Bescheiden glamour

Samen met zwager en schoonzus gingen we naar de tentoonstelling “De smaak van Soestdijk”. een tentoonstelling die gehouden wordt (nog tot 29 maart 2026) in Paleis Soestdijk.

Met een kijkje in de keuken van het Paleis, de eetkamer van koningin Juliana, de jachtkamer. Zo kon je zien hoe destijds onze vorstin er met haar gezin leefde.

En met een keur van allerlei serviezen en bestek. Ook was in een van de grote zalen de tafel gedekt voor een groot diner, compleet met lakeien, zwaar zilveren bestek en uitgelezen porselein.

Alles ademde een bescheiden luxe uit, maar je voelde dat “doe maar gewoon, dat is gek genoeg” toch de boventoon voerde. Wie wel eens in een Frans paleis zoals Versailles is geweest, ziet het verschil. Niet te veel pracht en praal, maar bescheiden glamour.

Natuurlijk proefden we de smaak van het paleis in de vorm van kleine taartjes, die gebakken waren door Robèrt van Bekhoven. En ik kon ik het niet laten, maar ging uiteindelijk de deur uit met een kookboekje. Om ook thuis de smaak van Soestdijk te kunnen proeven.

Kawase Hasui

Meteen toen ik de aankondiging voor de tentoonstelling van houtsneden van Kawase Hasui in het Japanmuseum SieboldHuis zag, wisten Leo en ik dat we daar naar toe wilden.

Kawase Hasui (1883-1948) maakte prachtige houtsnedes. Japanse landschappen, tempels, vaak met dikke sneeuw bedekt, dromerige landschappen in de schemering en natuurlijk de berg Fuji.

Maar er is meer te zien. Hasui maakte ook boekomslagen, toeristen posters en kerstkaarten. Een mooie tentoonstelling, waar we soms prenten ontdekten van plekken wij ook bezocht hadden.

Ik maakte een kleine impressie, maar er is veel meer te zien.

Titanic

De tentoonstelling Titanic and Fashion in het Kunstmuseum wilde ik graag zien. Dus gingen we deze week naar Den Haag, want er is nog maar tijd tot en met zondag 25 januari 2026. Dan valt het doek voor deze tentoonstelling.

Niet alleen de mode uit die tijd is het aankijken waard, de hele tentoonstelling ademt sfeer. Want tentoonstellingen inrichten dat kan het Kunstmuseum heel goed. Met veel oog voor details, niet alleen in de dingen rondom het onderwerp. Zelfs de vloeren waren deel van het decor.

Je kon zowat de teer en zeelucht ruiken en de modellen stonden alsof ze meteen aan boord konden gaan. Er was een grote diversiteit aan kleding te zien. Niet alleen damesjaponnen, ook heren in jacquet en kindermodellen toonden wat er in die tijd zoals gedragen werd. Dat alles omzoomd met koffers, hoedendozen, parasols en nog veel meer. Ook was er aandacht voor de kleding van minder rijke passagiers.

Ook werden parallellen met de mode van nu getrokken. De frèle stoffen van Iris van Herpen, schuimend als zeewater, stoere werkkleding en pakken lijkend op duikkleding. Daar heb ik geen foto’s van gemaakt.

Maar ik ben blij dat ik deze tentoonstelling heb kunnen zien.

Banket van de Fazant

We kennen de verhalen over schranspartijen, enorme diners en tig gerechten in een banket. Soms zien we er beelden van. Maar stel je zoiets voor in 1454, dus bijna 600 jaar geleden. Wat zou men daar geserveerd hebben? Daar kun je je nu weinig bij voorstellen. Toch was het door Filips de Goede aangerichte Banket van de Fazant van een ongekende grootte. En het duurde meer dan 18 dagen.

Het begon in Rijssel (Lille) op zondag 17 februari 1454 met een koninklijke verloving, werd gevolgd door nog meer dagenlange feestelijkheden en eindigde met een enorm theater van ongekende heerlijkheden. Met orkest in een schelp van deeg, met een levende olifant waarop een vrouw reed. Er was muziek, er werden allegorieën opgevoerd, kortom er waren kosten nog moeite gespaard voor een spektakel van ongekende afmetingen.

En uiteindelijk kwam dan die goudfazant ten tonele. Filips de Goede verzocht aan alle aanwezige edelen een eed op dat dier te doen en vooral veel geld te doneren. Want hij wilde de Turken gaan verslaan met een nieuwe kruistocht, waarbij de Turken eens en voor altijd verslagen zouden worden.

Op de tentoonstelling in het Limburgs Museum was de glitter en glans van dit spektakel mooi verbeeld met een paviljoen van “gouden” reuze pailletten, stonden er overvloedige gerechten en waren de wanden versierd met wandtapijten.

Met enige fantasie krijg je een beeld van de enormiteiten, zeker als je het in die tijd verplaatst.

Er was een film met telkens die fazant, met een ketting vol edelstenen. Daartussendoor kon je eden lezen, die de edelen hadden uitgesproken. En al moest dan het Christendom verdedigd worden, veel van die eden schonden het gebod van “gij zult niet doden”. De kruistocht kwam er overigens nooit.

Bourgondiërs

Maar we gingen natuurlijk vooral naar Venlo om de tentoonstelling van de Bourgondiërs te bekijken. Ik was al aardig in de stemming gebracht door het boek en de podcast van Bart van Loo. Maar hier lagen nu de relikwieën, stonden de beelden en hingen de schilderijen uit die tijd.

img_20251008_1444106054015809138023878365

Een tentoonstelling in beperkt licht, omdat veel van de voorwerpen uiterst kwetsbaar zijn. Maar alles werd zonder meer prachtig uitgelicht. Voor wie wil zijn er audiotours te verkrijgen en uitgebreide informatie staat op de wanden te lezen.

Het ene moment sta je oog in oog met Flips de Goede, Karel de Stoute of Maria van Bourgondië. Wat verderop staan houten beelden, zo mooi en fijn gesneden. Iets waarover ik me altijd weer verwonder, omdat de kunstenaars destijds alleen hamer, beitel en vijl ter beschikking hadden. En dan toch zulke levensechte en gedetailleerde voorstellingen maken…. ik ben er altijd weer stil van.

Er was een grote plek ingericht voor het “Buffet van de Fazant”, maar daarover vertel ik later.

En dan waren er waren nog boeken, wandtapijten, beeldhouwwerken, gouden en zilveren voorwerpen.

En toch maakte ik niet veel foto’s. Dit is iets wat je gezien moet hebben, de sfeer ondergaan en zelf ervaren. En vooral van moet genieten, omdat we niet zo vaak zo dicht bij die Bourgondiërs en de Middeleeuwen kunnen komen.

De tentoonstelling in het Limburgs Museum is nog te zien tot en met 1 februari 2026.

Havendagen

Het eerste weekend van september is traditioneel het weekend van de Havendagen in Rotterdam. Vroeger een heel groot feest, tegenwoordig lijkt het een beetje bescheidener te zijn. Maar Rotterdam, haar historie, de haven, het blijft belangrijk voor Nederland.

Wij gingen afgelopen zaterdag een kijkje nemen op de Schiedamsedijk, waar het Maritiem Museum zit. Langs de kade lagen een heleboel oude schepen en scheepjes, die vroeger dagelijks het beeld van de haven bepaalden.

De oude kranen behoren tot het buitenmuseum van het Maritiem en staan altijd op de kade, net als de motoren. Maar nu werkten sommige van de zware machines. Ze stampten ritmisch en je rook de geur van diesel, teer en touwen. Oudgedienden wilden maar al te graag uitleg geven.

We snoven de sfeer op, haalden in het zonnetje herinneringen op aan toen we nog werkten. En tot slot liepen we door de stad, namen een -misschien wel laatste- ijsje op de Hoogstraat.

Kippen

Wie in Barneveld is, kan niet om de kippen heen. Je ziet ze niet, maar toch zijn ze overal aanwezig.

Dit staat sinds kort op de muur van het Pluimveemuseum, waar alles van de kip tot het ei (of vice versa, daar is men nog niet uit) uit de doeken wordt gedaan.

En wij zagen nog net hoe aan deze muurschildering de laatste hand werd gelegd. De volgende dag zou de officiële onthulling plaatsvinden. De verf was nog een beetje nat zelfs 😉

Kippen

Wat er nou het eerst was, de kip of het ei, daar is men ook in Barneveld er nog niet uit. Maar er scharrelen heel wat kippen rond, ook in het Pluimveemuseum.

We dachten een saaie opsomming van kippenrassen te krijgen, maar het bleek een heel leuk en leerzaam museum te zijn.

Met veel echt rondscharrelende kippen, met veel informatie en met veel eieren. We weten nu ook dat er niet alleen witte, bruine maar ook groene eieren gelegd worden. Vroeger legde een kip ongeveer 60 eieren per jaar. Nu levert dat dier er wel 325 per jaar.

In het museum scharrelden de kippen in ruime rennen, maar zoveel eieren vragen om een andere manier van huisvesten. En dan kun je de legbatterijen niet ontlopen.

Op de Eierveiling konden we onze verse eitjes zelf “mijnen”. Hier gingen ze per 10, maar in het echt zijn de partijen beduidend groter.

En naast al die kippen waren er ook machine-opstellingen. Al die eieren moeten tenslotte ook gesorteerd, verpakt en vervoerd worden.

Voor de industrie worden ook machines gemaakt om eieren te scheiden. Zodat bakkers en advocaatfabrikanten apart worden voorzien van dooiers en/of eiwit. Daar konden we filmpjes van bekijken.

Er was heel veel te zien en we hebben een leuke middag doorgebracht.

Toetjes

Er zijn, denk ik, maar weinig mensen die geen toetjes lusten. Die zijn er dan ook in allerlei vormen en smaken en dus kan iedereen wel iets lekkers bedenken als afsluiting van de maaltijd.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de tentoonstelling “Grand dessert” in het Kunstmuseum in Den Haag druk bezocht wordt. Het is een lust voor het oog en je neus. Want er zijn allerlei geuren te herkennen, je kunt (met je ogen) genieten van drilpuddingen tot ijscoupes in soorten en maten.

Samen met Lies bekeek ik een enorme verzameling puddingvormen, konden we likkebaardend kijken naar gehaakte fruittaarten, macarons en andere heerlijke zoetigheden. Er was een grote proeverij van taartjes, koekjes, bonbons en snoep te bewonderen. Niet te eten, want de kunstenares is allergisch en mag geen desserts eten. Dan maar van glas, net zo mooi, zoet en heerlijk om te bekijken. Maar zonder allergenen en zonder calorieën…. 😉

Er was ook plaats ingeruimd voor kookboeken, zodat we even konden uitrusten en een beetje inspiratie op doen om thuis te gaan koken en bakken.

Kortom een heerlijke tentoonstelling, mooi opgesteld en sfeervol. Ik kon er niet genoeg van krijgen, dus ga ik zeker nog een keertje kijken.

Portretten

Vorige week gingen Leo en ik naar het Fotomuseum in Rotterdam. Daar is altijd wel iets te bekijken, maar dit keer gingen we speciaal voor de tentoonstelling “Je moest eens weten”.

Fotografe Cigdem Yuksel maakte prachtige portretten van Turkse vrouwen die in de jaren 60 en 70 naar Nederland kwamen. Naast de portretten waren foto’s uit hun familiealbum te zien en vertelde elke geportretteerde iets over haar ervaringen. Soms was dat een film, meestal een opgetekend verhaal.

Ze kwamen uit alle delen van Turkije, ze spraken de taal niet, misten hun familie, het dorp of de stad waar ze woonden. Ze werkten hard, als fabrieksarbeidster, schoonmaakster en voedden hun kinderen op. Maar altijd maakten ze er het beste van. Een prachtige tentoonstelling, met ontroerende verhalen van sterke vrouwen.