Wandelen

Na weer een fysio-sessie reden we opnieuw naar de Rhoonse grienden. En daar ontdekten we weer heel andere dingen dan tijdens onze wandeltocht in februari.

Er waren meer bomen geknot, maar intussen ook al heel veel wilgentakken opgeruimd, dus geen stapels meer te zien. In de kale bomen groeide inmiddels al verschillende aangewaaide plantjes. Sommige bloeiden zelfs. En dan blijkt maar weer dat de natuur de mooiste combi’s weet te verzinnen. Voor thuis zie ik het nog niet op tafel staan, maar we genoten volop van deze vondsten.

De vogels waren druk bezig en floten dat het een lieve lust was. Ik probeerde met mijn Birdnet-appje te ontdekken wie er zo vrolijk zong en dat bleek een winterkoninkje te zijn. Laat hem nou even in een boom zijn kunsten herhalen. Zo mooi, dat verstoorde ik niet met een poging tot een videootje, maar (klik) dit vond ik op internet (bedankt Monigroen) 😉

En kijk, de dotterbloemen bloeiden. Hele stukken sloot waren er mee bedekt.

Binnenkort moet ik weer naar de fysio en wie weet wat we daarna dan gaan doen…

Er even uit…

Het was even zoeken naar de goede parkeerplaats, maar uiteindelijk toch gevonden. Plaats voor tig auto’s, maar er stonden er maar een stuk of wat. Wel een groot waarschuwings-bord. ’s Zomers zal het hier wel drukker zijn. Nu leek het ietsjes overtrokken.

We volgden de pijlen voor een route van enkele kilometers. En dan toch nog de weg kwijt raken…

Tja, dat betekende dus een langere wandeling en zo nu en dan maar hopen dat we de goede pijlen weer terug zouden vinden. Het gebrek aan mede-recreanten maakte het niet makkelijker. Die ene oude meneer wist heg noch steg. Maar we kwamen natuurlijk weer bij onze auto terug 😉 Zo groot is Twente tenslotte ook niet.

In de tussentijd hadden we ontdekt hoeveel hout er hier gekapt wordt en ons afgevraagd waar dat allemaal heen gaat. En in ieder geval nog extra een mooi stuk van dit bos gezien, frisse lucht gesnoven en veel vogels gehoord en vlinders gezien.

Niks mis mee dus. Integendeel, het was weer een heerlijke wandeling.

Hygiëne

Na het verhaal van Marthy las ik ook het boek van Tim Voors. Niet dat ik van plan ben om zo’n lange wandeling zelf te maken, maar er over lezen kan natuurlijk altijd.

Het las als een trein, al vond ik het teleurstellend dat de natuur, die toch overweldigend moet zijn, minder werd belicht.

Er was echter één ding wat me bijzonder opviel. Hoe ga je in zo’n situatie met hygiëne om? Vanzelfsprekend is het niet mogelijk elke ochtend te douchen. Zo nu en dan een sprong in een meertje of rivier moet je een beetje schoon houden.

In het bijzonder het gebrek aan een toilet zou mij nekken. Nou ja, helemaal alleen in de bushbush zou ook ik wel wat relaxter zijn dan langs een drukke verkeersweg. Maar toch…!

Zo nu en dan is het toch tijd voor een grote boodschap, die je moet begraven. Maar wat doe je verder met papier en zo….? Natuurlijk niet zomaar achterlaten in de natuur. Maar wat dan?

Tim Voors nam het mee, uiteraard netjes verpakt in een zakje. En gek hè, ik kan me die wandelaars nu niet meer anders voorstellen dan met een rugzak en daaraan bungelend een toiletrol en een keurig dichtgeknoopt zakje.

Zo zal het wel niet gaan. Er zijn beslist andere oplossingen. Maar dat beeld hè, dat blijft…. 😉

Sporen

Spoor zoeken, sommigen kunnen dat als de beste. Ik niet, want ik zie geen verschil in een hertehoef of hondenpoot. Ik kan ook geen drollen onderscheiden of determineren.

Maar de sporen van de grootste natuurvervuiler, de mens, die zie ik maar al te veel. Van snoep-papiertjes, blikjes, flesjes tot papieren zakdoekjes of bananenschillen…

Bananenschillen? Ja die ook. Weliswaar afbreekbaar al duurt het lang. Maar dat plastic etiketje blijft zichtbaar en vergaat voorlopig niet. Daarbij is een banaan een exoot in onze natuur, net als sinaasappels.

Ik vind het onbegrijpelijk dat mensen allerlei spullen meesjouwen in hun rugzak. En als de inhoud dan opgegeten is, pletteren ze het afval in de natuur. Je kunt het toch gewoon weer mee terug nemen en thuis in de kliko doen….?

Zaaien

Het is weer de tijd om te zaaien. Wonderlijk vind ik dat altijd. Je stopt mini korreltjes in de grond en later groeit er iets uit.

Dit jaar hoop ik te kunnen genieten van grote oranje afrikanen, snoeptomaten, basilicum en nog wat andere planten.

Ik heb geen kasje, dus moet ik wel een beetje improviseren met potjes op de vensterbank of ergens in huis. Ook moet ik me inhouden wat het aantal potjes betreft, want het heeft geen zin om straks met een overdaad aan planten te zitten en die dan in de kliko te moeten gooien.

Maar vorige week ging ik aan de slag en wie schetst mijn verbazing dat er al na enkele dagen wat sprietjes van de afrikanen op kwamen. Als die zo door blijven gaan, kunnen ze straks de concurrentie aan met de zonnebloemen. Ik volg het nieuwsgierig.

Dwarsig

Er zijn mensen die dwarsig van nature zijn. Maar dat je ook planten hebt die zulke trekjes vertonen, dat wist ik niet.

Want een beetje dwarsig is deze krokus toch? Ligt er een hele border vol gezonde en vruchtbare grond, ruimte zat om veilig te groeien. En wat doet dit exemplaar?

Die steekt zijn paars-witte kopje dwars tussen twee grote grindtegels door. Nauwelijks ruimte voor een bloem, nog minder voor wat bladeren. En dan ook nog de enige paars-witte naast een hele verzameling dieppaarse soortgenoten.

Iemand zei eens dat je de bloemen krijgt die je verdient…. Doordenkertje!

Echt lente

Het voelde al vele dagen als lente. In de tuin schieten de krokussen uit de grond. De sneeuwklokjes zijn al een beetje aan het verwelken.

Maar voor mij begint de lente pas echt, als ik speenkruid heb gezien. Vorige week, langs de Rotte, viel mijn oog ineens op dit ene gele bloemetje. Nou ja, een speenkruid maakt… Maar later zag ik een heel veld langs de sloot.

Dus ja, de lente is echt begonnen.

Opruimen

Een paar weken geleden schreef ik over Iris Scheffers, die tijdens haar dagelijkse wandeling opruimt. De rommel van anderen, die alles in de natuur laten liggen, raapt zij op en levert het in.

Iris zette deze week op Facebook een berichtje, dat ze een nieuw plan heeft. En voor iedereen die geen FB (meer) gebruikt, zet ik de tekst hier onder:

🍀 I HAVE A DREAM! 🍀
“Denk groot, start klein…Gisteren tijdens mijn ‘puin-ruim’ wandeling ontstond opeens dit idee: Op zaterdag 20 maart begint de lente en wil ik heel graag iets doen voor de natuur, mét jou!
Ik zou het heel tof vinden als we met elkaar op die dag een uurtje pakken om te gaan ruimen. Gewoon in je eigen omgeving of een andere plek waar je graag komt. Neem een zak(je), handschoen en een vuilknijper mee en ruimen maar!
Als je dan hiervan een foto maakt, deze op FB plaatst en mij daarin tagt, doneer ik voor elke foto € 1,- aan het Wereld Natuur Fonds. Mijn doel is om minimaal de 100 te halen. Daar moeten we toch dik overheen kunnen! Help je me? 🙏
Delen mag, heel graag zelfs! Ik hoop dat mijn gezondheidsvirus een mega-bereik gaat krijgen, zodat de natuur weer kan bloeien op haar manier en wij en onze kids in een schone en gezonde omgeving kunnen genieten. Ik hoop echt dat dit een gezonde olievlek gaat worden!”

Het lijkt me een prima idee, waar misschien wel meer aan mee willen doen. Ik heb de datum in ieder geval in mijn agenda gezet en ga in onze buurt aan de slag. Doen jullie ook mee, want alle beetjes helpen.

Puin ruimen dus:
op zaterdag 20 maart 2021.

Nog even een knijper zien te bemachtigen, anders wordt het zelfs een extra oefening met al dat bukken om de troep op te rapen 😉

Ook nuttig

Je zou het bijna niet meer verwachten in deze tijd van techniek en kunststof materialen,, maar wilgentenen worden nog steeds gebruikt om zinkstukken mee te maken.

Vroeger bestonden de zinkstukken compleet uit wilgenhout en riet. Tegenwoordig gebruikt men wel een kunststof weefsel tussen de samengebonden wilgentenen. Maar het blijft toch nog steeds voornamelijk natuurlijk materiaal waar zo’n grote mat uit bestaat.

Dus worden de wilgentenen in de Rhoonse en Carnisse Grienden bij elkaar gebonden en naar verschillende waterwerken vervoerd.

Ook worden er schuttingen van gemaakt. Persoonlijk vind ik die mooier dan de houten exemplaren van Gamma c.s.

En natuurlijk manden worden ook nog gemaakt van wilgentenen. Gelukkig is dit soort ambachten nog niet verloren gegaan.

Wandelen

Gisteren, na het bezoek aan de fysio, reden we door naar Albrandswaard, naar de Rhoonse Grienden. Vroeger waren we daar al vaker geweest. Ik herinner me wandelingen met modderpaden en natte voeten.

Nu is het er wat meer gecultiveerd, met nette schelpenpaden. En het is er nu ook veel drukker. Gelukkig nog niet zo druk dat we besloten terug te gaan.

Er is veel te zien, maar de hoofdmoot van de begroeiing bestaat uit wilgen. Sommige al heel oud aan hun verweerde en grillige staat te zien. En ook al heel vaak geknot. Met dat knotten waren ze nog druk bezig. Overal lagen stapels wilgentenen, al wel samen-gebonden, te wachten op verder transport.

Lekker ruim een uur gelopen in de wind, maar met heerlijke zon. Daar knapt een mens van op.

Volgende keer gaan we er weer wandelen, op zoek naar wat er dan al bloeit en misschien zien we dan ook de bevers, waar een wandelaar ons over vertelde.