Allemaal hebben we er mee te maken, met de naam van ons adres. Of je nou woont op de chique Burg. Lefèvre de Montignylaan, in de Vossensteeg of op de Binnenweg. Maar hoe komen ze nou aan al die namen en zit er een regel of idee achter? Daar werden we over bijgepraat bij een Bibiliotheekcollege, afgelopen vrijdag. René Dings vertelde over de eerste straatnaam in Nederland, wat wel of niet zou kunnen, waarom mensen pas jaren na hun dood worden vernoemd en welke uitzonderingen er soms gemaakt worden. Dat wat er soms gedacht wordt (Voor de blanken heeft niets met wit of zwart te maken maar dat gebied stond vaak onder water = blank), welke lastige zaken er kunnen optreden (Zeisstraat wordt zo snel verward met zijstraat). Leuk college, met humor gebracht en… we hebben weer wat geleerd 😉
Begin de week met muziek
Dit jaar begin ik de week vrolijk met muziek. Elke maandag, 52 weken lang, zal hier een clipje van You Tube staan. Zo stel ik in de loop van het jaar een speellijst samen van muziek die me, op welke manier dan ook, geraakt heeft.
Vandaag heb ik gekozen voor mijn jeugdidool Rob de Nijs met zijn eerste hit, Ritme van de regen
Nijntje
Ik geloof dat er geen Nederlander te vinden is, die de bedenker/tekenaar/schrjver van de Nijntje boeken niet kent. Elke kleuter roept meteen “Nijntje” bij het zien van zo’n lief klein figuurtje. Niet alleen hier, maar in vele landen over de hele wereld was Dick Bruna bekend en niet alleen met Nijntje. Want alles wat hij tekende was zo herkenbaar. Hij sprak een universele taal, die iedereen begrijpt en geen grenzen kent.
Zoals wij in Japan ontdekten, waar zijn boekjes en tekeningen en alle andere bijbehorende uitingen soms een heel prominente plaats in een winkel innamen. En dat streelde natuurlijk ons Nederlandse ego. Kijk hier, in Yokohama, waar wij als door een magneet getrokken werden naar deze schappen, met van verre herkenbare figuren.
We zullen Dick Bruna missen, want wat hij tekende leek wel heel eenvoudig, maar was onmiskenbaar alleen van hem.
De Ganzenpas
De Ganzenpas, dat was de naam die gekozen werd voor onze wandelclub.
Alle leden voelden wel wat voor een What’s app-groep, zodat we elkaar makkelijk kunnen bereiken. Maar ja, dan moet die groep wel een beetje leuke naam ktijgen. Och, we hadden natuurlijk voor zoiets als “club van donderdag” of “dameswandelclub” kunnen kiezen.
Maar dit klinkt toch leuker, nietwaar? En het ooknog eens een toepasselijke naam, want we starten altijd vanuit “De Gulle Gans”. Daar hoort natuurlijk ook een mooi plaatje bij, maar Google gaf raad en toen kwamen we op deze mooie aquarel van Andrew Hutchinson uit.
China
Toen ik het boek van Carolijn Visser las, kwam deze ontmoeting in mijn herinnering terug:
In 1997 waren wij voor het eerst in China. Nog maar net aangekomen in Shanghai, namen we de metro richting The Bund. Overweldigd door de vele vreemde indrukken en het razende verkeer, liepen we door smalle straatjes, langs kleine winkels en mooie oude gebouwen. Al snel kwamen we op The Bund. De jetlag speelde ons parten, we waren moe en ploften op een bank neer. Er schetterde muziek en we zagen mensen op straat ballroom dansen. In die tijd waren er nog niet veel toeristen, hoewel Shanghai toen beslist al een internationale stad was. Dus wij bekeken de Chinezen en op hun beurt bekeken zij ons met duidelijke nieuwsgierigheid.
Er komt een oude man naast ons zitten, die tot onze stomme verbazing in perfect Engels het woord tot ons richt. We raken in gesprek en hij begint te vertellen, dat hij leraar was, uit een gegoede familie kwam. Maar dat hij en zijn familie alles verloren, toen de Culturele revolutie China in zijn greep had. Al hun bezittingen, mooie dingen en boeken werden vernietigd. Ze waren in de ogen van de Rode Gardisten te westers, te decadent. Het was al voldoende als je een bril droeg, zei de man, dan werd je al als “geleerd” en dus vijandig beschouwd. Het was een “awful time” zegt hij met tranen in zijn ogen.
Dan haalt de man een tekening uit een map. Het is een tekening van het Westelijk Meer bij Hangzou. Ik vertel dat wij over een paar dagen daar naar toe gaan en hij knikt enthousiast. Of wij die tekening willen kopen? Dan kan hij zijn karige pensioen een beetje bijspijkeren. Ach ja, waarom niet? We onderhandelen wat en kopen de tekening, al weet ik op dat moment niet wat ik er mee zal gaan doen. Dat komt later, als ik in een winkel mooi rood papier koop. Want eenmaal thuis gebruik ik de tekening en het papier als omslag van mijn vakantieboek. Jammer dat de plastic laag die ik erover deed, een beetje kreukelig is geworden.

Boeken
Meerdere mede-blogsters schreven er al over, over het verhaal van de Joodse Selma, die met haar vader weet te ontsnappen aan Hitler, maar door het lot terecht komt in het China van Mao.
Ze voelt zich er niet thuis, maar weet zich toch staande te houden. Met haar man en kinderen vormt ze een gezin, dat tamelijk afgescheiden leeft, midden in Beijing. Ze wonen redelijk luxe, naar maatstaven van het communistisch regiem wel te verstaan.
Er zijn tijden dat het hen voor de wind lijkt te gaan. Ze kunnen zelfs op vakantie en ook haar vader komt voor korte tijd naar China op bezoek. Maar Mao gaat steeds extremere eisen stellen, en ook dit gezin krijgt te maken met armoede en voedselgebrek.
Als Selma alleen in Nederland is voor familiebezoek, begint in China de Culturele revolutie. Ook haar man en haar kinderen ontkomen niet aan die volksbeweging en raken er bij betrokken. In het westen druppelt er maar mondjesmaat informatie over binnen, die dan ook nog weinig objectief is. Ongecensureerde of waarheidsgetrouwe berichten zijn er niet. Desondanks, of tegen beter weten in, gaat Selma terug naar China. In Nederland laat ze een angstige vader en andere familie voor altijd achter.
Ik vond het een aangrijpend boek. Beangstigend om te lezen hoe mensen, waar ter wereld ook, in staat zijn om anderen hun duivelse wil op te leggen. Maar ook verbijsterend om te zien hoe miljoenen (jonge) mensen gehersenspoeld worden.
Een absoluut lezenswaardig boek, geschreven zonder opsmuk.
Valentijn
Dit kalenderplaatje van Peter van Straaten deed me ’s morgens vroeg al glimlachen. Ach ja, Valentijnsdag… Voor jonge mensen, onze leeftijdscategorie heeft zulke verrassingen niet meer in petto. 😉 
Maar hoe kon ik weten dat er ’s middags zo’n leuke Valentijnskaart op de mat zou liggen. Nee, niet van een geheime minnaar. Leo mocht hem gewoon lezen en vond het ook een super lief gebaar.
Van wie die kaar
t dan wel is? Ja zeg, dat ga ik hier toch niet vertellen. Maar de afzender weet natuurlijk wel hoe de vork in de steel zit.
Ik heb de kaart meteen op een mooie plek in mijn werkkamer gehangen. En die afspraak maak ik natuurlijk per e-mail!
❤
Modewoord
“Killerbody” is op dit moment een modewoord. Maar van mij mogen we het bestempelen tot het vervelendste woord van dit jaar, ook al is het jaar nog geen twee maanden oud. Ik ben het woord spuugzat en alle commotie er om heen ook. Je kan geen krant, blad, tv-programma meer bekijken, of dit woord duikt op. Alsof je leven afhangt van de maten van je lijf. Of we allemaal wel tijd en zin hebben om je in het zweet te werken om een wasbordje te krijgen. Er zijn toch wel belangrijker dingen in het leven? En of we gelukkiger worden van een gespierd lijf, als dat betekent dat je op elke gram en elke calorie moet letten?

Begin de week met muziek
Dit jaar begin ik de week vrolijk met muziek. Elke maandag, 52 weken lang, zal hier een clipje van You Tube staan. Zo stel ik in de loop van het jaar een speellijst samen van muziek die me, op welke manier dan ook, geraakt heeft.
Vandaag heb ik gekozen voor Adamo en Olivia Ruiz, met een chanson over die Georges.
Rosie
Nu is het heel normaal dat je als vrouw kunt en mág werken, een carrière opbouwen. Maar nog niet zo lang geleden was dat helemaal niet vanzelfsprekend. Waren mannen de werkende klasse en hadden vrouwen maar één recht, het aanrecht. Trouwens, men dacht dat ze veel te teer zouden zijn om die mannenberoepen uit te oefenen. Hun hersens en hun fysieke kracht zouden onvoldoende zijn om dat alles te leren en uit te voeren. Maar als de nood aan de man komt, dan veranderen die mannen hun ideeën maar al te snel. Want wie konden in de oorlog, als zoveel mannen naar het front zijn, nou wapens produceren, vliegtuigen maken, bussen besturen, de economie draaiend houden? Juist ja, die zwakke vrouwtjes (!!) Met opmerkelijke flexibiliteit werden ze omgeturnd tot stevige vrouwen die hun mannetje stonden. Ze kregen zelfs een bijnaam: ze werden een “Rosie, the riveter“. Rosie staat voor al die vrouwen die in fabrieken in Amerika, Engeland en andere landen het werk van de mannen overnamen, zorgden dat de oorlogsmachine kon blijven doordraaien. Ze namen het hele proces over, van ontwerpen tot bouwen, monteren, schroeven en lassen. Zo kon het leven op een min of meer normale manier blijven doorgaan. (Klik op een foto om te vergroten)
In het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek is er momenteel een leuke tentoonstelling aan al die Rosies gewijd. Je ziet ze op fraaie reclameposters staan, maar ook zijn er foto’s en films van vrouwen aan het werk.
Dat de vrouwen na de oorlog hun plaats in de werkende maatschappij zouden opgeven, bleek ijdele hoop te zijn. Zoveel vrijheid, niet alleen financieel, lieten de vrouwen zich natuurlijk niet meer afnemen. Konden ze dat wel? Wat dacht je?





















