Natuur in de stad

Om te genieten van alles wat groeit en bloeit, hoef je natuurlijk niet op het platteland te wonen.

Op dit balkon, midden in Rotterdam, staat een wormenton, waarin het gft-afval gedumpt wordt en bovenop planten zijn gezet. De wormen leveren vruchtbare compost op. Hier wel welig tierende tomaten, sla, bloemen. Er groeien ook druiven, die de buurvrouw van beneden naar boven laat leiden.

Het balkon is maar een paar tegels groot en met passen en meten kan er nog net een stoeltje en tafeltje op. De bewoner is er maar wat blij mee. Op zonnige zomeravonden kan hij hier heerlijk genieten van zijn pilsje.

Carrière

Ineens viel mijn oog op dit gebouw. De balletschool van Staluse Pera, wereldberoemd in heel Rotterdam. Daar ging je heen als je “echt” balletles wilde hebben.

En dat wilde ik wel. Tenminste, toen ik zo’n jaar of tien was. Balletles leek me niet alleen leuk, maar was ook goed voor mijn houding, volgens de orthopeed. Dus ja, balletles en dan meteen ook helemaal goed. Niks gehuppel in het buurthuis of in de studio van een mindere status. Ik wilde naar Staluse Pera!

Tja, dat mocht ik dan wel willen, dat gebeurde natuurlijk niet. De lessen waren duur en zo’n bevlieging zou weleens van heel korte duur kunnen zijn, schatte mijn moeder in. Balletles, dat wel. Maar eerst maar eens kijken hoe of het bevalt, dus zal ik je dan inschrijven? Bij het Wester Volkshuis kun je het proberen. Lekker dicht in de buurt, je kunt er zo naar toe. Je hoeft er zelfs niet voor over te steken.

Och, misschien had ik niet zo stijfkoppig moeten zijn. Want waarschijnlijk had mijn moeder gelijk. Was het maar voor een tijdje en zou ik daarna met geen stok meer naar balletles te sturen zijn. Maar nee, nuffig haalde ik mijn neus op voor zulke lessen. Het was alles of niets…, dus alleen bij Staluse Pera!

Maar ja, misschien had ik wel uitzonderlijk talent. Had de wereld aan mijn spitzen gelegen, had ik bloemen en roem vergaard. En was ik waarschijnlijk aanzienlijk slanker gebleven. Welke stralende carrière is aan mijn neus voorbijgegaan?

Ach… even wegdromen, dat kan toch geen kwaad. Zo veel spijt heb ik er achteraf toch niet van gehad 😉 😉 😉

Melkmeisje

Ik ben er al vele malen langs gekomen, maar pas sinds ons bezoek aan de Kuijl’s Fundatie viel dit beeld me op. Het is een beeld gemaakt door Han Rehm. En ook van hem had ik nog nooit gehoord.

Maar een paar van zijn beelden ken ik wel. Dat zijn echt beelden die bij Rotterdam horen: dat van Fanny Blankers-Koen, vlakbij de oude ingang van Diergaarde Blijdorp en de Lastdrager, dat vroeger op een veem van Pakhuismeesteren stond.

Han Rehm had jarenlang een atelier tegenover deze plek. Nadat hij was overleden, werd zijn atelier leeggehaald. Daar stond deze melkmeid, die zijn zoon meenam. Het was nog maar een gipsen exemplaar en iets te groot voor een woonhuis. Wat dan te doen?

Er werd een bronzen afgietsel gemaakt, dat werd aangeboden aan Kuijl’s Fundatie, die het wel een plaatsje in de tuin waardig vonden.

En zo geschiedde. Het is een fraaie plek, vlakbij waar het oude atelier stond en het is meteen een mooie herinnering aan de beeldhouwer.

Een hofje

Eén van de wandelvriendinnen woont in Rotterdam op een hofje, het hofje van Kuijl’s Fundatie. Samen met haar man zijn zij de beheerders van het hofje en zorgen dat alles daar goed reilt en zeilt.

En nu was de Ganzenpas uitgenodigd uit om bij haar koffie te komen drinken.

Anthonetta Kuijl

Het hofje beschikt over een grote tuin, dus niks stond ons in de weg. Nou ja, de regen dreigde roet in het koffiewater te gooien. Maar er was een -bijna nog mooiere- uitwijkmogelijkheid: de ontvangstzaal in het hoofdgebouw van de stichting.

En zo zaten wij daar op gepaste afstand en onder het toeziend oog van Mejuffrouw Anthonetta Kuijl aan de koffie.

Tussen de buien door konden we ook de tuin en een ander andere vertrek bekijken en hoorden we en passant hoe het -ook heden ten dage- nog zeer traditiegetrouw gaat bij een vergadering van de Hooge Raad.

En heel gezellige koffiemorgen met een niet al te lange wandeling.

Schaapjes

Al een paar jaar komt deze schaapskudde het gras kort houden bij een flat in onze wijk. Het is een leuk gezicht, de kalm kauwende dieren zo dicht bij huis. Na verloop van tijd gaan ze weer naar een andere stek en zien we ze soms terug tijdens een wandeling.

Er hoort ook een hond bij de kudde. Zo’n echte bordercollie, die de schapen prima in bedwang weet te houden. Dat heb ik al een keer kunnen zien. Geen schaap verlaat ongemerkt de kudde. Eén simpel fluitje zet de hond aan het werk en dirigeert alle beesten in hun hok.

Helaas maakte ik er geen filmpje van, maar dit is een goed alternatief:

Druk verkeer

Tegen de muur van onze berging staat deze klimhortensia. Op dit moment bepaald niet zijn meest fraaie verschijning. Maar oh, wat hebben we er een lol aan.

Want elk jaar vind een merelpaar dit een uitstekende plek om te gaan nestelen. Dus hebben we nu al maanden druk heen- en weer gevlieg van pa en ma merel. Ik vermoed dat er zelfs wel een paar nestjes achter elkaar zijn geweest.

Ik weet niet of het elk jaar dezelfde vogels zijn. Maar dit jaar zijn ze in elk geval niet al te schuw. Ook al zitten wij ‘s morgens aan de koffie in de schaduw, ze vliegen steeds weer af en aan. Eerst even kijken of de kust wel echt veilig is en dan met een noodvaart de bladeren in. Daar worden ze met veel gepiep ontvangen. Dan verstomt het gekwetter en vliegen ze weer opnieuw uit.

Ja, ze laten wel eens iets vallen, al zullen we ze daar maar niet om verjagen. We wachten nu met spanning op het uitvliegen van de jongen. En houden de likkebaardende katten een beetje op afstand.

Pluizig bolletje

Wanneer deze distelsoort begint te groeien is het eerst een stevige rozet van stekelige bladeren, waaruit een ook al stekelige steel komt met een soort van mini-artisjok.

Niet veel later zie je overal de paarse bloemen in het veld staan. En nu laat de plant een heel andere kant van zichzelf zien. Want in plaats van stekels toont ze nu dikke pluizige en zachte bolletjes. Eén zuchtje wind en de zaadjes waaien over het land uit.

Er zijn veel distelsoorten met evenzovele namen. Deze wordt, geloof ik, “kale jonker” genoemd. Nou, kaal is ie nu toch niet 🙂

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Reiger

Afgelopen week wandelden we na het avondeten nog een klein stukje. Toen we het bruggetje wilden oversteken, zagen we deze reiger.

Zo stilletjes mogelijk benaderde ik hem, mijn telefoon al helemaal klikklaar. Maar dat had ik niet hoeven doen. Hij was totaal gefocust op wat hij in het water meende te ontwaren. Had helemaal geen oog -en geen angst- voor de wandelende mensen.

Blijkbaar was het een goed voorzien stukje sloot, want diverse malen verdween zijn snavel in het water en liet hij iets naar binnen glibberen.

Was hij misschien nog aan het hoofdgerecht bezig, terwijl wij ons al verheugden op een toetje….? 😉