Ik denk dat het probleem van elke hobbyist is, wat doe ik met de dingen die ik gemaakt heb. Zelf stuur ik de meeste van mijn kaarten weg, probleem opgelost.
Maar als je breit of haakt, dan blijf je toch vaak zitten met allerlei dingen. Deze mevrouw dus niet, die draagt wat ze gemaakt heeft. En zij niet alleen, ook haar man trekt haar haaksels aan. Tja, ware liefde. Dat kan niet anders.
Ik denk dat het een echtpaar met humor is. Over smaak valt te twisten…, maar ach, ze hebben er duidelijk plezier in.
Al sinds jaren schrijf ik met (on)regelmatige tussenpozen een blogje over de plantjes die je zo in de stad kunt tegenkomen. Wie nog eens wil lezen wat ik er al zo over schreef, klikt op deze link.
Ik weet niet of veel mensen ze opmerken, de kruiden, de paardenbloemen, klavers en hoe ze ook mogen heten, die met ongekende kracht langs stoep- en wegranden, tussen tegels en asfalt door omhoog komen.
Het verbaast me telkens weer, want er wordt ook veel tegen in het verweer gebracht. (Gif)spuiten, branden, vegen, schoffelen…. en toch… ze houden stand.
Gelukkig komt er steeds meer belangstelling voor. De Hortus in Leiden heeft er zelfs een heel project overgemaakt. Op de site kun je een poster met 52 bekende en minder bekende stoepplantjes downloaden. Een tijd lang waren er zelfs mensen die netjes de naam bij een stoepplantje schreven. Maar eigenlijk maakt het me niet uit hoe zo’n plantje heet. Ik vind het gewoon nog steeds een leuk gezicht.
Want al lijken de plantjes klein en onbelangrijk, het is en blijft toch natuur.
De recensie die ik las over dit boek was zo lovend, dat ik het meteen bij de bieb liet reserveren. De schrijfster zei me niks.
Toen ik het ophaalde bleek zij dus een operazangeres te zijn. Een sopraan, nou dat helemaal niet mijn smaak. Maar na het eerste hoofdstuk werd ik toch wel het boek ingetrokken. Francis van Broekhuizen weet zeer boeiend te vertellen.
De hoofdstukken springen van de hak op de tak, maar zijn telkens zeer humorvol. Ze beschrijft haar twijfels, haar passie voor opera en speciaal voor Maria Callas.
Het was voor mij aanleiding om eens wat meer over haar te weten te komen en te zoeken naar YouTube-filmpjes, TV-uitzendingen en podcasts.
Want al houd ik dan niet van opera en krijg ik rillingen van een sopraanstem, het is altijd de moeite waard om eens iets nieuws te ontdekken. Tenslotte zingt Francis naast “zware”muziek ook nog wat lichters. Genoeg om eens verder te luisteren.
En misschien kennen jullie haar wel, want ze deed mee aan diverse TCV-programma’s, o.a. Maestro.
En voor operaliefhebbers lijkt me dit boek een must.
Leo heeft iets meer ervaring. Hij bracht diverse vakanties door met een vriend in een sheltertje. Hij weet er sappig over te vertellen. Hoe ze geen plek konden vinden en later toch wel. Want toen mochten ze op het gazon in een Engelse tuin hun sheltertje opzetten. ’s Avonds nodigde de bewoners hen uit voor een glas whisky en een jointje roken. Ja, dan voel je natuurlijk ook geen kou 😉 !
Maar al hou ik danniet van kamperen, ik kijk wel met plezier naar “We zijn er bijna”. En daar moest ik onmiddellijk aan denken toen ik dit op een vintagebeurs zag.
Ik neem aan dat met dit bordje de plek waar je mag staan wordt gemarkeerd. Zo te zien al heel wat jaartjes geleden in gebruik geweest. Er is toch (bijna) niemand meer die met zo’n klein eitje op vakantie gaat? Wat ik zo nu en dan aan caravans voorbij zie komen is groot, luxe en van alle gemakken voorzien.
Maar voor mij hoeft het niet. Ik ga wel in een hotel.
Dus heb ik plannen om een deze dagen naar het tuincentrum te gaan om wat gezellige planten aan te schaffen en in de tuin te zetten. Er mag wel wat meer kleur in komen.
En ik wil natuurlijk ook de plantenbakken weer vullen. En die leuke kruidenplantjes, die nu nog in een keukenhoekje staan, moeten natuurlijk ook een plek krijgen. Daar heb ik nog wel een mooie bak voor staan. Tijd dus om aan de slag te gaan.
Als smaakmaker maar even op internet gezocht naar een kleurig plaatje.
Jullie dachten toch niet dat dit in mijn eigen tuin gefotografeerd was…? 😉 😉 😉
Breien en haken, dat was wat mijn moeder vroeger deed. Naaien, borduren of nog ingewikkelder “smokwerk” daar begon ze niet aan.
Ik had dus wel poppenkleertjes die moeder zelf gebreid had en truien voor mijzelf. Maar gesmokte kleding, dat zat er voor mij niet in.
Zelf leerde ik wel smokken, op school. Er staat me nog iets bij van een geel-geruit nachthemd dat ik zelf genaaid en gesmokt had.
Het lijkt een beetje ouderwets handwerk, maar laatst zag ik op Instagram toch weer dat iemand er aan bezig was. En dit fraaie proeflapje lag in de Wonderkamer van het Museum van de vrouw in Echt.
Misschien komt het -net als alles- wel weer in de mode. Ik vond -en vind het nog steeds- heel fraai handwerk.
Stel je voor, van die lieve “Shirley Temple” meisjes met pastelkleurig boerenbonten ruitjurkjes, versierd met dat smokwerk.
Even na kerst schreef ik over het Museum Bisdom van Vliet in Haastrecht. Wij waren er toen voor de prachtig gedekte tafel, maar namen meteen een wat uitgebreidere kijk in de rest van het huis.
En dat is ook zeer de moeite waard. Want de laatste bewoonster, mevrouw Pauline de Monchy-Bisdom van Vliet was een echte verzamelaar. Niet alleen van porselein en aardewerk, maar het hele huis ademt de sfeer nog van toen met prachtige tapijten, meubels, gordijnen, speeldozen. Te veel om op te noemen, er is zelfs een kamer vol met kostuums en japonnen uit die tijd.
In elke kamer is een vrijwilliger aanwezig die uitleg geeft, soms een speeldoos laat spelen of de klok laat slaan.
Nu is het museum weer geopend: vanaf zaterdag 4 februari 2023 is het op zaterdagen en zondagen te bezichtigen van 11.00 tot 17.00 uur. Vanaf april is het museum ook doordeweeks weer geopend.