Bezoek

Dieren hebben geen last van de Corona-lockdown. Die springen of kruipen van hot naar her en laten zich niet ringeloren. Neem nou deze kikker. Die zat zomaar ineens doodleuk op de rand van onze vijver.

Ik vind dat wel leuk en van mij mag ie ook nog wel een paar vriendjes meenemen. En ja hoor, dat deed ie ook. Soms zitten ze met z’n vieren rustig te genieten van de zon. Ze zijn aan ons gewend, want springen niet meer altijd in het water als we langslopen. Je moet natuurlijk wel rustig doen, maar dan kun je ze ook goed van dichtbij bekijken.

En ze zijn eigenlijk heel mooi. Groen met mat-gouden accenten, glanzend in de zon. Kleine juweeltjes op de rand.

Bakken

Voor moederdag kreeg ik de Bakbijbel van Rutger van den Broek. Bakken van A tot Z, van aardbeienslof tot zandkoekjes, zal ik maar zeggen.

En ja, dan is het niet meer dan logisch dat er zo nu en dan gebakken wordt. En vorige week bakte ik de dadelcake uit het boek.

Niet al te moeilijk, met dadels natuurlijk, maar ook met kaneel, nootmuskaat en kruidnagel. Het geurde verrukkelijk in huis.

En het smaakte ook zo lekker. Zestien stukjes haalde ik eruit en die werden niet oudbakken šŸ˜‰

Nu maar weer eens bedenken wat ik volgende keer zal maken.

Toverballen

Zaterdag kocht ik een bos pioenrozen bij mijn favoriete bloemenvrouw.

“U zult er geen spijt van hebben”, zei ze. “Het zijn net toverballen. Want ze worden toch groot”. Ik keek eens en vond ze al een flink formaat hebben. En een mooie kleur, een wat mistig zacht donker roze.

In de vaas zag je ze met het uur groter worden. En ja, ook de kleur veranderde heel langzaam. Maandag waren ze al bijna helemaal uit en werd het roze steeds lichter.

Gistermorgen waren ze nog verder opgelicht. Een heel teer en vagelijk roze leek het wel.

En toen ik ze gisteravond fotografeerde was de kleur ineens lichtgeel, bijna wit.

Je kon nauwelijks nog verschil ziet met de veel kleinere bloemen die ook in de vaas staan. Het lijken rozen, maar zijn het niet. Hoe ze heten weet ik niet meer. Dat moet ik nog eens uitzoeken.

Aanwaaiers

Onze tuin is een beetje wild. Op sommige plekken misschien zelfs wel een beetje te wild. Maar heel erg vinden wij dat niet.

Integendeel zelfs.
Wij verwelkomen de aanwaaiers die onze tuin als een plek hebben gekozen om op te groeien.

Soms hebben ze het zo naar hun zin, dat de toevloed iets te veel wordt.

Maar bevallen ze ons niet, dan is het niet te veel moeite ze uit de grond te rukken. Dus mogen akelei, IJslandse papaver en hibiscus gewoon nog even doorgroeien.

(Ramp)toerisme

Het mag dan heerlijk rustig zijn in Nederland en de ons omringende landen. Dat betekent wel dat het toerisme zo langzamerhand de nek is omgedraaid.

Ik maakte wat foto’s bij de molens van Kinderdijk en bedacht een beetje beschaamd dat dit toch wel een soort van ramptoerisme mag heten.

Want het is fijn als je op je gemak kunt kijken, maar saai en levenloos is het wel. Een beetje reuring was toch wel prettig.

Werd je vorig jaar nog onder voet gelopen door hordes Chinezen, Japanners, Italianen of weet ik welke landsaard dan ook. Nu is het overal stil en verlaten. Lege parkeerterreinen, gestapelde stoelen op terrassen, bezoekerscentra en musea leeg en gesloten. Rondvaartboten die aangemeerd blijven.

Overal enorme investeringen die er nutteloos bij liggen. Hoe lang nog? Voorlopig nog wel…

Pareltje

Vandaag een liedje uit het radioprogramma “De Taalstraat. Ik heb u lief, mijn Nederlands”. Helaas zonder bewegend beeld, want dat was gewoon niet voorhanden.
Gerard Cox bezingt de telefoon, de gewone hĆØ, nog niet mobiel šŸ˜‰
Tekst van Willem Wilmink en muziek, ja natuurlijk, van Harry Bannink.

Even weg

GeĆÆnspireerd door de verhalen van Marthy besloten wij afgelopen dinsdag maar eens een keertje naar Kinderdijk te gaan. Dat is een plan van al langer geleden, maar dan wilde ik met de waterbus. Dat leek ons nu niet zo’n goed idee, dus namen we de auto.

We parkeerden vlakbij de molens en liepen langs het water. Het was ongelofelijk stil en rustig. Een beetje winderig, met veel wolken. Maar dat gaf nou juist zulke mooie vergezichten.

Normaal gesproken zouden we wel een flink stuk gewandeld hebben, maar mijn knie is nog steeds pijnlijk en dus liepen we maar een stukje en gingen we al snel weer terug.

Die molens zijn uniek in de wereld en zo mooi. Ze dateren van rond 1740 en werden in die tijd zonder computers, snelle berekeningen of lawaaiige machines gebouwd. Puur mensenwerk, steen voor steen. Ook het binnenwerk van stevige boomstammen werd geheel handmatig gemaakt, gezaagd en gebeiteld. En dan staat alles er na zo veel jaren nog zo prachtig bij.

Wel jammer dat we niet binnen konden kijken. Maar ja, dat zit er nu even niet in. Het was toch een leuk uitje!