Snel

 Al vaker heb ik gedacht dat de borden langs de weg te veel informatie bevatten. Je zoeft er langs en voordat je aan het laatste woord toe bent, ben je er al voorbij. En dat was toen, toen we nog maar 120 mochten.

Nu mogen we 130, tenminste waar het is toegestaan. Dus soms de hele dag, dan weer alleen tussen bepaalde uren en als de spitsstrook open dan wel dicht is.
Voordat je dat allemaal overwogen hebt, ben je al weer een paar kilometer verder. Moet je wel heel alleen in de auto zitten, geen radio aanhebben en niet (handsfree) telefoneren. Want dan is je aandacht sowieso al te veel in beslag genomen en is het hele bord je ontgaan.

Het lijkt mij allemaal niet zo veilig en 100, 120 of 130, het maakt niks uit. In de file rij je toch sowieso niet harder dan stapvoets 😉

 

 

 

 

Lichtje

 

  Vorige week verbaasde ik me over het bericht dat de politie geen prioriteit meer zou geven aan het controleren van fietsverlichting. Te veel werk, te veel gedoe, weinig resultaat.
Ik vind het onbegrijpelijk, want wat zijn de gevolgen als je zonder licht op de fiets rijd?
Ik denk dat we allemaal wel eens ‘s avonds in het donker nog maar ternauwernood een fietser konden ontwijken.

Want zonder licht en met donkere kleding zijn ze bijna onzichtbaar. En als het dan ook nog regent.

Je moet er toch niet aan denken iemand omver te rijden….

Afschrikwekkend

We hadden in bed liggen kijken naar een spannende aflevering van Frost. Leo had zijn bedlampjeal  uitgedaan en sliep bijna. Ik zapte nog even wat rond, maar vond het dan toch ook welletjes.
Net toen ik ook mijn lampje wilde uitdoen, hoorde ik beneden de deur opengaan. Mijn hemel, wie kon dat nou zijn? Ik maakte Leo wakker, die meteen zijn bed uitsprong. Ik pakte het eerst voorhanden, een halfleeg waterflesje. Want helemaal ongewapend wilde ik het gevaar niet tegemoet treden. Boven aan de trap luisterden we beiden gespannen. Ja, we hoorden gestommel, voetstappen… Opeens riep Leo luid “Boeehoeeeee”. Stilte, angstwekkende stilte nu.
Weer terug naar bed? Geen sprake van, we wilden weten wat er aan de hand was. Stommelend liepen we de trap af.
Beneden was alles in orde. De buitendeur stevig op slot, nergens een ziel te bekennen. Alleen was door de storm de tussendeur losgeraakt. Bij elke windvlaag klapperde die. Dat had ik dus gehoord.
Ineens zagen we het idiote van de situatie in. Hiklachend liepen we de trap weer op, klaarwakker nu. “Boeeheeee” deed ik Leo na.
Jaja, tegen zo’n afschrikwekkend geluid zijn de zenuwen van inbrekers vast niet bestand. Veilig idee toch?

Sloopwerk

Vanaf ons hotelbalkon in Riga keken we uit op een stukje stad, waar onlangs een huis was ingestort, ontploft of gewoon werd gesloopt. Alhoewel, gewoon? We hebben met verwondering gezien hoe de arbeids-omstandigheden in Letland zo verschillen van die bij ons.
Geen grote bulldozers, geen sloopkogels, welnee. Met een flinke moker en menselijke spierkracht werd het gebouw steen voor steen gesloopt. En de sloper had dan wel een helm op, maar liep op gewone sportschoenen. Veilig……??

Het afval werd zorgvuldig uitgezocht en opgestapeld. Waarschijnlijk voor verkoop later. Maar er waren ook mensen die kwamen kijken en en passant een balkje of zo voor eigen gebruik meenamen.