De wereldbevolking bestaat uit mannen en vrouwen, maar soms lijkt het wel of alleen mannen het voor het zeggen hebben. Daarom vind ik het belangrijk dat we onze focus vandaag – op Internationale Vrouwendag– richten op een vrouw. En naar aanleiding van het blog van Bettie vertel ik iets over het hoofd van mijn lagere school: Juffrouw Marcus. Want zij hoort naar mijn mening thuis in een galerij met bijzondere vrouwen. “Wat er in een kind zit, komt er altijd uit”, zei ze en ze trok zich niks aan van rang of stand, maar keek naar het kind. Ze was streng, maar rechtvaardig en met een goed gevoel voor humor. Een vrouw met charisma, zou ik nu zeggen. Ik denk nog vaak aan haar terug.
Ze was al hoofd van de school toen mijn zus in 1942 in de zesde klas zat. Mijn moeder, ook al een Dolle Mina avant la lettre, wilde dat Rina iets zou leren waarmee ze in haar eigen onderhoud kon voorzien. De industrieschool leek mijn moeder wel wat. Kleding had iedereen nodig en als naaister kon je op een nette manier je brood verdienen. Maar juffrouw Marcus adviseerde de HBS, een advies wat nogal ongebruikelijk was voor dochters uit een arbeidersgezin en zeker in die tijd.
In 1960 opteerde mijn moeder opnieuw voor de industrieschool. Maar ook voor mij was het advies anders. Het werd MULO. “Een prima school en dan kan Els later nog zien wat ze verder leren wil.” En dat deed ik en doe ik eigenlijk nog altijd, want ik leer graag.
Dat had juffrouw Marcus toen al goed gezien.
Category Archives: Fotografie
Kunstenaarsdorp
Het was lang geleden dat ik in Ootmarsum logeerde. In die tijd droeg ik nog een strik in mijn haar, dus kun je nagaan…
Nu waren we er weer. Een vriend had ons verteld dat het een echt kunstenaarsdorp was en dat klopt ook. Overal staan beelden, zijn galerieën en straalt de kunst je tegemoet. Een gezellig dorp, met natuurlijk de nodige horeca. Maar ook met een prachtig achterland, zodat je er best een tijdje vertoeven kunt.
Wij waren vooral gecharmeerd van de beelden in de Kloosterstraat. Die herinnerden aan de oude school die hier gestaan had. De Italiaanse kunstenaar Emanuele de Reggi heeft de kinderen trefzeker neergezet.
Weer er op uit…
Wie veel reist, kan veel verhalen. Zoveel dat ik bijna vergat te vertellen over onze dagen in Twente, alweer een paar weken geleden. We logeerden in Beuningen bij De Lutte en boften met het weer. Het was heerlijk wandelweer en dat wandelen hebben we dan ook gedaan. Door het Arboretum Poort-Bulten, langs de Dinkel en door Ootmarsum.
Heerlijk genietend van de stilte, de vogels in de bomen, de ontluikende natuur, de geuren.
Het Arboretum Poort-Bulten is niet zo groot, maar wel goed gedocumenteerd.
We wandelden er in alle rust al waren er ook nog wel andere wandelaars. Het mooie weer trok en menigeen had gehoopt ook op het terras van het restaurant een drankje te kunnen drinken. Maar dat was helaas nog niet open. Dan maar gewoon even zitten en je laten koesteren in de zon.
Amsterdamse school
Bij Sjanne las ik een enthousiast blog over de Amsterdamse school. Reden voor Leo en mij om onze “vrij reizendag” dit keer te besteden aan een dagje Amsterdam.
We namen na de trein bus 22 en stapten uit bij de Hembrugstraat. Vandaar liepen we rechttoe rechtaan naar “Het schip”, het gebouw waar ook het museum over de Amsterdamse school gevestigd is. En dan ben je in een buurt waar je nauwelijks iets merkt van de enorme toeristenstromen in de binnenstad.
We waren net op tijd voor een leuke rondleiding. In de nagebouwde krotwoning, zonder ramen, zonder toilet, kon je zien hoe arbeiders rond 1900 woonden. Wat een verschil met de woningen die Michel de Klerk ontwierp. Met ramen die geopend konden worden, een wc met stromend water, een keuken en -heel belangrijk- aparte kamers voor ouders en kinderen. En al mag het dan in de ogen van nu wat bekrompen lijken -er was nog geen badkamer- het was een hele verbetering. De gids vertelde ook over de vele symbolische versieringen aan het pand. De band met de Zaanstreek, de nautische symbolen en de fraai gemetselde muren. Ook bezochten we het postkantoor, waar de lonen voor de arbeiders werden uitbetaald. Beter dan dat het geld in de kroeg werd uitbetaald en de arbeiders in de verleiding kwamen hun loon in borrels en dronkenschap om te zetten.
Na de rondleiding en het museumbezoek liepen we nog wat door de wijk, waar nog meer “Amsterdamse school” gebouwen staan, van andere architecten. Maar wel allemaal met mooie details. Leuk om eens een andere kant van Amsterdam te zien.
Rustig aan…
Wie denkt dat ik elke dag al om 06.00 uur achter de computer zit, heeft het mis. Want op dat tijdstip worden mijn blogjes meestal gepost, maar dat heb ik dan al allemaal van te voren geritseld.
Vandaag had ik nog geen blogje. Ik was al om half acht wakker, maar omdat het toch zulk somber weer is, deed ik het rustig aan. Even radio luisteren, Leo keek TV, ik deed nog een spelletje. Er moesten eieren gekookt en natuurlijk ook ontbeten we uitgebreid en op ons gemak. Voor ik het wist, was het al half twaalf. Vandaar dus dit verlate blog.
We hebben geen plannen om er op uit te gaan. Mooie dag om het een beetje rustig aan te doen. En natuurlijk al wat blogjes voor de komende tijd bedenken…
Liefde en passie
Met Marthy loop ik over de Westzeedijk in Rotterdam. We bewonderen de mooie huizen en zien een deur open staan. “Kijk eens wat een mooie trap” zeg ik en dat is voor de daar bezig zijnde schilder reden om uit te roepen “Kom gerust even binnen kijken”. Dat laten we ons geen twee keer zeggen en dus bewonderen we de fraai beschilderde muur in de hal, de schitterende kroonluchters en de mooie witmarmeren trap. De zijkanten zijn fraai versierd en wit geschilderd en er ligt een mooie houten leuning op. De schilder legt daar net de laatste hand aan. Hij vertelt met veel liefde en passie over het vak dat hij al lang uitoefent. Ik herken dat, mijn vader was ook zo’n schilder. De man vertelt dat het huis is aangekocht door vrij jonge mensen en helemaal gerestaureerd zal worden en in oude luister hersteld. Goed dat daar gelukkig nog geld voor wordt uitgegeven en leuk om zoiets dan te kunnen zien. We hadden graag ook in de kamers een kijkje willen nemen, maar dat zat er helaas niet in.
Natuur in de stad
Oké, je moet het wel ruim zien, die natuur. In wezen is het niet meer dan een polletje gras. Maar kijk waar het groeit! Midden tussen het metaal en het asfalt van de Erasmusbrug in Rotterdam. Met dagelijks duizenden auto’s die langsrijden, trams, fietsers, joggers en motorrijders die er aan voorbij snellen. En toch, fier recht op in de wind. Dat vind ik wel heel stoer en een teken dat de natuur zich niet laat ringeloren door al die mensen-bedenksels. Dat er overal wel een mogelijkheid is om te groeien. Het mag dan alleen maar gras zijn, het is sterker dan wij denken!
Vrolijk
Ik ben niet religieus, maar toch heb ik een zwak voor Boeddha. Er zijn verschillende Boeddha-beelden, in soorten en maten, soms heel sereen, soms wat streng.
Maar de leukste vind ik de “lachende Boeddha”, zo’n dikbuikige man met een lach van oor tot oor.
En deze vind ik helemaal het einde. Ik weet eigenlijk niet of je Boeddha een muts op mag zetten of hem tot tassenverkoper mag degraderen. Maar toen ik hem zag, kon mijn dag niet stuk. Hij brengt alle sores weer een beetje tot redelijke proporties. Of ik nou wil of niet, hij maakt me aan het lachen.
Icoon
Al wandelend zagen we diverse malen dit Rotterdamse icoon: de Hefbrug, of op z’n Rotterdams kortweg De Hef. Nog ouderwets met klinknagels gemaakt, stoer symbool van onze stad. Want Rotterdam heeft niet alleen de Euromast en de Erasmusbrug. Er zijn nog zo veel andere markante gebouwen en objecten te vinden.

De Hef is niet meer als spoorbrug in gebruik, maar is wel een Rijksmonument. Maar vooral is het een markant punt in de stad. Goed te zien vanaf de Erasmusbrug en meer dan vele malen gefotografeerd. Ach, laat ik er dan ook nog maar een fotootje tegenaan gooien 😉
IJsje…
Gisteren was het zulk mooi weer, daar konden we geen weerstand aan bieden. Dus pakten we metro naar het Oostplein en liepen we wat wij onze “bruggenloop” noemen. Eerst een stuk langs de Maas, over de Willemsbrug en via het Poortgebouw naar de Erasmusbrug. Nog even doorlopen naar station Beurs of via de Witte de Withstraat naar het Eendrachtsplein. Overal terrasjes vol met gezellig pratende mensen, nippend aan een glas witte wijn of stoer een biertje drinkend. Wat ziet de wereld er toch anders uit als de zon schijnt.
En kijk, zelfs de ijszaak was al open. Met nog maar een beperkt assortiment, maar toch…! Zullen we nou wel of niet….? Ja natuurlijk, kom op, zo’n heerlijk ijsje, het eerste van het jaar, dat laat je toch niet schieten? Toen ik op het bankje voor de zaak van mijn ijsje likte, kwam er een gezin naast me zitten. Twee kinderen van net drie turven met roze bolletjes ijs in hun bekertje, papa achter de kinderwagen en moeder, likkend aan een hoorntje mango-ijs. “Kijk eens, ik heb nou roze slagroom…!” kraaide het meisje. “Lekker hoor”, knikte moeder. “Wil je ook een likje van mij?” “Nee getsie, dat is poepijs!” Ik keek eens goed en ja inderdaad, dat mango-ijs leek op geel-groene baby-poep. Ik was blij dat ik het niet had genomen. Het leek mij ook niet zo lekker 😉 😉 😉
