Gedichtendag

Vandaag, de laatste donderdag van januari, is sinds 2000 Gedichtendag en het begin van de Poëzieweek. Dus zet ik hier dit gedicht van Annie M.G. Schmidt, dat ik zo’n mooie en humorvolle mengeling van droom en daad, kunst en praktijk vind. Natuurlijk geïllustreerd met een onnavolgbare tekening van Fiep Westendorp

Moeder dicht
‘Mijn bladerloze schaduw mijdt het water’
Ziezo hè hè, de eerste regel staat er.
‘en speurt de witte angst van eeuwen later’
Ga weg! Ga spelen met je transformator!
Je ziet toch dat je moeder zit te dichten.
‘ik wend mij af en doof mijn vale lichten
ik heb ’tedúm tedúm’ geweten’
Dat vul ik later in. Na ’t middageten.
‘mijn weemoed maakt de koele vlinder wakker
van mij getooide zelf’. Daar is de bakker!
Zeg maar: ’n halfje bruin en ’n heel wit.
‘o grijze schim die daar zo heilloos zit
ik zie mijn grijze droefheid aan de kim’
Da’s tweemaal grijs. Dat kan niet. ‘naakte schim

aan wie ik zal mijn zachte treurnis zeg’
En nog een rol beschuit! O is ie weg?
‘als dauw die druppelt van de trage bomen’
Als jij nog één keer binnen durft te komen,
dan krijg je geen vanille-vla vanavond!
‘zo druppelt in dit hart tezeer gehavend’
Je moeder dicht. Ze heeft geen tijd, totaal niet.
Als vader thuiskomt gaat het helemaal niet.
Je moeder zou een Shakespeare kunnen zijn.
Ze is het niet. Dat komt door jouw gedrein.
Daar gaat ie weer. ‘O humtum klaar en koel
in ’t land van late regen en ik voel
mijn schamelheid.’ ’n Heer met een kwitantie?
Zeg maar: m’n moeder is met kerstvakantie.
‘mijn schamelheid.’ Wat is dat? Hoofdje zeer?
M’n schatje toch… Gevallen met je beer?
Je moeder komt… na na… daar is ze al.
Wees nou maar zoet – ’t genie staat weer op stal.

Annie M.G. Schmidt (uit: ‘Huishoudpoëzie’, 1957)

 

 

Bewaren

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.
Mijn genezing verliep zeer voorspoedig en omdat er geen kostgangers in het ziekenhuis gehouden worden, mocht ik op vrijdag 29 januari 2016 al weer naar huis. Precies twee weken nadat ik opgenomen werd.
Wat was ik blij! Ik dacht meteen weer st
erk te zijn, maas dat was ik helemaal niet. Ik kon nog geen bloemenvaas optillen, een blokje rond was een hele toer. Dat viel me verschrikkelijk tegen. Want dan loop je tegen muren op. De was in en uit de machine doen, in de droogtrommel stoppen, strijken, ik mocht en kon het allemaal nog niet. Wat voelde ik me beperkt. Ik wilde koken, maar moest Leo vragen de pan met pasta of aardappelen op het gas te zetten of af te gieten. Iets hoog uit de kast pakken, iets laag neer leggen, het ging de eerste weken allemaal nog niet. Leo moest me zelfs helpen met aan- en uitkleden. Maar telkens zag ik wel vooruitgang. En hield me daaraan ook vast. Kijk, gisteren kon ik dit nog niet, maar vandaag lukt het me wel, hield ik me zelf voor. En zo kwamen we telkens weer een stapje verder.


De eerste zes weken mocht ik niet auto rijden, maar daarna stapte ik toch weer gewoon achter het stuur. In het begin wandelde ik met Leo maar kleine stukjes, die allengs langer werden. De eerste keer alleen was best een beetje griezelig. Maar wat voelde ik me goed toen helemaal alleen een stuk was gaan lopen. Dat had ik hem toch maar geflikt.
Wat later sloot ik me aan bij een wandelclub. Tijdens een van die wandelingen liepen we naar het Hooge Bergse bos. Daar ligt al een aantal jaren een skiheuvel. En voor ik er erg in had, stond ik daar in eens boven op. Zonder dat ik ook maar gevoeld had dat ik naar boven klom. Pas op dat moment realiseerde ik me, dat die operatie me heel veel goed had gedaan.
Inmiddels weet ik dat ik weer gewoon de dingen kan doen, die passen bij mijn leefstijl. Ik hoef niet te rennen, aan extreme sporten te doen. Maar ik gym, loop veel meer dan vroeger en voel me weer helemaal prima. Echt prima!
Natuurlijk moet ik medicijnen slikken, maar veel minder dan ik in het ziekenhuis kreeg voorgeschreven. Het is een routine, elke morgen meteen na het opstaan pilletjes nemen. En ’s avonds gaat om 10 uur mijn telefoon, om me te herinneren aan dat laatste tabletje.
(wordt vervolgd)

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.
En dan gaat alles heel snel. Na een dag op de intensive care werd ik naar de gewone verpleegafdeling gebracht. Ik kreeg gewoon eten, mocht even buiten mijn bed, een stukje lopen. En aan het eind van die dag kwam zelfs de fysiotherapeute om te zien of ik ook de trap op en af kon. Oeps, dat is dan wel even een rare gewaarwording. Maar het lukte en liep ik zelfs gewoon de trap af. En ook weer op. Nee, geen moeite, geen kortademigheid, niks! En ik vond dat eigenlijk doodnormaal. Pas later, veel later, drong het besef tot me door hoe veel beter het met me gaat en hoe heerlijk dat wel is.

Dinsdagmiddag werd ik weer teruggebracht naar het IJsselland ziekenhuis. Weer terug op de hartverpleging. Maar nu mocht ik wel gewoon mijn bed uit, rond lopen, zelfs het hele ziekenhuis door. Ik kon me enigszins normaal aankleden, dat geeft ook zo’n ander gevoel. En kijk, nu loonde het weer om mijn stappenteller te gebruiken. Dan kon ik tenminste zien hoeveel ik gelopen had. Die stappenteller zit op mijn smartphone. Die telefoon werd bijna onmisbaar voor me. Want in het ziekenhuis is dat je lijntje met de buitenwereld. Ik kon er mee appen, blogs en nieuws lezen, radio horen, muziek mee afspelen. Ik viel er letterlijk mee in slaap en stond er mee op.
(wordt vervolgd)

Begin de week met muziek

Dit jaar begin ik elke week vrolijk met muziek. Elke maandag, 52 weken lang, zal hier een clipje van You Tube staan. Zo stel ik in de loop van het jaar een speellijst samen van muziek die me, op welke manier dan ook, geraakt heeft.

In week nummer 4 koos ik voor een liedje van Annie M.G. Schmidt, gezongen door Nien Besselink met aan de piano Sjoerd Brouwer.

Bewaren

Bewaren

Stroomstoring

Het zal je maar gebeuren. Je hebt een restaurantje, mensen zitten heerlijk te dineren en dan… pfft … het licht gaat uit. Alles donker, de zaak, de keuken. Alle geluid valt weg, want alles stopt. Dan is er lichte paniek!
Het gebeurde ons vorige week in Brasserie De Verandering in Rotterdam-Ommoord.
Het was net na ons voorgerecht. Eerst denk je dat er ergens een stop gesprongen is en dat alles meteen weer aan zal gaan. Maar dat was helaas niet het geval. Het werd een beetje kouder, want de verwarming was ook uitgevallen.
Nee, ze waren daar niet te benijden. Gelukkig was er nog één mogelijkheid om stroom te krijgen en werkte het gasfornuis nog wel. Al kookte de kok bij het licht van zijn smartphone Maar de bediening bleef vrolijk en met een beetje humor en heel veel improviseren lukte het om toch een lekkere maaltijd te serveren. En ging iedereen met een voldaan gevoel naar huis toe. Top dus, helemaal top!

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Wat een ophef…

Afgelopen maandag zette ik ’s morgens de TV aan en meteen hoorde ik de presentatrice kakelen.“Het is buiten ontzettend koud, het vriest, het vriest dat het kraakt. En daarom gaan we nu over naar …. om te horen hoe het met de marathon op natuurijs staat”. En ja hoor, daar kwam een reporter in beeld, die zijn microfoon voor de neus van de ijsexpert hield. “Hoe staat het er mee, gaat het vandaag lukken?” Er werd een gaatje geboord in het ijs op een stuk ondergespoten land. Maar helaas, het ijs was nog geen drie centimeter dik.  Dus die marathon kon nog niet doorgaan. Wat een ophef ….
Oh ja, ik kan begrijpen dat duizenden sportievelingen graag op natuurijs willen schaatsen. Geen leukere winter dan een met ijs op de Rotte. Dan gaan we kijken naar al dat gekrioel. En mijn opa vertelde graag het verhaal dat de Nieuwe Maas was dicht gevroren. In 18zoveel of daaromtrent. Heel lang geleden dus! Maar ja, nu vriest het niet meer zo hard. Want het mag dan koud aanvoelen, die presentatrice overdreef wel met “het vriest dat het kraakt”.

Bron: RTL-nieuws/Google afbeeldingen

Op stap

Gallery

This gallery contains 6 photos.

Deze week had ik een afspraak met mijn schoondochter. Het was weer eens tijd voor een dagje weg, gezellig samen. Dat deden we al vaker, samen op stap in Rotterdam en ook in Haarlem. Dit keer ging ik naar Den … Continue reading

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.
Het gekke is dat ik me verder eigenlijk helemaal niet nerveus voelde. Dat verbaasde me wel, maar wellicht zat tussen al die pillen die ik kreeg, ook wel een pilletje om de zenuwen de baas te blijven. Ik mocht me’s avonds zelf douchen en wonder boven wonder viel ik vrij snel in slaap. Wel werd ik tevoren gewaarschuwd dat als ik er uit wilde om te plassen, ik even hulp moest vragen. Maar ik sliep gewoon door. Van het ritje naar de operatiekamer kan ik me weinig herinneren. Hoe het er daar uitzag en voelde, geen idee. In no time wist ik niets meer van de wereld. Pas in de loop van de middag hoorde ik stemmen en werd ik een beetje wakker.
Leo was wel beter op de hoogte. Hij zat gespannen thuis en werd met de regelmaat van de klok gebeld door het ziekenhuis en kreeg dan te horen hoe ver men was. En om kwart over één belden ze om te vertellen dat ik klaar was en bezig was bij te komen.
De beademing kon al snel worden weggehaald en ik kreeg iets te drinken. Voor mijn gevoel was ik best redelijk snel bij mijn positieven en ik dacht dat ik heel normaal praatte. Maar toen Leo me aan de telefoon kreeg, moet ik als een slome duikelaar gesproken hebben. Dat de kinderen en Leo ’s avond kwamen, is ook maar een beetje wazig gebleven. Wel moet ik Leo nog op pad gestuurd hebben voor boodschappen. Ik wilde nieuwe BH’s, en hij ging naar de winkel. Gelukkig stond mijn maat en het model genoteerd, dus kwam hij met de juiste zaken aan.
(wordt vervolgd)

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.
En dan komt het moment dat er wordt verteld dat de operatiedatum bekend is. Dat gebeurde al heel snel. Maandagmiddag was de katheterisatie geweest en dinsdagavond hoorde ik dat ik donderdags al naar Breda zou gaan. De operatie stond gepland voor vrijdagmorgen 8 uur. Dan rol je in een soort van achtbaan, waar je wel uit wilt, maar niet meer kunt. Je moet vragen beantwoorden, waar je wel eens over gedacht hebt, maar nooit echt ernstig bij stil gestaan hebt. Wilt u gereanimeerd worden? ……. Eh, nou eh….. nee! Wat? Dus u wilt niet geopereerd worden? Ja, maar dat was toch niet de vraag….? En toen realiseerde ik me, dat dit een heel andere situatie zou zijn. Want natuurlijk wilde ik dat mijn hart, als het niet meteen na de operatie zou gaan kloppen, een zetje of zelfs twee zetjes zou krijgen. Anders zou al dat werk voor niks zijn gedaan. Nee, natuurlijk, in dat geval moest gedaan worden wat nodig was. Ja, ja, natuurlijk wilde ik dus wel gereanimeerd worden.
Ik had al vaker gedacht hoe het zou zijn als je zo maar op straat een hartaanval krijgt. Moest ik dan gereanimeerd worden? Nou nee…, want ik wil niet als een kasplantje overleven. Maar dat word je in zo’n geval natuurlijk niet gevraagd. Jongste zoon, zelf BHV-er, was daar duidelijk in. De hulpverlener begin meteen, want elke seconde telt. Niks tijd verliezen door te zoeken naar wat eventuele wensen van het slachtoffer zijn. Dat zien ze later wel. “Dus mama, alles regelen is gewoonweg niet aan de orde.”

Leo wilde achter de ambulance aan rijden, maar dat verbood ik hem. Stel je voor, dat ze de zwaailichten en sirene aan zouden (moeten) zetten. Leo zou ongelukken maken. Dus nee, gewoon op je gemak naar Breda. Hij nam Lennart mee, als steun en omdat die in precaire gevallen rustig weet te blijven. Vrijwel gelijktijdig kwamen we in het Amphia ziekenhuis aan. Mijn kamer werd gewezen, er was voorlichting over hoe de operatie zou verlopen, intakegesprekken, röntgenfoto’s werden gemaakt. De dag vloog om. Toen kwam, net na het avondeten, het moment dat we afscheid moesten nemen. Dat is een ogenblik, dat ik niet snel zal vergeten. Ik stond in de gang, Leo en Lennart liepen naar de lift. Een afstand van misschien 50 meter. Maar het leken kilometers. De gedachten die dan door je hoofd gaan. Ik wilde niet huilen, ze niet verdrietig maken. Maar zelfs nu ik dit typ, stromen de tranen over mijn wangen. Het besef dat je daar staat, ze ziet…, misschien wel voor het laatst….! Dat je niet weet hoe het morgen zal zijn.
(wordt vervolgd)

Terugblik

Deze weken kijk ik terug op wat mij vorig jaar rond deze tijd is overkomen.

Nu dit elke morgen

Nu dit elke morgen

De moderne medische zorg kent vele mogelijkheden. Zolang je nog niet geopereerd bent, krijg je medicijnen om alles zo rustig en regelmatig als mogelijk te houden. Je wordt constant gemonitord en krijgt medicijnen. ’s Morgens vroeg komt de verpleging met een hele collectie pillen. Groot, klein, rond, langwerpig, wit, geel, roze. Voor je bloeddruk in diverse soorten, het hartritme, vochthuishouding. Ja, ik keek wel wat het was, maar het fijne werd me toch niet helemaal duidelijk. Sommige medicijnen herkende ik wel, andere waren nieuw en de namen zeiden me niks. Dus slikte ik al voor het ontbijt gehoorzaam wel 10 of 11 pillen. En was dat nog niet voldoende, dan kreeg  ik iets via het infuus.  ’s Avonds kreeg ik gelukkig maar één pil te verstouwen.
Maar gelukkig, sinds ik thuis ben hoef ik niet meer zo veel te slikken. Al is het al met al elke drie maanden toch een flink pakket dat de apotheker me overhandigt 🙁

(wordt vervolgd)

Bewaren

Bewaren