Koelkast

Ik denk dat er nog maar weinig huishoudens in Nederland zullen zijn zonder een koelkast (of twee) in de keuken. Toch kan ik me nog wel de tijd herinneren dat bij ons thuis zo’n apparaat ontbrak. Wij hadden een piepklein keukentje, waarin met geen mogelijkheid een koelkast paste. Pas in 1969, nadat het huis door de Woningstichting Rotterdam was verbouwd, hadden we plaats voor zo’n ding. Tot dan toe haalde mijn moeder mondjesmaat bederfelijke waar.

bron: Het geheugen van Nederland

We hadden een vliegenkastje op het balkon en worst en kaas werd per ons gehaald. Bij de kruidenier, schuin tegenover ons huis.En hoewel ons huishouden niet zo geautomatiseerd was als nu, had mijn moeder daar toch tijd voor. Er was zelf s nog wel even gelegenheid om een praatje te maken.

Maar nu zou ik toch echt niet meer buiten de koelkast kunnen. Hij staat vol met potjes, flesjes, schaaltjes. We vinden nu ook dat spullen meestal gekoeld bewaard moet worden en dus zetten we er van alles te pas en te onpas in. En voor een onsje kaas of worst even naar de winkel lopen, dat doen we niet meer. Daar hebben we het te druk voor….. zeggen we.

Spijkerbroek

Als puber mocht ik geen spijkerbroek dragen. Dat was niet netjes en zeker niets voor meisjes, vond mijn moeder :-(Leo’s moeder kocht er wel een voor hem. Maar die moest toch terug naar de winkel, want zijn vader wilde niet dat hij in zo’n broek zou lopen.

Ach ja, tijden veranderen. Nu kun je de spijkerbroek niet meer weg denken uit het straatbeeld. En ook niet uit mijn kledingkast, want ik draag ze veel en graag. Maar wel zonder scheuren. Dus niet zo als deze, die al bij de koop er uitziet alsof je er jaren en jaren in geklust hebt.

 

 

Geen hoogtevrees

Dit schip zagen we deze zomer, toen we naar Enkhuizen gingen.

Zo’n groot zeilschip zou niets voor mij zijn. Ik ben al niet zo’n waterrat, maar ook het klimmen om de zeilen los te maken geven mij de bibbers. Ik wordt al akelig op een keukentrapje 🙁  Maar de bemanning heeft zeker geen last van hoogtevrees.

   

Lekker

Er lagen nog grote garnalen in de diepvries en in de koelkast rode paprika en een struik bleekselderij. Daar maakte ik dit gerecht van (met inspiratie van AH en 24Kitchen en veel van mezelf natuurlijk):

Bleekselderijrisotto met garnalen

voor 4 personen:
3 tenen knoflook, gehakt
1 flinke ui, gesneden
1 struik bleekselderij, geschild en in kleine boogjes
1-2 rode paprika’s
flinke scheut witte wijn (optioneel)
½ liter kippenbouillon (van blokje)
300 gram risottorijst
olie of boter om in te bakken
peper, evt. zout
2 theelepels karwijzaad (kummel)
20-24 grote garnalen, gepeld

Verhit boter of olie in een stevige pan. Fruit 2/3 van de knoflook en het karwijzaad even aan, tot het geurt.
Doe de ui en paprika erbij en laat zachtjes fruiten. Voeg de bleekselderij toe en laat alles ca.  5 minuten bakken, maar niet bruin worden.
Doe de rijst erbij, roer goed om tot alle korrels glanzen en de rijst glazig wordt. Voeg dan de witte wijn toe en laat die verkoken.
Doe een scheut bouillon bij de rijst, roer goed tot de vloeistof is opgenomen. Doe er daarna weer scheut voor scheut bouillon bij tot die op is. Telkens even goed roeren
Na circa 20 minuten is alles gaar en alle bouillon vrijwel opgenomen.
Breng op smaak met peper en zout.

Bak in een andere pan in wat olie het restant knoflook heel even aan.
Doe de garnalen erbij en bak tot dat de garnalen mooi roze en gaar zijn.

Meng de garnalen door de risotto en dien op.

EET SMAKELIJK!!

Heimelijk genoegen

Eigenlijk zou ik het niet moeten vertellen, want dan is het genoegen niet meer zo heimelijk. Maar ach, waarom ook niet. Doorgaans eten wij nogal “gezond”, dus met veel groente, fruit, weinig vet.
Maar soms heb ik zo’n zin in een lekker kroketje. Gelukkig heel vaak als alle winkels al lang en breed dicht zijn. En een voorraadje in de diepvries heb ik doelbewust niet.

Maar als je dan ‘s-avonds bent weg geweest en door de hal van het Centraal Station of langs de Febo loopt… Dan lokt de vette hap en kopen Leo en ik allebei een lekker kroketje. En dat eten we dan een beetje besmuikt op, als twee stoute kindertjes. Maar oh, oh, oh, wat smaakt die zonde verrukkelijk!!

 

Rotterdam

Rotterdam is niet alleen de stad, het is ook het grote schip, dat nu al weer een aantal jaren aan de kade ligt en dienst doet als hotel/congrescentrum. Al zijn we daar nog nooit op geweest, moet ik bekennen. Waar we wel waren, is De Rotterdam. Het grote gebouw bij de Erasmusbrug, dat door Rem Koolhaas ontworpen werd en een stad op zichzelf genoemd kan worden.
Vorige week kregen we er een rondleiding. Daarbij hoor je allerlei weetjes en details, die je anders nooit van z’n leven gehoord zou hebben. Dat het gebouw op palen staat, die nog gesteld kunnen worden, zodat het niet voorover in de rivier plonst. Hoe snel de lift gaat en dat er een speciaal computerprogramma is, dat die lift bedient. Zodat je niet al te lang op je lift hoeft te wachten en hij niet voor jou alleen naar boven of beneden gaat, maar berekent op welke verdieping er nog meer mensen wachten. Dat de ruimte zo gemaakt is, dat je door kunt kijken en zo de grootte van het gebouw nog duidelijker wordt. Dat er is een hotel in is gevestigd, waarvan wij één van de kamers mochten zien.
Natuurlijk hoorden we ook dat er nog flats te koop staan en dat de vier penthouses door één persoon tegelijk gekocht zijn. Wie daar komt te wonen, weten we niet. Maar hij hoeft geen claustrofobie te hebben 😉 En hij  heeft een magnifiek uitzicht.

Hieronder wat impressies.

de parkeergarage met stelkolommen

kamer in Hotel Nhow

een penthouse op de 40e verdieping

het uitzicht van de 40e verdieping