Boek

Katharina Fuchs: Anna en Charlotte

Twee vrouwen, twee levens, twee verhalen. Het lijkt een simpel gegeven, maar het werd een fijn boek om te lezen.

Anna, een dochter uit een boerengezin in de buurt van Chemnitz en Charlotte, de dochter van een grondbezitter. De vrouwen kennen elkaar niet, wel hebben ze beiden een sterk karakter en de wil om te overleven.

De liefde voor een man loopt als rode draad door hun levens, maar door omstandigheden is het hun niet vergund om hun leven met hem door te brengen.

Het boek begint aan het eind van de eerste wereldoorlog. De dromen van toen worden ruw verstoord door wat er in de wereld gebeurt.

Pas aan het eind van het boek zullen de levens van Charlotte en Anna samen komen. Ze blikken dan even terug, maar beseffen dat er nog een leven voor hun ligt. Welke grootse plannen liggen er voor hun in het verschiet?

Er is een tweede deel, wat nu op mijn tafel ligt om te lezen.

Souvenirs

Sommige dingen hebben geen woorden nodig. Zoals dit, want die twee verlichte poppetjes vertellen op zichzelf een heel verhaal.

Het zijn Ampelmannetjes, figuurtjes die op de verkeerslichten staan. Niet in Nederland, maar in Berlijn. Eerst in Oost-Berlijn, maar nu zijn ze een symbool voor de stad. En inmiddels is een hele handel in allerlei artikelen (klik) ontstaan.

Ik weet bijna zeker dat de bewoners van dit huis in Berlijn waren en deze lichtjes als souvenir hebben meegenomen.

En toen ik ze zag, daar in die onbekende straat, fladderden mijn gedachten weer naar onze bezoeken aan Berlijn. De sfeer, de indrukken, de verhalen over de Muur.

En toch maar gewoon twee lichtjes, het begin van veel dierbare herinneringen.

Honing

Tijdens onze vakantie op Zakynthos ontmoetten we een man, die ons zijn honing wilde slijten. Hij bracht zijn producten enthousiast aan de man en vertelde dat echte honing niet oplost in water. Het water wordt niet zoet, maar blijft gewoon … water. We hadden de proef nog niet op de som genomen.

Vorig jaar bracht onze jongste een pot honing mee van zijn fietsvakantie naar Berlijn. Echte Berliner Lindehonig. Een stevige honing, die met een lepel uit de pot moet schrapen. Heerlijk.

Maar hoe zuinig we er ook mee omgingen, uiteindelijk was de Berlijnse honing op. Ik wilde de pot omspoelen en schoonmaken. O ja, even testen! Water in de lege pot, een paar keer hevig schudden en…?

Jazeker, dat water werd niet zoet, maar bleef gewoon naar water smaken. De Griekse imker had dus gelijk.

Weerspiegeling

Och, wat regende het in Berlijn op die zondag in november. En dan is het geen gezellige stad. Alles dicht, bedompte bussen en trams. En foto’s maken was ook geen pretje. Zo’n bruisende stad pruttelt dan een beetje tegen.

Maar toch maakte ik deze foto. De Fernsehturm, weerspiegeld in een groot, grijs kantoorgebouw aan de Alexanderplatz.

En daarna een café gezocht, waar we bij konden komen en onze natte spullen lieten drogen.

 12-berlijn-weerspiegeling

Rare teksten

Wie goed om zich heen kijkt, ziet overal wel iets om te lachen. Ik vond dit autootje in Berlijn heel grappig. Niet alleen zijn vorm, maar ook vanwege de tekst aan de zijkant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Rare teksten”  is ook het weekthema bij Stuureenfoto. Meedoen kan iedereen, dus zoek eens tussen je eigen foto’s en stuur in.

Ambachtskunst

Een prachtig staaltje van ouderwets ambachtswerk, deze beierse kast uit het Kunstgewerbemuseum in Berlijn . Fraai gemaakt, bewerkt en versierd.
Geen idee voor wie deze kast gemaakt is, maar ik schat zo in dat de man of vrouw vele geheimen had. Want wat een gewone kast lijkt, blijkt een verzameling van vele verborgen laatjes en bergplaatsen te zijn. Dat  lijkt me wel wat, al denk ik wel dat ik op een gegeven moment niet meer zou weten waar ik wat verborgen had.

Ramen

Soms zie je gebouwen waarvan je denkt “heeft die architect eigenlijk wel nagedacht?”

In Rotterdam staat een hotel met op de begane grond vergaderruimtes. Met grote ramen vanaf de grond. Niks mis mee, zou je zeggen. Maar heb je de pech dat je als vrouw daar achter de vergadertafel zit, dan moet je goed oppassen dat je niet voor schut zit.
Een architect van een Berlijns hotel maakte het nog bonter. Die bedacht ook grote ramen, zelfs voor de toiletruimten. En zo konden voorbijgangers foto’s maken van mensen die, zich onbespied wanend, op de pot zaten. Hoe gênant…..

Te koud, te lang

We waren vast van plan om in Berlijn naar het Pergamon Museum te gaan. We stonden er zelfs vlak voor. Maar wij niet alleen, want dit was de lange rij wachtenden. Het zou wel één tot anderhalf uur duren voor we een kaartje hadden. En dan kon het nog wel eens even duren voor we erin mochten. Dat was ons te gortig. Zo lang wachten in die snijdende kou. Dat houden we dus voor een volgende keer. Hebben we tenminste één excuus om nog eens naar Berlijn te gaan.

Hotel Adlon

  Wie mijn blogjes over de trilogie van Jenny Glanfield (kijk hier, hier en hier) heeft gelezen, begrijpt dat ik zondag 6 januari 2013 om 20.15 uur voor de buis zal zitten. Want dan wordt op het ZDF de eerste aflevering van de driedelige serie “Hotel Adlon” vertoond.Jenny Glanfield gebruikte het Adlon-hotel als haar inspiratiebron, maar deze serie is niet op haar boeken geënt.

Het hotel is natuurlijk een fenomeen in Berlijn en er zullen dus wel meerdere verhalen over geschreven zijn. Ik ga in ieder geval kijken en genieten van de sfeer, de mooie kostuums en Berlijn in de oude tijd.

De serie wordt gelukkig niet met grote tussenpozen vertoond. Na de uitzending op zondag volgt het tweede deel al op maandag 7 januari en op woensdag 9 januari wordt het laatste deel uitgezonden, telkens om 20.15 uur. Heb je de uitzending toch gemist, ’s nachts is er een herhaling, al moet je dan natuurlijk wel lang opblijven 🙁

 

Boeken

Het derde deel van de trilogie van Jenny Glanfield heb ik ook uit. En weer kon ik het boek bijna niet wegleggen. Misschien kwam dat ook wel doordat hierin de meest recente geschiedenis wordt beschreven, Berlijn in de periode van 1945 tot en met de val van de Muur in 1989.

We brachten in de jaren 80 nogal eens onze vakanties in de buurt van het IJzeren Gordijn door.  ‘s-Winters waren wij in Weissenborn, ‘s-zomers gingen we naar Beieren. En omdat die vreemde grens grote indruk maakte, reden wij er nog als eens naar toe.

Maar het meeste indruk maakte toch die keer dat wij, aan de westkant van het IJzeren Gordijn, gescheiden door metershoog prikkeldraad, waarachter woedende bloedhonden liepen, een bus voorbij zagen komen. Wij zwaaiden uitbundig, maar de passagiers keken stoïcijns voor zich uit. Slechts een enkeling waagde het stiekem en tersluiks te zwaaien. Nooit heb ik onvrijheid beter gevoeld. En sindsdien waardeer ik de vrijheid hier des te meer. Toch konden wij niet echt beseffen hoe het leven daarginds zou zijn.
Een klein tipje van de sluier werd opgelicht, toen we kort nà de val van de Muur in Eschwege waren en er Ossies zagen die met open mond van verbazing de rijkdom van het westen bekeken. Toen we zelf de grens over konden, verbaasden wij ons weer over de armoe die we er aantroffen.
In “Verdeelde stad” wordt de sfeer tamelijk goed verwoord, lees je hoe onvrijheid en dictatuur, spionage en verklikkerij het leven van mensen verwoest. Maar ook hoe liefde zich niet laat dwingen door grenzen, hoe mensen gehersenspoeld kunnen worden.

Het boek eindigt met het openstellen van de Muur, een ogenblik dat nog op You Tube terug te vinden is en bij mij nog steeds kippenvel veroorzaakt:

 

De boeken van Jenny Glanfield kunnen apart gelezen worden, maar samen geven ze een mooi stuk geschiedenis weer.