In onze weggooi-cultuur maalt men nog maar weinig om al het afval dat dagelijks geproduceerd wordt. Maar soms is er iemand die er heel andere dingen mee wil én kan doen.
Zoals Oscar Olivares, een Venezolaanse illustrator. Hij verzamelt plastic doppen en maakt er prachtige wanddecoraties mee.
Natuurlijk kan hij al die doppen niet alleen bij elkaar brengen en vraagt hij mensen hem daarbij te helpen. Zo bevordert hij het hergebruik, zet mensen aan het denken en maakt hij de omgeving een stuk vrolijker.
Wil je nog meer werk van hem zien, kijk dan op zijn Instagram.
Ik kende de schrijfster niet, maar de omslagtekst was een aanbeveling. Geschiedenis, familiegeheimen, het zijn vaak goeie elementen voor een roman.
Ook in dit geval, want het boek las ik in één weekend uit. Hoewel het enigszins lastig was de lijnen goed te volgen, omdat de schrijfster nogal eens van persoon naar persoon springt en ook zowel in het heden als in het verleden haar verhaal doet.
Maar de impulsieve handeling van Jean, als zij voor de laatste keer een Singer naaimachine uittest, heeft vergaande gevolgen. Al lijkt het dat haar gebaar zal worden opgeslokt door de vergetelheid.
Toch beïnvloedt het de levens van meerdere mensen en komen er mooie ontmoetingen, goeie beslissingen en veel geluk uit voort.
Een fijn boek om te lezen en helemaal in weg te dromen.
Voor vaderdag kreeg Leo een mooi fotoboek van oudste. Allemaal foto’s van typisch Nederlandse dagelijkse beelden, zoals Jan Dirk van der Burg ze ziet.
Een leuk kijk-boek van allerlei straat- en huisfoto’s van zaken die ook buitenlanders soms maar vreemd vinden. Van opgeleukte kliko’s tot tuin Boeddha’s en nog veel meer.
Maar blijkbaar was er bij het inbinden iets fout gegaan. Binnen no time lagen diverse pagina’s los en was her boek niet meer te hanteren.
Leo besloot een briefje aan de uitgever er aan te wagen. Dus pakte hij pen en papier en schreef een nette brief, waarin hij vroeg hoe het opgelost kon worden.
Een week later bezorgde Post.nl een nieuw boek, vergezeld van een aardige en ook weer handgeschreven brief.
Misschien had een digitaal mailtje ook het zelfde resultaat gehad, maar die persoonlijke noot gaf het een extra vriendelijke draai.
Nu ga ik er eens op uit, zei Jac. P. Thijsse. En zijn verhalen zijn nu uitgegeven, want dit boek bevat de wandeldagboeken van 1884 tot 1898.
Het is geen boek om uren in te lezen. Eigenlijk is het een wat droge opsomming van wat Thijsse tijdens zijn wandelingen tegenkomt. Geen gelikt verhaal dus.
Maar wat een oog voor de natuur had die man. En wat zag hij toen veel langs de weg. En ja daar horen natuurlijk afbeeldingen bij. En ook daarin is het boek ruim voorzien. Van diverse illustratoren staan er plaatjes van. Sommige zijn heel bekend, andere weer wat minder. Maar in zwart/wit of in kleur, ze laten zien wat er eind negentiende eeuw allemaal te vinden was in Nederland.
En oh ja, toen ook al was het op rare tijden heel koud of heel warm. Want ook dat schreef Thijsse toen al op.
Echt een boek om cadeau te krijgen, dat had oudste goed gezien. En een heerlijk boek om regelmatig op te slaan en weer verder te kijken.
Borduren kent in Engeland een lange traditie. Niet alleen de robes van de koninklijke familie en adellijke dames werden geborduurd, maar denk ook de vele rijk versierde uniformen, vaandels en kerkkleden. En in veel Engelse kerken liggen knielkussentjes, die ook rijkelijk voorzien zijn van borduurwerk.
In het boek van Ilaria Tutti wordt verteld hoe gewonde soldaten in de 1e wereldoorlog geleerd wordt te borduren, om zo in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat ze daar niet meteen erg enthousiast over zijn, is wel te begrijpen. Stoere knapen, die door hun verwondingen en handicaps hun carrière wel kunnen vergeten. Maar zichzelf toch te veel man voelen om zulk vrouwenwerk te doen. Mooi bedacht, maar klopte het ook? Ik ging dan ook op zoek of het waar was…
Jazeker, dat is geen fantasie. De acteur, die hielp bij het opzetten van de borduurcursussen, leden van de koninklijke familie die borduurden en zelfs het kleed dat in het boek genoemd wordt, het is allemaal authentiek.
En al zoekend vond ik deze site, vol verhalen over de borduurtraditie en een heuse borduurstekenbank met wel 300 verschillende steken. Het moet een eldorado voor borduursters zijn.
Zelf ben ik wel eens enthousiast begonnen aan een tafellaken of wat placemats maar het is nooit afgekomen. Ergens moeten zelfs nog wat UFO’s liggen te verstoffen. Maar de bewondering voor de borduurkunst is er niet minder om.
Ik denk dat het probleem van elke hobbyist is, wat doe ik met de dingen die ik gemaakt heb. Zelf stuur ik de meeste van mijn kaarten weg, probleem opgelost.
Maar als je breit of haakt, dan blijf je toch vaak zitten met allerlei dingen. Deze mevrouw dus niet, die draagt wat ze gemaakt heeft. En zij niet alleen, ook haar man trekt haar haaksels aan. Tja, ware liefde. Dat kan niet anders.
Ik denk dat het een echtpaar met humor is. Over smaak valt te twisten…, maar ach, ze hebben er duidelijk plezier in.
Laatst dook er zomaar ineens een piepklein vogeltje op in onze tuin. Het leek wel een duikelaartje als hij probeerde op een vijverplant wat water te drinken. Het was geen meesje, winterkoninkje of roodborst. Ik had hem nog nooit gezien in de tuin.
Een paar dagen later zat hij er alweer en toen zagen we hem in de appelboom verdwijnen. Zoeken in het vogelboek leerde dat het om een puttertje ging. Niet echt een heel zeldzaam beestje, maar wel een heel mooie.
Natuurlijk wilde ik hem fotograferen, maar met deze warmte zit constant het hor voor de deur en dan lukt een foto niet. Het hor openen verjaagt hem meteen. Dus moet ik een andere afbeelding zoeken. Ach, geen punt bij Google foto’s.
Ik koos geen gedetailleerde natuurfoto, maar een beroemde voorouder, zo mooi geschilderd door Carel Fabricius en te zien in het Mauritshuis in den Haag.
Al sinds jaren schrijf ik met (on)regelmatige tussenpozen een blogje over de plantjes die je zo in de stad kunt tegenkomen. Wie nog eens wil lezen wat ik er al zo over schreef, klikt op deze link.
Ik weet niet of veel mensen ze opmerken, de kruiden, de paardenbloemen, klavers en hoe ze ook mogen heten, die met ongekende kracht langs stoep- en wegranden, tussen tegels en asfalt door omhoog komen.
Het verbaast me telkens weer, want er wordt ook veel tegen in het verweer gebracht. (Gif)spuiten, branden, vegen, schoffelen…. en toch… ze houden stand.
Gelukkig komt er steeds meer belangstelling voor. De Hortus in Leiden heeft er zelfs een heel project overgemaakt. Op de site kun je een poster met 52 bekende en minder bekende stoepplantjes downloaden. Een tijd lang waren er zelfs mensen die netjes de naam bij een stoepplantje schreven. Maar eigenlijk maakt het me niet uit hoe zo’n plantje heet. Ik vind het gewoon nog steeds een leuk gezicht.
Want al lijken de plantjes klein en onbelangrijk, het is en blijft toch natuur.
Ongehuwd zijn in het Engeland van 1914 is geen sinecure. Cate moet haar kind alleen opvoeden, geld verdienen en dan ook nog opboksen tegen de argwaan die de maatschappij heeft bij een vrouwelijke arts.
Vrouwen mogen dan wel medicijnen studeren, zich ontplooien als zelfstandig arts is iets geheel anders. Dan blijven de benoemingen zeer schaars.
Het begin van de 1e wereldoorlog brengt echter een ommekeer. Cate wordt gevraagd om, samen met anderen, in Frankrijk een hospitaal op te zetten, waarvan de staf uitsluitend uit vrouwen bestaat. Het lijkt een utopie en ze moet er haar dochtertje tijdelijk voor achterlaten onder de hoede van goede vrienden.
Na maanden kan ze weer terug naar Londen, waar nu wel ruimte wordt gemaakt voor een militair hospitaal. Ook daar weer bestaat de hele bezetting uit vrouwen.
Toch is er tegenstand, want nog steeds is men niet gewend aan vrouwelijke artsen. Maar het is juist die vrouwelijke touch en de empathie die de gewonden weer terug in het leven plaatsen. Velen verloren ledematen, werden levenslang invalide. Daarnaast leden ze onder de psychische gevolgen van de moderne oorlogvoering.
Feiten en fictie, ze lopen in dit boek door elkaar. Dat is echter geen bezwaar, want het een mooi geschreven roman. Maar juist door de historische feiten gaat het verhaal leven. Het zou zo maar mogelijk zijn geweest.