Ik kreeg een schattig dichtbundeltje van Annie M.G. Schmidt, met daarin veel al heel bekende gedichtjes, maar ook die ik nog niet kende. Zoals dit:
Ik kreeg een schattig dichtbundeltje van Annie M.G. Schmidt, met daarin veel al heel bekende gedichtjes, maar ook die ik nog niet kende. Zoals dit:
Afgelopen weekend reden we naar Katwijk en Noordwijk. Zomaar, om er even uit te zijn. En ineens kwamen we langs het terrein waar vroeger het Zeehospitium stond. Lang geleden, in 1952-53 lag ik daar met tuberculose. Toendertijd een ernstige ziekte, waar je vooral veel mee moest rusten. En rusten heb ik daar gedaan. Hele dagen lagen we in bed. Er mocht veel en ik heb er dan ook geen slechte herinneringen aan, lees hier maar.
Er is inmiddels veel veranderd in Katwijk. Het Zeehospitium is al lang niet als zodanig in gebruik. Veel is gesloopt en het terrein is bebouwd met nieuwe huizen, al zijn er wel speciale units voor gehandicapte mensen. Er staat nog één echt oud gebouw, dat ik dan ook onmiddellijk herkende. In al die jaren was er toch wel veel aan veranderd en wat er mee gaat gebeuren, weet ik niet. Ik miste de grote veranda’s, waar we met bed en al in de frisse lucht moesten staan. Gelukkig is er dan internet, waar ik daarvan nog een foto terug kon vinden.
Nee, dit wordt geen verhaal over natte druppels op mijn hoofd en in mijn nek. Dit gaat over een soort regen waar ik heel erg van hou. De prachtige bloemen van de gouden-, blauwe en witte regen. De blauwe is dit jaar in mijn eigen tuin duidelijk aanwezig. Maar ja, baas boven baas is er altijd. Al is er geen sprake van concurrentie, want met de tuiniers van het Arboretum Trompenburg in Rotterdam kun je je niet meten. Die gun ik dan ook van harte de eer voor deze prachtige bloemenweelde.
Het is niet bepaald een mooi taaltje, dat Rotterdams dialect. Rotterdammers laten nog al eens een lettertje weg, het knauwt een beetje en het zingt. En hoe netjes ik ook probeer te praten, je schijnt het altijd aan mij te kunnen horen. Nou ja, geen wonder want als kind kon ik een prima vertolking van “Alie Cyaankali” laten zien. Al snapte ik geen jota van de tekst, het kwam wel met Rotterdamse tongval over het voetlicht.
Gisteren liepen we op de Kruiskade, waar ik deze sticker op een deur geplakt zag. En die wilde ik jullie toch echt even laten zien:
Vandaag luiden in Rotterdam tien minuten lang alle (kerk)klokken binnen de brandgrens. Precies op het moment dat in 1940 het bombardement in Rotterdam plaatsvond. Het bombardement dat hele centrum in brand stak en vele slachtoffers maakte. Dat onuitwisbaar in de herinnering van oude Rotterdammers staat. Nieuwe Rotterdammers, zoals ik, want van 1948, weten niet beter dat er in Rotterdam altijd wel wat gebouwd of herbouwd wordt. En die de stad zagen veranderen: van een wat zielloos centrum werd het een bruisende metropool. Waar het goed toeven is en vele toeristen bewonderend kijken naar de soms heel afwijkende architectuur. Zoals hier, achter het stadhuis, waar je midden in de stad toch rustig aan het water woont.
Pyrex wordt nog steeds gemaakt en verkocht. En in bijna exact de zelfde vormen als ik destijds kocht. Nu vrijwel geheel wit, maar tijdloos en niet aan mode onderhevig. Een goede investering dus!