Erfgoed

Al weer heel veel jaren geleden waren Leo en ik in Friesland en bezochten we het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Laatst las ik dat dit onvoorstelbaar ingewikkeld en mooi Planetarium op de Wereld Erfgoedlijst is gezet. En terecht.

Bron: Google foto’s / Canon van Nederland

Eisinga was wolkammer, net als zijn vader, en bleek een goede zakenman. Maar zijn interesse voor planeten en sterrenkunde brachten hem er toe om in zijn eigen woonhuis een planetarium te bouwen.

Dwars door muren en vloeren maakte hij van hout, spijkers en koperen raderen een inmiddels wereldberoemde kleine versie van ons planetenstelsel.

Ik weet dat ik met grote bewondering alles bekeken heb en me verbaasde hoe in die tijd er al zoveel kennis was. Maar vooral hoe dit allemaal gemaakt was en nauwelijks veranderd. Alles liep nog steeds soepel en gaf nog steeds de juiste tijd aan.

Eisinga had zelfs gedacht aan het jaar 2000, dat weliswaar door 4 deelbaar is, maar toch geen schrikkeljaar. Hij had er dus duidelijk heel veel verstand van. Geen sprake van een “millenium bug”.

Ik denk dat er in de toekomst wel veel toeristen naar Franeker zullen komen. Hopelijk blijft het stadje zijn eigen originaliteit behouden. Maar wie er is, moet een bezoek aan het Planetarium beslist niet overslaan. Dat zou jammer zijn.

Weetje

Op Facebook las ik een berichtje over knoopsgaten. Bij mannen zitten die meestal links, maar bij vrouwen rechts. Waarom zou dat zijn?

De verklaring is dat knopen vroeger best kostbaar waren en wie kon die dan betalen? Rijke dames, maar die kleedden zich niet zelf. Daar hadden ze een kleedster voor. En als je niet zelf je knopen dicht wilt/moet doen, dan zitten de knoopgaten op die manier het handigst.

Ik vind knopen trouwens vaak erg lastig, zeker als het kleine knoopjes zijn. Maar ja, vroeger waren de knoopjes natuurlijk ook klein en met kleine lusjes. Dus ja, het zou best wel eens kunnen kloppen.

Het is een weetje, maar erg veel schiet je natuurlijk met die wetenschap niet op.

Opzij, opzij, opzij…!

Voetje voor voetje schuifelde de man voort achter zijn rollator. Het duurde een tijd voor hij de stoep overgestoken was en bij de oversteekplaats van het fietspad stond.

Dat fietspad is niet zo breed en er zit ook nog een soort van “vluchtheuveltje” in. Het oversteek gedeelte is hooguit zes straattegels breed, schat ik zo.

Hij keek om zich heen en schoof de rollator van de stoep af. Die blokkeerde zowat het hele fietspad. En juist op dat moment kwam er een fietser aan. Een meneer in mijn leeftijdscategorie. Hoeveel haast kon die nou toch hebben? dat viel dus tegen….!

Ik dacht “Die fietser wacht wel even”, maar nee hoor. Hij stopte noodgedwongen en zei iets. Ik stond veel te ver weg om te horen wat, maar de strompelmeneer draaide met veel moeite zijn rollator weg. En daar fietste de haastige man er vandoor.

Ik keek met stijgende verbazing en blijkbaar ik niet alleen, want een voorbijganger maakte ook een opmerking. De man met de rollator haalde zijn schouders op. Hij was het blijkbaar al gewend, al die haastige mensen.

Opzij, opzij, opzij, we hebben zoveel haast…..

Koffie

Bron: Facebook

Er zijn mensen die geen koffie lusten. Ik weet het, maar wij beginnen de dag altijd met een lekker kopje koffie. Als ik de trap af loop, geurt de koffie me al tegemoet. Die heeft Leo dan gezet. En dan drinken we de eerste kop. Heerlijk!

Ik heb total geen last van een ochtendhumeur, maar van koffie word ik altijd nog een beetje opgewekter.

Dus wie vandaag wat mopperig, bedrukt of een beetje verdrietig is, probeer een flinke kop koffie. Misschien knap je er van op.

Triest

In de jaren tachtig kwamen wij regelmatig in Duitsland. We moesten vaak omrijden, want over het grondgebied van Oost-Duitsland mochten we niet. Het IJzeren gordijn sloot dat gedeelte hermetisch af. Wie in de buurt kwam, stuitte op een hoog hek, bloedhonden die onmiddellijk aansloegen en verdekt opgestelde politiemensen.

Bron: Facebook / E.C. Weve

Meermalen bezochten we grensplaatsen, waar mensen stonden te zwaaien naar de overkant. Soms hadden ze grote borden bij zich om kenbaar te maken wie ze waren. Daar in de verte stonden dan in portieken of achter bomen verscholen mensen, familieleden die men al heel lang niet gezien of gesproken had. Zwaaien naar het westen, dat was verboden. Angst heerste, dat voelde je ook van verre. Heel beklemmend. En waarom? Zo goed was die heilstaat toch niet.

Dit is een foto (gevonden op Facebook) uit de tijd die we maar al te graag achter ons laten. Mensen die hun kinderen tonen aan hun grootouders, die onbereikbaar woonden in Oost Berlijn.

Met hoeveel tamtam en festiviteiten hebben we in 1989 de val van de Berlijnse muur gevierd. Vanaf dan zou het allemaal anders worden. Glasnost, vrijheid…

Maar is het allemaal bewaarheid? Nog dagelijks kunnen we zien hoe jonge mensen sneuvelen, voor hun leven verminkt worden, mensen uit hun huizen en land verdreven worden. Het maakt niet uit aan welke kant je staat, de ellende is voor alle slachtoffers gelijk en meer dan verschrikkelijk.

Ik weet dat we het niet altijd met elkaar eens zijn, maar moet dat altijd met geweld bestreden worden? Wie oh wie heeft zoveel moed om water bij de wijn te doen? Wie begint met vredesonder-handelingen, zoekt naar een oplossing?

Van de politici met stoere taal en spierballen emoticons moeten we het niet hebben. Zij blijven veilig achter het spreekgestoelte en maken vrolijk lachend selfies. En dan beloven ze, nippend van een drankje, nog meer en sterkere wapens.

Ook goed…

Het regent pijpenstelen op donderdag als de ganzen hun wandel afspraak hebben.

En langzaam aan piept of trilt de telefoon en krijg ik een appje waarin iemand zich afmeldt. En omdat we allemaal uit een andere hoek van de wijk komen, heeft een koffie afspraak ook geen zin. Worden we toch ook te nat.

Dus blijven we allemaal lekker thuis. De een kruipt achter de naaimachine, gaat aan het knutselen of puzzelen, de ander toont hoe mooi haar tuin is, zelfs bij regen.

En ik, ik maak een foto van mijn nog zo uitbundig bloeiende geraniums. Daar achter is mijn plek deze dag…. 😂😂

Zo houden we toch contact en blijven we vrolijk!

Patatje

Er zijn jeugdherinneringen die met de regelmaat van de klok terugkomen. Leo en ik kunnen daar vaak over praten. Hoe we als kind dit, of dat, altijd als en nooit, want….

Maar zo’n herinnering dan ook beschrijven is vaak wat moeilijker. Maar soms ontdek je op internet een foto en dan wordt het meteen een stuk simpeler om het verhaal vorm te geven.

Bron: Facebook

Dit is een foto van een piepklein patatzaakje dat vroeger in de Da Costastraat was. Op weg naar oom Cor kwamen we er langs. Het was maar een kwartiertje lopen van ons huis en al op de heenweg verlangde ik hevig naar zo’n gezellig warm zakje patat. En ik wist dus dat ik daarom zou vragen als we terugliepen.

Eigenlijk wist ik al zeker dat ik nul op het rekest zou krijgen. Maar soms… dan gingen mijn ouders overstag. Het leek me het toppunt van heerlijkheid om zo’n zakje dan lopend leeg te eten. Maar dat kon ik echt vergeten. Eten op straat vonden mijn ouders niet netjes.

Dus werd de patat keurig verpakt in vetvrij papier. En kon ik het thuis, netjes aan tafel en uitgespreid op een bordje, opeten. Gek hè, maar de lol was er dan al bijna helemaal af. De patat was koud en smaakte me absoluut niet meer zo lekker.

Tegenwoordig is eten op straat al lang niet meer “not done”. Maar nu is de zak me te groot en dus… zelden dat ik een patatje op straat eet.

Recept van de maand

Via Marthy van Heen en terug naar de Ardèche kwam ik op deze site van Elisabeth. Zij startte een nieuwe rubriek op haar ook al nieuwe vervolgblog en vroeg om dagelijkse recepten. Want koken moeten we toch regelmatig en dan zijn recepten nooit weg.

Dit maakte ik deze zomer, maar vergat er een foto van te maken. Dus moet een oude foto van Google maar helpen 😉

Bron: Google foto’s

FLAMMKÜCHEN MET CHAMPIGNONS
1 rol flammküchen deeg
250 gram kastanjechampignons in plakjes
1 rode ui, in (halve) ringen
1 rolletje geitenkaas
1/8 ltr. Crème fraiche
1 teen knoflook, geperst
1 kleine eetlepel vloeibare honing
Peper en zout naar smaak

Leg het deeg met papier en al op een bakplaat.
Meng de knoflook door de crème fraiche en verdeel niet te dik over het deeg.
Verdeel dan de champignonplakjes en uienringen regelmatig over de deegplak.
Snijd het rolletje geitenkaas in plakjes en verdeel dit over de flammkuchen. Peper en zout naar smaak hierover strooien.
Sprenkel ook zuinigjes wat honing. (Ik gebruikte hiervoor zo’n buisje wat je krijgt bij (munt)thee)
Bak af in een voorverwarmde oven (200 graden Celsius). Na ongeveer 15 minuten is de flammküchen goudbruin en serveer klaar.

Als alternatief kun je ook pizzadeeg of tortilla’s gebruiken als ondergrond.

EET SMAKELIJK!

Mooi

Op weg naar een afspraak liep ik door de wijktuin. Soms kom ik daar heel vaak, soms ben ik er weken of maanden niet geweest. En ook nu was het wel weer een tijdje geleden dat dit pad liep.

De stronk heb ik nog als boom gekend, maar die werd al een hele lange tijd geleden geveld.

Hij wordt aan de natuur overgelaten. En die weet er wel raad mee. Er hebben zich allerlei beestjes, zaadjes en schimmels in gevestigd.

En kijk eens wat een leuke krullenkop de stam nu heeft. Of lijkt het meer op een verzameling bloemetjes?

Het maakt niet uit. De natuur heeft zo zijn eigen manieren om de zaken op te lossen. Ik vind het mooi en ben benieuwd hoe het verder zal gaan. Dus maar vaker weer eens dit pad kiezen.