Muzikale maandag

Ook dit jaar wil ik de week beginnen met muziek. Soms bekend, soms van ver geplukt via een internetbron. Want muziek is er in vele gedaanten, vrolijk, melancholiek, humorvol. Ik heb geprobeerd om een zo gevarieerd mogelijke lijst te maken en jullie wekelijks iets leuks voor te schotelen.

Even terug in de tijd, naar 1966. Toen was dit een hit! Rita Pavone met Viva la pappa col pomodoro.

Muzikale maandag

Ook dit jaar wil ik de week beginnen met muziek. Soms bekend, soms van ver geplukt via een internetbron. Want muziek is er in vele gedaanten, vrolijk, melancholiek, humorvol. Ik heb geprobeerd om een zo gevarieerd mogelijke lijst te maken en jullie wekelijks iets leuks voor te schotelen.

Een beetje nostalgie misschien, maar nog altijd mooi, vind ik. Het orkest van Helmut Zacharias met “Wenn die weisse Flieder blüht”.

Parijs

Nu het nog steeds niet mogelijk is om een kopje koffie of een glaasje wijn in een café te drinken, ga ik terug in de tijd. Ver terug zelfs, naar 1927. Och, toen was zelfs de rode kool waar ik uit zou komen nog niet gezaaid 😉

Maar het was wel een paar jaar na de grote Spaanse griepepidemie… En zie je daarvan nog wat van terug op dit filmpje? Nee, het is een en al drukte en vrolijkheid. Fraaie dames met mooie hoeden, charleston jurken, galante mannen en corpulente heren met hoge hoeden. Even dus maar terug in de tijd. Laten we hopen dat het nu ook weer vanzelf “normaler” wordt.

filmpje van YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=9R3VxPz1aE0

Voorbij

Zo nu en dan zie ik op Facebook oude foto’s van Rotterdam voorbij komen. En zo ontdekte ik een plekje uit mijn jeugd. Een hoekje bij het schoolplein, met zo’n hekje erom. Daar kon je zo lekker koppetje duikelen. Gek, maar dat zie je nu bijna niet meer.

Bijna, want vorige week zag ik een meisje zo heerlijk rond de stang van een fietsnietje draaien. Hup, hup, in sneltreintempo draaide ze rond. Ik mocht een foto maken en dat liet ik me geen twee keer zeggen. Eigenlijk had ik het ook nog wel een keer willen doen, maar ja een “dame” van mijn leeftijd weet wel beter. Dat kan niet meer…. (zucht) 😉 Daar komen alleen maar ongelukken van.

Maar dat meisje had me toch een plezier. Toen ik weg liep hoorde ik haar lachen.

Herinneringen

Vroeger, toen buiten de deur eten nog niet zo in zwang was, was poffertjes eten een belevenis.

Bron: Google foto’s

In Rotterdam ging men toen vrijwel altijd naar Bongers op de Meent. De zaak was gevestigd in een achthoekig gebouwtje van architect Harry Nefkens. Zodra je het trapje bij de ingang op liep, rook je de geur van bakken en van vanille. Met een beetje geluk keek je op de grote bakplaat, waar de kok handig het beslag in de holletjes liet lopen. Om dan snel daarna met een grote vork de poffertjes om te keren.

Mijn moeder was er gek op en ik ook, dus ik heb er vaak een portie gegeten. Het was ook een gelegenheid om met je meisje af te spreken. Aan poffertjes kon een jongen tenslotte geen buil vallen. En ja, ook met Leo was ik er, kort na onze kennismaking een keer.

Bongers zit niet meer in het gebouwtje, maar het werd gelukkig niet gesloopt. Nu kun je er ook andere etenswaren nuttigen, maar poffertjes staan ook nog steeds op het menu.

Moestuin

Een moestuin hebben, moet heerlijk zijn. Maar om er zelf een te starten zie ik toch niet zitten. Zo’n tuin bij anderen bewonderen, er met plezier over lezen, ja dat dan weer wel.

Zo’n tuin brengt een heleboel werk met zich mee. En dat was in vroeger niet anders. Daarom hadden rijke mensen dan ook een of meerdere tuinmannen, die zorgden voor alles. Van spitten, snoeien tot zaaien en oogsten. Met een flinke kas voor de stekken en zaailingen.

Ik herinner me een serie uitzendingen op de BBC, waarin een Victoriaanse moestuin werd opgezet, onderhouden en waaruit werd gekookt. En niet alleen ik maar ook een columniste van “The New Yorker” vond het uitzonderlijke afleveringen, waarin van januari tot en met december alle stadia van de tuin worden belicht. Die serie is nog te koop bij Amazon.

Destijds heb ik het allemaal met heel veel plezier bekeken. Later kocht ik ook het boek dat naar aanleiding van die serie verscheen. Met mooie foto’s van de tuin natuurlijk, maar ook met foto’s en tekeningen van de keuken waar het allemaal gemaakt werd. Met heerlijke verhalen over hoe “downstairs” zorgde voor de heerlijke gerecht die bij “upstairs” op tafel kwamen.

Winkelen

In de stad komen we nog maar weinig en dat ligt niet alleen aan de huidige omstandigheden.

Worden we oud, dat wij de winkels niet meer zo leuk vinden? Was het vroeger inderdaad allemaal leuker, mooier, beter…? Nou, vast niet. Maar toch… toen was alles nog niet zo geglobaliseerd.

Neem nou zo’n winkel als Jungerhans. Midden in de stad een baken om altijd wel even binnen te lopen. Je te vergapen aan het mooie porselein, glanzend bestek, glazen in alle soorten en maten.

Heel wat huishoudens werden vanuit deze winkel voorzien van alle benodigdheden. Misschien gebruikt men dat servies of bestek nog steeds, na zoveel jaren.

Heb ik zelf nog iets? Ja zeker, in de kast staat nog een theekopje van mijn schoonmoeder. Het merkje op het schoteltje laat geen twijfel mogelijk. Inderdaad van A. Jungerhans, Rotterdam.

Ouwe tijden

Op Facebook kwam ik een foto tegen van een oude aansteker. En dat is toch echt een ding uit een vervlogen tijd. Want wie rookt er tegenwoordig nog?

Bron: FaceBook

Ik zie mijn vader weer zitten. In zijn “Liberty” stoel, asbak en doosje Pall Mall cigarets onder handbereik. Hij had de rare gewoonte zijn sigaret maar half op te roken, uit te doen en dan later weer opnieuw op te steken. Het zal wel niet al te best zijn geweest, maar hij werd uiteindelijk toch bijna 85 jaar.

Naast die asbak lag zijn aansteker, net zo een als op de foto, maar dan zilverkleurig. Die aansteker moest regelmatig gevuld, met benzine. Dat kocht mijn moeder bij de waterstoker in onze straat. Het werd gewoon in een schone lege literfles gegoten. Etiketje er op en klaar. Stond in het keukenkastje. En ik waagde het niet daar aan te komen….!

En dan het zaterdagmiddagritueel. Fles op tafel, lucifers erbij. Want zo’n fles was natuurlijk helemaal niet geschikt om zo’n klein tankje mee te vullen. Maar daar had papa een trucje voor. Hij brak een lucifer bijna doormidden en hing die gebogen in de hals van de fles, als een soort druppelaar. Zo nu en dan viel die lucifer weleens in de fles, maar geen probleem. Lucifers genoeg toch…?

Langzaam en heel voorzichtig benzine in dat tankje druppelen. Eens controleren of er al genoeg in zat. Knip, knip, knip deed de aansteker. Ik kan het geluid nog horen.

Soms moest ook het vuursteentje vervangen worden. Ook al zulk priegelwerk. Mijn vader had eindeloos geduld. Maar dan was het toch eindelijk klaar en kon hij weer een week vooruit.

IJlst

Al turend op de kaart van Friesland sprong ineens de naam “IJlst” me in het oog. Daar was iets mee, maar wat ook weer…? Oh ja, schaatsen, houten speelgoed en gereedschap. Eens, tijdens een cursus handvaardigheid, vertelde een leraar dat het gereedschap van Nooitgedagt echt het allerbeste was. En niet alleen dat, ik vond het ook nog eens mooi. Mooie houten handvatten aan de beitels en schaven. Nou ja, echt degelijk gereedschap. Helaas, ook Nooitgedagt is net als vele andere bedrijven ten onder gegaan.

IJlst zelf is ook mooi. Het was koud, een beetje somber, maar het plaatsje had een zekere charme. Ik heb er dan ook bibberend snel wat foto’s gemaakt.

Natuurlijk van een oude schaatsfabriek. Niet van Nooitgedagt, maar van Frisia. Er waren er natuurlijk meer.

En van de Stadsherberg met zijn mooie uithangbord. Nu jammer genoeg totaal verlaten en stil, je weet wel, vanwege C.

Ook nog de mooie deur van de schilder op nr. 7, een reclame voor de schilder en een voorbeeld van degelijk vakmanschap.

Dat kan ik als schildersdochter natuurlijk heel erg waarderen. 😉

Nachtmerries

Je kunt verschrikkelijke dingen dromen en als je nog kind bent, maakt dat je soms heel erg bang. Zo bang dat je het liefst gezellig bij papa en mama in bed wilt.

Ik moest daar meteen aan denken toen ik de strip Zusje in de Margriet zag. En ik ging in gedachten terug naar toen onze kinderen klein waren.

Jongste kwam regelmatig ’s nachts zijn bed uit en vertelde dan, twee vingers in zijn mond, dat hij weer “van de wolleve” had gedroomd. Natuurlijk mocht hij tussen ons in. Ik sliep meestal meteen weer verder, Leo was dan wel ineens klaar wakker.

Jaren later hoorden we dat het wolvenverhaal maar verzonnen was. Hij had gewoon zin om lekker en veilig tussenin te liggen.

Arme Leo, al die slapeloze nachten voor niks…