Atoombom

Bron: Google foto’s

Vandaag, 6 augustus, is het exact 75 jaar geleden dat de eerste atoombom viel op Hiroshima. Veel was er niet meer over van die grote stad. Alleen dit gebouw stond nog overeind.

Hiroshima, 2009 (eigen foto)

In 2009 maakte ik er deze foto. Nu is het een monument, een aanklacht tegen de wreedheden van de oorlog. Natuurlijk gingen wij ook naar het atoombom-museum. De overblijfselen, gesmolten flessen, verwrongen stalen voorwerpen, alles netjes uitgestald, leken ontdaan van hun dramatisch verhaal. Zij waren verworden tot objecten zonder ziel. Het was verschrikkelijk, maar de verschrikkingen waren niet in woorden uit te drukken.

Wij keken er naar, net als de vele Japanse schoolkinderen. Op mij liet het een diepe indruk achter. De kinderen giechelden, plaagden elkaar. Ach ja, net als kinderen over de hele wereld doen.

Hiroshima is tegenwoordig weer een bruisende stad. Wie er rondloopt, kan zich nauwelijks voorstellen hoe erg het verwoest was. Men winkelt, loopt, lacht. Ogenschijnlijk niemand kijkt terug in de geschiedenis.

Boek

De meeste boeken van Marja Visser die ik gelezen heb, vind ik mooi. Ik hou van historische verhalen en bij het zien van deze titel wilde ik het meteen graag lezen.

Maar nadat ik de laatste bladzijde had omgeslagen, kwam ik tot de conclusie dat dit boek toch niet geheel aan mijn verwachtingen voldeed.

Het is het verhaal van Johanna van Coesvelt, een jonge vrouw, die van huis weggaat om dienstbode te worden bij een kasteelheer. De kasteelheer is aardig, maar zijn zoon niet. Hij maakt Johanna het leven soms knap zuur.

Na de dood van de kasteelheer vertrekt Johanna met een kunstschilder naar Middelburg. Zij verzorgt zijn huishouden, heeft wel gevoelens voor de schilder, maar wil niet met hem trouwen.

Dan vindt de schilder een andere liefde en verlaat Johanna zijn huis om huishoudster te worden in een groot en voornaam huis in Den Haag. Nu zouden we haar een soort van “manager” noemen, want zo’n voornaam huishouden heeft een stoet aan personeel en er is veel te organiseren.

Wanneer mevrouw op sterven ligt, belooft Johanna voor haar man te zorgen. En om praatjes te voorkomen, trouwt de heer des huizes haar.

Ik had gedacht dat juist die laatste periode veel aandacht zou krijgen, maar weinig pagina’s worden aan deze tijd besteed. En dan nog zeer oppervlakkig.

Al met al wel een lezenswaardig boek, maar de titel dekt naar mijn mening niet de inhoud.

Pareltje

Deze week zingt Jenny Arean “Ik ben de kleine zigeunerprinses”. Dit liedje staat op de CD “Denkend aan de Dapperstraat” en verscheen in 1994 ter gelegenheid van de boekenweek. De tekst van het gedicht is van Hendrik de Vries en de muziek is, ja natuurlijk, van Harry Bannink.

Trafohuisje

Toen we toch in de stad waren, konden we dus meteen wel even kijken hoe dat trafohuisje er uitzag. Een huisje met een gedicht, was ons beloofd.

We reden een beetje om, want er was zoveel afgesloten. Maar dankzij navigatie en ons eigen richtinggevoel kwamen we toch in de juiste straat terecht. En ja, er stond een trafohuisje. Dat moet natuurlijk op de foto gezet en aan Sjoerd gemeld.

Maar dat gedicht…? Groene blaadjes, dat wel. Maar geen stukje tekst te vinden. We zochten nog wat verder in de straat, maar geen ander huisje stond er. Dan zou het dit toch moeten wezen. Maar is het dan ten prooi gevallen aan een andere versieringswoede? Of waren de buurtbewoners het gedicht een beetje beu?

Nou ja, dit is dan het trafohuisje, zoals het tegenwoordig in de Adriën Milderstraat in Rotterdam-West staat. Zachtgroen beschilderd met honderden blaadjes en takjes. Het oogt best aardig. En nou maar hopen dat het ook in de verzameling van Sjoerd zal passen.

Verstopt

In deze buurt komen we niet zo vaak. Nou ja, we gaan de laatste tijd helemaal niet meer zo vaak op stap. Maar zaterdag moesten we wel even naar de stad. Met de auto, want in het OV zul je ons voorlopig niet zien.

Maar toen konden we ook wel meteen nog iets anders doen. Dus gingen we op zoek. Naar wat? Dat vertel ik later wel.

Ik keek eerst verbaasd omdat ik helemaal niet zoveel groen in deze wijk verwachtte. Maar ja, er stond wel een dikke oude boom. En toen zag ik hem. Een beetje verstopt. Maar die rode puntmuts verraadde hem toch. Zo maar een tuinkabouter midden in een Rotterdamse straat. En dat op klaarlichte dag!

Het zijn rare tijden, maar het moet nou echt niet gekker worden 😉

Alternatief van huis

Sommigen van ons gaan of zijn al op weg naar een vakantiebestemming. Veel blijven in Nederland, sommigen verkozen toch den vreemde om een tijdje naar af te reizen.

Wij blijven voorlopig nog maar even hier. Er is tenslotte keus genoeg om naar toe te gaan. En wie niet voor al te oubollig wil worden versleten, kan ook nog kiezen uit diverse exotisch klinkende namen:

Auvergé = Overschie
Kéthèl sur l’Auvergé = Kethel bij Overschie
Das Krälingerwald = het Kralingsebos
Réo = Rotterdam en omgeving

Bron: Google foto’s

Maar misschien blijven we wel waar we nu zijn, in Teilia. Dat is Rotterdams voor “met je voeten in een teiltje”

Al die namen en uitdrukkingen heb ik niet zelf bedacht hoor! Die komen van de Rotterdamse Taal-kalender. Zelfs de foto van het Krälingerwald komt van Google 😉 Tja, ik heb nou eenmaal vakantie, nietwaar?

Slaven

Nu de discussies en de protesten van BLM weer alle krantenkoppen halen, verwonder ik me steeds weer over WAT ter discussie staat.

De slavernij uit ons verleden, slavernij waar we ons voor moeten schamen, excuus voor moeten aanbieden. Maar wat heeft dat nu nog voor zin? Het is gebeurd en -zonder twijfel- het was gruwelijk. Het mag nooit meer gebeuren.

Maar is dat het einde van het verhaal? Dat geloof ik niet. Want denk eens aan al die kinderen die in vieze mijnen moeten werken, om materiaal voor onze moderne apparatuur te delven. Aan de lange dagen in bedompte ateliers, waar ze moeten zitten om westerse en hippe kleding te maken. De arbeiders die werken in fabrieken waar de lucht ernstig vervuild is.

Van welke kant ik dat ook bekijk, het blijft slavenarbeid. Of we nou een goedkoop T-shirt of een duur merk kostuum kopen, de arbeiders hebben er waarschijnlijk onder kwalijke arbeidsomstandigheden aan gewerkt. Er is echt niet zoveel verbeterd. Ja, daar schaam ik me voor en daar zou wat aan gedaan moeten worden.

Gek toch, dat we daar nu niks over horen. Of zouden al die protesterende mensen zich niet willen realiseren hoe hun schoenen, t-shirts en jeans gefabriceerd worden? Omdat dat te pijnlijk is voor woorden?

Bakken

Deze foto stond op Facebook als herinnering aan mijn bakworkshop bij Robèrt Bekhove in 2014.

In de jaren tussen toen en nu is heel veel gebeurd en ook veel veranderd.

Maar bakken doe ik nog steeds heel graag. Maar wat er uit de oven komt, moet ook opgegeten worden. En dat is wel lekker, maar past niet altijd in de dagelijkse maaltijden. Wanneer er bezoek komt, heb ik wel weer een mooie reden om iets in de oven te schuiven.

En deze koekjes, die ik afgelopen weekend bakte, zijn zo lekker. En met mate genuttigd… nou ja 😉 😉 😉

Het recept heb ik uit de Bakbijbel van Rugter van den Broek:

HAVERMOUTKOEKJES
2 eieren
130 gr (donkere) rozijnen
1 tl kaneel
1 sinaasappel, rasp
100 gr boter, op kamertemperatuur
130 gr rietsuiker
130 gr donkere basterdsuiker
¼ tl zout
1 tl vanille-extract
200 gr bloem
2 tl bakpoeder
180 gr havermout
50 gr wal-of pecannoten, grofgehakt

Meng de eieren, rozijnen, kaneel en de sinaasappelrasp door elkaar en laat het mengsel 1 uur staan. Verwarm intussen de oven voor op 180 °C. Doe de boter, suiker, het zout en de vanille in een kom en mix dit kort.
Meng vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoorheen en roer daarna het ei-rozijnenmengsel hier goed doorheen. Voeg als laatste de havermout en de gehakte walnoten toe. Maak balletjes van het deeg ter grootte van een walnoot en druk deze iets plat.
Leg ze met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 10 tot 14 minuten lichtbruin.
Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Lekker bij een kopje koffie of thee!