Elke maandag vind je hier een leuke poster. Zodat we de week in ieder geval met een (glim)lach kunnen beginnen.
Exact 43 jaar geleden werd deze foto gemaakt. Het was een zonnige dag, die 14e augustus 1973, onze trouwdag. Een dag vol emoties, gelach en wat tranen van ontroering. Met een haastige tocht naar het stadhuis, want we waren bijna te laat. Leo en ik kregen ook bijna ruzie, die werd gesust door schoonmama. Ik droeg handschoenen, net als mijn moeder en schoonmoeder. Dat hoorde toen zo. En die dag was zo voorbij.
Later kwamen de foto’s, bijna allemaal in zwart/wit. Twee boekjes vol, het kon niet op. Ach, niemand had nog weet van digitale camera’s en smartphones, instagram en facebook met al die tienduizenden plaatjes….
Meteen toen we uit tram 12 stapten in Amsterdam, op weg naar het Rijksmuseum, viel mijn oog op dit bordje. Wat betekent zo’n bord nou? Het heeft de vorm en rand van een verbodsbord, maar die fles en die 0% zijn verwarrend. Want mag je hier geen limonade of water drinken. Moet er nou alcohol in zitten of juist niet? Ik gok op het laatste….
“Sociale” media zijn eigenlijk helemaal niet sociaal. Ik erger me aan al dat schelden op Facebook, Twitter en weet waar nog meer.
Natuurlijk was het “een beetje dom” van Yuri van Gelder om gezellig op stap te gaan in Rio de Janeiro. Hij had beter kunnen weten. Maar ja, het is ook maar een mens, toch…..?
Maar als je de reacties leest, dan vraag ik me af “wie zijn al die mensen?” Zijn die nou allemaal zo volmaakt, rijden die nooit een scheve schaats of piesen ze nooit een keertje buiten de pot? En die bobo’s, die zich laten fêteren in het Holland Heineken House. Wat doen die daar, zitten die allemaal aan het Sourcy bronwater of de 0% Amstel Radler citroen? Nou, dat geloof ik niet.
Ik vind het jammer voor Yuri, had hem een mooie podiumplaats gegund. Nou zijn de kansen verkeken!

Maar vroeger waste je jezelf -wekelijks- in een teil. Ik herinner me nog goed, op zaterdagavond werd de zinken teil in de keuken gezet en gevuld met vele keteltjes heet water. Mijn moeder controleerde de temperatuur en dan mocht ik er in, eerst even spelen. “Maar niet teveel knoeien hoor!” Daarna kwam moeder om me te wassen en af te drogen. Haartjes nat, nog even op… en dan naar bed. En in de winter een kruik mee, net als Gerard Cox, Kooten en de Bie bezongen.
Mijn vader deed dat niet, die ging elke week naar het badhuis. Met onder zijn arm een handdoek met daarin een stuk Sunlight zeep en schoon ondergoed. Geen idee meer hoe lang hij er over deed, maar in mijn herinnering geen uren. Je zult daar ook wel niet voor je plezier gebadderd hebben. Toen mocht geluk dan heel gewoon zijn, geef mij maar mijn dagelijkse douche. Met centrale verwarming en een lekker luchtje.
Bij de Voedingsvoorlichting van Capri Hartrevalidatie hoorden we dat we moeten oppassen met verzadigd vet. Maar dat wisten we wel. Al lang eet ik weinig zuivelprodukten en dierlijke vetten. Dat kokos- en palmvet ook veel verzadigd vet bevatten, was wel nieuw voor me. Adieu dus kokosmakronen en Bounty 🙁 .
In een ver verleden had ik palmolie één keer in een recept verwerkt, daarna verdween de fles in de berging en later in de kliko. Over palmolie maakte ik me dus geen zorgen. Wat een enorme misrekening!! Want toen Leo en ik de ingrediëntenlijstjes van verschillende doodnormale levensmiddelen eens bekeken, schrokken wij ons een hoedje.
Beschuit, knäckebrod, ontbijtkoek, krentebollen, rozijnen- en mueslibrood, biscuits; ze zijn vrijwel allemaal met palmolie vervaardigd. Ook kunnen bouillonblokjes, slaolie, frituurolie, gebrande noten, stroopwafels, pindakaas, choco- en notenpasta, chocovlokken, babyvoeding, mayonaise, ijs, snacks, (diepvries) pizza, (diepvries) maaltijden, maar ook –en dat vind ik werkelijk belachelijk– (dieet) margarine in meer-of mindere mate palmolie bevatten.
Ik ben vooral pissig dat je hierover nauwelijks iets hoort of leest. Ongeveer 60% van alle levensmiddelen wordt met palmolie gemaakt. Je hoeft dus helemaal niet buitensporig veel te eten om ongemerkt toch behoorlijk wat verzadigd (en dus ongezond) vet binnen te krijgen. Heel veel mensen hebben een te hoog cholesterol en proberen dat te verlagen door bewuster te eten. Dat wordt moeilijk als de industrie ons producten levert en reclame maakt voor eten dat juist het tegendeel van gezond is.
Er zijn palmolievrije producten te vinden, maar daar moet je wel intensief naar op zoek! En neem dan vooral je leesbrilletje mee, want de lettertjes zijn verdomd klein op die etiketten. Je kunt natuurlijk ook koken zonder al die potjes, pakjes en zakjes. Zelf maken heeft niet alleen het voordeel van geen kokos- of palmvet, maar ook van minder zout en suiker gebruiken.
Wij zelf hebben inmiddels bijna alle kokos- en palmolie geweerd. Deze producten bijvoorbeeld kopen we niet:
Palmolie verhoogt niet alleen je cholesterol, maar is ook schadelijk voor ons milieu. Hele regenwouden worden er voor gekapt, want niet alleen voedsel, maar ook allerlei andere producten worden er mee gemaakt. Maar dat is weer een ander verhaal.
Wie in Japan uit eten gaat, hoeft zijn keus niet te laten bepalen door de gedrukte menukaart. Daar is meestal voor ons westerlingen geen touw aan vast te knopen. Nee, je kiest buiten al voor een gerecht wat er wel lekker uitziet. Dat staat in de etalage. Natuurlijk niet echt, het is van plastic, maar zo natuurgetrouw dat je er bijna meteen een hap van zou nemen.
Kijk hier hoe ze dit “nep-eten”maken:
![]() |
Er staat niet veel op deze foto, hè? Beetje kaal, weinig sfeer, kil. Toch is hij gemaakt in wat we wel de “Hoofdtempel van de Nederlandse Kunst” mogen noemen, het Rijksmuseum. In een dergelijk instituut zouden ze de koffieshop wel een beetje gezelliger mogen aankleden, vonden wij. Okay, natuurlijk hang je er geen originele kunstwerken op. Maar zouden er nou niet een paar fraaie reproducties in een eenvoudige lijst gevonden kunnen worden? Het maakt van zo’n koffiehoekje meteen iets warmers. Nu kwam het op ons over als of je in een laboratorium zat, wachtend op de uitslag van een akelig onderzoek. |
Laatst kocht ik in een groot kledingbedrijf een aantal broeken en t-shirts. “Gaat het zo mee?” vroeg de kassière. Het paste niet in mijn opvouwtasje en ik zag het me ook niet over de arm mee nemen. Dat we niet meer overal een plastic tasje krijgen, daar ben ik het volkomen mee eens. Maar nu slaan we soms echt door naar de andere kant.
Vorige week kocht ik iets in een hobbywinkel. Het was niet groot, maar paste net niet in mijn handtas. Ik weet wel dat ik eigenlijk altijd een opvouwbaar tasje bij me moet hebben en in de meeste gevallen is dat ook zo. Dit keer niet, maar een papiertje om de aankoop was blijkbaar te veel. Ik vind dat echt slordig en een gemiste kans. Een leuk tasje met een mooi logo is toch prima reclame?