden de afgezaagde takken en stukken stonk in een versnipperaar, ook al een hevig ratelend apparaat.

Maar ja, het zou niet doenlijk zijn om zo’n joekel van een boom met een handzaag klein te krijgen. Die boom is er vast in het begin geplant en dan weten de meesten niet hoe snel zo’n boom in de hoogte groeit en hoeveel licht er in het huis ontnomen wordt.

Het is dus wel begrijpelijk dat ie weg moest. Zulke hoge bomen passen niet in een kleine voortuin. Maar jammer is het wel. Hopelijk komt er wel wat ander groen voor in de plaats. Dat moeten we nog maar afwachten.

Herfstig

Hoewel de zon nog wel even haar best wil doen, wordt de natuur zo langzamerhand wel en beetje meer herfstig.

Meer dan een week geleden fotografeerde ik deze eikels, die voor de dieren een flinke voedselvoorraad in petto hebben.

En dat ondanks de droogte waar we dagelijks over te lezen krijgen.

Wandelen

Vorige week, toen de 4-daagse zou beginnen maar een dag werd opgeschort vanwege de hitte, waren wij in Drenthe.

Ja, het was warm, ongetwijfeld. Maar wat werden we beroerd van al die ongelofelijk opgefokte berichten over de warmte. Alsof het nog nooit boven de 30 graden was geweest.

Je kon geen krant lezen, radio beluisteren of tv bekijken of er werd over de hitte en het hitteplan en de daaruit volgende gele, oranje en rode codes gepraat. En het leek wel of iedereen zijn oren er naar liet hangen. Want de wegen waren stil, de terrassen leeg.

En wat deden wij? Wij hadden al in Rotterdam besloten dat we lekker zouden gaan wandelen. Natuurlijk geen 40 kilometer, maar ja, zulke afstanden lopen we sowieso niet. We hadden een leuke wandeling gevonden, waar je in snel tempo wel in een krap uurtje mee klaar zou zijn. Maar waarom haasten? We liepen op ons gemak, aten wat en dronken ons flesje water leeg op een bankje in de schaduw. We hebben genoten van de rust en de stilte.

Slechts twee mannen trotseerden ook die “vreselijke hitte”. Ook zij leken niet al te veel onder de indruk.

Straatnamen

Na alle nare berichten van de afgelopen tijd over natuur die verdwijnt, stikstof en CO2, bedacht ik me dat het misschien geen slecht idee zou zijn om de planten waarnaar de straten in mijn wijk vernoemd zijn eens op te zoeken. Want als de wereld echt op zijn eindje loopt, hebben we dan tenminste de foto’s nog 😉

De straten in onze woonwijk zijn allemaal vernoemd naar een plantensoort, boom of struik. Zo nu en dan zal ik van elke soort een paar onder de loep te nemen. Want na de klavers zijn er nog rozen, doornen, mossen, grassen, kruiden, distels of varens. Kijk, daar kan ik voorlopig wel mee vooruit!

Bron: Google foto’s

Dit is Medicago lupulina, of in gewoon Nederlands “Hopklaver”. Een klaver die je waarschijnlijk vrij veel kunt vinden.

Het is een kruipende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie en groeit op voedselrijke grond in gras- en bouwland en langs wegen en dijken. Ze komt van nature voor in Eurazië en Afrika.

De stengels zijn opstijgend en de plant wordt 5-50 cm hoog. De hopklaver bloeit van april tot oktober in trossen met één tot vijftig 2-3 mm grote, heldergele bloempjes. De bloeiwijze ziet eruit als hoofdjes op lange stelen, langer dan de bladstelen.

De plant draagt een niervormige, eenzadige met een doorsnede van 2 mm.

Hopklaver is dus een gewone, niet echt bijzondere plant. Ze is niet medicinaal of giftig en je kunt er verder niks mee. Nou ja, als de straat maar een naam heeft, nietwaar?

Straatnaam

Paardenhoefklaver staat op open, zonnige, matig droge tot matig vochtige, stikstofarme, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, kalkrijke zand- of mergelgrond, ook op kalksteen. De soort vermijdt standplaatsen op zware klei. Ze groeit op rivierduinen, in kalkgraslanden en op rotsachtige hellingen, in bermen en in steengroeven.

De westgrens van het Midden-Europese areaal bereikt Nederland niet. Onze voormalige vindplaatsen zijn als een voorposten van het verspreidingsgebied te beschouwen.

De soort groeide vroeger gedurende een lange tijd op een rivierduin bij Lexmond langs de Lek en kortstondig in de 80er jaren in Zuid-Limburg. (Al deze kennis kopieerde ik van de site Verspreidingsatlas.nl)

Vroeger speelde de plant een rol bij hekserij en toverkunst. Ze werd als afrodisiacum gebruikt en werd ook medisch aangewend wegens de aanwezige werkzame psychofarmacologische stoffen. Voor zo ver mij bekend is, wonen er geen heksen in de Paardenhoefklaver, maar ja weten doe je dat natuurlijk niet zeker 😉 😉

Even slikken

Met verbazing keek ik naar deze reclame. Een ontbijt in een flesje…? Zoiets was er al langer, maar volgens hersenprofessor Scherder niet echt aan te bevelen. Want kauwen heeft een functie. En even rustig ontbijten is ook veel beter dan haastig een drankje naar binnen gooien.

Maar de meeste verbazing betrof de nutriscore. Een A-score. Alsof er niks beters en kant en klaar puur natuur te koop is. Een peperduur flesje, met daarin melk, vezels, een smaakje maar geen suiker? En lang en zonder koeling (!) houdbaar.

Waarom zou je dat tot je nemen? En waarom hebben al die jonge mensen toch zo’n haast? Kun je nou niet even ’s avonds een schaaltje havermout (oh nee, dat heet nu overnight oats) of een boterhammetje klaarmaken en dan ’s morgens even 3 minuten zitten en eten?

Nee, dit dus. Om onderweg op te slurpen, in je eentje. Een plastic flesje met een drankje. Wie heeft het nog over een afvalprobleem?

Welkom in de nieuwe wereld, zonder boeren en koeien, maar met zulke idioterie. Hoogstwaarschijnlijk bedacht in een oh zo wetenschappelijke Foodhub.

Bah, mag ik een teiltje

Straatnamen

Na alle nare berichten van de vorige week over natuur die verdwijnt, stikstof en CO2 bedacht ik me dat het misschien geen slecht idee zou zijn om de planten waarnaar de straten in mijn wijk vernoemd zijn eens op te zoeken. Want als de wereld echt op zijn eindje loopt, hebben we dan tenminste de foto’s nog 😉

Bron: Google foto’s

Dit is citroengele Honingklaver, een plant die de meesten als onkruid zullen betitelen. Maar in grote getale vormt het een leuk geel veld. en de plant schijnt ook nog eens geneeskrachtig te zijn.

Honingklaver is een kruid wat reeds millennia lang door de mensheid wordt gebruikt om zijn culinaire en medicinale kwaliteiten. Het kruid wordt gedroogd en gebruikt bij kaasmaken; zo ontstaat groene kaas. Daarnaast is de wortel eetbaar en worden de jonge scheuten als asperges opgegeten. Jonge bladeren kunnen net zo worden bereid als groente. Zelfs de peulen zijn te eten. Ook de bloemetjes van honingklaver kunnen uitstekend een salade zowel optisch als nutritief verrijken. Van de bloemen kun je eveneens een thee maken.

Volgende keer eens kijken of er honingklaver kaas te koop is.

Houtkap

Elke keer als we zulke grote stapel gekapte bomen zien, verbazen we ons er over. Wat doen ze met al dat hout?

Ik neem aan dat ook in een bos zo nu en dan opgeschoond moet worden. Anders zou zo’n bos maar dicht groeien en kunnen andere planten en struiken geen plek vinden.

Onderweg zagen we laatst ook een vrachtwagen met aanhanger met daarop enorme boomstammen, van zeker bijna een meter in doorsnede.

Maar wat doet men met al dat hout? Het blijven vragen waar we geen antwoord op zullen krijgen.

Hopelijk krijg ik wel antwoord van de Gemeente Rotterdam, want op aanraden van Wieneke stuurde ik mijn blog van afgelopen dinsdag daar naar toe.

Ik kreeg in ieder geval al een berichtje dat men het zou terugkoppelen. Ik ben benieuwd!

En als ik antwoord heb, laat ik het zeker hier ook weten.

Ooievaars

In het noorden van het land zie je veel vaker ooievaars als hier in het westen. Al zitten er in onze buurt nog best wel wat, gelukkig.

Maar rijdend door Drenthe zagen we regelmatig wat ooievaars in de weilanden staan of overvliegen. En dan zijn ze duidelijk herkenbaar. Ooievaars vliegen met een gestrekte hals, reigers houden hun hals gebogen.

Maar toen we op een avond terug reden naar ons hotel zagen we ineens wel heel veel ooievaars op een kluitje. De boer was aan het werk en ploegde een stuk grond om. Dat zal wel een heleboel gemakkelijk op te sporen voedsel voor die ooievaars zijn.

Dus stopte Leo en kon ik een foto maken. Helaas zijn ooievaars ook nogal schuw, want er waren er ook al weer een paar gevlogen toen ik mijn telefoontje op hen richtte.

Nou ja, in ieder geval kon ik er nog zo’n stuk of zeven in beeld vangen. Het blijft bijzonder!

Niet begrepen

Midden in het bos, op een grote stapel gekapt hout ligt een groen plastic zakje. Het is een zakje met hondenpoep. Ik herken het meteen, ook al heb ik geen hond.

Dat wat je hond achterlaat, neem je op met zo’n zakje. En dat werp je dan later in een vuilnisbak. Zo wordt het bos niet bevuild, maar blijft er ook geen plastic achter in de natuur.

Het baasje van de hond was ongetwijfeld van goede wil, maar helemaal begrepen heeft hij de maatregel natuurlijk niet. Nu heeft zijn handeling geen enkel nut gehad.

Of heeft hij misschien gedacht dat het toch niet zo veel uit zou maken. In het bos leven immers allerlei dieren, die ook zo nu en dan hun behoeften moeten doen. Dus zou zo’n hondendrol nog veel uitmaken?

Ik denk het eigenlijk niet. In een groot bos maken al die drollen niet zo veel uit, al komen er wel heel veel honden. Maar in de stad heeft het veel meer zin. Je wilt tenslotte niet dat je kinderen tussen de hondenhoopjes moeten spelen.