In het oog springend…

Meestal als we er naar toe gaan, kijken we niet zo naar het gebouw zelf. We zoeken de ingang, willen snel geholpen worden en dan ook snel weer weg. Je komt tenslotte niet voor je plezier in het Oogziekenhuis in Rotterdam.

Afgelopen dinsdag moest Leo er zijn voor controle. En hij ging alleen, want in verband met Corona werd dat aangeraden. Ik was wel mee, maar wachtte met een drankje en een boek op een terras in de schaduw.

Leo was al snel klaar en gelukkig was alles goed. Pas weer over een jaar terugkomen. Pak van zijn en mijn hart.

Toen Leo appte dat hij bijna klaar was, liep ik alvast de goede richting uit. En toen viel me op hoe fraai dat gebouw is. Mooi metselwerk, statige bogen en strakke uitstraling.

Gek toch, dat je ineens met heel andere ogen naar zo’n gebouw kan kijken.

Belofte

Vandaag start de zomer, op de langste dag van het jaar. En dan gaan de dagen al weer langzaam korten. Dat merk je nog niet zo snel,. maar binnenkort zie het toch steeds vroeger donker worden. Nou ja, het is niet anders. Altijd zomer… nee, dat is het toch ook niet.

Straks komt de herfst. Met vaak prachtige dagen, vol zon en lome warmte. En dat brengt weer andere genuegten met zich mee. Nu bloeit de braam nog uitbundig, maar ook de eerste bramen zijn er al. Nog felgroen, zuur en oneetbaar. Maar met een beetje hulp van de zon kleuren ze diep paars en kunnen we straks weer volop bramen zoeken.

Dat is weer een pleziertje om naar uit te kijken. Voor een ander uitje in eigen land.

Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉

Mooi…!

Net als de dieren, laat ook de natuur zich niet ringeloren door wat onze mensenwereld op zijn kop zet.

Het is voorjaar en dus… het fluitekruid groeit en bloeit. En niet alleen het fluitekruid, ook de boterbloemen, het koolzaad, de gele irissen tonen zich op zijn mooist.

Maar het fluitenkruid vind ik toch het allerleukst van alles. Tere witte schermen, net kant. En als je het wilt fotograferen lukt dat maar met moeite. Eén zuchtje wind is voldoende om het heen en weer te laten wiegen.

Sommigen zullen het misschien wel onkruid noemen, maar ik vind het elk jaar weer prachtig.

Kinderboerderij

Kinderboerderij “De Blijde Wei” ligt er nu maar verlaten bij. Het hek is dicht. Er klinken nu geen kinderstemmen. Alleen de medewerkers zijn er om de boel te onderhouden en de dieren te verzorgen.

Maar de dieren zijn er nog wel. Die trekken zich niks aan van Corona en vinden het misschien wel rustig. Nu kunnen ze heerlijk spelen in de wei en worden ze niet achterna gezeten door lawaai makende kinderen.

Het ziet er wat “terug in de tijd” uit. Jetses zou hier nog leuke platen hebben kunnen tekenen. Vroeger was dit een echte boerderij. Alles is nog authentiek en ademt een sfeer van vroeger.

Wij kwamen hier al met onze kinderen en nu komen er buurkinderen met hun pappa en mamma naar toe. Normaal gesproken is het er altijd wel druk. Op de parkeerplaats bij de grote witte Kip staan meestal rijen auto’s, want ook opa’s en oma’s gaan graag even een kijkje nemen. Net als wij dus deden, maar nu vanaf het wandelpad langs de sloot.

Rustig

Vandaag zomaar een plaatje dat ik schoot in de wijktuin, vorige week.

Normaal loop ik over het fietspad, maar nu nam ik een klein zijweggetje. En ineens zag ik weer hoe mooi het hier toch is. De bomen die nog niet helemaal in het blad staan, de zon, de prachtig heldere hemel en dat alles weerspiegeld in de grote vijver.

Ik hoef niet ver te wandelen om midden in de natuur te staan. Je zou niet zeggen dat dit stukje tuin ligt tussen twee wijken, waar aan de ene kant hoge flats staan en aan de andere kant eengezinswoningen. En nu is het ook nog eens heel rustig. Geen kwetterende kinderen bij de school, nauwelijks verkeer, geen vliegtuigen in de lucht.

Bijna ideaal zou je zo maar kunnen denken. Maar toch, niet alles is wat het lijkt in deze tijd….

Geen woorden maar…!

Als je de titel van dit blog ziet, zou je denken dat ik een voetballiefhebster ben. Maar dat is niet zo. Het interesseert me maar matig, ken de spelregels niet. En dan ook nog ligt de club uit de Kuip me minder na aan het hart dan die van het Kasteel en Jules Deelder.

Maar geen woorden maar daden past niet alleen bij voetballen, het past ook bij het Rotterdamse karakter. Niet voor niks zegt men dat in Rotterdam de overhemden met opgestroopte mouwen worden verkocht 😉

Op de Rotterdamse kalender vond ik volgend verhaal:
In het poep-chique Marina Bay Sand Hotel in Singapore hoorde iemand in onvervalst Rotterdams roepen: “Sjon, hellup jai dat waiffie effe, dan ken ze ook nog mee naar bove!. De dame in kwestie was duur gekleed. Het waiffie was een schoonmaakster, die een grote en zware zak wasgoed in de lift probeerde te tillen. De echtgenoot van mevrouw, Sjon dus, was een ook al duur uitziende meneer. Maar dat belemmerde hem niet om met een zwaai de zak wasgoed in de lift te zetten, zodat ook de schoonmaakster mee kon.

Typisch Rotterdams, geen woorden maar daden.! 😉

Bron: Google afbeeldingen

Laurenskerk

Tijdens het bombardement op Rotterdam werden niet alleen heel veel huizen vernietigd, ook de Grote of Laurenskerk werd zeer ernstig beschadigd. Lang heeft de kerk in de steigers gestaan, maar gelukkig is ze nu weer in volle glorie te bewonderen.

Er moest natuurlijk heel veel opnieuw gebouwd en gemaakt worden. Zo ook de gebrandschilderde ramen. En hiervoor werd glazenierster Gunhild Kristensen gevraagd. Zij ontwierp drie prachtige ramen. Je zou toch denken dat de kerkleden daar zeer verguld mee waren. Maar nee, in de jaren zestig besloot de conservatieve tak van het kerkbestuur, dat zulk monumentaal werk door een man gemaakt diende te worden. Dus gaf -heel terecht- mevrouw Kristensen de opdracht terug. Slechts één raam werd geplaatst.

Gelukkig dacht men anno 2014 wat vooruitstrevender en werd geld opgehaald om alle drie ramen alsnog te plaatsen. En nu kan men ze bewonderen, want ze zijn prachtig. Alsnog gerechtigheid.

Bron: Google afbeeldingen