Lente

Elk jaar weer ben ik blij als ik de eerste sneeuwklokjes ontdek in de tuin.

Dit jaar zag ik ze voor het eerst toen we weggingen om te gaan wandelen. Het was mooi en helder weer, veel lekkerder dan na al die regendagen.

En daar staan ze, nog helemaal in knop, maar onmiskenbaar de voorbodes van de lente.

Op weg naar onze bestemming ging het regenen en de dag daarna had het gesneeuwd. Wat nou lente…? We bibberen nog altijd en het is nog lang geen tijd voor korte mouwen.

Nog even geduld dan maar, want die lente die komt natuurlijk wel, net als elk jaar 😉

Minibieb

Minibiebs zie je steeds meer. Soms een klein kastje, soms een mooie kast met een flinke voorraad.

In Anloo liepen we langs de kerk en stonden ineens voor een minibieb. Niet zomaar een, maar voornamelijk gevuld met tuinboeken en tuinbladen.

Ervoor stond een tafel met potjes, waarop wat zaaigoed en stekjes. Zomaar, om mee te nemen. Het was dat we nog een paar dagen weg zouden blijven, maar anders had ik ze zeker meegenomen voor thuis.

En dat was nog niet alles. Er stond ook een aantal doosjes met zakjes zaad. Keurig gerubriceerd en op alfabet. Er waren wat groentenzaden, maar ook bloemenzaad natuurlijk. Zo leuk.

Daar wilde ik wel iets van meenemen. Natuurlijk heb ik me ingehouden en slechts 1 zakje meegenomen.

Straks eens kijken of de Oost Indische kers wortel wil schieten in Rotterdam.

Liefdespaar

Kijk ze nou es zitten, heerlijk in de zon. Het is niet zo’n groot dak, daar op mijn voederhuisje. Maar dat is juist fijn, zo kunnen ze lekker dicht tegen elkaar schukkeren.

Zo nu en dan knuffelen ze elkaar. Als ik de deur open doe, kijken ze meteen op. Ze vliegen niet meteen weg, zijn aan ons gewend. En wie weet, misschien schud ik het broodmandje wel leeg….

De buurkat houdt het stel ook in de gaten. Maar die is alert op alle vogels. Niet dat ie er veel vangt. Dat komt omdat hij een beetje mollig en dus ook wat slomer is. Nou ja, geen nood. Dan sluipt ie naar de vijver en drinkt een beetje. En dan zoekt ie weer een ander lekker tuintje.

De tortels trekken zich niks aan van de kat. Ze weten allang dat die geen gevaar vormt. Nog even knuffelen, roeroekoe (dat is ik vind je lief op z’n tortels) en dan vliegen ze weg. Op zoek naar een ander romantisch stekkie.

En ik ga verder met wat ik bezig was te doen. Straks is er vast wel wat meer te zien in onze tuin.

Zoeken

De bloementuintjes die ik bij de Appie kreeg had ik nog even laten liggen. Ze werden soms van hier naar daar geschoven, maar ach, ze lagen niet in de weg.

Maar toen voor Pasen de tafel uitgebreid gedekt moest worden, moesten ook de bloementuintjes met nog wat andere zaadjes verkassen.

Waar zou ik die nou eens neerleggen? Niet in de kamer, want dan bleef het toch rommelig. Niet inde gang, niet op mijn eigen kamer. Nee, ik legde ze ergens waar ze uit het zicht waren, maar toch simpel weer terug te vinden.

Maar de nacht na Pasen schrok ik wakker met de gedachte “Waar heb ik die doosjes nou toch gelaten?”

De volgende morgen meteen maar eens kijken. Ik zocht, ik zocht, maar nergens te vinden. Ook Leo zocht mee, maar zonder resultaat. We zochten onder de bank, in de boekenkast, in alle keukenkastjes. Maar geen bloementuintjes. Vagelijk herinnerde ik me dat ik ze ergens bij elkaar gelegd. Er vormde zich een beeld, maar hoe ik ook zocht, geen spoor.

Tot afgelopen donderdagmorgen. Ik keek weer eens in de berging, zonder resultaat. Had ik ze nou toch, zonder er bij na te denken, weggegooid? Toen viel mijn oog op dat ene barbertje onder de plank. En kijk….., in een mandje, netjes droog en opgeruimd, daar lagen ze dus!

En gisteren heb ik ze dus gezaaid. Nog even wachten en dan kunnen de roze, witte, gele en regenboogmix-bloemen worden uitgeplant.

Vechtpartijtje

Als we rustig in de kamer zitten, is het ineens een kabaal van je welste in de tuin. Gekrijs, klapwiekende vleugels en we zien wat veren door de lucht waaien.

Het zijn eksters en roeken, die duidelijk met elkaar in gevecht zijn. Maar waarom? Dat weten we zo gauw niet te achterhalen. Ze vliegen onrustig heen en weer en wippen van de schutting op het dak van de buren.

Maar dan ontdekken we iets op onze tuinkast. Lag dat er nou al? Nee, het blijkt een stuk brood te zijn. Maar dat is wel gek, want dat dak loopt rond af en je moet wel heel goed mikken dat zo’n broodkorst precies in het midden komt en blijft liggen. Trouwens, hele boterhammen gooien wij niet in de tuin. Hooguit wat kruimels uit de broodmand. We vermoeden dat het uit de bek van een vogel gevallen is.

Omdat wij opstonden zijn de vogels meteen weg gevlogen. Maar dat duurt niet lang en dan begint het gevecht alweer.

Uiteindelijk blijft er één roek over, die de korst met zijn poot op het dak vastdrukt. Zo, daar zal hij eens op zijn gemak van genieten…. Totdat er weer een ander zo brutaal is om ook een deel van de buit op te eisen. Even tilt de roek zijn poot op en …. floep, de broodkorst valt naar beneden en verdwijnt tussen de planten.

Dan heeft de vogel er genoeg van. Als het moeilijk wordt, zoekt hij wel ander voedsel. En zo is de rust weergekeerd in onze tuin.

Lente

Volgens meteorologen begint de lente vandaag, op de eerste dag van maart.

Maar op de lagere school leerde ik dat de seizoenen altijd op de 21e ingingen. En nou ben ik al behoorlijk “op leeftijd” en interesseert het me eigenlijk geen zier welke datum er gebruikt wordt.

De lente begint als de natuur er klaar voor is. En dat is soms veel vroeger dan cijfermatig bepaald is. Dus staan er al weken sneeuwklokjes en krokussen in de tuin.

De bakken met bollen stonden nog een beetje verdekt opgesteld omdat ze anders te veel regen zouden vangen. Maar nu begint daar ook van alles te bloeien.

En nou maar afwachten wat er nog verder op gaat komen. Want ik stopte een aantal soorten bij elkaar, maar vergat te noteren wat het allemaal was.

Geen nood, dan kijk ik wel regelmatig en bereid me voor op (aangename) verrassingen 😉

Te vroeg?

Sneeuwklokjes, die zijn toch de eerste bloeiers van het nieuwe jaar. Maar dan nu al? Wat is er met die bloemen aan de hand.

Ik was hoogst verbaasd deze sneeuwklokjes nu al te zien. Ik dacht meteen dat die klimaatopwarming dus wel eens meer waar zou kunnen zijn dan ik dacht.

Maar gelukkig, er is altijd wel iemand die net iets meer verstand van bloemen en planten heeft. En zij vertelde me dat er ook heel vroeg bloeiende soorten sneeuwklokjes waren. En daar zou deze dan wel een exemplaar van zijn.

Daarmee is het raadsel voor mij dus opgelost.

Gelukkig, er is al genoeg om aan te twijfelen in deze wereld.

In onze tuin staan ook sneeuwklokjes en meestal is er één die op 1 januari net boven de grond komt. Dat is en blijft dan toch de enige echte.

Kleur

Zo langzamerhand wordt alles in de tuin minder mooi. De bladeren verwelken, al verkleuren sommige struiken wel prachtig. Alles lijkt op zijn laatste benen te lopen.

Maar kijk, er zijn altijd langzame starters. Dit zijn de bloemen van de Kirengeshoma palmata, ook bekend als de Japanse wasbloem.

Een wat bescheiden schaduwplant, met mooi gevormde groene bladeren. Tot eind augustus, dan verschijnen er ineens knoppen aan het eind van de takken. En dan gaat het snel. Nu is hij op z’n hoogtepunt, met heldergele bloemen. Hij staat bij ons al lange jaren goed in het zicht.

Nog even een uitspatting van kleur, voor alles verwelkt en echt verdwijnt. Tot volgend jaar, dan verraden de groene punten dat alles op nieuw begint.

Hulp

Al jaren komt Hans een keer per jaar de tuin op orde brengen. Natuurlijk proberen we zelf alles enigszins in toom te houden, maar tegen sommige planten en struiken kunnen we niet op.

Er staat heel veel groen in onze tuin en dat mag best wel z’n gang gaan. Maar regen en wind en daarna flink zon had ons stukje veranderd in een jungle. En dus waren we maar wat blij dat er hulp kwam.

Hans en Brian gingen tussen de buien door stevig aan de slag. Na afloop nog even harken en bladblazen en alles zag er weer netjes uit.

We gingen met een gerust hart een paar daagjes weg. En nu heeft de natuur weer gelegenheid de boel over te nemen….. 😂😂

Vol verwachting

Hoe leuk ik een moestuin ook vind, het is helemaal niks voor mij. Ik ben het type “makkelijke tuinierster”. Dus groeit er hier en daar nog wel eens iets wilds buiten de paden. En dat kan natuurlijk niet bij nette rijtjes bonen, sla of bloemkool.

Maar zo nu en dan lukt het me wel om iets van groente te laten opgroeien. Dus zaaide ik eind mei courgette in grote potten. In elke pot kwamen drie zaadjes, die allemaal opkwamen. Dat is te veel, dus verwijderde ik er een aantal en nu staan er hier drie courgetteplanten te groeien. Het zijn nu nog maar inie-mini’s, maar het groeit als eh… courgette.

Als de voortekenen niet bedriegen, wordt het deze zomer courgettesoep, courgette met rijst, met pasta, in blokjes, in plakjes, gegrild of gekookt.

En nou ben ik een beetje ongeduldig, want ik wil wel eens weten hoe of dat smaakt. Maar courgette zullen we vaak eten, reken maar!