Er is niet veel wat ik niet lust. Maar van spruitjes heb ik nooit gehouden. Ik moest ze eten, tegen heug en meug. Maar toen ik zelf bepaalde wat we eten, kwamen spruitjes nog zelden op tafel. Zeer tot verdriet van Leo, die er dol op is. Jaren lang kookte ik met kerst spruitjes en gokte ik of ze gaar waren. Zelfs één spruitje proeven was me teveel. Maar ach, een mens wordt ouder en wijzer(???). We kregen een keer spruitjes geserveerd in een restaurant en dat viel niet tegen. Dus besloot ik om die kleine kooltjes toch maar eens wat vaker op het menu te zetten. En zo kreeg Leo gisteren al voor de 4e (!) keer dit jaar spruitjes te eten. Net als vorige week maakte ik de spruitjes-gratin met pinda’s en kokos, naar een recept van Karin Luiten. En echt, ik vond het zelfs lekker! Dit is het recept:
Recept Spruitjesgratin met pindakaas

Foto: Koken met Karin
Nodig voor 4 personen:
800 g spruitjes
100 g pindakaas (met stukjes pinda)
2 volle eetl ongezouten pinda’s
2 eetl gedroogde kokosrasp
2 knoflooktenen
250 ml slagroom
1 limoen
plantaardige olie
wat chilivlokken (uit zo’n molentje)
zout & peper uit de molen
—–
Verwarm de oven voor op 200 °C. Doe pindakaas, slagroom en 1 eetlepel olie in een kom. Pers de knoflooktenen erboven uit. Rasp de schil van de limoen erboven fijn en pers de ene helft dan uit, doe ook erbij (de andere helft wordt niet gebruikt). Maal een paar keer flink met de chilivlokkenmolen en voeg zout en peper toe. Mix kort met de (staaf)mixer tot een gladde, dikkige saus. Maak de spruitjes schoon voor zover dat nodig is, verwijder hooguit vieze kontjes en/of blaadjes. Snij ze in kwarten en schep door de saus. Vet een ovenschaal in met wat olie en doe de spruitjes erin. Strooi de pinda’s en kokosrasp erover. Dek de vorm af met aluminiumfolie. Dit kan allemaal al van tevoren. Zet 45 minuten in de oven, verwijder halverwege het folie voor een geroosterd kleurtje.
TIP:
Lekker met rijst en sappige kipsateetjes: snij 400 g kippendijfilet in kleine stukjes, marineer terwijl de spruitjes in de oven staan in 4 eetl Japanse sojasaus, 2 eetl sesamolie en 2 theel komijnpoeder. Rijg aan 8 stokjes. Bak 6 minuten onder regelmatig omdraaien in de grillpan.
©: Koken met Karin
(ik heb het recept gekopieerd van Koken met Karin, de website van Karin Luiten. Neem daar ook eens en kijkje, want haar recepten zijn zeker het proberen waard!)

“Bah, wat een gallebakkenweer”, zegt Leo. Ik kijk uit het raam en zie de regen neer gutsen. Nee, geen weer om vrolijk van te worden. Maar kom op zeg, in huis is het warm en droog, er is eten en drinken genoeg en met een lampje aan en een goed boek hoeven we ons humeur niet te laten vergallen.
Op één van onze wandelingen in de buurt komen we langs een oud en vervallen boerenhuisje. Of het nog echt bewoond is, weet ik niet. Zo te zien is het helemaal verlaten. Het ligt eigenlijk heel mooi en een handige klusser zou er misschien nog wel wat van kunnen maken. Als de zon er zo op een mooie middag op schijnt, lijkt het heel romantisch. Even goed kijken, de niet zo fraaie details buiten beeld houden, dan levert het best een leuk plaatje op. Met wat rode geraniums en witte margrieten in potten en geruite gordijntjes voor de ramen zou het het er meteen al beter uit zien. Een stoeltje met een slapende kat completeert in mijn fantasie het mooie plaatje. Ach, dagdromen…
Moe van het zoeken streek ik even neer aan de leestafel bij de koffiehoek in Boekhandel Donner. Met een kopje thee bladerde ik alvast mijn nieuwe boekje door. Je zit daar heel gezellig, met het geroezemoes van alle klanten om je heen en toch lekker rustig, een beetje verscholen in een hoekje. Toen ik mijn stoel wilde bijschuiven, viel mijn oog hier op. Wat een leuk en lekker nostalgisch exemplaar. Niks modern, maar een ouderwetse kinderstoel. Die duidelijk nog vaak dienst doet.
Nee, niet weer een blogje over die grootsuper! Maar in deze tijd van overvloed is het toch wel fijn als je nog meer kunt inslaan. Vooral als je niks nodig hebt, of iets waar je totaal buiten kan. Want in de zaken van
Vorige week reden we naar Berkel en Rodenrijs, gewoon over de grote weg. Niks bijzonders dus. Maar terug zagen we een wegwijzer en bleken we ook dichtbij het adres van Leo’s oude autodealer te zijn. Ach, het zonnetje scheen, we hadden geen haast dus tuften we even via allerlei smalle weggetjes naar het oude adres. Leo vroeg zich af hoe het er nu uit zou zien. En wat denk je…? Het was eigenlijk geen spat veranderd. Nou ja, zo op het eerste gezicht. Want de stad naderde met rasse schreden. In de verte zagen we grote bouwkranen en hoorden we de heimachine. Maar wie een beetje vluchtig keek, zag dit. En dat is toch echt Hollands, nietwaar?
Laatst maakten we met de wandelclub een wandeling naar de (tijdelijke) ijsbaan in het Park in Rotterdam en liepen we terug via de Parklaan. Deze laan in het Scheepvaartkwartier heeft aan weerskanten prachtige statige gebouwen. De meeste begonnen als woonhuis (!) van rijke reders en handelaren, maar zijn nu te groot en te kostbaar om te bewonen en worden dan ook meestal als kantoor gebruikt. Een tijd lang leken veel huizen te vervallen, maar nu wordt bijna overal verbouwd, bijgebouwd en opgeknapt en krijgt de Parklaan weer allure. Om de bouwwerkzaamheden aan het oog te onttrekken had één van de aannemers de steigers omkleed en er zowaar een mooie ode aan Rotterdam op gezet. De dichter,
Bij een Thais eethuisje kreeg ik thee aangeboden. Bijzondere thee, want ze was hemels blauw. En toen ik op aanraden van de mevrouw er wat citroen in druppelde, werd het prachtig paars. Een beetje angstig dronk een beetje. Visioenen van vergiftigde vrouwen trokken aan mijn geestesoog voorbij. Maar ook Leo nam de proef op de som en vond het best wel eh… bijzonder 😉 Nee, het smaakte niet vies, maar zacht, niet zuur of bitter. En zoals jullie begrijpen lig ik niet met gestrekte oortjes. De Thaise dame raadde me aan regelmatig een kopje te drinken voor een lang, gezond leven en een altijd jonge huid. Nou ja, …. voor wat dat waard is.