Recept

Misschien willen jullie de lekkere pruimen plaattaart ook wel eens maken. Nu zijn tenslotte de pruimen nog volop te koop of moet je ze nog van je eigen bomen plukken. Hier volgt dus het recept:

Zo schoof ie de oven in. Daarna vergat ik nog meer foto’s te maken 🙁
  • 50 gr zachte boter
  • 150 gr suiker
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 2 grote eieren
  • 250 gr bloem
  • 1/2 zakje bakpoeder
  • scheutje melk
  • 750 gram stevige pruimen
  • 25 gram suiker
  • 2 theelepels kaneel
  • evt. wat amandelschaafsel

Oven voorverwarmen op 170 graden Celsius
Pruimen wassen, goed afdrogen en in tweeën snijden en pit eruit halen.
Bakplaat of bakvorm met bakpapier bekleden.

Meng boter, suiker en vanillesuiker door elkaar
Klop de eieren er door en voeg het meel met de bakpoeder toe. Roer tot een stevig beslag. Voeg eventueel wat melk toe als het te stevig is, want het moet goed smeerbaar zijn.
Strijk het beslag uit over de bakplaat.

Verdeel de pruimenhelften er over en druk die een beetje aan, zodat ze goed in het deeg liggen.

Bestrooi de pruimen met kaneel en suiker (wat minder als het heel zoete pruimen zijn, wat meer bij iets zuurder pruimen) en als je het in huis hebt wat amandelschaafsel.

Bak de plaattaart in het midden van de voorverwarmde oven circa 30 tot 40 minuten.
Het ligt aan je oven hoe lang de baktijd exact is, hou dat in de gaten. Wanneer een satéprikker in het midden van de taart gestoken er droog uit komt, is de taart gaar.

EET SMAKELIJK!!

Als je nou denkt, dat ik zo’n recept eventjes uit mijn mouw schud… Nee hoor, ik zocht en vond op Smulweb.nl dit heerlijke recept van Petra Wiggers, dat ik zeker nog eens vaker ga maken.

Eigenwijs…

Dat er eigenwijze mensen zijn weten we allemaal. Die komen we in het dagelijks leven vaker tegen. Of misschien zijn we zelf ook wel meer dan eens een tikkie eigenwijs….? Maar van eigenwijze dieren had ik nog nooit gehoord. Toch bestaan ze, althans zo komt dat op me over.

Bron: Wikipedia / Google foto’s

Omdat de broed- en nestellocaties voor kerkuilen steeds minder werden, besloot Natuur- en vogelwacht Biesbosch om nestkasten op te hangen. Tot hun verbazing zagen ze dat vlak naast een nestkast (die flinke afmetingen heeft) een kerkuil haar nest gemaakt had in een omgekeerde kano bovenop een container. Een andere kerkuil maakte het nog bonter, door in een klein gat haar nest te maken, terwijl er op enkele decimeters ook zo’n fraaie nestkast hing. Die nestkast zou prima bescherming hebben geboden, maar nu zat de uil duidelijk zichtbaar voor mens en dier. Gelukkig bracht een partner hem (want ik denk dat vrouwen, ook kerkuil-vrouwen, praktischer zijn 😉 ) op een ander idee en werd uiteindelijk de nestkast toch in gebruik genomen.

Ik las dit in een artikel in het “Natuurblad”, een uitgave van Stichting Natuur- en Vogelwacht . Wie het hele verhaal wil lezen, klikt hier. Daar vind je het artikel in een door mij bij elkaar geplakt .pdf-bestand.

Trammuseum

Aanstaande zaterdag is er weer een open dag in het Trammuseum van de Stichting RoMeO inRottrerdam. Het museum draait volledig op vrijwilligers en is niet elke dag geopend. Wie er een kijkje wil nemen, zou dat dus komende zaterdag kunnen doen. Wij brachten al eerder een bezoekje en dat is altijd leuk. Zoveel oude trams en bussen staan er en ze zijn bijna allemaal ook van binnen te bezichtigen.

Ook staat er een van de eerste metrostellen. Keurig opgeknapt en in oude luister hersteld. Nou ja, wat schrijf ik, oude luister. Als je zo’n wagon van binnen bekijkt, dan blijkt dat de reis vroeger stukken simpeler was. Nauwelijks luxe, harde stoelen en banken. En nog maar weinig technische snufjes.

Vroeger ging ik met de tram naar de middelbare school. En toen ik dan laatst in zo’n oude tram stapte, wist ik het meteen weer. De banken, met handgrepen aan het gangpad, de mechanische bel en het bordje “de aandacht van het personeel niet afleiden”.

De bus was ook soberder dan nu. Al zag ik wel dat de vloer toen gewoon egaal was en dat ik nu opstapje op- en af moet in de bus. Het slingeren is nog steeds hetzelfde vrees ik 😉

Warm….

Nou ja…, had ik het helemaal nog niet over de warmte gehad. Want warm was het, de afgelopen dagen. Het kwik in onze kamer steeg naar 31,5 graden, een absoluut record. Wat deden wij? Nou, niet zo veel. Zitten, langzaam aan naar de keuken, koel water tappen en dan weer zitten. Lezen, computerspelletje spelen, lui zijn. Te warm om iets te doen. Zelfs koken vond ik een opgave, dus aten we vooral salades met veel groente. En ik haakte af voor de wandeling, zoals bijna iedereen van de wandelgroep.

Bron: Google foto’s

Maar eigenlijk vond ik al die heisa over de temperatuur een beetje overtrokken. We hebben natuurlijk ook genoeg tijd en te weinig zorgen om ons hier mee bezig te houden. Want toen de temperatuur het nu verbroken record haalde (23 augustus 1944) was er wel wat anders om je druk over te maken. Er was geen ijs te koop, geen stroom dus ook geen airco, weinig voedsel en slechts op bonnen te verkrijgen. En dan zijn er ook geen berichten over ouderen die met hun voeten in een koel waterbadje zitten en aan ijsjes likken. Geen foto’s van drukke zwembaden of strandmeertjes. Geen leuke plaatjes van frisse jonge meiden in een kekke bikini.

Wel was er een wrede bezetter in ons land, die weinig plezier toeliet. Die doodvonnissen liet uitvoeren, de bevolking onder de knoet hield. En dan wordt je interesse in de temperatuur danig bekoeld. Zelfs zonder airco. Want een vluchtige zoektocht in de kranten bij Delpher leverde op 24 augustus 1944 geen enkel bericht over het warme weer op. Dat is dus andere koek 😉

Boek

Eline stamt uit een gegoed Leids gezin en is getrouwd met Wieger, een archeoloog. Ze is niet religieus, wel ongedurig en heeft behoefte aan vrijheid. Als haar man naar een klein dorp in Drenthe gaat om er een veenlijk te onderzoeken, mist Eline hem enorm. Impulsief besluit ze naar hem toe te gaan en ze neemt haar kinderen mee.

Hoewel ze vriendelijk wordt ontvangen in het dorp, leidt haar aanwezigheid tot opschudding. Eline is niet gewend van haar hart een moordkuil te maken en haar vrije manier van doen en denken valt niet bij iedereen in goede aarde. Ze wordt dan ook min of meer terug gestuurd naar Leiden.

Nederland is in 1918 dan wel nog steeds neutraal in de grote oorlog, iedereen krijgt toch te maken met de nare gevolgen. Familieleden komen om, er is weinig meer te krijgen, het is armoe troef. Dan aan het eind van die oorlog staat een nieuwe en nog onbekende vijand op: de Spaanse griep maakt heel veel slachtoffers. Eline besluit terug te keren naar het Drentse dorp en helpt bij de verzorging van de grieppatiënten. Haar blik op de wereld wordt wijder en haar leven wordt langzaamaan anders.

Het boek is goed geschreven en die periode (1918 tot ca. 1922) interesseert me in hoge mate. Ik las het boek in één adem uit. Ik ga zeker nog meer boeken van deze schrijfster lezen.

From Russia…

Over de hele wereld moeten mensen eten. Dus zul je over de hele wereld winkels vinden waar je eten kopen kunt. En omdat elke cultuur andere gewoontes heeft, zul je ook andere dingen in zulke winkels kunnen kopen.

In de moderne wereld kunnen we steeds meer “vreemde” spullen kopen, want mensen blijven zoeken naar juist datgene wat ze van thuis kennen. Dus in een stad als Rotterdam vind je winkels voor diverse nationaliteiten. Zelf ga ik regelmatig naar een Turkse supermarkt, want daar hebben ze verschillende soorten filodeeg, heerlijke feta en prachtige grote, zoete dadels en abrikozen. En voor een speciaal soort kaas ging ik weleens naar de Italiaanse super in de stad. Op de markt vind ik Portugese, Spaanse en Marokkaanse kramen met kruiden, gedroogde bonen en olijven.

Maar dit winkeltje kende ik nog niet. Blijkbaar is de Russische gemeenschap in de stad groot genoeg voor een eigen supermarktje. Binnenkort ga ik daar eens rondneuzen, want wie weet, wil Marlika na haar behandeling in Moskou alleen nog Russische dingen eten. En dat is dan helemaal geen probleem meer 😉

Toch niet gekker…?

Na het kunstgras is er nu ook, ja echt, een kunst-heg te koop. Altijd groen, altijd even hoog, netjes geknipt, verliest geen bladeren. Een uitkomst voor de luie tuinier. Kan ie toch in de schaduw liggen en hoeft ie zijn stoel niet meer uit te komen.

Ja makkelijk dat wel. Maar of we hier nou op zitten te wachten? Zo’n heg haalt het natuurlijk nooit bij het frisse groen van een levend exemplaar. Okay, hij wordt ook niet kaal. Maar het is toch een leven- en zielloos wangedrocht. Net als kunstgras of een tuin vol met alleen maar tegels.
En denk eens in wat een stof er in zal gaan zitten. Dat levert dan weer nieuwe problemen op, daar kun je op wachten. Of nee, dan zetten ze er natuurlijk een flinke spuit kostbaar drinkwater op.

En als ze hem zat zijn…? Dan mieteren ze hem in de kliko. Och och, wat een verarming voor de natuur.
Geef mij maar zo’n leuke groene groeiende heg. Liguster, haagbeuk, meidoorn of hulst, maakt me niet uit.
Als het maar leeft!

Naar de markt…

Vorige week wilde ik een stukje lopen en Leo ging mee. En hij wilde nu eens niet langs de Rotte maar even naar de stad, naar de markt.

Of zoals ze in Rotterdam zeggen: “Effe naar de mart”. Goed voor altijd wel een leuk plaatje, een tas vol met groenten en fruit en soms ook nog een plant. Of een paar lapjes stof om een bloesje van te maken. Maar vaak ook gewoon een loopje over het leukste stuk van de stad. Want op de markt kom je van alles tegen. Je hoort er verschillende talen, ziet er mensen van allerlei pluimag en het geurt (of stinkt) je overal tegemoet. En met een beetje geluk is er wel een marktkoopman die iets leuks roept.

Wij gingen voor olijven, maar onderweg raakten onze tas vol met kersen, granaatappels en paprika. We zouden die olijven bijna nog vergeten zijn. Maar gelukkig vonden we bijna aan het eind een gezellige kraam, vol met noten, zuidvruchten en ja, dus ook olijven. Missie geslaagd.

Futureland…

Vrijdag hadden we ons tweede uitje, dit keer naar Futureland. Waar dat ligt? Op de Tweede Maasvlakte, te midden van grote industrieën, havens, schepen en kranen.

Bron: Google foto’s

Ook hier waren we al eens, maar toen was de Maasvlakte nog vrijwel onbebouwd. En nu wisten we niet wat we zagen. Binnen enkele jaren is hier uit water en zand een haven gemaakt die er wezen mag. Enorme kranen en aanlegplaatsen voor containerschepen, die behoren tot de grootste van de wereld. Niet alleen containerschepen, maar ook enorme olietankers kunnen hun lading daar kwijt. Een voorlichter van het Havenbedrijf Rotterdam gaf, tijdens de boottocht die we maakten, uitleg over wat we zo allemaal zagen. Zo staat er vlak bij de tentoonstellingshal een enorme loods, waar stalen buizen liggen. Buizen van zo’n 8 meter in doorsnee en van 8 centimeter(!) dik plaatstaal. Die worden in Roermond gewalst en via de weg naar Rotterdam vervoerd. Ze dienen als ondergrond voor windmolens en boorplatforms op de zeebodem.

Containers zijn niet meer dan grote dozen, maar er is vrijwel geen product dat niet in een container vervoerd kan worden. Op zo’n schip staan er ruim 14.000. Binnen in het schip staan er bijna net zoveel als boven op.

En wekelijks komen deze schepen in de Rotterdamse haven aan. Ze hoeven geen sluizen door en de diepgang van de haven is ruim voldoende. Dat maakt Rotterdam tot de motor van onze economie.

En hoe zit het met de huidige milieu-eisen? Tot mijn verbazing bleek dat al heel veel kranen en voertuigen elektrisch voortbewogen worden. En ook op andere punten wordt in de Rotterdamse haven goed gelet op het milieu. Rotterdam heeft op dat punt een voortrekkersrol in de wereld.

De tentoonstelling in Futureland is mooi opgezet, interessant en er kunnen diverse tochten per bus of per boot gemaakt worden. Ook kinderen kunnen zich er prima vermaken. Alles moet wel van te voren besproken worden, dus even plannen is geboden.