Geen baaldag, maar een dag waarop ik geen inspiratie heb… en eigenlijk ook geen zin om te bloggen.
Dus neem ik vandaag een snipperdag 🙂 Tot blogs.
Geen baaldag, maar een dag waarop ik geen inspiratie heb… en eigenlijk ook geen zin om te bloggen.
Dus neem ik vandaag een snipperdag 🙂 Tot blogs.

In Westerbork maakten we ook nog een wandeling.
Het was een wandeling over een goed te belopen pad, met allemaal borden die uitleg gaven over de diverse hemellichamen. Geen wonder, het pad heette “het Melkwegpad” en verwees natuurlijk naar de grote telescoopschotels die er staan. Daar wordt de ruimte afgezocht. Omdat het hele gebied een stiltegebied is, word je verzocht je telefoon uit te zetten. En ja, dat deden de meesten, net als wij natuurlijk. Misschien wel om eens even van dat schermpje af te gaan???

De wandeling leidde ook langs die 14 enorme radiotelescopen. Imposant, maar voor mij volkomen onbegrijpelijk wat er mee beluisterd of ontdekt wordt.
Ik heb meer de grond afgespeurd naar paddenstoelen, die er stonden. En er waren er talrijk en van diverse soorten. Maar deze vind ik nog steeds het allermooiste. In zo’n rode gestippelde vliegenzwam zie ik nog steeds een kabouterhuisje. Helaas, de kabouters waren nog aan het werk, geen kabouter gezien dus 😉
We kennen inmiddels allemaal wel het fenomeen van de deelfiets. Hier in Rotterdam staan er vele, soms op de meest onmogelijke plekken. Net als de deelscooters, die te pas en te onpas achter gelaten worden.

Ik begrijp heel goed dat zoiets lekker makkelijk is. Je hoeft zelf geen fiets of scooter te kopen, je kunt op- en afstappen waar je wilt. Maar het zou wel prettig zijn als degenen die zo’n vervoermiddel achterlaten zich een beetje rekenschap geven dat er ook meer mensen over het trottoir willen kunnen lopen of fietsen of zelfs in een rolstoel of scootmobiel zitten en dus wat meer ruimte nodig hebben.
Nu zag ik laatst ook een bakfiets die je op afroep gebruiken kon. Ik weet niet of dat er al veel zijn. Deze stond nogal pontificaal midden op straat. In een yuppenwijk, dat wel. Ben benieuwd of er daar nu ook weer heel veel van komen en hoe er daar mee omgegaan wordt.
Vorige week stapten we op de trein.
Nou en? Dat doen we toch wel vaker en natuurlijk weten we dan waar we naar toe gaan. Dit keer wisten we dat niet zo precies, maar het werd Utrecht, Culemborg, ’s Hertogenbosch, Breda, Dordrecht en weer terug naar Rotterdam-Centraal.
Nergens stapten we uit en veel van de omgeving zagen we ook niet, want het was donker.
Toch was het een belevenis, want onderweg kregen we een heerlijk diner en lekkere wijn geserveerd. Het was een cadeau van onze kinderen voor onze 50 jarige trouwdag.
Een luxe beleving, want wanneer kun je nou nog uitgebreid en lekker dineren in de trein? Alles ter plekke bereid en vriendelijke bediening.
Er was keurig gedekt, mooie glazen, bloemetje erbij en een gezellig lampje. Een beetje “Oriënt-express gevoel” gaf het ons. Gelukkig geen moord gebeurd 😉
We hadden echt een heerlijke avond!




Op Instagram vond ik een filmpje uit de 40er jaren. Een vrouw komt aan met een kinderwagen, maakt deze vast aan de fiets en rijdt daarna weg.
Ik dacht “wat handig”. Die kinderwagen zag er stevig uit, het kind zat goed ingepakt en droog. Het leek me een ideale oplossing.
Tenslotte zie ik dagelijks kinderen in bakfietsen vervoerd worden. Soms zitten er wel meerdere kinderen in. En ze zijn niet altijd zo rustig als de kleuter in de film.
Maar uit de honderden commentaren bleek dat niet iedereen het me mij eens zou zijn. Gevaarlijk, onverantwoordelijk, dat kind heeft geen lucht…. Als ze valt, omslaat, de kinderwagen losschiet…
Ja, het verkeer is natuurlijk veel drukker, maar als je toch voorzichtig rijdt…. Waren onze ouders en wij nou vroeger zo veel minder bewust van alle gevaren of groeien kinderen nu iets té beschermd op?

Operatie Vuurvogel van Klaas de Vries, oud-minister van Binnenlandse zaken, is een lekker geschreven thriller.
Het begint heel ongewoon en verloopt daarna ook niet via de “normale” thrillerlijnen.
De schrijver brengt je naar Venetië, waar op een begraafplaats vreemde dingen gebeuren.
Korte hoofdstukken, vlot geschreven en een lekker boek om je gewoon mee te vermaken.
Voor een regenachtige zondag bijvoorbeeld….!
Leo had op internet info gevonden over het Papierknipmuseum in Westerbork. Het leek hem net iets voor mij en gelijk had hij.
Het museum is niet groot en draait geheel op vrijwilligers. Maar wie van dit soort priegelwerk houdt, is er aan het juiste adres. Wij vonden het absoluut de moeite waard.






In twee zalen worden knipsels van vroeger en nu getoond. We kennen allemaal wel de geknipte silhouetten uit diverse boeken en soms zie je ook wel eens knipsels uit een vervlogen tijd. Toen de mensen geen afleiding van TV, radio of telefoon hadden en hun tijd op een andere manier besteed hebben. Er zitten ware kunstwerken tussen, die niet in een paar verloren uurtjes gemaakt zijn.

Maar ook moderne knipsels kun je er zien en die zijn beslist de moeite waard. Het is niet alleen de handigheid en het gepriegel dat waardering oogst, het is ook de artistieke waarde van sommige kunstwerken.
Alle werken zijn voorzien van de naam van de maker (voor zover bekend) en bij sommige is een uitleg van de kunstenaar zelf.
Er zaten ook wat dames te knippen en toen gevraagd werd of ik ook wat wilde maken, kon ik geen nee zeggen. Ik kreeg wat tips en met een fijn schaartje lukte het me een uil te knippen.
Zou het een begin van een nieuwe hobby zijn….?

Wij in Nederland zijn niet zo druk bezig met Advent, maar in Duitsland zie je dat veel meer.
Vroeger hadden we voor de kinderen wel zoiets als een Adventskalender, meestal met chocola. Die kun je nu ook hier in vele soorten kopen.
Maar de leukste vind ik toch de zelfgemaakte, met voor iedere dag een kleinigheid. Soms heel eenvoudig, soms heel uitgebreid , heel origineel of prachtig versierd (klik). Vaak ook zo mooi, dat je ze meerdere keren wilt gebruiken.
Natuurlijk springt hier ook de commercie op in. Ik zag al advertenties voor “kalenders” met whisky of andere sterke drank voor een pittige prijs.
En dit zag ik vorige week in een Duitse supermarkt: een hele krat vol met bier. Voor elke dag een andere soort.
Het is wel grappig, maar of dat nou helemaal de bedoeling van Advent is….?
Griemmank schreef al eens over openluchtmuseum De Spitkeet. Het leek ons wel wat en zouden we daar in de buurt zijn, dan gingen we er beslist heen. Dus reden we vorige week vanaf ons hotel in Drenthe naar Harkema.
We boften, want het was heerlijk weer. Eert liepen we door de boomgaard, waar allerlei “ouderwetse” hoogstam fruitbomen staan. Daarna beken we de diverse huisjes en zo konden we zien hoe in de 19e en vroeg 20e eeuw in Friesland, Groningen en Drenthe mensen gewoond hadden. Van plaggenhut tot woningwetwoning konden we bekijken.
Ongelofelijk dat men dat toendertijd voor bewoning toelaatbaar vond. Armoe troef. Wat een verschil met de eisen die men tegenwoordig aan een huis stelt.
In de plaggenhut (een spitkeet) bestond de vloer uit leem, er was geen stromend water, geen toilet. Men sliep in een soort van bedstee en vaak moesten de kinderen op de grond slapen. Een buitenplee, een teiltje om je te wassen, dat was al heel wat.
Allengs zag je hoe het langzaamaan beter werd, al kunnen wij ons nog maar moeilijk voorstellen dat men er tevreden mee kon zijn.
Wij volgden rondwandeling uit de folder van het museum en bekeken aan het eind een film/documentaire over hoe het toen was. Kijk even op de museumsite wanneer er wat te doen is, want gedurende de winter is het museum niet altijd open.






In het museumcafé aten en dronken we nog wat, waarna we weer richting hotel gingen. En we zeiden tegen elkaar “wat hebben we het toch goed”. Want naar die tijd wil niemand toch meer terug…?
Op aanraden van een vriendin las ik “De as van mijn moeder” van Frank McCourt. En het was precies zoals ze me had verteld, hartverscheurend en toch vol van humor.

In de proloog vertelt Frank dat zijn slechte jeugd, maar vooral zijn Ierse en rooms katholieke jeugd hem meer dan genoeg inspiratie gaf.
Frank wordt geboren in Brooklyn, waar hij en zijn ouders een armoedig bestaan hebben. Het gezin bestaat uit vader, moeder, Frank, Malachy en de tweeling Eugene en Olivier. Als hij vier is, keert het gezin terug naar Ierland, waar zijn ouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Eén meisje is dan al overleden. In Ierland sterft de tweeling kort na elkaar en worden nog Michael en Alfie geboren.
Er verandert niet veel aan hun leven. Vader is nog steeds een dronkenlap, die zijn kinderen Ierse liedjes laat zingen en dan van ze verlangt om hun leven te geven voor Ierland. Vader houdt er ook principes op na. Sommige dingen, zoals werken, vindt hij beneden zijn waardigheid. Maar dat belet hem niet om regelmatig stomdronken thuis te komen.
Wat als een rode draad door het boek loopt, is de schrijnende armoede, de honger, het gemis van alle noodzakelijke dingen die een leven enigszins dragelijk maken. En de voortdurende schaamte, omdat moeder geen andere uitweg weet dan aan te kloppen bij de armenzorg.
Als hij werk heeft, verzuipt vader telkens weer zijn loon en ook de steun wordt aan drank besteed. Er is nauwelijks eten en vaak moeten de kinderen hongerig naar bed. Geld voor kleding, schoenen, huur, het is er allemaal niet. Moeder is depressief en vaak ten einde raad. Ze wonen in een krot naast een stinkende wc, waar de hele steeg zijn poepemmer in leeg gooit.
Begin jaren 40 komt er een beetje meer welvaart in het dorp als de meeste mannen in Engeland gaan werken. Voor Ierse mannen lijkt het “werken bij de vijand”. Maar geld verzoet de arbeid. Ook Franks vader gaat, maar geld sturen doet hij niet. Alles gaat weer op aan drank.
Het leven van de kinderen bestaat uit schooieren op straat en als ze naar school gaan uit vooral tucht. Want de schoolmeesters hebben een straffe hand van lesgeven.
Ik las het boek stukje bij beetje, want er was voor mij te veel narigheid. Soms liet ik een hoofdstuk even bezinken. Maar ik heb ook vaak moeten lachen om alle dwaze dingen, om hoe liefdadigheid en bedeling werden uitgevoerd, het lesgeven, de voor kinderen onbegrijpelijke uitleg van de roomse rituelen en verhalen en het kattenkwaad wat uitgehaald werd.
Frank McCourt kreeg voor dit boek zeer terecht de Pullitzer Price.