Natuur in de stad

Het zijn natuurlijk niet allen de plantjes, die de natuur in de stad vormen. Er krioelt ook nog wel het een en ander in de lucht. Vogels en insecten. en vergeet de dieren niet die op de grond hun kostje bij elkaar zoeken.

Zo in en rondom ons huis is dan ook genoeg te vinden. Deze zomer hadden we last van mieren, vorig jaar hadden we een vliegenplaag. Maar gelukkig duurt zoiets nooit erg lang. De vliegen hebben we weggespoten (het waren er echt veel te veel) en de mieren besloten ons huis te mijden omdat Leo overal kaneel had gestrooid. En daar houden mieren niet van, of ze raken er de weg door kwijt. Gelukkig maar, want een colonne mieren in de suikerpot is niet leuk. Spinnen vangen we en zetten we het huis uit. Die vinden we te nuttig en daarbij zijn die ook beschermd. Hoewel er heel veel mensen zijn die daar geen rekening mee houden.

Deze wesp ontdekte ik in onze heg. Of hij aan het eind van zijn latijn was , weet ik niet. Maar hij bleef heel rustig zitten, zodat ik hem mooi kon fotograferen. Geen idee welke soort het is, maar wie het weet mag het melden 😉

Bomenlaantje

Herinneren jullie deze nog, van René Froger: Alles kan een mens gelukkig maken?.

Het is al weer een hele tijd geleden dat dit een hit was en je hem dagelijks op de radio kon horen. Ik moest er meteen aan denken, toen ik deze foto op mijn beeldscherm zag verschijnen.

De foto heb ik zelf gemaakt, een paar weken geleden. Een bomenlaantje, vlakbij ons huis. We wandelen er vaak. En telkens wordt ik weer blij van die knotwilgen langs het slootje.

Het is mooi, elke keer weer. Of de zon schijnt, in het voor- of najaar, in de winter als de lucht tintelt van de vrieskou. Ja, zelfs met mist vind ik het prachtig.

Ja, alles kan een mens gelukkig maken!

Vrolijk geel

Een aantal jaren geleden zijn in onze buurt hele straten opnieuw beplant met ginko’s. Ze kwamen in de plaats van de linden. Mogelijk waren de linden ziek, misschien hebben omwonenden geklaagd…?

Nu staan er dan ginko bomen. De eerste jaren waren die nogal sprieterig, maar allengs worden ze wat voller. Ik hou van die bomen, omdat ze in het najaar zo prachtig geel worden. Hele straten liggen dan bezaaid met het gele blad.

Vreemd genoeg verkleuren ze niet allemaal tegelijk, zodat de ene straat nog groen is en de andere al helemaal geel. En zo kunnen we er dan nog wat langer fan genieten. Tot de eerste herfststorm, dan waait al het blad er ineens af.

Natuur in de stad

Soms ben ik een echte huismus, soms moet ik er beslist even tussen uit. En omdat onze actieradius nu wel een beetje beperkt is, zijn het maar kleine uitstapjes.

Maar kom op, wie het kleine niet eert….! Dus stapten we in de auto en reden we naar Het Park. Konden we meteen nog wat boodschappen doen bij de grote oosterse toko.

Het was al weer heel lang geleden dat ik in het Park was. Vroeger, ja toen kwam ik er bijna elke dag. Op weg naar mijn werk. Maakte ik er foto’s, dia’s eigenlijk. Die foto’s van toen ga ik binnenkort eens opzoeken en nog eens goed bekijken. Want in die meer dan 40 jaar is er natuurlijk wel het een en ander veranderd. Maar -gelukkig- ook nog wel wat bewaard gebleven.

Er zijn plannen om het Park in oude luister te herstellen. De grasvelden hebben in de loop der tijd nogal te lijden gehad, sommige bomen zullen wel een beetje gammelig zijn. Maar nu was het gewoon weer heerlijk om er even een stuk te lopen.

Natuur in de stad

Om te genieten van alles wat groeit en bloeit, hoef je natuurlijk niet op het platteland te wonen.

Op dit balkon, midden in Rotterdam, staat een wormenton, waarin het gft-afval gedumpt wordt en bovenop planten zijn gezet. De wormen leveren vruchtbare compost op. Hier wel welig tierende tomaten, sla, bloemen. Er groeien ook druiven, die de buurvrouw van beneden naar boven laat leiden.

Het balkon is maar een paar tegels groot en met passen en meten kan er nog net een stoeltje en tafeltje op. De bewoner is er maar wat blij mee. Op zonnige zomeravonden kan hij hier heerlijk genieten van zijn pilsje.

Carrière

Ineens viel mijn oog op dit gebouw. De balletschool van Staluse Pera, wereldberoemd in heel Rotterdam. Daar ging je heen als je “echt” balletles wilde hebben.

En dat wilde ik wel. Tenminste, toen ik zo’n jaar of tien was. Balletles leek me niet alleen leuk, maar was ook goed voor mijn houding, volgens de orthopeed. Dus ja, balletles en dan meteen ook helemaal goed. Niks gehuppel in het buurthuis of in de studio van een mindere status. Ik wilde naar Staluse Pera!

Tja, dat mocht ik dan wel willen, dat gebeurde natuurlijk niet. De lessen waren duur en zo’n bevlieging zou weleens van heel korte duur kunnen zijn, schatte mijn moeder in. Balletles, dat wel. Maar eerst maar eens kijken hoe of het bevalt, dus zal ik je dan inschrijven? Bij het Wester Volkshuis kun je het proberen. Lekker dicht in de buurt, je kunt er zo naar toe. Je hoeft er zelfs niet voor over te steken.

Och, misschien had ik niet zo stijfkoppig moeten zijn. Want waarschijnlijk had mijn moeder gelijk. Was het maar voor een tijdje en zou ik daarna met geen stok meer naar balletles te sturen zijn. Maar nee, nuffig haalde ik mijn neus op voor zulke lessen. Het was alles of niets…, dus alleen bij Staluse Pera!

Maar ja, misschien had ik wel uitzonderlijk talent. Had de wereld aan mijn spitzen gelegen, had ik bloemen en roem vergaard. En was ik waarschijnlijk aanzienlijk slanker gebleven. Welke stralende carrière is aan mijn neus voorbijgegaan?

Ach… even wegdromen, dat kan toch geen kwaad. Zo veel spijt heb ik er achteraf toch niet van gehad 😉 😉 😉

Melkmeisje

Ik ben er al vele malen langs gekomen, maar pas sinds ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie viel dit beeld me op. Het is een beeld gemaakt door Han Rehm. En ook van hem had ik nog nooit gehoord.

Maar een paar van zijn beelden ken ik wel. Dat zijn echt beelden die bij Rotterdam horen: dat van Fanny Blankers-Koen, vlakbij de oude ingang van Diergaarde Blijdorp en de Lastdrager, dat vroeger op een veem van Pakhuismeesteren stond.

Han Rehm had jarenlang een atelier tegenover deze plek. Nadat hij was overleden, werd zijn atelier leeggehaald. Daar stond deze melkmeid, die zijn zoon meenam. Het was nog maar een gipsen exemplaar en iets te groot voor een woonhuis. Wat dan te doen?

Er werd een bronzen afgietsel gemaakt, dat werd aangeboden aan Kuijl’s Fundatie, die het wel een plaatsje in de tuin waardig vonden.

En zo geschiedde. Het is een fraaie plek, vlakbij waar het oude atelier stond en het is meteen een mooie herinnering aan de beeldhouwer.

Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.

Schaapjes

Al een paar jaar komt deze schaapskudde het gras kort houden bij een flat in onze wijk. Het is een leuk gezicht, de kalm kauwende dieren zo dicht bij huis. Na verloop van tijd gaan ze weer naar een andere stek en zien we ze soms terug tijdens een wandeling.

Er hoort ook een hond bij de kudde. Zo’n echte bordercollie, die de schapen prima in bedwang weet te houden. Dat heb ik al een keer kunnen zien. Geen schaap verlaat ongemerkt de kudde. Eén simpel fluitje zet de hond aan het werk en dirigeert alle beesten in hun hok.

Helaas maakte ik er geen filmpje van, maar dit is een goed alternatief:

Druk verkeer

Tegen de muur van onze berging staat deze klimhortensia. Op dit moment bepaald niet zijn meest fraaie verschijning. Maar oh, wat hebben we er een lol aan.

Want elk jaar vind een merelpaar dit een uitstekende plek om te gaan nestelen. Dus hebben we nu al maanden druk heen- en weer gevlieg van pa en ma merel. Ik vermoed dat er zelfs wel een paar nestjes achter elkaar zijn geweest.

Ik weet niet of het elk jaar dezelfde vogels zijn. Maar dit jaar zijn ze in elk geval niet al te schuw. Ook al zitten wij ‘s morgens aan de koffie in de schaduw, ze vliegen steeds weer af en aan. Eerst even kijken of de kust wel echt veilig is en dan met een noodvaart de bladeren in. Daar worden ze met veel gepiep ontvangen. Dan verstomt het gekwetter en vliegen ze weer opnieuw uit.

Ja, ze laten wel eens iets vallen, al zullen we ze daar maar niet om verjagen. We wachten nu met spanning op het uitvliegen van de jongen. En houden de likkebaardende katten een beetje op afstand.