Lang, lang geleden had ik een collega, met een vriend die aan zweefvliegen deed. In die tijd een nogal bijzondere hobby en misschien is dat het nog wel.
Regelmatig vertelde ze over allerlei uitstapjes en regelmatig viel daar bij de naam “Seppe”. Ik had er nog nooit van gehoord, maar leerde dat Seppe een vliegveldje was in de buurt van Breda.
Maar laatst zag ik ergens iets staan over “Breda International Airport” en ook daar had ik nog nooit van gehoord. Bleek dat dus het vroegere Seppe te zijn.
Bron: Google foto’s
In deze tijd, waarin vliegen niet meer zo gewild is, lijkt me de naam nogal overdreven. Maar ja, het klinkt natuurlijk wel veel chiquer 😉
Al wandelend ontdek je op dit moment de mooiste kleuren in de natuur. En dan valt me altijd op dat, hoe verschillend ze ook zijn, er nergens een combi is die vloekt. Dit in tegenstelling tot de keuzes die je in sommige etalages of advertenties ziet.
Groen, geel, rood, wat flets blauw of zacht lila. Alles laat zich moeiteloos combineren. En dat vind ik dan weer fabelachtig. Ik put er, in deze gekke tijd, op de een of andere manier ook een beetje troost uit. Wat volgens mij heel veel andere mensen ook doen. Nu we niet meer zo ver en veel kunnen reizen, zoeken we het dicht bij huis. En vinden we schoonheid in de natuur om ons heen.
Voor deze kleurenpracht hoef ik niet eens ver te lopen. Naast het hek van ons voortuintje staat op dit moment de esdoorn zich druk te maken.
Van mij mag hij dat nog wel even blijven doen. Maar ja, straks komt de wind en zie ik alleen nog kale takken.
Maar ook, en dat is hoopvol, de knopjes van de bladeren die in het voorjaar weer uit zullen komen.
Soms ben ik een echte huismus, soms moet ik er beslist even tussen uit. En omdat onze actieradius nu wel een beetje beperkt is, zijn het maar kleine uitstapjes.
Maar kom op, wie het kleine niet eert….! Dus stapten we in de auto en reden we naar Het Park. Konden we meteen nog wat boodschappen doen bij de grote oosterse toko.
Het was al weer heel lang geleden dat ik in het Park was. Vroeger, ja toen kwam ik er bijna elke dag. Op weg naar mijn werk. Maakte ik er foto’s, dia’s eigenlijk. Die foto’s van toen ga ik binnenkort eens opzoeken en nog eens goed bekijken. Want in die meer dan 40 jaar is er natuurlijk wel het een en ander veranderd. Maar -gelukkig- ook nog wel wat bewaard gebleven.
Er zijn plannen om het Park in oude luister te herstellen. De grasvelden hebben in de loop der tijd nogal te lijden gehad, sommige bomen zullen wel een beetje gammelig zijn. Maar nu was het gewoon weer heerlijk om er even een stuk te lopen.
Corona, regen en winderig herfstweer zijn absoluut een foute combinatie. En de radio, tv of de kranten geven ook al zulke eenzijdige berichten. Kommer en kwel en tranen met tuiten.
Dan kan het geen kwaad een beetje humor te zoeken. Het neigt naar onderbroeken lol, maar voor even een wat bredere glimlach kan dit plaatje er mee door.
Ik was zo bezig met mijn verhalen over onze vakantie, dat ik helemaal vergeten was dat ik in die tijd ook een jaartje ouder werd.
Bij thuiskomst lag de mat dan ook vol met verjaardagskaarten voor mij. Kaarten met bloemen, zelfgemaakte kaarten, kaarten met veel lieve wensen.
Ook kreeg ik een heel bijzondere kaart met een echt Geluksklavertje, vergezeld van een lange brief. Die kaart hang ik goed zichtbaar in mijn werkkamer. En ik hoop natuurlijk dat dat klavertje veel kracht heeft en voor echt geluk gaat zorgen. Ik werd er in ieder geval heel gelukkig van.
En dan kreeg ik ook deze kaart van Saskia. Daar heb ik hartelijk om moeten lachen. Ja vergeetachtig ben ik wel een beetje, maar zo vergeetachtig….? Nee, gelukkig niet 😉
Maar we moeten onze ouderdoms-kwaaltjes ook met een flinke korrel zout kunnen nemen en er eens mooi de draak mee steken. Een beetje humor houdt je op de been, nietwaar?
Maar dan komt toch de dag dat we naar huis terug gingen. Och, je weet dat het komen gaat en eigenlijk ben ik thuis ook best tevreden.
Maar omdat het nog steeds zulk heerlijk weer was, besloten we toch nog maar even te genieten van de boslucht, de vennen en een heerlijke wandeling. Met heel veel bankjes en dat vindt een krikkemik zoals ik nu een beetje ben heel prettig. Want als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.
Leo zoekt graag allerlei leuke adressen op en als bierliefhebber kon hij natuurlijk niet om de Trappistenbrouwerij “La Trappe” heen. Jammer, vanwege Corona waren rondleidingen niet mogelijk, maar de winkel bood genoeg souvenirs.
We vinden nog een gezellige stek om te lunchen en dan ineens willen we naar huis. Dus zetten we de navigatie weer op de snelweg en reden binnen no time Rotterdam weer in.
En dan reden we alweer naar onze laatste bestemming, in Oisterwijk. Ook dit hotel lag midden in de natuur. Wanneer we ons kamerraam openden konden we de eikeltjes bijna vna de takken plukken en hoorden we de vogels zingen.
Gek genoeg komen we zelden deze kant uit, dus alles was voor ons nieuw. We reden naar het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten, waar vanuit leuke wandelingen gemaakt konden worden. En ver hoefde je niet te lopen, want meteen ontdekten we paddenstoelen. En wat voor…! Aardsterren hoorden we van andere wandelaars. Later kwamen we ook nog van die gezellige vliegenzwammen tegen. Mijn dag kon niet meer stuk.
Dat we een beetje verdwaalden, ondanks de goed aangegeven wandelpaden, was iets minder. Maar uiteindelijk kwam alles weer op zijn pootjes terecht. Leo parkeerde mij op een stenen muurtje en ging de auto halen. Daarna reden we weer terug en trakteerden we ons op een kopje koffie, een heerlijk taartje en later ook nog op zo’n onvolprezen Brabants worstenbroodje. Ja, het leven is goed in het Brabantse land 😉
Zo’n reisje door Nederland maken is heel ontspannend. Vooral omdat we besloten hadden niet meteen via de snelweg (veel te snel) naar onze bestemmingen te rijden, maar eens een keer de binnenweg te kiezen. Op onze navi moeten we dan snelwegen en veerdiensten uitschakelen. En dan wordt een ritje van Amersfoort naar Oisterwijk een bochtig tochtje, want je moet wel over diverse rivieren heen.
Om even de benen te strekken, stopten we in Heusden. Hier waren we ook al jaren geleden geweest. Maar zo’n oud stadje behoudt zijn charme. Ook als het dreigt te gaan regenen. Misschien nog wel meer dan met zonnige dagen?
In de hoofdstraat staan diverse huizen met mooie details. Gevelstenen, een oude gaper, fraai metselwerk. Genoeg om op ons gemak te bekijken. En te zoeken naar een gelegenheid om even te lunchen. Die vonden we bij “Bakkertje Deeg“. Gezellig, nostalgisch en met heerlijke broodjes.
En ja, dan moet je ook even naar de wc. Bakkertje Deeg had wel een heel bijzondere manier om aan te duiden welke voor dames en heren was. Dat viel niet te missen 😉
Ook in Amersfoort lag ons hotel aan de rand van het bos, waarop wij uit onze kamer op keken.
Vanuit Amersfoort reden we de volgende dag naar Spakenburg. En dat is stil op een druilerige zondagmorgen. We waren er al jaren eerder geweest, toen op een zonnige dag. En midden in het toeristenseizoen, dus met een drukte van belang. De stilte van nu gaf alles echt een bijzondere sfeer. Daar konden donkere wolken niks aan af doen.
En in zo’n stadje kijk ik graag bij mensen binnen. Iedereen heeft zo zijn eigen manier om zijn huis in te richten. En vensterbanken geven zo een leuk inkijkje. Bij de een zie je katten in diverse kleuren, de ander heeft een bijbelspreuk neer gezet en weer een ander houdt duidelijk van het maritieme leven.
Van Drenthe uit reden we naar de Veluwe, naar Hoenderloo. Het hotel was dit keer wat anders van opzet en besloeg diverse locaties. Wij hadden een kamer in een popperig huisje. Met een terras erbij en uitzicht op weer een mooie tuin. We kregen zelfs meteen visite. Die de 1,5 meter goed in de peiling hield en wegsprong toen ik hem van dichterbij wilde begroeten 😉
Vanuit het hotel stapte je meteen het bos in. En daar is altijd wel iets te vinden. Paddenstoelen, torren, hazelwormen, pas gehakte bomen waar de hars een mooi patroon op tekende. En her en der bomen met een rode verfstip. Zouden die binnenkort ook omgehakt worden?
De volgende dag reden we naar de Hooge Veluwe en maakten er een wandelingetje nabij het Sint Hubertus Jachtslot. Jaren geleden was ik daar ook en toen maakte het een verpletterende indruk op me. Nu was dat iets minder.
En ja, zeg nou zelf. Wat eet je op de Veluwe? Een pannenkoek, natuurlijk. En die smaakte ons zo als vanouds.
Daarna reden we naar Gortel, een zo’n kleine vlek op de kaart dat de navigatie er niet naar toe wou. Maar met een ouderwetse wegenkaart kom je er ook. Het is een beschermd dorpsgezicht. Piepklein, maar heel sfeervol en stil.
Gortel, impressies
En dan is het alweer tijd om de koffer in te pakken voor een volgende etappe.