Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉

Rustig aan!

Vroeger, als mijn moeder een beetje nerveus was, nam ze wel eens een paar druppeltjes Valeriaan. Of dat nou echt hielp, kan ik me niet meer herinneren. Wel dat ik het vond stinken en het nogal bitter smaakte. Nou ja, ik had geen last van zenuwen, dus gebruikte ik die druppeltjes ook niet.

Ook nu ben ik nog niet zo’n nerveus type.

Maar als ik me toch een beetje gestrest voel, wil een wandelingetje nog wel eens helpen om tot rust te komen.

En als er dan wilde Valeriaan staat te bloeien, dan wordt die wandeling helemaal rustgevend 😉

Bezoek

Dieren hebben geen last van de Corona-lockdown. Die springen of kruipen van hot naar her en laten zich niet ringeloren. Neem nou deze kikker. Die zat zomaar ineens doodleuk op de rand van onze vijver.

Ik vind dat wel leuk en van mij mag ie ook nog wel een paar vriendjes meenemen. En ja hoor, dat deed ie ook. Soms zitten ze met z’n vieren rustig te genieten van de zon. Ze zijn aan ons gewend, want springen niet meer altijd in het water als we langslopen. Je moet natuurlijk wel rustig doen, maar dan kun je ze ook goed van dichtbij bekijken.

En ze zijn eigenlijk heel mooi. Groen met mat-gouden accenten, glanzend in de zon. Kleine juweeltjes op de rand.

Toverballen

Zaterdag kocht ik een bos pioenrozen bij mijn favoriete bloemenvrouw.

“U zult er geen spijt van hebben”, zei ze. “Het zijn net toverballen. Want ze worden toch groot”. Ik keek eens en vond ze al een flink formaat hebben. En een mooie kleur, een wat mistig zacht donker roze.

In de vaas zag je ze met het uur groter worden. En ja, ook de kleur veranderde heel langzaam. Maandag waren ze al bijna helemaal uit en werd het roze steeds lichter.

Gistermorgen waren ze nog verder opgelicht. Een heel teer en vagelijk roze leek het wel.

En toen ik ze gisteravond fotografeerde was de kleur ineens lichtgeel, bijna wit.

Je kon nauwelijks nog verschil ziet met de veel kleinere bloemen die ook in de vaas staan. Het lijken rozen, maar zijn het niet. Hoe ze heten weet ik niet meer. Dat moet ik nog eens uitzoeken.

Nu maar even zo…!

In parken en bossen kun je nog lekker wandelen en daar wordt dan ook grif gebruik van gemaakt. Maar sommige parken zijn maar een paar weken per jaar open. Ze nu open stellen zou zorgen voor een enorme drukte die niet meer verantwoord is.

In de Japanse tuin van Clingendael in Den Haag was ik al een paar keer. Ik herinner me prachtig bloeiende rododendrons, maar vooral ook de rijen mensen die de bloemen bewonderden en er foto’s van wilden maken. Begrijpelijk, maar wat een capriolen sommigen daar voor uit wilden halen. Dat blijft de tuin nu allemaal bespaard. Maar we kunnen toch van alle moois genieten omdat op de site van de Gemeente Den Haag nu een YouTube filmpje te bekijken is. Een mooi initiatief!

Mooi…!

Net als de dieren, laat ook de natuur zich niet ringeloren door wat onze mensenwereld op zijn kop zet.

Het is voorjaar en dus… het fluitekruid groeit en bloeit. En niet alleen het fluitekruid, ook de boterbloemen, het koolzaad, de gele irissen tonen zich op zijn mooist.

Maar het fluitenkruid vind ik toch het allerleukst van alles. Tere witte schermen, net kant. En als je het wilt fotograferen lukt dat maar met moeite. Eén zuchtje wind is voldoende om het heen en weer te laten wiegen.

Sommigen zullen het misschien wel onkruid noemen, maar ik vind het elk jaar weer prachtig.

Lekker!

Als het zonnetje schijnt, gaan we een stukje lopen. Even de benen strekken en een frisse neus halen.

En dan gaan we natuurlijk niet naar een winkelcentrum, maar zoeken ons heil in de natuur. Zo kwamen we vorige week langs het achterpad van de wijk, waar we dit bord zagen. Het moet er al veel langer hangen gezien de verkleuring. Maar de waarschuwing was duidelijk!

Hier wordt gewaakt door een alerte en assertieve hond. Inbrekers, hij lust jullie rauw bij een slap koppie thee !

Probleem

Toen ik afgelopen vrijdag het blog van Sjoerd las, dacht ik dat het geintje was. Het kon toch niet waar zijn dat mensen in alle ernst zich opwinden over zoiets als “bijenpoep”? Maar helaas, het is wel degelijk waar.

Mijn hemel, hoe ernstig kan dat zijn? Maar dan google ik nog wat verder en begrijp ik de zaak wat beter.

Want ga maar na, je kunt natuurlijk niet tolereren dat bijen je auto bevuilen. Onze eigen goed gepoetste, duur betaalde en veilig vlakbij huis geparkeerde Heilige Koe, overdekt met een laag gele bijen uitwerpselen? Nee, dat is te erg voor woorden. Daar moeten vragen over gesteld worden, handtekeningen voor verzameld en protestacties tegen gevoerd worden.

Wat nu? Zullen de bijen het veld moeten ruimen? Krijgen ze kleine pampertjes om, zodat de vieze boel tenminste adequaat afgevoerd kan worden? (In zee natuurlijk, bij alle andere plastic soep) Of ligt de oplossing van het probleem in het genadeloos vernietigen van de bijen?

Misschien is dat het beste. Want als er geen bijen meer zijn, is de mensheid ten dode opgeschreven. En dan is het hele probleem meteen de wereld uit!

😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡 😡

Hergebruik

Ik schreef er al eens eerder over (klik), maar bij ons laatste bezoek aan het Trompenburg Arboretum was men er weer druk doende mee.

Zo’n tuin vraagt natuurlijk heel veel onderhoud en zo nu en dan moeten de paden en randen weer netjes gemaakt worden. Ik weet niet of het er naast gelegen restaurant nog steeds de wijnflessen ter beschikking stelt. Maar inmiddels zijn het niet meer alleen de flessen die voor de randen gebruikt worden, maar worden klinkers en flessen om en om langs het pad gezet. Dat geeft een keurige rand en is nog steeds het toppunt van hergebruik.

Zelfs de Glühwein-flessen van de afgelopen kerst krijgen een nieuwe bestemming. De etiketten verouderen vanzelf in de grond. En in oude flessen is soms te zien dat planten zich vergisten en er geen groei meer mogelijk was.

Snel gezien…!

Wij hadden zaterdagmorgen al lang ontbeten, maar misschien was de snelle hap van deze meneer wel zijn ontbijt. Of lunch, ik weet het niet. Wel hapte hij met smaak en een beetje hongerig in een flink brood, waar van alles uit piepte. En dat hadden de meeuwen snel in de gaten.

Met veel gekrijs zette een grote meeuw zich op een lantaarnpaal en waarschuwde zijn vrienden. Hier komt zo meteen wat aan….! Ze waren hondsbrutaal, maar toch ook een beetje angstig voor ons en de andere wachtenden. Maar daar hadden ze ook een trucje voor. Met een luide kreet ontdeed één van de dieren zich van het hoognodige, precies op Leo’s schouder. Ja, toen wilden we wel schuilen voor zo veel viezigheid. En kregen de meeuwen de kans om de kruimels van het maal op te pikken.

En ze hadden het goed bekeken. De metro kwam eraan. De man liet zijn laatste hap in de prullenbak vallen. Straks , als het perron leeg was, zouden ze toeslaan. Maar toen waren wij al weer verder gereden.