Er wordt altijd gedacht dat, als je niet meer werkt, je dan tijd te over hebt. Maar soms lijkt het ook wel of de tijd steeds sneller gaat. Dat is natuurlijk niet zo.
Allereerst ben ik niet zo’n snelle opstaander. ’s Morgen lokt mijn bedje en heb ik geen verplichtingen dan kan ik me nog eens lekker omdraaien. En waarom ook niet?
Bron: Google fotos / Blond Amsterdam
Maar ja, er is een huis om een beetje netjes te houden, was te doen, te strijken, boodschappen halen. Ook koken vraagt tijd, al vind ik dat helemaal niet erg om te doen.
Elke week roept de zangclub, er moet gewandeld worden om de conditie op peil te houden, gegymd om fit en soepel te blijven. Zo nu en dan gaan Leo en ik op stap of een paar dagen op vakantie.
En dan zijn er ook nog hobby’s, zoals knutselen, fotograferen, kaarten maken. En vergeet de uitdagingen niet. Ik doe mee met de Foto Bingo, maar ik zag ook de twee wekelijkse Blog Hop voorbij komen. Ik had het vaste plan daar aan mee te doen en elke veertien dagen iets te maken. Maar dat vergat ik ook weer meteen en zo kwam ik er achter dat die allang begonnen was. Misschien dat ik daar toch zo nu en dan aan toe kan komen, maar elke twee weken…?
Want van mezelf moet ik ook nog het een en ander verwezenlijken. Er moeten nog doosjes, opbergmappen gemaakt worden. En dat is al zo vaak uitgesteld. Dat wil ik het nu eens eerst af gaan maken. En straks is het kerst en wil ik kaarten maken, koekjes bakken. Dus ondanks hele dagen “vrij” heb ik best behoorlijk wat om handen.
Soms lijkt het wel drukker dan voorheen. Wat zeg ik, bij tijd en wijle begin het zelfs een beetje op werken te lijken!
En dolgraag zou ik nog eens naar die plek gaan, naar India, Jaipur. Jammer, maar aan zulke verre reizen gaan we ons niet meer wagen.
Dus moeten we maar bewonderend kijken naar wat anderen gefotografeerd hebben.
Alles ademt hier rust. De kleuren, een beetje poederig, de enorm hoge gang met de prachtige versieringen. Het eenzame frèle figuurtje in de zacht wapperende sari, alles ademt rust en vrede.
Of dat in werkelijkheid ook zo is, weet ik niet. Misschien is het er druk, zoals vaker elders in India. Misschien had de fotograaf geluk of was het heel erg vroeg.
Ommoord, de Rotterdamse wijk waar ik woon, heeft de twijfelachtige eer om de onveiligste rotonde van Nederland te bezitten. We komen er vaak langs, want die rotonde ligt bij een van de uitvalswegen van de wijk.
Het is er vaak druk. Auto’s rijden af en aan, fietsers, brommers, fatbikes vliegen over de kruisingen. Je komt er ogen tekort en moet zeker zeer nauwgezet kijken. Er gebeuren dan ook regelmatig ongelukken.
Nu de scholen weer zijn aangegaan zal het wel nog weer drukker worden. Ik verbaas me over het gemak waarmee mensen voorrang nemen en zomaar klakkeloos oversteken. Net als je denkt dat je kunt doorrijden, komt er weer een andere fietser aan. Zal hij de rotonde over gaan? Nee, hij gaat -zonder een hand uit te steken- linksaf en schiet over de weg.
En het is maar één van de vijf rotondes op de weg. En dan is er, verder weg, ook nog eens de overgang van de metro. Met slagbomen die regelmatig naar beneden gaan en daarmee een ongelofelijke storende factor voor het verkeer vormen.
Hoe graag ik ook een oplossing zou willen vinden, het zal me niet lukken. Het is en blijft een lastig probleem.
Hoe heerlijk moet het zijn als je onder je handen zo’n mooi en leuk plaatje tevoorschijn weet te brengen. Het is een illustratie van de hand van Inga Moore (1945) voor een uitgave van “Wind in the willows”, een kinderboek van Kenneth Grahame.
Natuurlijk heb ik weleens van dat boek gehoord, maar nog nooit heb ik het gelezen. Misschien ga ik dat binnenkort wel doen, want -hoewel een kinderboek- moet ook voor oudere lezers aantrekkelijk zijn.
Ik bewonder vooral de kleuren van dat super luxe beddengordijn. Slapen in een hemelbed, gesteund door vele kussens en met een kaars op het nachtkastje naast je. Dikke gewatteerde dekens tegen de kou en ’s morgens wakker worden na een nacht voor zoete dromen. Ja, dat lijkt me wel wat. Ik zie het zo voor me.
Maar ach, laat ik ophouden. Voor je het weet dagdroom ik verder en er moet nog het een en ander gedaan worden. Plichten roepen! Zoals vaatwasser uitruimen, was opvouwen.
Hup, terug in de werkelijkheid en met beide benen weer op de vloer!
“Het leven is kort. Lach zolang je nog tanden hebt.”
Je zou denken dat het van een humoristische site komt, of van een carnavalsvereniging. Maar niks is minder waar, het is een poster(?) van een vereniging van mensen die aan chronische pijn lijden.
Bij tijd en wijle word ik ook geplaagd door vervelende pijn, dus kan ik me wel enigszins voorstellen hoe je leven er dan uit kan gaan zien. Maar gelukkig trekt de pijn dan ook weer weg of wordt alles minder hevig. Ik heb nog geen klagen dus.
Maar chagrijnig worden helpt niks. Zo nu en dan een beetje lachen maakt alles toch veel lichter.
Niet altijd heb ik zin om vis te eten. Daar moet ik min of meer voor in de stemming zijn. Maar ja, zo nu en dan stond er hier toch een lekkere, vette en dikke gerookte makreel op het menu. Zonder al te veel poespas, maar gewoon zoals ie is. Meestal makreelfilet, zonder vel en zonder graten. Nou ja, bijna, want een klein graatje zit ons niet in de weg.
Ik schrijf met opzet “stond”, want sinds enige tijd kun je zo’n dikke vette Atlantische makreel niet meer krijgen. Makreel behoort tot een beschermde vissoort. Te intensief bevist en dus nu vallend onder Europese regels en verboden.
Appie heeft nog wel makreel, maar dat is Atka makreel. Zou een prima alternatief zijn, dus viste ik een pakje van dit makreelsoort uit het supermarktschap.
Wat een tegenvaller. Het kwam zelfs niet in de buurt van die lekkere vette Atlantische makreel. Op ons bordje lagen drie stukjes magere vis, droog en smakeloos.
Misschien dat er op de markt nog wel vers gerookte makreel te kopen is. Dat moeten we dan maar eens uitzoeken. Maar die nare droge stukkies vis komen er bij ons niet meer in.
Het werd gemeld op Nu.nl en dus zal het wel waar zijn. Maar geloven kan ik het eigenlijk niet.
Want we worden bijna elke dag gewaarschuwd voor schadelijke microplastics. En dan zouden ze nu voor astronauten koekjes hebben gemaakt uit plastic petflessen.
Op het plaatje lijken het net echte koekjes en volgens het verhaal smaken ze zelfs “als vers gebakken” en hebben ze een vanillesmaak. Nou lijken astronauten me sowieso niet al te fijnproeverig. Die slurpen hun eiwitrijke prutjes toch wel gehoorzaam op, lekker of niet.
Nou ja, de voedselindustrie kan meer dan we denken en de menselijke smaak laat zich vaak bedotten. Als het kraakt en ook nog enigszins een smaakje heeft, zal de consument niet lang meer wachten met het toch eens een keertje proberen.
En voor het hier in de supermarkt ligt zal nog wel een tijdje duren. Maar mij krijg je niet aan dit soort kunstvoedsel.
Ontelbare malen is de stad Parijs al vereeuwigd. Geen wonder dat er dan ook een poster van deze stad in onze kalender zit.
En ja, wat zou een poster van Parijs zijn zonder Eiffeltoren?
Op hoeveel lijstjes zal een reisje naar Parijs geschreven staan? Er is zoveel in die stad te bekijken: mooie pleinen, prachtige musea, gezellige terrasjes, schaduwrijke parken en kunstuitingen in alle mogelijke vormen.
Maar ook gewoon zitten op één van die vele terrasjes en de wereld aan je voorbij laten gaan. Het liefst natuurlijk in amoureus gezelschap, want Parijs is ook de stad van de liefde.
En dan ’s avonds samen eten. Gewoon, niks bijzonders een glaasje wijn en een sandwich. Of juist uiterst chique, met kreeft en champagne.