Met heel veel plezier luister ik naar de Grote Harry Bannink-podcast. Ik ben dol op de liedjes van Harry Bannink en toen ik ergens las dat dit boek uit was, reserveerde ik het meteen in de bieb. Zo leuk om te lezen over een bescheiden, sympathieke en gewoon gebleven man. Die geen showbizz kuren had, maar rustig zijn zelf meegebrachte boterhammetjes at. Die geen sterren op hun nummer zette, maar wel voor hen nummers schreef die behoren tot ons cultureel erfgoed.
Veel anekdotes kende ik al van de podcast, maar toch heb ik ze weer met evenveel plezier gelezen. Met zijn muziek op de achtergrond natuurlijk 😉
Gouda
Afgelopen vrijdag gingen wij naar Gouda. Zo maar even onverwachts een paar uurtjes weg. Gouda is van huis uit met de trein goed te bereiken, maar wij kozen voor de bus. Lekker op ons gemak kijkend naar de huizen en tuinen langs de weg, met op dit moment heel veel mooi bloeiende bomen.
In Gouda wandelden we van het station naar de Markt, keken naar het stadhuis en waren gelukkig op tijd voor het grappige klokkenspel. Het werd in de jaren 60 geschonken door een Goudse verzekeringsmaatschappij. Niks uit de middeleeuwen dus. Jammer een illusie minder, maar desondanks toch leuk om te zien
Ook gingen we naar de Sint Janskerk, met zijn mooie ramen. Daarover vertel ik later nog wel een keer.
Na een broodje was het wel weer tijd om terug te gaan, met de trein deze keer. Want we zijn wel geduldig, maar een half uur op de bus wachten vonden we weer te gortig. 😉
Muzikaal begin van de week
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
I never fall in love again zingt Trijntje Oosterhuis deze week…
Betutteling
In 1954 werd mijn vader (toen 51 jaar) niet lekker op zijn werk. Hij ging op de fiets naar huis, liep de trap op en ging naar bed. De dokter constateerde dat mijn vader een hartinfarct had. Al heette dan toen nog niet zo. Papa moest zes weken volkomen rust houden. Hij mocht zich zo min mogelijk bewegen, het bed mocht niet verschoond worden, hij mocht er niet uit om zich te wassen. Roken in bed vond mijn moeder niet goed, dus stopte hij daar noodgedwongen mee. Na die zes weken stak hij toch weer een sigaretje op, want dat vond mijn moeder veel gezelliger dan een niet rokende man.
Mijn vader had een tenger postuur. Mager noemde mijn moeder dat en zij vond het dan ook geen wonder dat hij ziek was geworden. Alles wat nu ten sterkste wordt afgeraden, kreeg mijn vader in ruime mate. Roomyoghurt, volle melk, brood dik besmeerd met roomboter, volvette kaas. Ging hij kaarten, dan klutste mijn moeder twee eieren, goot er een scheut vieux bij. Goed tegen de kou. Ook lustte mijn vader graag een borreltje. En zeker na zijn pensionering in 1968 dronk hij dagelijks een of twee glaasjes en soms nog wel eens wat meer. In 1988 overleed hij, maar niet aan een hartkwaal en ook niet aan kanker.
Wat is nu de moraal van dit verhaal? Dat we ons eigenlijk niet al te veel moeten aantrekken van alle leefregels die ons regelmatig worden voorgeschreven. En dat al het Calvinistische gedoe in Nederland je heus geen garantie biedt op een lang en gezond leven. In Spanje, waar toch echt meer alcohol gedronken wordt dan in Nederland, worden mensen ouder dan hier.
En denk eens aan mensen als Churchill, Prins Bernhard, Mary Dresselhuys, Conny Stuart, Lia Dorana. Ik ken er nog wel meer die geen lid waren van de Blauwe Knoop en toch allemaal meer dan 90 jaar werden.
Iedereen mag zelf beslissen wat hij of zij eet of drinkt, maar laten we toch ophouden met al die betutteling. L’chaim!!
Plaatje
In de 3e klas van de lagere school spaarde iedereen kauwgumplaatjes met filmsterren. Kauwgom vond mijn moeder maar vies, dus dat kreeg ik niet. Zakgeld had ik niet en dus ook geen kauwgomplaatjes. Maar ik zag ze bij vriendinnetjes natuurlijk wel. Het zei me overigens niet veel, want ook naar de film ging ik niet. Echt heel veel herinneringen heb ik dus niet aan deze jeugdrage. Maar ineens zag ik op Pinterest een foto van Roy Rogers en kwamen de herinneringen terug. Alleen noemden wij hem “Rooie Roggers”. In werkelijkheid heette de man Leonard Franklin Slye en speelde hij in heel veel films, samen met zijn vrouw Dane Evans.
Film
Afgelopen weekend keek ik op Netflix naar “Woman in Gold”, een film met in de hoofdrollen Helen Mirren en Ryan Reynolds.
Maria Altmann kon ternauwernood de nazis in Oostenrijk ontvluchten. Haar Joodse familie was welgesteld en bezat diverse waardevolle kunstwerken. Onder andere een portret van haar tante Adèle Bloch-Bauer, geschilderd door Gustave Klimt. Tijdens de bezetting roofden de nazis de kunstschatten en na de oorlog vervielen ze aan de Oostenrijkse regering. Het prachtige portret van tante Adèle hing van toen af in het Belvédère in Wenen.
Wanneer een nieuwe wet het mogelijk maakt om de geroofde kunstwerken terug te krijgen, doet Maria met behulp van de zoon van haar vriendin, een advocaat, een poging. Maar het lijkt een verloren zaak. Na verloop van tijd is ze alle commotie zat en besluit ze er maar van af te zien. Maar dan bijt de advocaat zich in de zaak en begint een rechtszaak tegen de staat Oostenrijk. Dankzij de emotionele speech die Maria in Wenen houdt, slaat de opinie om en komt het kunstwerk weer in haar bezit.
Maar wat moet je met zo’n prachtig maar ook zeer kostbaar werk in je huis? Uiteindelijk koopt Richard Lauder, van het bekende cosmeticaconcern het schilderij en belooft Maria het portret altijd ten toon te stellen.
Een onderhoudende film, gebaseerd op een waargebeurd verhaal.
Lente
Yes, we can!
Dit plaatje staat niet alleen op mijn sleutelhanger, maar siert nu ook als zeepje ons toilet.
Rosie the riveteer, symbool voor alle vrouwen die in de tweede wereldoorlog het werk van de mannen overnamen. Zich de zware werkzaamheden eigen maakten en hun land naar de overwinning hielpen. Die zelfvertrouwen kregen, maar later toch weer terug gewezen werden naar hun enige recht, het aanrecht.
Nou ja, natuurlijk niet allemaal. Er is gelukkig ook een hele generatie van zelfstandige, hardwerkende en sterke vrouwen uit voort gekomen.
Maar dat weet je natuurlijk niet, als je bij mij een plasje pleegt. Daar staat ze eigenlijk alleen een beetje voor de sier en de “verluchting” 😉
Nostalgie
In Rotterdam is het openbaar vervoer goed geregeld en wij maken er dan ook dankbaar gebruik van. Vroeger ging ik met de tram naar school, later met tram en bus naar mijn werk. Soms was het stampvol en mopperde ik, duurde het me te lang om te wachten in de regen of kou. Ook Leo bewaart goede herinneringen aan de tram. Hij wilde vroeger trambestuurder worden en spijbelde regelmatig om dan een ritje met de tram te maken.
Sinds een aantal jaren hebben wij gratis vervoer van de RET, gunstige bijkomstigheid van ouder worden. En ik ga dan ook niet op stap zonder OV-chipkaart in mijn tas.
Zaterdag brachten Leo en ik een bezoek aan het Trammuseum in Rotterdam. Pure nostalgie, want daar worden rijtuigen uit vroeger tijd bewaard, worden filmpjes vertoond en konden we mee rijden met zo’n oude en bekende tram.
Zelfs het allereerste elektrische rijtuig staat er, mooi gerestaureerd door talrijke vrijwilligers. Eén van hen vertelde dat het rijtuig zelfs nu nog zou kunnen rijden. Ik stapte er in, alleen al om even te kunnen denken dat mijn ouders hier ook mee gereden moeten hebben. En dat rijtuig was dan wel elektrisch, dus voorzien van een beugel en verlichting, maar een koplamp kon er niet meer af. Dat was gewoon een olielamp.
Muzikaal begin van de week
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week ga ik terug naar het Eurovisie Songfestival van 1969, waar Louis Neefs dit zong:
