Blijkbaar is Rudolf Noerejev al weer vergeten, want ik kreeg geen vriendin mee naar de bioscoop. Dan maar alleen, want ik wilde persé de film The white crow zien.
Rudolf Nourejev was een danser die zich niet liet ketenen. Dat is in de Sovjet Unie ten tijde van de Koude Oorlog niet erg gunstig. Overal om hem heen zijn agenten van de KGB, die hem in de gaten houden. Dan mag hij met het Kirov Ballet op tournee naar Parijs. Hij weet zich zo veel mogelijk vrij te bewegen, al volgt men hem op de voet. Hoe laat hij ook in het hotel terug komt, altijd zit er iemand die rapport uitbrengt aan de regering.
Dan is de tournee afgelopen en moet hij terug naar Rusland… Maar de vrijheid lonkt…
Natuurlijk zit er in de film heel veel ballet, waar ik erg van genoten heb. Maar ik had ook graag wat gezien van de periode na Parijs, zijn tijd bij het Royal Ballet in Londen. Daar maakte hij furore met Dame Margot Fonteyn. De film bracht dus niet helemaal wat ik er van verwacht had.

De twee foto’s hier hebben niks met elkaar te maken, maar toch vind ik ze bij elkaar horen. De eerste is een kaart, die ik Londen kocht en de tweede foto maakte ik in Den Haag. Victorie en wereldvrede, ze beginnen allebei in de keuken.
Dus pak de kommen en schalen er maar bij. Klop de eieren, schuif de schotels in de oven. Dan kunnen we straks aan een lange tafel de belangrijke zaken samen eens rustig bespreken. Misschien is er ook nog wel een brouwer of een wijnboer die zijn producten wil promoten. Kom er gerust bij! 😉 😉 😉
Voor het Vredespaleis, bij de bezoekersingang, staat deze boom. Niet zijn bladeren trekken de aandacht, maar de vele strookjes papier met daarop in alle mogelijke talen geschreven een boodschap voor vrede. Want wie wil nou niet in vrede leven? Bijna ieder mens wenst dat er nooit meer oorlog komt. Er zullen her en der wel wat mensen zijn die goed garen spinnen bij een bewapeningswedloop, maar brengt het ook iets goeds? Is al het bloedvergieten ook maar de moeite waard?
Afgelopen zondag bezochten we het
Op 17 januari
Dit doet me onmiddellijk denken aan “upstairs/downstairs”. Boven wonen de “grote” lui en beneden, in het souterrain, leven de bedienden.

