Yes, we can!

zeepje.jpgDit plaatje staat niet alleen op mijn sleutelhanger, maar siert nu ook als zeepje ons toilet.
Rosie the riveteer, symbool voor alle vrouwen die in de tweede wereldoorlog het werk van de mannen overnamen. Zich de zware werkzaamheden eigen maakten en hun land naar de overwinning hielpen. Die zelfvertrouwen kregen, maar later toch weer terug gewezen werden naar hun enige recht, het aanrecht.
Nou ja, natuurlijk niet allemaal. Er is gelukkig ook een hele generatie van zelfstandige, hardwerkende en sterke vrouwen uit voort gekomen.
Maar dat weet je natuurlijk niet, als je bij mij een plasje pleegt. Daar staat ze eigenlijk alleen een beetje voor de sier en de “verluchting”  😉

Nostalgie

In Rotterdam is het openbaar vervoer goed geregeld en wij maken er dan ook dankbaar gebruik van. Vroeger ging ik met de tram naar school, later met tram en bus naar mijn werk. Soms was het stampvol en mopperde ik, duurde het me te lang om te wachten in de regen of kou. Ook Leo bewaart goede herinneringen aan de tram. Hij wilde vroeger trambestuurder worden en spijbelde regelmatig om dan een ritje met de tram te maken.
Sinds een aantal jaren hebben wij gratis vervoer van de RET, gunstige bijkomstigheid van ouder worden. En ik ga dan ook niet op stap zonder OV-chipkaart in mijn tas.
Zaterdag brachten Leo en ik een bezoek aan het Trammuseum in Rotterdam. Pure nostalgie, want daar worden rijtuigen uit vroeger tijd bewaard, worden filmpjes vertoond en konden we mee rijden met zo’n oude en bekende tram.
Zelfs het allereerste elektrische rijtuig staat er, mooi gerestaureerd door talrijke vrijwilligers. Eén van hen vertelde dat het rijtuig zelfs nu nog zou kunnen rijden. Ik stapte er in, alleen al om even te kunnen denken dat mijn ouders hier ook mee gereden moeten hebben. En dat rijtuig was dan wel elektrisch, dus voorzien van een beugel en verlichting, maar een koplamp kon er niet meer af. Dat was gewoon een olielamp.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Muzikaal begin van de week

Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week ga ik terug naar het Eurovisie Songfestival van 1969, waar Louis Neefs dit zong:

Auto’s

Lang geleden, toen onze jongens zo’n jaar of 13, 14 waren, ging hun belangstelling vooral uit naar bijzondere auto’s. En ook hun vriendjes vonden die heel interessant. Zo kon het gebeuren dat we ergens reden en ineens moesten stoppen. Dan hadden ze een Ferrari of Lamborghini gespot.
Gisteren wandelden we door Hillergersberg, een mooie en chique buurt in Rotterdam. Auto’s staan daar in overvloed, maar deze stal werkelijk de show. Groepjes jongens stonden er verlekkerd naar te kijken en maakten foto’s.
Het bleek een Bugatti te zijn. Het leek mij een kostbaar bezit, zo’n felbegeerde auto, niks voor mij. Maar een ritje, dat zou ik ook best wel eens in zo’n auto willen maken. auto

Opluchting

Ruim op tijd zaten Leo en ik gisteren in de wachtkamer het IJssellandziekenhuis. Gelukkig hoefden we niet lang te wachten tot we naar binnen mochten. En daar kwam de chirurg met een brede grijns op zijn gezicht de kamer in. Goedemorgen mevrouw……. En nog voor hij zat,  vertelde hij dat hij een gunstige uitslag kon melden. De weggehaalde tumor was gelukkig niet agressief. Ik krijg dus alleen nog bestralingen en hoef ik verder geen medicijnen te slikken. Er zijn geen woorden om te beschrijven hoe gelukkig ik op dat moment was.
Die bestralingen zijn nog even een dingetje en ik zal daar ook best nog wel last van krijgen, maar dat gaat over na een tijdje. Geen verdere medicijnen betekent vooral geen verdere bijwerkingen en dus geen zorgen meer.
De wereld ziet er ineens weer fleuriger uit!

Opluchting.jpg

Allemaal lieve wensen van familie, vrienden en vriendinnen. Hartverwarmend!

Mooi

Op Facebook zag ik een bericht van het Smithsonian Institute, waarin Smithsonian’s 15th Annual Photo Contest werd genoemd. De wedstrijd blijkt al sinds 2003 jaarlijks te worden gehouden en de deelnemers maken werkelijk prachtige foto’s.
Als je wilt registreren bij het Smithsonian, kun je ook mee stemmen. Dat hoeft voor mij niet, maar die foto’s zijn soms adembenemend.
Deze heeft mijn voorkeur, zo sereen en zo mooi van compositie.

Smithsonian

This photo was not made by me, but is a part of the Smithsonian’s 15th Annual Photo Contest 2018

Mengelmoes

Een beetje bijpraten over afgelopen week. Dinsdags het nucleair onderzoek van de poortwachterklier. Het klinkt buitenaards, dat voelt ook voor mij zo. Raar idee dat er radioactiviteit ingespoten wordt, al is het maar een minimale hoeveelheid. Maar de radiologe was allerliefst, stelde me op mijn gemak (nou ja, voor zover je dat dan kunt zijn) en ik ging met Leo weer rustig huiswaarts.
Woensdag was het vroeg op, zonder koffie, thee of boterham. Nuchter moest ik zijn. Dat de operatie pas ver na de middag ging plaats vinden, deed daar niks aan af. En het leek wel of iedereen ineens over Paasbrunch, chocola en lekkere dingen wilde praten. Gelukkig, tijdens de narcose weet je van niks. En ’s avonds kreeg ik wel te eten. Donderdag kon ik gelukkig weer naar huis. Leo nam het huishouden over en de jongens kwamen. Het werd een gezellige avond.
Dat ik de volgende dag kookte, was een eigen(wijze) beslissing. Op de een of andere manier zou dat toch moeten kunnen, dacht ik. Dat kon ook, al heb ik weleens in een betere stemming gekookt. Maar er werden bloemen gebracht, van de Scrabbleclub, van de wandelclub en ook schoonzus en zwager namen bloemen mee.
Zaterdag dacht ik het verband wel weg te kunnen halen. Heel voorzichtig, stukje voor stukje losweken met baby-olie. Het ging prima. Maar wat een schrik toen ik na het douchen de wond langzaam open zag trekken. Paniek, er is geen ander woord voor. Druipnat stond ik in de badkamer. En ook nu weer redde Leo de zaak, door me voorzichtig af te drogen en te helpen. Maar het voelde beslist niet kosjer, dus gingen we naar de Spoed Eisende Hulp. Ook daar weer vriendelijke en vooral adequate hulp. Het leek allemaal erger dan het was. Dicht- en afgeplakt kon ik terug naar huis, waar ik vooral een beetje op de bank gehangen heb. En mooi de tijd vond om dat dikke e-boek binnen de termijn uit te lezen.

Boek

Ik leende het boek Agaat van Marlene van Niekerk uit de e-book bieb. Dat was nog flink doorlezen, want zo’n boek krijg je maar drie weken en 581 pagina’s zijn een hele kluif.
Ik vond het een heel bijzonder boek.
Agaat is als kind van 6 in huis genomen door Milla de Wet, die dan nog steeds kinderloos is. Milla’s man Jak, een harde, soms sadistische maar ook teleurgestelde man, is het er niet mee eens. En ook Milla’s dominante moeder vind het maar niks. Het is ook heel bijzonder om in het Zuid Afrika van 1954 een zwart kind te adopteren.
Boek-AgaatNiemand weet hoe ze heet, ze is misbruikt, angstig, lijkt niet te kunnen praten en heeft een handicap. Maar met veel liefde, maar ook straf, krijgt Milla een band met het meisje. Ze noemt haar Agaat. Het kind blijkt heel intelligent te zijn en ze leert snel allerlei vaardigheden.
Dan wordt Milla na vele jaren toch nog zwanger en moet Agaat haar plaats in huis afstaan aan het eigen kind. Ze is dan al een puber en begrijpt het niet. Enerzijds is ze zeer loyaal met Milla, anderzijds haat ze de situatie waarin ze verkeert. Als Jakkie eenmaal geboren is, weet Agaat het kind zo te beïnvloeden dat het meer aan haar hecht dan aan de moeder. Milla komt alleen te staan, begrijpt niet hoe ze de situatie kan veranderen, wil de steun van Agaat niet verliezen, maar ziet hoe zienderogen Agaat haar plek inneemt. Jakkie groeit op en  vader Jak wil van hem een echte man en een echte Afrikaner maken. Hij moet in het leger, wordt piloot en vecht in de Zuid Afrikaanse grensoorlog. Maar hij gruwt van het doden en deserteert.
Het verhaal wordt verteld in diverse, niet chronologische terugblikken. Alleen Agaat mag en kan Milla verzorgen. Milla heeft dan ALS en ligt op sterven. Ze kan slechts met haar ogen communiceren. Soms lukt dat wonderwel, voel je de bijzondere band tussen de vrouwen, soms lijkt het of Agaat niks wil of kan begrijpen, wraak neemt op wat in het verleden gebeurde.
Een aangrijpend boek, niet makkelijk om te lezen, maar erg boeiend.

Nylonkousen

Vorige week kocht ik vier maal twee paar pantalonkousjes. Nou ja, geen opzienbarende aankoop. Maar ik vouwde de kousjes op en daar lagen ze dus, op de bank. Acht paar kousjes, voor nog geen vier euro. Zo goedkoop, dat je er niet over piekert om ze te laten repareren. Dan ben ja alleen al aan die reparatie meer kwijt.
Dat was vroeger anders. De kousen die mijn zus destijds kocht, waren duur. Ragfijne kousen, met naad, die heel voorzichtig werden aangetrokken. En ook regelmatig ’s avonds gewassen werden en dan op een handdoek over de deur te drogen gehangen. Een ladder er in was rampzalig en werd met een klodder nagellak tegengehouden. Dan kon de kous later worden gerepareerd.
Ik herinner me een klein en donker winkeltje in de buurt bij ons thuis. Het rook er altijd een beetje muffig, naar zweetvoeten denk ik. Het was een beetje ook rommelig, overal lagen de kousen, er stond een aftandse kassa. Onder een ongezellige felle lamp zaten twee zussen (?) dag in dag uit kousen te repareren. Ze hadden daar een machientje voor, trokken de kous over een soort buis en dan ging het van prrrrrft, prrrrffft. Razendsnel en met een beetje geluk had je dan weer een paar kousen die nog wel even mee konden.
Zuinigheid met vlijt, duurzaam en ook wel milieubewust. Ach ja, verleden tijd.