Alternatief van huis

Sommigen van ons gaan of zijn al op weg naar een vakantiebestemming. Veel blijven in Nederland, sommigen verkozen toch den vreemde om een tijdje naar af te reizen.

Wij blijven voorlopig nog maar even hier. Er is tenslotte keus genoeg om naar toe te gaan. En wie niet voor al te oubollig wil worden versleten, kan ook nog kiezen uit diverse exotisch klinkende namen:

Auvergé = Overschie
Kéthèl sur l’Auvergé = Kethel bij Overschie
Das Krälingerwald = het Kralingsebos
Réo = Rotterdam en omgeving

Bron: Google foto’s

Maar misschien blijven we wel waar we nu zijn, in Teilia. Dat is Rotterdams voor “met je voeten in een teiltje”

Al die namen en uitdrukkingen heb ik niet zelf bedacht hoor! Die komen van de Rotterdamse Taal-kalender. Zelfs de foto van het Krälingerwald komt van Google 😉 Tja, ik heb nou eenmaal vakantie, nietwaar?

Slaven

Nu de discussies en de protesten van BLM weer alle krantenkoppen halen, verwonder ik me steeds weer over WAT ter discussie staat.

De slavernij uit ons verleden, slavernij waar we ons voor moeten schamen, excuus voor moeten aanbieden. Maar wat heeft dat nu nog voor zin? Het is gebeurd en -zonder twijfel- het was gruwelijk. Het mag nooit meer gebeuren.

Maar is dat het einde van het verhaal? Dat geloof ik niet. Want denk eens aan al die kinderen die in vieze mijnen moeten werken, om materiaal voor onze moderne apparatuur te delven. Aan de lange dagen in bedompte ateliers, waar ze moeten zitten om westerse en hippe kleding te maken. De arbeiders die werken in fabrieken waar de lucht ernstig vervuild is.

Van welke kant ik dat ook bekijk, het blijft slavenarbeid. Of we nou een goedkoop T-shirt of een duur merk kostuum kopen, de arbeiders hebben er waarschijnlijk onder kwalijke arbeidsomstandigheden aan gewerkt. Er is echt niet zoveel verbeterd. Ja, daar schaam ik me voor en daar zou wat aan gedaan moeten worden.

Gek toch, dat we daar nu niks over horen. Of zouden al die protesterende mensen zich niet willen realiseren hoe hun schoenen, t-shirts en jeans gefabriceerd worden? Omdat dat te pijnlijk is voor woorden?

Bakken

Deze foto stond op Facebook als herinnering aan mijn bakworkshop bij Robèrt Bekhove in 2014.

In de jaren tussen toen en nu is heel veel gebeurd en ook veel veranderd.

Maar bakken doe ik nog steeds heel graag. Maar wat er uit de oven komt, moet ook opgegeten worden. En dat is wel lekker, maar past niet altijd in de dagelijkse maaltijden. Wanneer er bezoek komt, heb ik wel weer een mooie reden om iets in de oven te schuiven.

En deze koekjes, die ik afgelopen weekend bakte, zijn zo lekker. En met mate genuttigd… nou ja 😉 😉 😉

Het recept heb ik uit de Bakbijbel van Rugter van den Broek:

HAVERMOUTKOEKJES
2 eieren
130 gr (donkere) rozijnen
1 tl kaneel
1 sinaasappel, rasp
100 gr boter, op kamertemperatuur
130 gr rietsuiker
130 gr donkere basterdsuiker
¼ tl zout
1 tl vanille-extract
200 gr bloem
2 tl bakpoeder
180 gr havermout
50 gr wal-of pecannoten, grofgehakt

Meng de eieren, rozijnen, kaneel en de sinaasappelrasp door elkaar en laat het mengsel 1 uur staan. Verwarm intussen de oven voor op 180 °C. Doe de boter, suiker, het zout en de vanille in een kom en mix dit kort.
Meng vervolgens de bloem en het bakpoeder erdoorheen en roer daarna het ei-rozijnenmengsel hier goed doorheen. Voeg als laatste de havermout en de gehakte walnoten toe. Maak balletjes van het deeg ter grootte van een walnoot en druk deze iets plat.
Leg ze met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 10 tot 14 minuten lichtbruin.
Laat de koekjes afkoelen op een rooster.

Lekker bij een kopje koffie of thee!

Pasjes

Jaren geleden kocht ik op de markt twee opbergdoosjes voor pasjes. Handig, alle betaalkaartjes en toegangspassen bij elkaar.

Eén doosje sneuvelde na een aantal jaren, maar gelukkig is had er nog een. Maar ook dat viel laatst en sloot niet meer goed.

Bij diverse winkels vroeg ik naar zo’n doosje, maar nee, nergens te koop. En dan is internet je vriendje. Want bij Bol.com waren de mogelijkheden vrijwel onuitputtelijk. Van heel goedkoop tot afschrikwekkend duur.

Maar ineens zag ik een vrolijk geel mapje, lekker klein, precies passend bij mijn favoriete tas. En ook nog eens redelijk geprijsd. Dat werd dus snel bestellen. En al de volgende dag kwam het door de brievenbus.

Ik ben er heel blij mee. Handig, want de belangrijkste pasjes vinden een plek in een speciaal metalen beschermhoes, waar ze met één knopbeweging uit flippen. De andere pasjes vonden ook allemaal een plekje.

Er past wat contant geld in en er is zelfs plek voor (een paar) munten. Goeie koop!

Boek

Al meteen bij de beschrijving op Facebook leek dit boek me wel wat. Ik hou van zulke verhalen. Gewone mensen in het leven van alledag, met hun eigen problemen, relaties, verdriet en daaromheen de geschiedenis.

Ik kende de schrijfster niet. Dat klopt, want het is een debuutroman. En meteen een dijk van een boek. Niet alleen in omvang, maar ook om te lezen.

Ik leende het bij de bieb en kon het zaterdagmiddag halen. Maandagmiddag was het uit.

Het is het verhaal van vier vriendinnen, wier levens door verschillende draden aan elkaar verbonden zijn. Ik vond het boek passen in dezelfde sfeer als de boeken van Elisabeth Jane Howard, maar ook deed het me denken aan Ken Follett of Jenny Glanfield.

Het boek begint met de nieuwe opleiding van Henny en Käthe in 1923. We leren Lina kennen en Ida en maken kennis met de mensen om hen heen. Zo verschillend, zo herkenbaar, met hun verliefdheden, hun aarzelingen, moeilijkheden en pleziertjes. En dat allemaal tegen de achtergrond van Hamburg en Duitsland tussen twee oorlogen. En verder tijdens de verschrikkingen van het Nazi-regime. Geen vrolijke tijden, maar met zo nu en dan toch lichtpunten.

En nou wacht ik op het uitkomen van het volgende deel, want er komen er nog twee. Dan kan ik verder lezen over hoe het allemaal verder vergaat. Want ik ben nieuwsgierig hoe ze de nieuwe tijd ingaan en hoe hun kinderen het gaan doen. Helaas moet ik dan nog even wachten, pas in november komt het tweede deel uit.

Stralend wit

Niet alle bloggers zullen met plezier naar deze plant kijken. Het is dan ook een behoorlijk woekerend onkruid, dat lastig te verwijderen is. Uittrekken is geen optie, want dan komt het twee keer zo snel terug. De bladeren moeten in het voorjaar met een bestrijdingsmiddel bespoten worden.

Gelukkig heb ik deze “pispotjes” (Haagwinde – Convolvulus sepium) niet in mijn tuin. Ik fotografeerde ze toen ik vorige week wandelde in het gebied niet ver van huis. Daar tiert het welig, maar kan het toch niet zo veel kwaad, lijkt het.

Deze bloemen zijn precies op hun mooist en zo helder wit, dat ik ze meteen zou kiezen voor een wasmiddelen reclame.

Niet al te ver

Vorige week wilden Leo en ik een stukje wandelen. Vlakbij huis is dat niet zo moeilijk, maar ja… verandering van spijs doet eten.

Dus nadat onze hulp er was, pakten we de auto en reden we naar Lekkerkerk, naar het Loetbos. Vaak langs gereden, maar nooit echt geweest. En dat is heel onterecht, want het is een mooi gebied. Met veel slootjes, vogels en mooie wandelpaden.

Nog steeds loop ik niet zo goed, dus was ik blij dat er her en der bankjes staan en we even uit konden rusten. Het was trouwens bloedheet, dus ook dat maakte dat we geen lange kilometers weg liepen. Maar kijken wat er om je heen groeit, fladderende vlinders bewonderen en luisteren naar de vogels en de zoemende insecten, maakte dat we een heerlijke ochtend hadden.

En omdat we toch in de buurt waren, gingen we even op bezoek bij een oude vriend van Leo. Hij was verrast en liet de schildersklus waar hij mee bezig was, de schildersklus. En maakte koffie en broodjes die we in de tuin samen met zijn kleinzoon opaten. En zo hadden we een heerlijke lome dag.

Boek

Vroeger las ik vaker boeken in het Engels of Frans. Maar op een bepaald moment werd ik blijkbaar wat luier of gemakzuchtiger en koos ik voor vertalingen.

Een vriendin had dit boek dubbel en gaf het tweede exemplaar aan mij. Ze is lerares Engels en een echte boekenwurm, dus geen wonder dat haar boekenkast volstaat met allerhande Engelse boeken.

Het duurde niet lang voor ik gegrepen was door het verhaal. Het speelt tegen de achtergrond van York (Eborby in het boek). Een stadje met een lange geschiedenis van de Romeinen, Middeleeuwen tot nu. Een decor van smalle en donkere straatjes, waar je gemakkelijk in kunt verdwalen. En waar rare dingen gebeuren. Vreemde moorden, naakte lijken op vreemde plaatsen. Bepaald huiveringwekkend, maar niet zo dat ik er niet van kon slapen 😉

Ik kwam niet in al te grote taalmoeilijkheden. Kate Ellis schrijft vlot en houd je bij de les. In het begin kwam ik wat uitdrukkingen tegen die ik wel begreep, maar toch niet helemaal thuis kon brengen. Maar gelukkig is er tegenwoordig Google Translate, zodat je snel even kunt zoeken wat het nou precies betekent.

Jammer genoeg zijn er nog geen boeken van Ellis in het Nederlands vertaald. Maar wie zijn Engelse leesvaardigheid weer op wil rakelen… Je weet tenslotte maar nooit waar dat nog eens goed voor is 😉

Reclame

De TV-reclame duurt me vaak veel te lang. En dat niet alleen, het is schreeuwerig, vaak uiterst dom en onnodig. Want we hebben tenslotte alles al. En zouden we niet een beetje minder gaan doen? Nou dan!

Maar toch, zo nu en dan vind ik sommige reclames wel grappig. In ieder geval heel creatief bedacht. Zoals deze. Van zo’n stapel burger broodjesmonsters word ik vrolijk. Lekker zomers, weer eens wat anders dan anders.

En ik bewonder het brein dat zich hierop heeft mogen uitleven. Alle broodjes net iets anders. Met grote scheve tanden, een lange tong en uitpuilende oogjes. Dit vind ik nou goed bedacht.

Maar kopen? Nee, wij hebben geen barbecue en eten zelden burgers. Maar wie wel wil, kan deze week dus terecht bij de grootgrutter 😉