Niet al te ver

Vorige week wilden Leo en ik een stukje wandelen. Vlakbij huis is dat niet zo moeilijk, maar ja… verandering van spijs doet eten.

Dus nadat onze hulp er was, pakten we de auto en reden we naar Lekkerkerk, naar het Loetbos. Vaak langs gereden, maar nooit echt geweest. En dat is heel onterecht, want het is een mooi gebied. Met veel slootjes, vogels en mooie wandelpaden.

Nog steeds loop ik niet zo goed, dus was ik blij dat er her en der bankjes staan en we even uit konden rusten. Het was trouwens bloedheet, dus ook dat maakte dat we geen lange kilometers weg liepen. Maar kijken wat er om je heen groeit, fladderende vlinders bewonderen en luisteren naar de vogels en de zoemende insecten, maakte dat we een heerlijke ochtend hadden.

En omdat we toch in de buurt waren, gingen we even op bezoek bij een oude vriend van Leo. Hij was verrast en liet de schildersklus waar hij mee bezig was, de schildersklus. En maakte koffie en broodjes die we in de tuin samen met zijn kleinzoon opaten. En zo hadden we een heerlijke lome dag.

In het oog springend…

Meestal als we er naar toe gaan, kijken we niet zo naar het gebouw zelf. We zoeken de ingang, willen snel geholpen worden en dan ook snel weer weg. Je komt tenslotte niet voor je plezier in het Oogziekenhuis in Rotterdam.

Afgelopen dinsdag moest Leo er zijn voor controle. En hij ging alleen, want in verband met Corona werd dat aangeraden. Ik was wel mee, maar wachtte met een drankje en een boek op een terras in de schaduw.

Leo was al snel klaar en gelukkig was alles goed. Pas weer over een jaar terugkomen. Pak van zijn en mijn hart.

Toen Leo appte dat hij bijna klaar was, liep ik alvast de goede richting uit. En toen viel me op hoe fraai dat gebouw is. Mooi metselwerk, statige bogen en strakke uitstraling.

Gek toch, dat je ineens met heel andere ogen naar zo’n gebouw kan kijken.

Onderzoeken

Na alle commotie over de C-crisis begint nu een periode waarin we het ene na het andere onderzoek voorgeschoteld zullen krijgen.

Bron: Google foto’s

Nog tot in lengte van dagen zullen wetenschappers en pseudo-wetenschappers zich verdiepen in allerlei aspecten van die ziekte.

Over de invloed op ons leven, de gevolgen van het thuiswerken, hoe veel minder of juist hoeveel meer ziektes de kop op staken of verdwenen leken te zijn.

Hoe het echtscheidingscijfer beïnvloed is, wanneer de geboortepiek plaats zal vinden, waarom men beter dit wel of dat weer niet zou hebben moeten eten, drinken, gebruiken, laten staan.

Het moet een eldorado zijn voor al die snuffelaars in de cijfers en trends. Ze zullen er voorlopig nog wel een tijdje zoet mee zijn.

Belofte

Vandaag start de zomer, op de langste dag van het jaar. En dan gaan de dagen al weer langzaam korten. Dat merk je nog niet zo snel,. maar binnenkort zie het toch steeds vroeger donker worden. Nou ja, het is niet anders. Altijd zomer… nee, dat is het toch ook niet.

Straks komt de herfst. Met vaak prachtige dagen, vol zon en lome warmte. En dat brengt weer andere genuegten met zich mee. Nu bloeit de braam nog uitbundig, maar ook de eerste bramen zijn er al. Nog felgroen, zuur en oneetbaar. Maar met een beetje hulp van de zon kleuren ze diep paars en kunnen we straks weer volop bramen zoeken.

Dat is weer een pleziertje om naar uit te kijken. Voor een ander uitje in eigen land.

Kersentijd

Vroeger kocht mijn moeder wel eens een mandje met kersen. Heerlijk, samen zaten we dan te smullen. Eerst de tweelingkersen uitzoeken en als oorbellen over je oren hangen. En dan zo’n zalig zoete kers in je mond steken, doorbijten, de pit net zo lang in je mond houden totdat ie helemaal glad en zonder vruchtvlees was.

Onze kinderen vonden kersen ook lekker. Oudste heeft eens een heel schaaltje met pit en al opgegeten. Dat schijnt niet zo goed te zijn. Desondanks is ie mooi groot gegroeid 😉

Vorige week las ik dat er bijna geen hoogstam kersenbomen meer zijn. En dat het beroep van kersenplukker daarmee dreigt uit te sterven. Op de foto staat een van de laatste kersenplukkers met een bak dikke, grote en donkerrode kersen.

Die zelfde soort kersen herkende ik op het taartje dat François Perret (de beste patissier ter wereld) voor zijn moeder bakte. Ook daarop dikke donkerrode kersen. Je zou denken nog met pit, maar binnenin zit een vulling (room, witte ganache… wie zal het zeggen?).

Wat zou ik zo’n taartje graag kunnen bakken. Maar dat is te hoog gegrepen voor deze thuisbakster.

Maar binnenkort wil ik toch eens een keer een kersenslof bakken. Dat zal beslist ook heel lekker zijn.

Een andere blik

Helemaal alleen in het Trompenburg Arboretum kijk je wellicht een beetje anders naar de bomen en planten die je tegenkomt.

Omdat we toch alle ruimte en tijd hebben, staan we wat langer stil bij wat ons voor ogen komt. We genieten van de lange lege lanen, horen het ratelen van de bladeren in de wind en het ruisen van de bomen. Vogels wanen zich nog onbespied, dus fladdert er een ons onbekend vogeltje voor de voeten. We horen zoveel gefluit, dat we er geen vogels in kunnen herkennen. Maar het streelt onze oren wel. Het valt ons op hoe verschillend bladeren kunnen zijn. Soms klein en zacht, dan weer groot, glad en met stekels.

We steken ook de weg over naar de Overtuin, een voedselbos. Enkele jaren geleden werd dit stuk bij Trompenburg gevoegd. De meeste struiken, bomen en planten hier kunnen op een of andere manier gegeten worden. We ruiken en zien Lievevrouwebedstro, maar er staan ook diverse planten en struiken met bessen en bomen waarvan de bladeren eetbaar zijn. Wat precies te consumeren is, ontdekken we niet. Maar op de lange duur zal ook hier uitvoeriger uitleg gegeven worden.

Kort gezegd dus: we hebben weer volop genoten van alles wat groeit en bloeit (en ons altijd weer boeit) 😉

Voor ons alleen

Al heel lang komen we regelmatig in Trompenburg Arboretum. Maar het Arboretum helemaal voor ons alleen hebben, dat was ons werkelijk nog nooit overkomen.

We hadden, zoals dat nu overal gebruikelijk is, een tijdslot gereserveerd voor maandag 10.00 uur. Bij reservering zag ik dat het Arboretum al om 09.00 open zou zijn. Dat vond ik wel vreemd, maar ja, nieuwe omstandigheden, nieuwe tijden nietwaar?

Toen we aankwamen bleek dat het toch pas om 11.00 uur zou open gaan. Die tijd was dus een foutje op de website en zal binnenkort wel veranderd worden. Maar… we waren er nu en mochten gewoon doorgaan. Anderhalve meter afstand houden….? Een fluitje van een cent, we konden wel 100 meter uit elkaar lopen 😉

Alsof de tuin voor ons alleen was, heerlijk rustig dus… En daar maakten we gretig gebruik van. Zeer op ons dooie gemak liepen we over de bekende paden. Bekeken de bomen, bloemen en planten uitgebreid en brachten zo dus een uur in alle rust door. Om 11.00 uur werd het niet veel drukker. Want ja, die tuin is zo groot, daar kun je met gemak met 100 mensen zijn zonder elkaar te hinderen.

En ondertussen werd ons huis schoongemaakt door de hulp, die dus ook alle vrijheid had. Je zou bijna spreken van een win-win situatie, als het Coronaspook niet zo’n vervelende aanleiding was!

Toch bijzonder

Al vele jaren staan in mei vlak bij ons huis wilde orchideeën. Niet die grote die je kopen kunt, maar kleine fel paarse bloemetjes. Als ik het goed heb, is het een moerasorchis.

Vorig jaar stonden er maar het en der wat verscholen tussen het hoge gras. Even leek het er op dat ze zelfs verdwenen waren.

Maar dit jaar staan ze weer volop te bloeien. Er is één weide waar ze vooral in het midden staan. Gelukkig ver weg van al te grijpgrage handen. Maar wie goed oplet, ziet ze ook zo nu en dan langs de kant van het pad.

Misschien is het een goed jaar voor orchideeën, want ik zal bij andere bloggers ook al dat zij ze gespot hadden.

In Noord Holland, onder andere bij Schagen en in de buurt van Ilpendam. Misschien zijn die niet dezelfde soort, zijn het net andere variëteiten. Maar allemaal minstens even mooi.

En omdat ze uitgraven en in je eigen tuin zetten totaal geen optie is, maak ik er dus een foto van. Kunnen jullie ook nog even meegenieten 😉

Mag dat nu…?

De Corona-crisis heeft heel wat te weeg gebracht. Zo nu en dan heb ik het gevoel dat we er nooit meer over uitgepraat raken.

Maar het blijft niet bij praten alleen, het levert ook behoorlijk wat handel op. Denk maar aan de fabrikanten van plexiglas, doorzichtig plastic, gestreept plakband om vloeren te merken, stickerfabrikanten om ruiten van waarschuwingen te voorzien.

En dan heb ik het nog niet gehad over de levendige handel in mondkapjes, wegwerp handschoenen, handgel, desinfectans, schoonmaakmiddelen.

Er is keus genoeg uit allerlei producten. En wat voor enkele weken nog “not done” was, lijkt nu weer gretig omarmd te worden. Ik heb al weer ergens een plastic tasje om een aankoop gehad. En eerlijk gezegd, ik kies ineens toch wat vaker wat verpakt is, want de producten die los in het vak liggen…

Bron: Google foto’s

Maar ik vrees ook dat we straks met een ander gigantisch probleem opgescheept zitten. Want al dat plastic, al die chemie, het komt toch weer ten laste van het milieu. Naast alle afval van etenswaren ligt er nu ook te vaak viezigheid als gebruikte mondkapjes, handschoenen, proppen besmeurd papier en wat al niet meer op de straat. En de gretigheid waarmee men van alles en nog wat “desinfecteert”, lijkt me toch ook niet altijd even milieuvriendelijk.

Maar ja, dat is van later zorg, nietwaar….?

Cijfertjes…

Die anderhalve meter zal ons nog wel een tijdje dwars zitten. Op allerlei manieren.

Toen we nog (verplicht) thuis bleven, hadden we er weinig erg in. Nu we weer wat meer naar buiten en tussen de mensen komen, zien we steeds meer beperkingen.

Zo blijkt ons nu dat uit eten gaan met onze kinderen, toch iets heel gewoons, ineens wel erg raar zal gaan. Want -daar heb je ze weer- we komen van drie verschillende adressen en dus mogen we NIET aan één tafel zitten.

Bij de TU in Delft hebben ze eens bekeken of al die straten in Rotterdam die anderhalve meter wel toelaten. Technisch vind ik die kaart beslist mooi, maar toen ik zag dat zelfs het Kralingse Bos en het wandelgebied bij onze kinderboerderij rood gekleurd waren, voelde ik een akelig boze kriebel opkomen.

Heus, ik heb begrip voor de situatie. Dus houden we allemaal zoveel mogelijk afstand, gaan opzij als we iemand tegemoet komen. Maar laten we nu niet overdrijven en vooral ons gezonde verstand blijven gebruiken.
En het mierenn….. aan de mieren overlaten!