De marketing had zijn best al gedaan en de aanbeveling van Bettie was voldoende om dit boek bij de bieb te reserveren.
Theo is al op leeftijd (86). Het is een keurige gesoigneerde heer, welbespraakt, vriendelijk.
Hij heeft al op vele plaatsen in de wereld gewoond, heeft een huis in New York, maar vestigt zich nu voor een tijdje in Golden.
Hij voelt zich goed op zijn gemak in het plaatsje, maakt er kennis met een boekhandelaar. Ook bezoekt bijna dagelijks een koffietentje en bekijkt er de portretten die daar aan de wand hangen.
Hij besluit de portretten te kopen en ze te schenken aan de mensen die er op voorkomen. Langzamerhand leert hij steeds meer mensen kennen. Een straatzanger, een vader met een ziek kind, een cellist. Gewone mensen, maar ook types een beetje buiten de maatschappij, met wie hij praat en vriendschap sluit.
Waarom? Dat wordt niet zo snel duidelijk. Heeft hij een missie, draagt ie een geheim met zich mee? Wie dat allemaal wil weten, moet het boek natuurlijk lezen.
Ik vond het prettig geschreven, onderhoudend en het leest als een …., ja misschien wel als een thriller. Maar dat is niet het genre.
Anne van dit blog bedacht iets nieuws, een Foto Bingo. Niet met nummers maar met dertig hokjes voor allerlei foto’s. Genoeg om meer dan een half jaar foto’s te laten zien.
De keuzevolgorde lijkt willekeurig en startte met “bloemen”, daarna “wie ben ik”. Meedoen mag, maar er is niks verplicht. Saturnein is niet van de stress. Deze week wil Saturnein graag foto’s zien van verlaten gebouwen.
Dat is niet niks, want gebouwen genoeg op mijn foto’s maar verlaten…. nee, dat zijn ze meestal niet. Het werd dus een heel gezoek. Maar dat leverde toch wel wat “verlaten” huizen of bouwwerken op. En gelukkig kon ik de meeste herleiden.
De Russische kerk in Rotterdam valt een beetje buiten het thema. Maar toen ik er foto’s binnen wilde maken, was alles verlaten. En nog steeds zullen er weinig bezoekers komen.
Stadsmuur, ZutphenCrécy-en-PonthieuBlijdorp Zoo, Amazonica, oude vlinderhalAbbeville, Jardin d’Emonville, Oude serrekas Wales, AbergavennyRotterdam, Russische kerkHavelteZakynthosHarderwijk, Marius van Dokkum Museum Rotterdam, ergens langs de Rotte
Hoe vaak we ook zeggen dat we nu toch echt geen boeken meer zullen kopen, we vallen nog steeds voor zo’n stapeltje bijeengebonden of geplakte bladen met tekst erop.
Wat laat ons toch altijd weer overstag gaan? Waarom toch? De boekenkast staat vol, er zijn bibliotheken te over, dus…. waarom?
Nou ja, misschien gewoon omdat het kopen van boeken een belofte inhoudt. Hele avonden kunnen lezen, zo’n boek even wegleggen en later toch weer oppakken.
En als het uitgelezen is, voor de boekenkast staan, een beetje gebukt. En zoeken naar de beste plaats, tussen de andere boeken.
En er later over kunnen denken, praten. Goed boek, fijn boek, rot boek… Een boek geeft altijd inspiratie.
Ik las “De boekenclub voor dwarse huisvrouwen” van Marie Bostwick
Vier vrouwen, die in de jaren 60 wonen in een tamelijk dure buitenwijk van een Amerikaanse stad.
Margaret heeft al een tijdje het gevoel dat er iets schort aan haar leven. Ze heeft een man, kinderen, bestiert het huishouden en bakt graag. Maar is dat alles?
Ze leest het boek “The feminine mystique” van Betty Friedan en dat verandert haar kijk op haar leven. Een impulsieve beslissing verandert haar leven en zet haar ook aan tot het uitnodigen van nog drie andere vrouwen en een boekenclub op te richten.
De vriendinnen komen alle drie tot de conclusie dat er meer uit het leven te halen valt dan alleen het huishouden. Dat ook vrouwen een carrière kunnen hebben, kunnen regelen, organiseren en dat ze niet voor mannen hoeven onderdoen. Maar ook de mannen moeten hun plek bepalen. Dat gaat natuurlijk niet altijd helemaal van een leien dakje.
Een fijn en leesbaar boek, waarin de positie van de vrouwen langzaam aan verandert. Desondanks valt er in deze tijd ook nog wel het een en ander bij te stellen.
Anne van dit blog bedacht iets nieuws, een Foto Bingo. Niet met nummers maar met dertig hokjes voor allerlei foto’s. Genoeg om meer dan een half jaar foto’s te laten zien.
De keuzevolgorde lijkt willekeurig en startte met “bloemen”, daarna “wie ben ik”. Meedoen mag, maar er is niks verplicht. Saturnein is niet van de stress. Deze week wil Saturnein graag foto’s zien van trappen.
Nou, als ik tegenwoordig een trap op- of afloop, heb ik helemaal geen zin om te fotograferen. Alle hens aan dek om heel boven of beneden te komen. Maar toch ging ik op zoek naar trappen in mijn foto-archief. En kijk…., dat waren er toch nog wel een heleboel.
Rotterdam, StadhuisKeulen, HauptbahnhofRotterdam, Maritiem MuseumRotterdam, MaeslantkeringLe Tréport (Frankrijk)Amsterdam, SpaarndammerbuurtMaassluis???Antwerpen, Quinten MatsyshuisRotterdam, in het Van Nellegebouw
Heel de maand september stond Lissabon op onze kalender.
Aan die stad hebben we goede herinneringen. We waren er met onze kinderen en ook samen hebben we de stad doorkruist.
Op deze poster staat nou eens niet het welbekende trammetje, maar zien we het uitzicht vanaf de Miradouro da Santa Luzia. Hier kijk je uit over heel Lissabon en het Castelo Sao Jorge.
Het is een heerlijk plekje om even uit dat beroemde trammetje te stappen en een bankje op te zoeken. Misschien vind je een ijstentje en kun je onderwijl lekker likken aan zo’n koel bolletje.
Lissabon heeft vele mooie kanten, een heleboel musea en mooie wijken.
Wel is het voortdurend klimmen, want de stad ligt op zeven heuvels, net als Rome. Dus laat die hakken maar thuis en trek stevige stappers aan.
Dit is een foto van de Hoogstraat in Rotterdam, maar dan niet van nu, maar van vóór de oorlog. En meteen toen ik hem zag, wist ik dat ik verhaal zou gaan schrijven. Ik heb het diverse malen uit de mond van mijn moeder gehoord en werd bevestigd door tante Fien en tante Zus.
Het is dus authentiek, maar hier en daar bijgewerkt door mijn fantasie.
Mijn moeder Sjaan was elf toen haar moeder overleed. Van de droom om verder te leren kon niets meer komen. Ze moest “in een dienstje”. Het betekende hard werken. Trappen boenen, lopers en kleden kloppen, ramen zemen, vegen, wassen, strijken. Alles wat in een huishouden gebeuren moest.
In 1926, ze was toen achttien, werkte ze bij een gierige vrouw. Eén boterham kreeg ze ’s morgens, dun besmeerd met margarine en suiker. Veel te weinig voor al dat zware werk. Ze besloot ze er weg te gaan. Genoeg ander werk voor een stevige meid die van aanpakken wist.
Maar eerst plunderde ze nog de trommel met roomboter koekjes, die in de “mooie kamer” stond. Daarna trok ze de deur achter zich dicht en liep naar de stad. Op de Hoogstraat, daar ging ze kijken wat er te beleven viel.
Maar wie liep daar…? Ja, verdraaid dat was Fientje, haar jongere zus. Fien had gehuild, dat kon je zien. Nog nasnikkend vertelde ze dat zij in haar dienstje toch moest wassen, ondanks de beloftes van mevrouw. “En ik heb daar toch zo’n hekel aan…!”
Sjaantje sloeg haar arm om haar zusje heen. “En ik kreeg weer die ene zuinige boterham, ik rammel van de honger.” Stijf gearmd liepen ze verder de Hoogstraat op. Ze bekeken de etalages met kleding, sigaren, sigaretten. Er was genoeg te zien. Mooie etalages met fijne kleding, manufacturen, boeken. Je vond er Kattenburg & Co, maar ook een reclamebureau.
Op één van de statige singels stapte die morgen ook een boze figuur naar buiten. Ze streek een lok haar achter haar oren, knoopte gehaast haar jas dicht. Wat dacht die mevrouw wel? Dan was het eten te flauw, dan te vet. De pudding was niet goed en de mokkataart te groot. Dan zoekt ze maar een andere kokkin.
Jannetje, Zus zoals ze zich noemde, moest even naar buiten, even stoom afblazen. Zonder er bij na te denken liep ze richting stad. Op de Hoogstraat stond ze stil voor een lampenwinkel. “Nee maar, wie hebben we daar?” klonk het naast haar uit één mond. Zus draaide zich om en was stomverbaasd. “Sjaantje, Fien, wat doen jullie nou hier?”
Wat bleek, ook Zus had de keuken gelaten voor wat het was. Ze was al vijfentwintig en inmiddeld kokkin. Zo’n aldoor mopperende mevrouw werkte op haar zenuwen.
Zeg, wat zullen we doen? Wat denken jullie van koffie en dan zo’n lekker taartje bij Terminus….? En daar gingen de drie zussen, zomaar op een doordeweekse werkdag, op weg naar Café Concert Terminus….
Het eerste van een hele serie boeken over een pension aan de zuidoost kust van Groot Britannië aan het begin van de tweede wereld oorlog.
Ik weet het, een al vaak gebruikt onderwerp. Maar dit boek greep me meteen en las ik in een paar avonden uit.
Sally, een te snel volwassen geworden meisje van zestien, gaat met haar broertje Ernie weg. Het wordt in Londen te gevaarlijk voor kinderen en dus worden ze geëvacueerd.
Maar Ernie kan niet alleen reizen, hij heeft polio gehad en loopt lastig. Hun vader zit op zee en moeder vermaakt zich liever in de pubs van East End dan te zorgen voor haar kinderen.
Als ze aankomen worden ze als laatste gekozen en Sally vreest met grote vreze. Mag ze blijven met haar broertje? Kan ze wel gaan werken bij de fabriek in het stadje.
Dan arriveert Peggy, de pensionhoudster en zij wuift energiek Sally’s bezwaren weg. Natuurlijk mag ze blijven, natuurlijk krijgt ze te eten. Haar kamer is klein, maar schoon en er staat een bed voor haar en Ernie.
Dat is de start van een enerverende periode waarin Sally kennis maakt met vele mensen. Met voedselschaarste, tekorten aan alles en improviseren met het weinige dat er nog is. Maar er zijn ook veel positieve ervaringen, verdriet en geluk.
Een aanrader. Hopelijk zijn de volgende boeken ook zo prettig om te lezen.
Er wordt altijd gedacht dat, als je niet meer werkt, je dan tijd te over hebt. Maar soms lijkt het ook wel of de tijd steeds sneller gaat. Dat is natuurlijk niet zo.
Allereerst ben ik niet zo’n snelle opstaander. ’s Morgen lokt mijn bedje en heb ik geen verplichtingen dan kan ik me nog eens lekker omdraaien. En waarom ook niet?
Bron: Google fotos / Blond Amsterdam
Maar ja, er is een huis om een beetje netjes te houden, was te doen, te strijken, boodschappen halen. Ook koken vraagt tijd, al vind ik dat helemaal niet erg om te doen.
Elke week roept de zangclub, er moet gewandeld worden om de conditie op peil te houden, gegymd om fit en soepel te blijven. Zo nu en dan gaan Leo en ik op stap of een paar dagen op vakantie.
En dan zijn er ook nog hobby’s, zoals knutselen, fotograferen, kaarten maken. En vergeet de uitdagingen niet. Ik doe mee met de Foto Bingo, maar ik zag ook de twee wekelijkse Blog Hop voorbij komen. Ik had het vaste plan daar aan mee te doen en elke veertien dagen iets te maken. Maar dat vergat ik ook weer meteen en zo kwam ik er achter dat die allang begonnen was. Misschien dat ik daar toch zo nu en dan aan toe kan komen, maar elke twee weken…?
Want van mezelf moet ik ook nog het een en ander verwezenlijken. Er moeten nog doosjes, opbergmappen gemaakt worden. En dat is al zo vaak uitgesteld. Dat wil ik het nu eens eerst af gaan maken. En straks is het kerst en wil ik kaarten maken, koekjes bakken. Dus ondanks hele dagen “vrij” heb ik best behoorlijk wat om handen.
Soms lijkt het wel drukker dan voorheen. Wat zeg ik, bij tijd en wijle begin het zelfs een beetje op werken te lijken!