Wandelen

Vorige week, toen de 4-daagse zou beginnen maar een dag werd opgeschort vanwege de hitte, waren wij in Drenthe.

Ja, het was warm, ongetwijfeld. Maar wat werden we beroerd van al die ongelofelijk opgefokte berichten over de warmte. Alsof het nog nooit boven de 30 graden was geweest.

Je kon geen krant lezen, radio beluisteren of tv bekijken of er werd over de hitte en het hitteplan en de daaruit volgende gele, oranje en rode codes gepraat. En het leek wel of iedereen zijn oren er naar liet hangen. Want de wegen waren stil, de terrassen leeg.

En wat deden wij? Wij hadden al in Rotterdam besloten dat we lekker zouden gaan wandelen. Natuurlijk geen 40 kilometer, maar ja, zulke afstanden lopen we sowieso niet. We hadden een leuke wandeling gevonden, waar je in snel tempo wel in een krap uurtje mee klaar zou zijn. Maar waarom haasten? We liepen op ons gemak, aten wat en dronken ons flesje water leeg op een bankje in de schaduw. We hebben genoten van de rust en de stilte.

Slechts twee mannen trotseerden ook die “vreselijke hitte”. Ook zij leken niet al te veel onder de indruk.

Vakantieherinnering

Wim Sonneveld zou zeggen: “dat is een flinke bos hout voor de deur” al bedoelde hij daar beslist iets anders mee 😉

Een flinke voorraad is het wel en zoiets geeft vast een prettig gevoel voor de bewoners. Weten dat je de winter lekker warm doorkomt.

Het is ook een mooi gezicht, al die keurig gehakte stammetjes. En dan van die handige trapjes ertussen. Dat vraagt beslist om deskundig stapelen.

En nu vraag ik me af of de bewoners in de Baltische staten zich ook druk zullen maken over wel of geen gas deze winter. Of hebben ze alweer nieuwe houtvoorraad aangelegd?

Little C.

Van de Kunsthal wandelden we over de Westzeedijk naar een gloednieuwe wijk: Little C. Het is een wijkje, van daar dat Little nabij de Coolhaven.

Allemaal appartementsgebouwen natuurlijk, maar met een wat New Yorkse uitstraling. Een luxe wijk ook, gezien de beplantingen tussen de gebouwen door. Maar met een heel aangename sfeer. De overbruggingen tussen de gebouwen en de balkons hebben fantasierijke balustrades, zodat het niet zo eenvormig is als bij andere gebouwen.

De straten zijn autoloos, maar fietsers maken er heel graag gebruik van. En de bewoners doen er alles aan om ook een beetje mediterraanse sfeer te maken. De balkons zijn vaak beplant en ook de “balkons” op de begane grond waren vaak uitbundig van planten, potten en meubilair voorzien.

De terrassen van de horecabedrijven deden er nog een schepje bovenop met stro-parasols en nog meer planten. We voelden ons even “in het buitenland” en dat gaf een heel plezierig gevoel 😉

Tentoonstelling

Afgelopen week bezochten Leo en ik de tentoonstelling “Here we are” in de Kunsthal in Rotterdam. De tentoonstelling belicht de rol van de vrouw in het ontwerpen van allerlei zaken. Van stof tot meubels, lampen. Vaak worden de ontwerpen van vrouwen niet zo duidelijk in de picture gesteld, maar dat blijkt niet terecht.

De invloed van vrouwen op de maatschappelijke ontwikkelingen is juist heel groot en op allerlei vlakken. Dat merk je soms bij het gebruik van sommige producten. Vrouwen hebben vaak een wat andere kijk op de zaak. Praktischer of economischer. Dingen worden soms net wat sierlijker, sfeervoller.

De tentoonstelling beslaat een periode van 120 jaar, van begin 20e eeuw tot nu. Er kwamen bekende ontwerpsters aan bod, maar ook vrouwen die niet zo bekend geworden zijn. Politieke invloeden kon je herkennen, maar ook de invloed van de moderne technieken.

Vrouwen mochten vroeger niet werken en dat maakte hen tot afhankelijke wezens. Ze werden eerst ook een beetje “veroordeeld” tot nuttige handwerken. Maar niet elke vrouw wilde haar brood verdienen met nuttige handwerken, zoals bij “Arbeid Adelt”.

Leo en ik vonden het een aanrader!

Boek

Een boek van Marjan Berk kan bijna niet droevig zijn. Als geen ander weet ze de dagelijkse dingen een hilarische draai te geven. En een portie extra fantasie leukt alles nog meer op.

Toch is in dit boek ook heel wat droefenis te vinden. Je zou zeggen, bijna als het gewone leven, niet waar?

Drie alleenstaande vrouwen zoeken wat meer warmte en reageren op een contactadvertentie van een alleen zijnde heer. Allemaal retoucheren ze hun uitstraling een beetje. En soms valt het mee, soms valt het tegen.

Eigenlijk bestaat het boek uit drie delen. Een soort van intro, waarin we de vrouwen en hun entourage leren kennen, daarna een uit pure recalcitrantie geboren beslissing om alles achter te laten en naar een zonnig oord te vertrekken. En dan als laatste deel de onontkoombare werkelijkheid. Wat we ook willen, wat we ook doen, het leven gaat zijn eigen weg. En hoe ouder we worden, hoe meer hobbels de weg gaat vertonen.

Ik vond het een boek met soms wat Hendrik Groen-sfeer, soms uiterst humorvol, soms met een bittere ondertoon. Maar wel heel leesbaar.

Mode

Ik ben dan wel geen modepop, maar van modefilmpjes kan ik geen genoeg krijgen.

Filmpjes over kleding door de geschiedenis heen, tentoonstellingen over kleding en natuurlijk modeshows zijn bij tientallen te vinden op Instagram of YouTube, in welk genre dan ook.

Maar soms zijn er filmpjes die me de hare ten berge doen rijzen. Hiervan werd ik toch een beetje misselijk. Er zijn nog andere modellen in werkelijk ondraagbare lappen in het Instagram-filmpje te zien.

Wie het filmpje van “Highfashioncatwlk” op Instragram wil bekijken, dit is de link.

Gaan we straks echt zo gekleed of is dit een hersenspinsel van een perverse geest? Ik moet er werkelijk niet aan denken….!

Vakantieherinnering

Op reis kom je de gekste dingen tegen. Van vreemd eten tot wagens die tot de nok toe bepakt zijn.

Zoals deze lading, die me zo verwonderde dat ik niet eens meer weet of het een houten kar was of een vrachtauto. Ik heb ook geen idee wat er in die zakken zit. Graan, grind, etenswaar?

Wel weet ik dat ik het in 2001 in Vietnam al een heel bijzondere manier van lading vervoeren vond.

En nog steeds verwonder ik me er over dat dit zomaar vervoerd werd, ook omdat de wegen soms nogal hobbelig waren en tamelijk smal.

Straatnamen

De straten in onze woonwijk zijn allemaal vernoemd naar een plantensoort, boom of struik. Zo nu en dan zal ik van elke soort een paar onder de loep te nemen. Want na de klavers zijn er nog rozen, doornen, mossen, grassen, kruiden, distels of varens. Kijk, daar kan ik voorlopig wel mee vooruit!

Bron: Google foto’s

Dit is Medicago lupulina, of in gewoon Nederlands “Hopklaver”. Een klaver die je waarschijnlijk vrij veel kunt vinden.

Het is een kruipende, vaste plant uit de vlinderbloemenfamilie en groeit op voedselrijke grond in gras- en bouwland en langs wegen en dijken. Ze komt van nature voor in Eurazië en Afrika.

De stengels zijn opstijgend en de plant wordt 5-50 cm hoog. De hopklaver bloeit van april tot oktober in trossen met één tot vijftig 2-3 mm grote, heldergele bloempjes. De bloeiwijze ziet eruit als hoofdjes op lange stelen, langer dan de bladstelen.

De plant draagt een niervormige, eenzadige met een doorsnede van 2 mm.

Hopklaver is dus een gewone, niet echt bijzondere plant. Ze is niet medicinaal of giftig en je kunt er verder niks mee. Nou ja, als de straat maar een naam heeft, nietwaar?

Schoenen

Bron: Google foto’s

Ik lette altijd al op schoenen, maar nu net een beetje meer. Omdat de meeste mensen op sneakers lopen en die zijn er in zoveel verschillende uitvoeringen.

Niet alles is even mooi, elegant of kleurrijk. Soms zijn ze voorzien van een logo of een merknaam. Soms zijn ze kleurig, maar er zijn ook heel grauwe saaie sneakers.

Sommige vallen een beetje meer op. Deze ben ik al een paar keer tegen gekomen. Vaak loopt de eigenaar er niet al te comfortabel op en ze lijken mij een beetje slap, niet stevig. De beste omschrijving zou, denk ik, zijn: een sok met een zool.

Stevig is wel de prijs: ruim 600 euro, maar ik zag ook prijzen van meer dan 700 euro.

En ik vraag me dan af wie betaalt er nou zoveel voor zulke schoenen?

En koop je dan zoiets vanwege het merk? Ik begrijp daar helemaal niks van…

Vakantieherinnering

Er is niet veel te zien op deze foto, maar ik denk dat heel veel mensen hier wel eens geweest zijn. Het is namelijk het uiterste puntje van Cornwall, “Land’s End”.

Je staat hier letterlijk op de rand van Europa en je moet nog wel een paar dagen varen om weer vaste wal onder je voeten te krijgen.

Natuurlijk heeft de toeristenindustrie hier een beetje tamtam om heen gemaakt. Want zeg nou zelf, zo bijzonder is het toch niet? Een bord, een paal, wat grind…. en een onmetelijk uitzicht.

Maar het is de gedachte hè, dat je echt op het puntje staat. Dat vonden Irene en ik toen destijds in ieder geval best wel bijzonder.