
Bron: Google foto’s
Als ik op de smalle plank van de bestraling lig, vraagt de verpleegkundige of ik goed lig. “Nou, het kon beter” zeg ik. Die plank is smal, hard en het “kussen” onder mijn hoofd is in feite een stuk hard plastic. Daarbij liggen mijn armen boven mijn hoofd in houders. Je kunt geen kant op. Maar goed, het is maar voor even en ik begrijp natuurlijk best dat het niet anders kan. Dan zeg ik dat ik eigenlijk drie wensen heb: een lekker kussentje, een gezellig muziekje en na afloop een gebakje.
De verpleegkundige zegt: “Dat gebakje kan ik wel regelen. De rest helaas niet”.
Als ze na afloop weer binnen komt, vraagt ze of ik van appeltaart hou. Ik lach en zeg dat ik alles lekker vind. En dan haalt ze in een spuugbakje, in keukenrol gewikkeld een punt appeltaart tevoorschijn. Ik moet hem onder mijn vest verbergen, want anders wil elke patiënt zoiets. Ik schater het uit en zeg dat ik het echt niet zo letterlijk heb bedoeld, maar dat manlief en ik het lekker zullen opeten. En dat doen we, dicht bij het Erasmus MC, op een bankje in de zon, ’s morgens om kwart voor negen. En bij gebrek aan een mes, snij ik de punt in tweeën met een bankpasje. Dat is toch lachen…!

Je kunt natuurlijk een perkje met bloemen en planten langs je huis maken, maar hier werd dat “langs” een ietsjes anders opgevat. Zo te zien een parkeergarage, dus waarschijnlijk hoopt men dat die planten de lucht een beetje zullen zuiveren. In ieder geval vind ik het een leuk gezicht, beter dan grauw beton. Alleen niet vergeten water te geven.
Herenhuis. Bij zo’n woord denk ik aan statige huizen, langs een gracht of singel. Met een grote klopper op de deur, blinkend gepoetst. En als je belt, wordt de deur opengedaan door een jong dienstmeisje, met een keurig zwart jurkje en een wit schortje. Ja, ja, beetje ouderwets, beetje upstairs-downstairs.
Maar dit bord zag ik dan wel in een deftige wijk, een mooie laan en het huis kon er ook mee door. Maar herenhuis zal dan toch wel iets anders betekend hebben. Ik schat het op een flinke studentenwoning. Alle bewoners lid van het “corps”, beetje bekakt, biertje in de hand, sigaretje of sigaartje in de mond…. Maar nog niet genoeg bemiddeld voor een eigen auto. Ze gaan voorlopig nog gewoon met de fiets. En zo heurt het ook, niet toch…. ?


De 
Op 9 februari 1968 reed de eerste Metro in Rotterdam én in Nederland. Wat een gebeurtenis! Daar hadden de Rotterdammers eens effe hun mouwen voor opgestroopt. De rit was niet al te lang, maar 5,9 kilometer lang. Geen vergelijk met Londen of Paris, maar wel uniek in Nederland.
Inmiddels is het Metronet behoorlijk uitgebreid en maken dagelijks vele tienduizenden er gebruik van.