Ook nuttig

Je zou het bijna niet meer verwachten in deze tijd van techniek en kunststof materialen,, maar wilgentenen worden nog steeds gebruikt om zinkstukken mee te maken.

Vroeger bestonden de zinkstukken compleet uit wilgenhout en riet. Tegenwoordig gebruikt men wel een kunststof weefsel tussen de samengebonden wilgentenen. Maar het blijft toch nog steeds voornamelijk natuurlijk materiaal waar zo’n grote mat uit bestaat.

Dus worden de wilgentenen in de Rhoonse en Carnisse Grienden bij elkaar gebonden en naar verschillende waterwerken vervoerd.

Ook worden er schuttingen van gemaakt. Persoonlijk vind ik die mooier dan de houten exemplaren van Gamma c.s.

En natuurlijk manden worden ook nog gemaakt van wilgentenen. Gelukkig is dit soort ambachten nog niet verloren gegaan.

Wandelen

Gisteren, na het bezoek aan de fysio, reden we door naar Albrandswaard, naar de Rhoonse Grienden. Vroeger waren we daar al vaker geweest. Ik herinner me wandelingen met modderpaden en natte voeten.

Nu is het er wat meer gecultiveerd, met nette schelpenpaden. En het is er nu ook veel drukker. Gelukkig nog niet zo druk dat we besloten terug te gaan.

Er is veel te zien, maar de hoofdmoot van de begroeiing bestaat uit wilgen. Sommige al heel oud aan hun verweerde en grillige staat te zien. En ook al heel vaak geknot. Met dat knotten waren ze nog druk bezig. Overal lagen stapels wilgentenen, al wel samen-gebonden, te wachten op verder transport.

Lekker ruim een uur gelopen in de wind, maar met heerlijke zon. Daar knapt een mens van op.

Volgende keer gaan we er weer wandelen, op zoek naar wat er dan al bloeit en misschien zien we dan ook de bevers, waar een wandelaar ons over vertelde.

Lente

Kijk nou toch… Kom je een paar dagen niet op dit pad, staat alles er in eens heel anders voor.

De knotwilgen aan de ene kant hebben hun pruik verloren. Kaal en naakt staan ze te wachten op een beetje zon. Tja…, de wilgenkapper mag nog wel zijn werk doen.

Nou onze eigen mensenkappers nog. Al wil ik wel een wat meer en zorgvuldig gedetailleerde coupe 😉 😉

Wandelen

De sneeuw lokte ons deze week regelmatig naar buiten. Goed ingepakt met handschoenen aan en sjaal om, trotseerden we de vinnige wind.

Het waren geen lange wandelingen, maar toch waren we regelmatig een flinke tijd buiten. Ik ben niet zo’n held in sneeuw of op ijs, want bang om te vallen. Maar met stevige en goed geprofileerde zolen onder mijn schoenen ging het prima. En waar het duidelijk glad was, liepen we heel voorzichtig.

Want wat is het mooi in zo’n wit winter wonderland. Even een ander “www” dan die van laptop of smartphone. Al kwam de smartphone goed van pas als fototoestel.

Troep

Ergeren jullie je soms ook zo aan alle troep die her en der in de natuur ligt. Ik kan maar niet begrijpen dat mensen spullen vol mee sjouwen en dan de lege blikjes, flessen en verpakkingen achter hun kont in de natuur laten liggen.

Dat begrijpt Iris Scheffers ook niet. Ik kwam haar vorige week tegen tijdens een wandeling. Ze sjouwde met een grote zak lege blikjes. We raakten in gesprek en ze vertelde dat je zo’n zak bij de gemeente Rotterdam kunt ophalen en er dan zo’n handige grijpstok bij krijgt. En dan is de achterliggende gedachte natuurlijk dat je die grijper gaat gebruiken en die zak vol met vieze troep vult en in de kliko gooit.

Ik vind dit wel een heel mooi voorbeeld. Want als je Iris aan het werk ziet gedurende haar wandeling, dan zul je je rommel niet op de grond gooien. Zelf heb ik zo’n zak (nog) niet gehaald, want ik laat nooit rommel in de natuur achter.

Maar voor wie het nog wel doet, neem voortaan je troep gewoon weer terug in je tas. Het is tenslotte leeg, dus zwaar is het allerminst. En dan thuis alles in de vuilnisbak, waar het hoort. Of in de tas voor het statiegeld, nog beter.

Want al duurt het nog tot 1 januari 2023, blikjes worden straks ook geleverd met statiegeld. Je gooit je spaarpot toch niet weg!

Iris meldde me dit nog:
als je een mail stuurt naar info@kleurrijkbuiten.nl komt de gemeente de knijper plús een rol stevige zakken bij je thuis brengen. Zak vol? Mailtje sturen en ze pikken ’t thuis bij je op!

Belofte

De wereld kan op z’n kop staan, er mag van alles gebeuren, veranderen of verdwijnen.

Maar er is één ding wat nooit verandert. En dat is de natuur. Wat voor malle strapatsen we ook uithalen, hoe onmogelijk het ook lijkt en wat er ook gezegd of geschreven mag worden. De aarde blijft doordraaien en elke dag gaat de zon op.

En elk jaar wordt het ook weer lente. Vroeg of laat, of het warm is of koud. Ineens staan er sneeuwklokjes te bloeien in de tuin, steken narcissen hun kopjes boven de aarde.

Dat is en blijft altijd zo en dat is altijd weer hoopvol.

Reiger

Er kwam wel eens eerder een reiger op bezoek in onze tuin. Die had wel geduld, maar kon geen visje uit de vijver verschalken.

De reiger van vorige week had zich eerst een paar dagen eerder georiënteerd en wist dus dat er wel iets te vinden zou zijn. En daar stond ie dan, een beetje chagerijnig leek het wel. Of kouwelijk, het woei die dag behoorlijk.

Maar hoe dan ook, hij had wel geduld. En ja, uiteindelijk had hij iets te pakken. Een miniem salamandertje was het slachtoffer. En laat dat beestje nou ook nog kleverig zijn. Reiger had er zichtbaar moeite mee het diertje naar binnen te werken. Z’n lange snavel sopte hij een paar keer in het water. Eén keer floepte salamander er zelfs uit. Maar uiteindelijk… ja dan toch was het arme beestje naar binnen.

Maar of die reiger nou voldaan was…? Daar zal toch wat meer vis voor nodig zijn!

Moestuin

Een moestuin hebben, moet heerlijk zijn. Maar om er zelf een te starten zie ik toch niet zitten. Zo’n tuin bij anderen bewonderen, er met plezier over lezen, ja dat dan weer wel.

Zo’n tuin brengt een heleboel werk met zich mee. En dat was in vroeger niet anders. Daarom hadden rijke mensen dan ook een of meerdere tuinmannen, die zorgden voor alles. Van spitten, snoeien tot zaaien en oogsten. Met een flinke kas voor de stekken en zaailingen.

Ik herinner me een serie uitzendingen op de BBC, waarin een Victoriaanse moestuin werd opgezet, onderhouden en waaruit werd gekookt. En niet alleen ik maar ook een columniste van “The New Yorker” vond het uitzonderlijke afleveringen, waarin van januari tot en met december alle stadia van de tuin worden belicht. Die serie is nog te koop bij Amazon.

Destijds heb ik het allemaal met heel veel plezier bekeken. Later kocht ik ook het boek dat naar aanleiding van die serie verscheen. Met mooie foto’s van de tuin natuurlijk, maar ook met foto’s en tekeningen van de keuken waar het allemaal gemaakt werd. Met heerlijke verhalen over hoe “downstairs” zorgde voor de heerlijke gerecht die bij “upstairs” op tafel kwamen.

Wandelen

Het gaat gelukkig stukken beter, dat wandelen. Dus stap ik, regelmatig vergezeld door Leo, weer de deur uit om een frisse neus te halen.

En onderweg van alles te bekijken en te fotograferen. Het valt me nu op dat er nog zo veel groeit en bloeit, ondanks dat het toch nog maar januari is. Soms denk ik dat ook de natuur een tik van de pandemie heeft gekregen.

Nou ja, doet er niet toe. Er valt onderweg voldoende om te bekijken, zoals deze kleumende kippen bij de deur van een van de buren. Die kippen scharrelen vrij rond en er is voldoende ruimte, maar ja die kou…

En zo vinden we telkens weer wat anders op onze wandeling.

Andere kijk

Ik weet niet hoe het komt, maar soms zie ik dingen ineens in een heel ander licht.

Deze berken moeten toch al een tijdje op het Ommoordseveld staan en ik ben er zonder twijfel een groot aantal keren langs gelopen.

Maar toen zag ik niet hoe mooi en hoe afwijkend van kleur ze zijn. Maar deze keer was waarschijnlijk het licht net anders. Niet zonnig, maar grauw en grijs. En op de een of andere manier werden ze heel anders belicht. Ze sprongen zo te zeggen meteen in het oog.

Maar het kan natuurlijk ook zijn dat de bast juist in deze tijd extra oplicht.

Nou ja, het fijne van hoe en waarom doet er eigenlijk niet toe. Ik vind ze mooi zoals ze zijn.