Blijkbaar ben ik toch vergeetachtiger dan ik denk, want dit boek had ik al gelezen. Maar duidelijk niet meer zo helder voor de geest, dus vroeg ik het weer aan bij de bibliotheek.
Het was geen enkel bezwaar om het opnieuw te lezen en ik had er weer evenveel plezier aan.
Carmen Korn weet te vertellen over het alledaagse leven van de drie gezinnen, die respectievelijk in Hamburg, Keulen en San Remo wonen.
Ze zijn met familie- en vriendschapsbanden met elkaar verbonden. Echt heel bijzonder of spannend zijn hun levens niet. Het zijn gewone mensen met hun dagelijkse zorgen en verdriet, maar ook plezier. Tien jaar lang, van 1950 tot 1960 leven we met ze mee.
Het is geen roman in de zin van een verhaal met een plot. Maar meer de beschrijving van de mensen en de dingen die in de loop der jaren veranderen.
Ik hou van dat soort boeken, omdat je de relaties er in leert kennen en soms ook kunt herkennen.
Je kunt van alles verzamelen, dus ook peper-en-zoutstelletjes.
Niet dat ik dat doe, maar zou ik zo’n verzameling hebben, wilde ik deze er vast aan toevoegen.
Toen ik ze voor het eerst zag, dacht ik dat het een echtpaar voorstelde. Maar mevrouw is veel te chique voor zo’n varken als man. Al lijkt het wel of ze vlucht ze voor zijn onbehouwen gedrag? Maar nee, het zijn twee aparte setjes.
Ik vind ze geinig en ze vormen allebei een leuk gespreksonderwerp voor een beetje saai etentje…
Ongecensureerd en in de oorspronkelijke vertaling (denk ik, want vrolijk en ongegeneerd “geleend” van het radioprogramma De Sandwich van 26/2/2023) zet ik hier een gedicht van Roald Dahl.
ROODKAPJE EN DE WOLF
Op een der eerste lentedagen voelde Wolf de honger knagen, dus klopte hij bij grootmoe aan. Zij deed open, zag hem staan met scherpe tanden, valse lach. Hij gromde grijnzend: ‘Goedendag.’ De arme grootmoe schrok zich naar: Straks eet hij me op met huid en haar. Ze sloeg de spijker op zijn kop, want hij vrat haar in één hap op. Maar grootmoeder was taai en schriel, hetgeen de wolf maar slecht beviel. ‘Ze is te weinig,’ klaagde hij, ‘dat is toch geen heel maal voor mij. Na zo’n schriel scharminkel moet je als wolf minstens nog een toetje.’ Terwijl hij heel boosaardig lachte, zei hij: ‘Ik denk, dat ik zal wachten tot Roodkapje, ’t mals, jong ding, terugkomt van haar wandeling.’ Grootmoe’ s kleren, moet je weten, die hij natuurlijk niet had opgegeten, heeft hij opgeraapt en aangetrokken; haar jas, haar muts en ook haar sokken. Hij kamde en krulde zelfs zijn haar. In grootmoe’s stoel zat Wolf toen klaar.
Het kleine meisje kwam al gauw en vroeg aan Wolf traditiegetrouw, ‘O grootmoe, wat heb je ’n grote oren.’ ‘Dan kan ik je beter horen.’ ‘Wat ’n grote ogen!’ zei ze zoet. ‘Dan kan ik beter zien wat je doet,’ zei de Wolf, terwijl hij naar haar staarde, en watertandde en likkebaardde. Na dat karkas, vol bot en haar, dacht hij, smaakt zij als kaviaar. Maar Roodkapje knipoogde en zei: ‘O wat een mooie bontjas heb jij!’ ‘Fout!’ riep Wolf haar nijdig toe. ‘Wat heb je een grote tanden, grootmoe, dàt moet je zeggen, ezelskop. Nou ja, dan eet ik je zo maar op.’ ’t Kind lacht en trekt in een wipje een revolver uit haar slipje. Ze richt hem op het grote beest en beng, beng …die is er geweest! Een week of wat later, ik weet ’t nog goed, heb ik in het bos Roodkapje ontmoet. Ik herkende haar bijna niet, dat snap je, zo zonder cape en zonder rood kapje. ‘Hallo!’ riep ze vrolijk. ‘Zie je wel mijn prachtige bontjas van WOLVENVEL!’
Hoewel we tegenwoordig bijna alles digitaal kunnen noteren, bestaat er toch nog steeds de behoefte om zo nu en dan iets op papier te zetten.
Dan is het handig om een notitieboekje in je tas te hebben. Niet zo’n groot en zwaar exemplaar, maar kleine handzame boekjes. Oh ja, er is van alles te koop. Bij Hema of Action ligt er keus volop. Maar het is toch veel leuker om een speciaal en origineel exemplaar te hebben.
In Leeuwarden maakte ik kennis met Trudie Labuschagne van Bijzondereboekjes. Zij maakt dit soort (notitie)boekjes en maakt daarbij gebruik van “oud” materiaal zoals verpakkingen. Verder gebruikt ze vooral biologisch papier en natuurlijke materialen.
In haar atelier vond ik zoveel dingen die ik ook wel graag zou willen leren maken. Ongewone vondsten, zoals een boekje op luciferdoosjesformaat of met een omslag van een thee- of chocoladeverpakking.
Het is mogelijk om een workshop te volgen en dus ga ik kijken wanneer ik ik daar aan deel zal kunnen nemen. Het zal me de reis naar Leeuwarden of Groningen meer dan waard zijn.
Nu even wat anders, dacht ik, wat eenvoudigs. Geen ingewikkelde patronen, een lief kattenplaatje. Jaja, een mens kan zich vergissen.
Want deze puzzel was helemaal niet zo simpel. Met op het oog regelmatige stukjes, maar met piepkleine bloemetjes, kleuren die maar nauwelijks verschilden van andere delen. En soms met stukjes die net leken te passen, maar dan klopte het plaatje toch weer niet.
Kortom, een heleboel uurtjes zoeken, stukjes dan weer zus, dan weer zo gelegd, gekeerd en terug in de doos. gelegd.
Het duurde ven voordat ik me echt kon verdiepen in dit boek. Het begin vond ik traag en de gedachten van een vijgenboom kwamen me wat raar voor.
Maar doordat iemand me op dit boek gewezen had, wilde ik toch doorlezen. En dat stelde dan ook niet teleur.
Het is een verhaal van bannelingen. Ada en haar vader Kostas, die boomdeskundige is, wonen in Londen. Ada is er geboren, maar haar vader komt oorspronkelijk van Cyprus. Regelmatig springt de schrijver terug naar dat eiland.
De moeder van Ada is nog niet zo lang geleden overleden en zij mist haar moeder erg. Haar vader is nogal gesloten en vertelt weinig over wat er in het verleden is gebeurd. Dat er veel te vertellen is, vermoedt Ada. Maar aan wie kan zij het vragen? Het lijkt alsof er geen verdere familie meer is.
Op een dag komt plotseling de zus van haar moeder op bezoek. Ada vindt het vreemd. Want waarom nu ineens en niet toen haar moeder begraven werd? Langzaam aan ontstaat er toch een band tussen Ada en haar tante en in stukjes en beetjes krijgt ze het hele verhaal te horen.
Een boek over liefde, oorlog, vluchten, verbannen zijn, vooroordelen en tradities. Met stukjes bijgeloof, rituelen en beloftes die beklemmen, maar toch niet verbroken kunnen worden. En langzamerhand wordt duidelijk hoe belangrijk de rol van de vijgenboom in die Londense tuin is en waar zijn wortels eigenlijk thuishoren.
Even na kerst schreef ik over het Museum Bisdom van Vliet in Haastrecht. Wij waren er toen voor de prachtig gedekte tafel, maar namen meteen een wat uitgebreidere kijk in de rest van het huis.
En dat is ook zeer de moeite waard. Want de laatste bewoonster, mevrouw Pauline de Monchy-Bisdom van Vliet was een echte verzamelaar. Niet alleen van porselein en aardewerk, maar het hele huis ademt de sfeer nog van toen met prachtige tapijten, meubels, gordijnen, speeldozen. Te veel om op te noemen, er is zelfs een kamer vol met kostuums en japonnen uit die tijd.
In elke kamer is een vrijwilliger aanwezig die uitleg geeft, soms een speeldoos laat spelen of de klok laat slaan.
Nu is het museum weer geopend: vanaf zaterdag 4 februari 2023 is het op zaterdagen en zondagen te bezichtigen van 11.00 tot 17.00 uur. Vanaf april is het museum ook doordeweeks weer geopend.