Wij in Nederland zijn niet zo druk bezig met Advent, maar in Duitsland zie je dat veel meer.
Vroeger hadden we voor de kinderen wel zoiets als een Adventskalender, meestal met chocola. Die kun je nu ook hier in vele soorten kopen.
Maar de leukste vind ik toch de zelfgemaakte, met voor iedere dag een kleinigheid. Soms heel eenvoudig, soms heel uitgebreid , heel origineel of prachtig versierd (klik). Vaak ook zo mooi, dat je ze meerdere keren wilt gebruiken.
Natuurlijk springt hier ook de commercie op in. Ik zag al advertenties voor “kalenders” met whisky of andere sterke drank voor een pittige prijs.
En dit zag ik vorige week in een Duitse supermarkt: een hele krat vol met bier. Voor elke dag een andere soort.
Het is wel grappig, maar of dat nou helemaal de bedoeling van Advent is….?
Griemmank schreef al eens over openluchtmuseum De Spitkeet. Het leek ons wel wat en zouden we daar in de buurt zijn, dan gingen we er beslist heen. Dus reden we vorige week vanaf ons hotel in Drenthe naar Harkema.
We boften, want het was heerlijk weer. Eert liepen we door de boomgaard, waar allerlei “ouderwetse” hoogstam fruitbomen staan. Daarna beken we de diverse huisjes en zo konden we zien hoe in de 19e en vroeg 20e eeuw in Friesland, Groningen en Drenthe mensen gewoond hadden. Van plaggenhut tot woningwetwoning konden we bekijken.
Ongelofelijk dat men dat toendertijd voor bewoning toelaatbaar vond. Armoe troef. Wat een verschil met de eisen die men tegenwoordig aan een huis stelt.
In de plaggenhut (een spitkeet) bestond de vloer uit leem, er was geen stromend water, geen toilet. Men sliep in een soort van bedstee en vaak moesten de kinderen op de grond slapen. Een buitenplee, een teiltje om je te wassen, dat was al heel wat.
Allengs zag je hoe het langzaamaan beter werd, al kunnen wij ons nog maar moeilijk voorstellen dat men er tevreden mee kon zijn.
Wij volgden rondwandeling uit de folder van het museum en bekeken aan het eind een film/documentaire over hoe het toen was. Kijk even op de museumsite wanneer er wat te doen is, want gedurende de winter is het museum niet altijd open.
Op aanraden van een vriendin las ik “De as van mijn moeder” van Frank McCourt. En het was precies zoals ze me had verteld, hartverscheurend en toch vol van humor.
Frank McCourt: De as van mijn moeder
In de proloog vertelt Frank dat zijn slechte jeugd, maar vooral zijn Ierse en rooms katholieke jeugd hem meer dan genoeg inspiratie gaf.
Er verandert niet veel aan hun leven. Vader is nog steeds een dronkenlap, die zijn kinderen Ierse liedjes laat zingen en dan van ze verlangt om hun leven te geven voor Ierland. Vader houdt er ook principes op na. Sommige dingen, zoals werken, vindt hij beneden zijn waardigheid. Maar dat belet hem niet om regelmatig stomdronken thuis te komen.
Wat als een rode draad door het boek loopt, is de schrijnende armoede, de honger, het gemis van alle noodzakelijke dingen die een leven enigszins dragelijk maken. En de voortdurende schaamte, omdat moeder geen andere uitweg weet dan aan te kloppen bij de armenzorg.
Als hij werk heeft, verzuipt vader telkens weer zijn loon en ook de steun wordt aan drank besteed. Er is nauwelijks eten en vaak moeten de kinderen hongerig naar bed. Geld voor kleding, schoenen, huur, het is er allemaal niet. Moeder is depressief en vaak ten einde raad. Ze wonen in een krot naast een stinkende wc, waar de hele steeg zijn poepemmer in leeg gooit.
Begin jaren 40 komt er een beetje meer welvaart in het dorp als de meeste mannen in Engeland gaan werken. Voor Ierse mannen lijkt het “werken bij de vijand”. Maar geld verzoet de arbeid. Ook Franks vader gaat, maar geld sturen doet hij niet. Alles gaat weer op aan drank.
Het leven van de kinderen bestaat uit schooieren op straat en als ze naar school gaan uit vooral tucht. Want de schoolmeesters hebben een straffe hand van lesgeven.
Ik las het boek stukje bij beetje, want er was voor mij te veel narigheid. Soms liet ik een hoofdstuk even bezinken. Maar ik heb ook vaak moeten lachen om alle dwaze dingen, om hoe liefdadigheid en bedeling werden uitgevoerd, het lesgeven, de voor kinderen onbegrijpelijke uitleg van de roomse rituelen en verhalen en het kattenkwaad wat uitgehaald werd.
Frank McCourt kreeg voor dit boek zeer terecht de Pullitzer Price.
Al weer heel veel jaren geleden waren Leo en ik in Friesland en bezochten we het Planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Laatst las ik dat dit onvoorstelbaar ingewikkeld en mooi Planetarium op de Wereld Erfgoedlijst is gezet. En terecht.
Bron: Google foto’s / Canon van Nederland
Eisinga was wolkammer, net als zijn vader, en bleek een goede zakenman. Maar zijn interesse voor planeten en sterrenkunde brachten hem er toe om in zijn eigen woonhuis een planetarium te bouwen.
Dwars door muren en vloeren maakte hij van hout, spijkers en koperen raderen een inmiddels wereldberoemde kleine versie van ons planetenstelsel.
Ik weet dat ik met grote bewondering alles bekeken heb en me verbaasde hoe in die tijd er al zoveel kennis was. Maar vooral hoe dit allemaal gemaakt was en nauwelijks veranderd. Alles liep nog steeds soepel en gaf nog steeds de juiste tijd aan.
Eisinga had zelfs gedacht aan het jaar 2000, dat weliswaar door 4 deelbaar is, maar toch geen schrikkeljaar. Hij had er dus duidelijk heel veel verstand van. Geen sprake van een “millenium bug”.
Ik denk dat er in de toekomst wel veel toeristen naar Franeker zullen komen. Hopelijk blijft het stadje zijn eigen originaliteit behouden. Maar wie er is, moet een bezoek aan het Planetarium beslist niet overslaan. Dat zou jammer zijn.
Op Facebook las ik een berichtje over knoopsgaten. Bij mannen zitten die meestal links, maar bij vrouwen rechts. Waarom zou dat zijn?
De verklaring is dat knopen vroeger best kostbaar waren en wie kon die dan betalen? Rijke dames, maar die kleedden zich niet zelf. Daar hadden ze een kleedster voor. En als je niet zelf je knopen dicht wilt/moet doen, dan zitten de knoopgaten op die manier het handigst.
Ik vind knopen trouwens vaak erg lastig, zeker als het kleine knoopjes zijn. Maar ja, vroeger waren de knoopjes natuurlijk ook klein en met kleine lusjes. Dus ja, het zou best wel eens kunnen kloppen.
Het is een weetje, maar erg veel schiet je natuurlijk met die wetenschap niet op.
Voetje voor voetje schuifelde de man voort achter zijn rollator. Het duurde een tijd voor hij de stoep overgestoken was en bij de oversteekplaats van het fietspad stond.
Dat fietspad is niet zo breed en er zit ook nog een soort van “vluchtheuveltje” in. Het oversteek gedeelte is hooguit zes straattegels breed, schat ik zo.
Hij keek om zich heen en schoof de rollator van de stoep af. Die blokkeerde zowat het hele fietspad. En juist op dat moment kwam er een fietser aan. Een meneer in mijn leeftijdscategorie. Hoeveel haast kon die nou toch hebben? dat viel dus tegen….!
Ik dacht “Die fietser wacht wel even”, maar nee hoor. Hij stopte noodgedwongen en zei iets. Ik stond veel te ver weg om te horen wat, maar de strompelmeneer draaide met veel moeite zijn rollator weg. En daar fietste de haastige man er vandoor.
Ik keek met stijgende verbazing en blijkbaar ik niet alleen, want een voorbijganger maakte ook een opmerking. De man met de rollator haalde zijn schouders op. Hij was het blijkbaar al gewend, al die haastige mensen.
Er zijn mensen die geen koffie lusten. Ik weet het, maar wij beginnen de dag altijd met een lekker kopje koffie. Als ik de trap af loop, geurt de koffie me al tegemoet. Die heeft Leo dan gezet. En dan drinken we de eerste kop. Heerlijk!
Ik heb total geen last van een ochtendhumeur, maar van koffie word ik altijd nog een beetje opgewekter.
Dus wie vandaag wat mopperig, bedrukt of een beetje verdrietig is, probeer een flinke kop koffie. Misschien knap je er van op.
In de jaren tachtig kwamen wij regelmatig in Duitsland. We moesten vaak omrijden, want over het grondgebied van Oost-Duitsland mochten we niet. Het IJzeren gordijn sloot dat gedeelte hermetisch af. Wie in de buurt kwam, stuitte op een hoog hek, bloedhonden die onmiddellijk aansloegen en verdekt opgestelde politiemensen.
Bron: Facebook / E.C. Weve
Meermalen bezochten we grensplaatsen, waar mensen stonden te zwaaien naar de overkant. Soms hadden ze grote borden bij zich om kenbaar te maken wie ze waren. Daar in de verte stonden dan in portieken of achter bomen verscholen mensen, familieleden die men al heel lang niet gezien of gesproken had. Zwaaien naar het westen, dat was verboden. Angst heerste, dat voelde je ook van verre. Heel beklemmend. En waarom? Zo goed was die heilstaat toch niet.
Dit is een foto (gevonden op Facebook) uit de tijd die we maar al te graag achter ons laten. Mensen die hun kinderen tonen aan hun grootouders, die onbereikbaar woonden in Oost Berlijn.
Met hoeveel tamtam en festiviteiten hebben we in 1989 de val van de Berlijnse muur gevierd. Vanaf dan zou het allemaal anders worden. Glasnost, vrijheid…
Maar is het allemaal bewaarheid? Nog dagelijks kunnen we zien hoe jonge mensen sneuvelen, voor hun leven verminkt worden, mensen uit hun huizen en land verdreven worden. Het maakt niet uit aan welke kant je staat, de ellende is voor alle slachtoffers gelijk en meer dan verschrikkelijk.
Ik weet dat we het niet altijd met elkaar eens zijn, maar moet dat altijd met geweld bestreden worden? Wie oh wie heeft zoveel moed om water bij de wijn te doen? Wie begint met vredesonder-handelingen, zoekt naar een oplossing?
Van de politici met stoere taal en spierballen emoticons moeten we het niet hebben. Zij blijven veilig achter het spreekgestoelte en maken vrolijk lachend selfies. En dan beloven ze, nippend van een drankje, nog meer en sterkere wapens.
Het regent pijpenstelen op donderdag als de ganzen hun wandel afspraak hebben.
En langzaam aan piept of trilt de telefoon en krijg ik een appje waarin iemand zich afmeldt. En omdat we allemaal uit een andere hoek van de wijk komen, heeft een koffie afspraak ook geen zin. Worden we toch ook te nat.
Dus blijven we allemaal lekker thuis. De een kruipt achter de naaimachine, gaat aan het knutselen of puzzelen, de ander toont hoe mooi haar tuin is, zelfs bij regen.
En ik, ik maak een foto van mijn nog zo uitbundig bloeiende geraniums. Daar achter is mijn plek deze dag…. 😂😂