Pareltje

Dit nummer kennen we vast nog wel, want het wordt nog wel eens gedraaid. En in deze gekke tijd, waarin thuis blijven het hoofdmotto is, willen we misschien allemaal wel heel even “Aan de trapeze” uit Ja Zuster, Nee Zuster.
Sluit je ogen, klim in de touwen… ga helpen sjouwen….

Compositie: H. Bannink
Arrangement / orkestratie: Ferdinand Boland
Tekst: Annie M.G. Schmidt

Terugkijken

Nu we zo veel minder te doen hebben, teruggeworpen op onszelf, denk ik vaak terug. Aan de verhalen van mijn moeder, uit haar jeugd en hoe het toen was. Nu heb ik spijt dat ik niet veel meer gevraagd heb, want ik weet slechts wat vage herinneringen.

Mijn moeder kwam uit een groot gezin, acht kinderen. De meeste heb ik niet gekend, zij waren al overleden voor ik geboren werd. Van sommigen had ik zelfs nooit gehoord. Dat waren de kinderen die slechts enkele maanden oud waren geworden. Over hun bestaan las ik in het Gemeentearchief van Rotterdam.

Mijn oma stierf in 1919, kort na de 11e verjaardag van mijn moeder. Of mijn moeder de Spaanse griep toen al had gehad of later kreeg, weet ik niet. Haar verhalen daarover waren vaag en kort: het was heftig, ze had het zo benauwd gehad dat ze uit het raam hing om lucht te krijgen.

Wel kan ik nu reconstrueren dat van dat gezin er nog vijf andere kinderen en mijn opa die griep hebben overleefd. En dat in een klein huisje, waar meerdere kinderen op een klein kamertje lagen. Waar geen badkamer was, misschien zelfs geen wc. Waar armoe heerste, zeker na het overlijden van mijn oma. Opa was schoenmaker en verdiende ook nog wat bij als kelner in een groot Rotterdams café. Soms speelden mijn moeder en haar zusje daar onder het biljart, want een oppas was er niet.

Opa ging met zijn gezin in de kost, wat toen der tijd gebruikelijk was. De verhalen die moeder en tante er over vertelden, logen er niet om. Gierige hospita’s, weinig te eten, geen privacy. En al gauw moest moeder gaan werken. Niks verder leren, maar lange dagen trappen en stoepen boenen voor een habbekrats en een schrale boterham.

Wat heb ik hieruit geleerd? Dat wij, in deze moeilijke, maar toch nog luxe tijd, niks te klagen hebben. Dat we voldoende kunnen eten, de gezondheidszorg nu zo vele malen beter is. Ook al hebben velen er wat op aan te merken. Dat klagen niks helpt, maar dat je beter je schouders er onder kunt zetten. Tevreden blijven en de tering naar de nering zetten.

Maar betere tijden komen er beslist. Misschien duurt het langer dan we willen of denken, hopen. Maar hoe dan ook, ook deze tijd gaat eens voorbij.

Piekeren

Wie piekert er niet in deze tijd? Ik schat in dat geen mens van ons er aan ontkomt. Hoe positief en optimistisch we ook willen zijn, er zijn komen steevast momenten dat het grote piekerspook op je schouder tikt.

En het helpt niet hoe vaak ik dan ook geluidloos dezelfde mantra herhaal “niet piekeren, dat helpt toch ook niet”, nare gedachten nestelen zich in mijn brein.

Overdag heb ik niet zo’n last van, maar ’s nachts ontkom ik er niet aan. En het is geen oplossing. Allemaal vragen waar ik geen antwoord op kan krijgen. Je kunt moeilijk je kinderen wakker maken en om 4 uur ’s nachts vragen of ie nou wel veilig thuis is…. Hoe het nou zou moeten als….. Ik vrees dat ze me boos terecht zouden wijzen. Dat zien we dan wel weer… En natuurlijk is dat dan ook helemaal waar.

Vroeger studeerden ze in een stad ver weg van Rotterdam en wisten we ook niet wat ze uitvoerden. Bij tijd en wijle kregen we soms een verzwakte versie van de ongelukjes en net-op-het-randje-goed-gegaan incidenten te horen. Nu zijn ze volwassen, hebben hun eigen verantwoordelijkheden. Ze doen het goed en waarom zou ik me nu ongerust maken….? Ik zucht maar eens diep.

Naast me hoor ik Leo zachtjes snurken. Maar nee, hij draait zich om en zucht op zijn beurt. Ook hij is wakker. Ik knip het licht aan, zo dat lijkt al wat beter. En dan praten we wat… zoenen elkaar. Gelukkig dat mag nog! En dan draaien ons weer op een andere zij…..

Tegen alle adviezen in, grijp ik dan ook wel eens naar mijn telefoon. Nee, ik bel niemand. Ik zoek op YouTube een filmpje van Hidamari, een Japanse kokkin. Ze zegt geen woord, je ziet niets anders dan haar handen. Hoort hoogstens wat vaatwerkgeluiden. Maar met uiterst veel geduld en rustige en zachte gebaren maakt ze koekjes, cakes en andere gebak. En dat werkt voor mij niet alleen heel rustgevend, ik val er gelukkig uiteindelijk ook van in slaap…

Projectje

Met zoveel vrije tijd is het goed om jezelf bezig te houden. En waarom zou je dan niet het nuttige met het aangename verenigen?

Op dit moment zitten heel veel ouderen in een verzorgingshuis, goed verzorgd dat wel. Maar zonder bezoek vanwege dat vervelende C-virus.
Eén van die mensen is tante Luus, een tante van Leo. Ze is 96 en heeft het nodige in haar leven meegemaakt, zelfs de laatste maanden. Dus besloot ik haar een kaartje te sturen.

En ja, als ik dan toch bezig ben, dan kan ik nog wel wat meer kaartjes maken. Met gezellige kleurige enveloppen.

En zo komt van het een het ander.

Na de kaartjes begon ik aan doosjes. Nam bij het boodschappen doen en passant ook een flinke voorraad paaseitjes mee om die doosjes mee te vullen. En afgelopen vrijdag stopte ik het allemaal in een tas, deed er een brief en nog wat extra’s bij en bracht dat alles naar Vlaardingen, waar ik het op een tafel in de hal, nog voor de tweede voordeur, kon zetten. Waarna de verzorging het verder verdeelde.

Tante Luus belde ons diezelfde avond op. Het was een gezellige middag geworden en iedereen was blij verrast. En blijheid kunnen we nu niet genoeg hebben.

Recept

Koken doe ik graag. Ik heb dan ook heel wat kookboeken (gehad) en snuffel graag op Google naar nieuwe recepten. Maar het gekke is dat ik zelden een recept helemaal volg. Ik weet niet wat dat is, maar iets, ook al is het maar één ingrediënt, moet ik veranderen. Het liefst kook ik dan ook voor de vuist weg. Dan kijk ik in de koelkast wat er ligt, nodig op moet of lekker bij elkaar smaakt. En er ligt altijd wel wat in die groentenla.

Vorige week lag er courgette, bleekselderij, puntpaprika en bosuitjes voor het grijpen. En ik had ook nog een stukje Halloumi met chili. Dat is kaas uit Cyprus, die je heerlijk goudbruin kunt bakken. Soms is het te koop bij Lidl en omdat je het lang kunt bewaren, koop ik dan wat pakjes.
Uien en knoflook zijn altijd in voorraad. En oh ja, dat restje crème fraiche moest ook op. Dit werd het uiteindelijk:

Cypriotische macaroni
voor 2 personen
1 flinke ui, gesnipperd
2 tenen knoflook, gesnipperd
1 puntpaprika, in stukjes gesneden
3-4 stengels bleekselderij, in kleine boogjes
1 courgette in blokjes
2-3 tomaten, in stukjes
2-3 lenteuitjes, gesneden
1-1,5 eetlepel crème fraiche
(olijf)olie
oregano, peper en zout naar smaak
150 gram. Halloumi (met chili)
150 gram elleboog macaroni

Snijd de Haloumi in plakken van ongeveer 1 cm. Droog de kaas goed en bak ze in de hete olie tot de plakken goudbruin zijn. Schep de kaas op een bord en laat het afkoelen. Snij het dan in kleinere blokjes.
Fruit de ui in de resterende olie tot die goed glazig is.Doe de knoflook erbij en laat ook even mee fruiten.
Voeg dan paprika, bleekselderij, tomaten en lente ui toe. Bestrooi met wat oregano en peper en zout naar smaak. Laat even goed bakken.
Voeg de courgette toe en laat alles nog ongeveer 10 minuten smoren.
Snij de kaas in kleinere blokjes en meng die met de crème fraiche door de saus.
Kook ondertussen de macaroni gaar en giet deze af. Doe de macaroni in de pan met saus en roer alles goed door.
Serveer, eventueel bestrooid met wat fijn geknipte peterselie.

EET SMAKELIJK!!







Wat doe je?

Nu hij elke dag thuis werkt, was het voor onze jongste zoon een mooie gelegenheid om eens te zien of hij helemaal vanaf niks een brood zou kunnen bakken. Dat lijkt in de verste verte niet op zijn dagelijks werk. Maar koken en bakken is zijn hobby en nu kan hij het nuttige verenigen met het aangename.

Dus maakte hij vorige week een “starter”van bloem en water. Hij verzorgde dat een aantal dagen zodat op zondagmorgen een wat gistig geurende en bubbelende pot op zijn aanrecht stond.

Daar deed hij nog meer bloem, water en wat zout bij en kneedde daar een mooi deeg van.
Afgedekt en opzij gezet, wachtte hij tot het gerezen was.

De deegbol werd daarna op een bakblik gelegd en ingesneden. En toen kon het in de oven geschoven worden.

Na enige tijd was dit het resultaat.
Het huis moet verrukkelijk geroken hebben. Dat kun je helaas niet overbrengen met een appje. Maar bekijken konden wij het thuis wel via Whatsapp.

En hij heeft beloofd nog verder te oefenen, zodat wij straks, als alles weer “gewoon” is, een lekker broodje van hem krijgen. En daar ga ik me nu alvast op verheugen!

Speciale aanbieding

Naast alle kommer en kwel is er gelukkig ook altijd een (glim)lach te verkrijgen.

De winkelier in deze zaak had een wel heel speciale aanbieding voor ogen. Nou ja, wie weet geeft het zelfs wel bescherming….

Geen idee wie de maker is en waar het gepubliceerd werd (ik geloof op Twitter). Gezocht en gevonden op Google Afbeeldingen.

Pareltje

De muziek van Harry Bannink ligt me na aan het hart. Zoveel prachtige nummers, waarvan er veel maar een enkele keer ten gehore zijn gebracht.

Afgelopen week stuitte ik op een nummer dat Edwin Rutten heeft gezongen in de Sjef van Oekel show. Een tekst van Tony van Verre en de heerlijke muziek, ja natuurlijk, van Harry Bannink.

Zo’n pareltje mag nog wel eens gezien en beluisterd worden. Een beetje stout, al lang geleden op de TV vertoond, maar eigenlijk, op een andere manier, nu toch weer helemaal up-to-date.

Quarantaine

Een woord met een Q, daar kun je soms zo naar zoeken bij Scrabble. Nu om nooit meer te vergeten.

Wat we ook hopelijk nooit zullen vergeten is wat voor consequenties (hé, weer een!) het allemaal heeft. Je ziet nog maar een beperkt aantal mensen, op grote afstand of via een appje of FB-bericht. En dat is al vaak meer dan in vroeger tijden. Want toen bestond dat rotte Q-woord natuurlijk ook, al zal het minder gebruikt worden.

Met tijd in overvloed nu, denk ik terug aan de maanden dat ik in Katwijk kuurde. Zoals ik hier vertelde, bracht mijn moeder me. Nu is de afstand Rotterdam-Katwijk met de auto gemakkelijk te doen. Maar mijn ouders hadden geen auto en met het openbaar vervoer was het niet alleen omslachtig en duurde het lang, het was ook kostbaar. Dus kwamen ze maar één keer in de veertien dagen een uurtje op zondag. Mijn zus en zwager kwamen het andere weekend. Verder zag ik niet veel familie. En voor vriendinnetjes was ik toch nog te klein. Overdag was ik vaak alleen, omdat de andere kinderen wat groter waren en naar school gingen, met bed en al.

Deze foto dateert waarschijnlijk van voor mijn tijd in Katwijk. Maar het was één van
de weinige die ik op het internet kon vinden.
Het is de meisjes-lighal en zo te zien kregen de kinderen hier les.
Ik was daar toen nog te klein voor.

Nu realiseer ik me dat al die kinderen en volwassenen daar in dat Zeehospitium ook in een soort quarantaine zaten. We moesten vooral rusten, flink eten en veel in de frisse zeelucht zijn. Hoe? Daar heb ik geen duidelijke herinneringen aan bewaard. Al weet ik wel dat, toen ik weer mocht lopen, ik soms op het strand mocht spelen. En dat er altijd wel een raam open stond, weer of geen weer.

Wat moeten mijn ouders toch veel te verwerken hebben gehad. We hadden nog geen telefoon, er werden maar spaarzaam foto’s gemaakt en de verpleging was uitstekend, maar veel vertellen deden de zusters niet. Niet aan ons, maar dat is begrijpelijk, maar ook niet aan de ouders.

Gelukkig hebben we nu alle mogelijkheden voor contact en dat wordt in deze dagen gelukkig ook veelvuldig gebruikt. We delen onze berichten met de kinderen, natuurlijk. Maar wisselen ook foto’s en berichten uit met familie, vrienden, soms zelfs volslagen vreemden. En dat is fijn. Ver van elkaar en toch dichtbij! Een kleine, fijne bijkomstigheid in een verder nogal bedrukte tijd.

Hoe kan dat?

Laatst maakte ik foto’s in Delft, samen met Jeanne en nog wat andere fotomaatjes.

En dit plaatje kon ik natuurlijk niet weerstaan. Want hoe krijg je in hemelsnaam je fiets daar geparkeerd? Wel lekker veilig, niemand zal hem daar jatten. Maar makkelijk lijkt het me niet.

Of is het nou zo’n deelfiets en wilde iemand hem per slot van rekening toch niet met anderen delen? Ik blijf het onhandig vinden 😉