Wandelen

Zomaar onderweg met de wandelclub naar onze koffiestop ontdekte ik deze zwam.

Wel vaker zie ik grote zwammen op boomstronken, maar meestal zijn die een beetje vuilwit. Zo’n grote inktzwarte had ik nog nooit gezien.

Dit soort zwammen rangschik ik gemakshalve maar onder “elfenbankjes”, maar dat is natuurlijk helemaal fout.

Gelukkig kun je via “Google lens” enigszins nagaan wat voor soort het is en zo ontdekte ik dat het een soort vuurzwam is. Hij groeide op een stronk van een knotwilg.

Ach, het maakt natuurlijk niet uit hoe de naam precies is.

Ik vond hem in ieder geval waard om op de foto te zetten.

Geen vrolijke kleur, maar wel bijzonder.

Bij-smaken

Wij zijn dol op honing. Dus krijgen we zo nu en dan wel eens een potje.

Zo bracht jongste uit Berlijn 3 potjes echte Berlijnse honing mee. Uit Den Haag kregen we een potje Haagse honing.

Zelf kochten we honing uit onze eigen wijk Ommoord en Schollevaar honing uit Capelle aan den IJssel. Ook kochten we een pot in het Arboretum, ditmaal van rozen.

Je zou denken dat honing gewoon honing moet zijn, maar elke soort smaakt weer anders. Dat ligt niet alleen aan de bloemensoort waar de bijen zoeken, maar ook aan de omgeving waar die bloemen te vinden zijn.

Wij vonden de honing uit Den Haag een beetje ziltig. De Berlijnse honing smaakte ook weer anders, de een een beetje rokerig, de andere had een fris citroenaroma. In de rozenhoning proef je toch ook een echt rozenaroma.

Grappig toch. Het is een echt natuurproduct. Alle soorten hebben zo hun eigen “bij”-smaken.

Gewoon mooi

Er is niet veel nodig om een goed humeur te krijgen.

Niet dat ik chagrijng was, integendeel. De zon scheen, ik was op weg naar de zangclub en de wijktuin was bedekt met een letterlijk schitterend waas van rijp.

Ik stopte even om te kijken naar een waterhoen die op een dun laagje ijs glibberig op zoek was naar een beetje eten.

En toen zag ik dit blaadje op de brugleuning. Gewoon een mooi begin van de dag.

Film

Rotterdam, de havens in het Maasvlaktegebied. Een stukje spectaculair Nederland en absoluut zeer fotogeniek.

Maar toch niet het stukje van ons land waar je natuur denkt te vinden. Oh ja, een beetje gras tussen de rails van het spoor, wat struiken op het talud. Maar verder lijkt het allemaal staal en beton.

Toch werd hier de film “Wild port of Europe” opgenomen en dan verbaast het je hoeveel natuur er te vinden is.

Want natuur laat zich niet dwingen, die zoekt zijn weg tussen alle beton en technische installaties wel zelf uit. Dus huizen er bunzings, uilen, egels. Zie je aan het water zeehonden, meeuwen, arenden en andere vogels.

De kijker wordt meegetrokken in de zoektocht naar al die dieren en kan ze volgen van de opbouw van hun nesten totdat de jongen groot genoeg zijn om uit te vliegen.

Een indringend beeld van wat er leeft en groeit tussen de door mensenhanden vervaardigde technische hoogstandjes. Aanrader.

Kleintje

Alweer een tijd geleden waren we in Diergaarde Blijdorp. Vaak vonden we het te druk, maar nu moest ons abonnement verlengd worden en daar knoopten we een bezoek aan vast.

Meestal gaan we wat later in de middag, dan is er niet zo veel bezoek meer. We hebben geen speciale routes, lopen meestal op goed geluk en zien wel wat er op ons pad komt.

Dit keer wilden we wel speciaal naar de olifanten toe. Nog maar een paar weken geleden was er een olifantje geboren en dat wilden we nu toch wel graag zien.

Buiten was geen olifant te ontdekken, maar binnen in Taman Indah, het olifanten verblijf stonden er wel een stuk of vijf. Olifanten doen het goed in Blijdorp. De kudde heeft inmiddels twee kleintjes, Radjik die op 5 mei 2021 geboren is en Maxi, die 9 oktober ter wereld kwam.

Net als bij mensen groeien olifanten snel. Radjik is nog wel aanzienlijk kleiner dan zo’n volwassen beest, maar steekt al ver boven de kleine Maxi uit.

Gelukkig showden de moeders hun kinderen graag en die kleintjes… ach die scharrelen lekker rond.

Vakantieherinnering

Zo’n vakantieblogje brengt je weer terug in de tijd. Deze foto is van oktober 2014 in Kyoto, Japan.

Het lijkt hier sereen en rustig, maar ik zie voor mijn geestesoog weer al die toeristen rondbanjeren, bewapend met kleine, grote en nog grotere fototoestellen. Of met een tablet, want daarmee foto’s maken is ook een tijdje erg in geweest.

Ja natuurlijk, ook ik schoot foto na foto. En hoe vaak zal ikzelf in iemands blikveld hebben gestaan? En wie heeft zich aan mij geërgerd?

Maar na een tijdje vond ik het fotograferen welletjes en deed ik mijn toestel in mijn rugzakje. Ik weet niet hoe lang we daar hebben gezeten, stil en zwijgzaam. We lieten vooral de schoonheid van deze tuin en de overweldigende herfstkleuren op ons inwerken.

En nu ook hier de herfst haar kleuren rondstrooit, denk ik weer met veel plezier en een beetje heimwee aan die weken in Japan terug. Al valt er hier natuurlijk ook heel veel te genieten.

Herfst

Vorige week schreef ik over de pompoenen die je op dit moment overal ziet. Ik nam een doos met wat verschillende kleuren uit Twente mee.

In de auto had ik al bedacht waar ik ze in de tuin zou leggen. Alleen nog niet waarop, want het rek is niet geschikt voor kleinere dingen.

Gelukkig vond ik in de berging nog een stukje plank. Dat kon ik prima gebruiken. Wat kleurige herfstbladen, klimop en oh ja, tamme kastanjes. Die groeien hier in Ommoord bijna overal. Ze zijn lastig om mee te nemen, want die stekels gaan overal doorheen.

Dit is het resultaat geworden. Het lijkt een beetje op een schilderij uit de Gouden eeuw, maar voorlopig is onze entree vrolijk versierd.

Boek

James Rebanks: Boerenleven

Boerenleven van James Rebanks vond ik aanvankelijk een beetje stroef lezen. Het duurde even voor ik de draad kon oppakken. Maar daarna las ik het in één ruk uit.

Ik reserveerde het in de periode dat de boerenprotesten hevig waren. Het lijkt inmiddels weer een beetje minder fel, al zagen we in Overijssel nog overal omgekeerde vlaggen.

Het is ook te begrijpen, want veel boeren zitten in een lastig parket. Tegen hun zin, maar meegaand in de maalstroom van de ontwikkelingen, hebben ze hun bedrijven groter gemaakt, meer dieren genomen en andere methoden van landbouw en veeteelt omarmd. Ze deden het vaak tegen beter weten in.

Het boerenleven heeft een revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt. Kleine boerenbedrijven konden het hoofd nauwelijks boven water houden. Moesten eigenlijk investeren, maar de daaruit voortvloeiende schuldenlast hing als een “zwaard van Damocles” boven hun hoofd.

Anderen, die wel moderner methodes gingen gebruiken, met grotere akkers, moesten daarvoor ook veel weg saneren. Het landschap werd compleet veranderd. Maar werd het ook beter? Op dit moment is dat maar de vraag.

Rebanks beschrijft hoe het was, hoe het veranderde en hoe het eigenlijk weer zou moeten. Kleinschaliger, zonder of in ieder geval met veel minder kunstmest. Met aandacht voor het landschap, want de heggen, bomen en struiken hadden een doel. Ze beschermden de landerijen, dienden als nestelplek en bieden een schuilplaats aan wild.

Een interessant boek, waar veel over na te denken is. Want niet alles is zwart/wit, al lijkt het er soms in de politiek wel op.

Pompoenen

We reden langs velden doorspikkeld met grote oranje bollen in allerlei maten. En langs de kant van de weg kraampjes, karretjes of flinke karren met pompoenen in allerlei kleuren, vormen en maten. Ze werden gretig gekocht, vaak stonden er al mensen bij. De keuze was soms moeilijk. Niet alleen door de hoeveelheid, maar ook doordat er flinke zware jongens bij zaten. En op de fiets is zo’n pompoen toch lastig ….

Vroeger waren ze toch een beetje excentriek, buitenissig. Maar nu kun je je bijna geen groentezaak meer zonder voorstellen.

Natuurlijk stopten we bij zo’n kar. Ik had ze voor het uitzoeken. In de auto stond al een doos. Kwam dat mooi uit! Die was dus rap gevuld. Netjes geld in de kassa gedaan, natuurlijk.

En thuis alles uitgestald op het rek voor het raam. Nog wat takken en blad erbij zoeken en ik ben klaar voor de herfst.

En straks naar de groentenman, want natuurlijk wil ik ook pompoensoep maken. Met gember, lekker!