Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Vandaag zingt France Gall: “Il jouait du piano debout”
Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Vandaag zingt France Gall: “Il jouait du piano debout”

Dit is niet Leo, maar een foto die ik op internet vond en waar ook het verhaal van het wolletje verteld wordt. http://www.11vbdbat.nl/verhalen/Geen-humorgevoel.html
Toen het laatst zo koud was, legde Leo ’s avonds een fleece dekentje over zijn voeteneind van het bed. En ja, dat moet natuurlijk ’s morgens weer netjes worden opgevouwen.
Hij keek eens naar het dekentje en zei toen: “hoe was dat ook al weer, een wolletje maken?” Ik keek hem niet begrijpend aan, maar later werd me duidelijk wat hij er mee bedoelde. Tijdens zijn militaire diensttijd sliep hij op een zelf gevulde strozak, zonder lakens, onder twee grijsgrauwe dekens. Die dekens moesten elke dag netjes opgevouwen worden. Niks “zo is het wel goed”, maar keurig netjes. De dienstdoende sergeant (??) kwam zelfs met een liniaal langs om te kijken of iedereen wel de juiste maat hanteerde.
En dus vouwt Leo zijn fleece dekentje ook nu nog steeds keurig netjes op. Net zo netjes als hij de bedden opmaakt. Want wil ik nog wel eens denken “het kan zo wel”, let Leo altijd op de patronen, die dan keurig aansluiten.
Toch wel nuttig hoor, die militaire diensttijd. Soms denk ik dat het wel goed zou zijn als het weer terug kwam. Niet om te leren schieten, maar om discipline, orde en netheid bij te brengen aan de jongens én meisjes van nu. Om meer structuur in het dagelijks leven te krijgen, koken en schoonmaken te leren. Je hebt er tenslotte ook later profijt van…
Zomaar een wat grijze straat ergens in Delft. Zouden hier voor ramen ook fietsen en brommers, zelfs auto’s staan, dan was het lang niet zo’n aardig plaatje. Maar al die bakken met planten maken het veel gezelliger. Zou fijn zijn als er nog meer groen in de steden gezet wordt.
Nog even en dan is het weer tijd om ook bij mij de bloembakken weer te vullen!
Na de eerste confrontatie zit je er tegen aan te hikken. Ondanks alle verzamelde moed, ondanks alle lieve wensen, het blijft een zenuwentijd, de tijd tussen diagnose en operatie.
Gelukkig heeft men daar in het IJssellandziekenhuis begrip voor. Meteen werden afspraken gemaakt met chirurg en mammacare-verpleegkundige. En vorige week vrijdag, tijdens een gezellige lunch met Bettie in Delft ging mijn telefoon. Dinsdag stond een poortwachterklier-locatieonderzoek gepland en woensdag diende ik me om 8 uur ’s morgens nuchter in het ziekenhuis te melden. Geen probleem, we wonen op ongeveer een kwartiertje rijden en kwamen dus ruimschoots op tijd.
Dan begint het lange wachten. Eerst naar de echo voor een locatiebepaling en dan wachten tot je naar de OK gereden wordt. Dat liep een beetje uit, maar daar heb ik alle begrip voor. Van de hele operatie merk je niks, je bent in slaap voordat je ook maar gapen kunt. En dan word je met zachte hand weer wakker gemaakt. Het viel me ook nu weer mee. Nauwelijks pijn, geen misselijkheid. En ’s avonds had men voor mij zelfs al een lekkere maaltijd klaargemaakt. Geen klachten dus.
En toen ik gisteren van de arts hoorde dat ik diezelfde morgen al naar huis mocht, was ik helemaal in de gloria. Manlief gebeld, die me keurig op tijd kwam afhalen. En dan nog een dagje een beetje bijkomen. Onze jongens kwamen, Leo kookte heerlijk. Ik mocht wel een blogje tikken, maar “rustig aan hè!!” En dat deed ik, nog één dagje verplicht vakantie.
Maar vandaag gaan we als vanouds weer verder. Wat er nog meer op mijn pad ligt, dat horen jullie te zijner tijd.
Een groot TV-kijker ben ik niet. Soms vind ik een programma wel leuk en kijk ik met plezier, maar vaak verveelt het me ook al snel. Langlopende series met elke week een aflevering vind ik al helemaal moeilijk te volgen. Ik vergeet ze gewoon of heb net geen gelegenheid om te kijken.
Maar voor “Salvage Hunters” op Discovery Channel wil ik wel tijd vrij maken. De sympathieke antiquair Drew Pritchard gaat daarin op jacht naar nieuwe items voor zijn zaak. Dat doet ie samen met Tee, een man met droge humor. Het is ook zo leuk waar hij gaat zoeken. Je komt in talloze grote en kleine tweedehands zaakjes in Groot Brittannië, maar ook in prachtige oude herenhuizen of kastelen. De eigenaren willen maar al te vaak van hun oude spullen af. Wie met groot genoegen kringloopwinkels afloopt, moet beslist ook hier eens naar kijken. Kopen kun je niks, of je moet het online bij Drew zelf doen. Maar mee op jacht is echt een genoegen. Gelukkig worden uitzendingen op DC vaak herhaald, dus kijk in de gids wanneer er eentje is.

In 2008 moest ik na de borstkanker operatie ook nog bestraald worden. Dat gebeurde in de Daniël den Hoedkliniek, hier in Rotterdam.
De verzekering voorziet in zo’n geval voor ziekenvervoer, maar Leo en ik besloten op eigen gelegenheid te gaan. We zetten dan de auto bij een halte van de tram die bijna tot voor het ziekenhuis rijdt.
De eerste keer had Leo een katoenen tasje bij zich. Ik vond dat vreemd, waar had hij die nou voor nodig? Maar wat bleek? Eenmaal in de tram toverde hij uit die tas van allerlei lekkers. De ene dag was het een krentenbol, dan weer een stukje chocola of een sultana. Ook had hij meestal een pakje chocomel of appelsap bij zich en zeker als het heet was ook nog een flesje water. Elke dag, en dat meer dan 30 keer, was het iets anders. Ik had natuurlijk al snel in de gaten dat die knapzak altijd mee moest. Het werd een beetje een soort van handelsmerk. En zo werd die bestraling weliswaar nog geen feestje, maar wel een heel stuk minder vervelend.
Ook onderweg zagen we nog wel eens wat. Dan lag er een groot schip bij de Erasmusbrug, dan weer waren er allerlei evenementen in aanbouw. En op de terugweg namen we wel eens een ijsje of gingen we nog even de stad in.
Bestraald worden moet ook dit keer weer. Misschien minder vaak, maar toch. Maar die knapzak wordt vast weer van stal gehaald.
Tassen en schoenen kan een vrouw nooit genoeg hebben. Ruimte te weinig om alles op te bergen, tja dat weer wel. Maar goed, elk voordeel heb se nadeel. Daar vind ik wel weer wat op. 😉
Ik werd vrijdag verwend met een lief cadeautje, een vrolijk en handig opvouwtasje. Dat heeft nu standaard een plek in een nieuw klein en kek geel schoudertasje, dat ik zaterdag kocht om mezelf te verwennen. Leo blij, want nu kan dan eindelijk, eindelijk dat al jaren oude rode, wat armoedige en versleten tasje weg.

Net als vorig jaar begin ik elke week weer met muziek. Het kan van alles wat zijn, in elke taal, soms ontroerend, soms carnavalesk. Maar het brengt in ieder geval mij altijd in een goed humeur.
Deze week start ik met een Portugees lied van Mariza: “Ó gente da minha terra”
In deze dagen gaan mijn gedachten vaak terug naar mijn moeder. Zo’n gemakkelijk leven heeft die niet gehad. Jong haar moeder verloren, bittere armoe gekend, de oorlog, mijn vader met zijn manisch depressieve buien en zijn stijfkoppigheid. Toen alles een beetje op de rails leek te komen, kreeg ze mij. Mijn ouders hielden van me, maar echt welkom was ik niet. Mijn zus was al 18 en altijd enig kind geweest. Dan komt er ineens zo’n hummel bij. Als kind begreep ik in onwetendheid niet waarom ze me niet “teruggestuurd” hadden, maar later snapte ik heel goed de angst dat ze me niet groot zou zien worden. Gelukkig, dat kwam allemaal in orde en heeft ze ook kunnen genieten van haar twee kleinkinderen.
In november 1983, ze was toen 75, kreeg ze te horen dat ze borstkanker had. Naar bijna alle onderzoeken en afspraken ging ik met haar mee. Aan mijn vader en zus had ze niet zoveel. Die konden daar niet mee omgaan. Mijn moeder hield zich liever aan mij vast.
De dag dat ze geopereerd werd, gingen we ’s avonds naar haar toe. Ze was nog duf, lag te slapen met haar mond open, geen gebit in, bleek en grauw. “Hij is er af, hè?!” was het enige dat ze toen zei.
De volgende dag kwamen we op bezoek. En wat kan één dag verschil maken. Daar zat mama, gekamde haartjes, rouge op de wangen, gestifte lippen. Ze maakte grapjes, vroeg naar onze kinderen. Ze vrolijkte ons allemaal op. Wat een verschil met de vrouw naast haar, die hetzelfde had ondergaan. Tranen, droefheid, bedrukte gezichten, als er een grauwsluier rond haar bed hing. .
Mama vertelde later dat de vrouw niets anders deed dan huilen. Waarop mijn moeder zei: “Je kunt nog zeven emmers vol huilen, maar je krijgt er echt niks mee terug. Pak jezelf op. Kijk vooruit en probeer er het beste van te maken.” Dat deed ze zelf ook. En dat ga ik dus ook weer doen!
Hier in het westen zijn we nogal druk met onze leeftijd. Jong is het credo. Dus joggen we, smeren we dure crèmes op ons gezicht, spuiten sommigen botox of laten zich faceliften. Vaak verven we onze haren om het grauwe grijs te verdoezelen.
Goed, laat ik heel eerlijk zijn, erg veel doe ik er niet aan. Maar het streelt ook mijn ego als ik jonger geschat wordt dan ik ben.
Deze vrouw ontmoetten wij in 2005 in Zuid-China. Ik was toen 57, maar hoe oud deze vrouw is? Geen idee? We zijn nu dertien jaar verder en ik vraag me af hoe zij er nu uit zou zien.