
Ommoord, de Rotterdamse wijk waar ik woon, heeft de twijfelachtige eer om de onveiligste rotonde van Nederland te bezitten. We komen er vaak langs, want die rotonde ligt bij een van de uitvalswegen van de wijk.
Het is er vaak druk. Auto’s rijden af en aan, fietsers, brommers, fatbikes vliegen over de kruisingen. Je komt er ogen tekort en moet zeker zeer nauwgezet kijken. Er gebeuren dan ook regelmatig ongelukken.
Nu de scholen weer zijn aangegaan zal het wel nog weer drukker worden. Ik verbaas me over het gemak waarmee mensen voorrang nemen en zomaar klakkeloos oversteken. Net als je denkt dat je kunt doorrijden, komt er weer een andere fietser aan. Zal hij de rotonde over gaan? Nee, hij gaat -zonder een hand uit te steken- linksaf en schiet over de weg.
En het is maar één van de vijf rotondes op de weg. En dan is er, verder weg, ook nog eens de overgang van de metro. Met slagbomen die regelmatig naar beneden gaan en daarmee een ongelofelijke storende factor voor het verkeer vormen.
Hoe graag ik ook een oplossing zou willen vinden, het zal me niet lukken. Het is en blijft een lastig probleem.







Afgelopen week waren Leo en ik in Londen. En ondanks dat het Londens gemeentebestuur het verkeer in goeie banen wil leiden, is en blijft het een hectisch geheel. Met bewondering keken we hoe de ontelbare bussen door rijen taxi’s en dure automobielen laveerden, keurig naar de stoep kwamen als je je hand opstak. En hoe watervlug sommige fietsers links en rechts voorbij schoten. Het was ook nog eens zeer luidruchtig en hoewel we toch wat gewend zijn in Rotterdam.
In 2017 fietste onze zoon over de Afsluitdijk, als onderdeel van een “Rondje Nederland” en kort geleden wandelde