Gisteren was het zulk mooi weer, daar konden we geen weerstand aan bieden. Dus pakten we metro naar het Oostplein en liepen we wat wij onze “bruggenloop” noemen. Eerst een stuk langs de Maas, over de Willemsbrug en via het Poortgebouw naar de Erasmusbrug. Nog even doorlopen naar station Beurs of via de Witte de Withstraat naar het Eendrachtsplein. Overal terrasjes vol met gezellig pratende mensen, nippend aan een glas witte wijn of stoer een biertje drinkend. Wat ziet de wereld er toch anders uit als de zon schijnt.
En kijk, zelfs de ijszaak was al open. Met nog maar een beperkt assortiment, maar toch…! Zullen we nou wel of niet….? Ja natuurlijk, kom op, zo’n heerlijk ijsje, het eerste van het jaar, dat laat je toch niet schieten? Toen ik op het bankje voor de zaak van mijn ijsje likte, kwam er een gezin naast me zitten. Twee kinderen van net drie turven met roze bolletjes ijs in hun bekertje, papa achter de kinderwagen en moeder, likkend aan een hoorntje mango-ijs. “Kijk eens, ik heb nou roze slagroom…!” kraaide het meisje. “Lekker hoor”, knikte moeder. “Wil je ook een likje van mij?” “Nee getsie, dat is poepijs!” Ik keek eens goed en ja inderdaad, dat mango-ijs leek op geel-groene baby-poep. Ik was blij dat ik het niet had genomen. Het leek mij ook niet zo lekker 😉 😉 😉


Tijdens onze wandeling met de Ganzenpas kwamen we deze muurschildering tegen. Een muur aan het begin van het “Zwaanshals”. Vroeger een wat armoedige straat, waar huis aan huis kleine winkels waren. Die zijn bijna allemaal verdwenen, al zitten er nog wel wat Marokkaanse en Turkse zaakjes. Maar het merendeel van die winkels is nu een beetje trendy en hip. Het begon met een winkel(tje) van het Kookpunt, dat zich allengs uitbreidde. Nu is het een gigantisch grote zaak, waar je van alles op kookgebied kunt kopen. Er zitten leuke boetiekjes met (vintage) mode, een mooie wolwinkel, een slijterij met exquise whisky. Leuk om eens een beetje te shoppen en rond te kijken. En die muur werd van armoeiig en grauw veranderd in hip en kleurig. Ik weet eigenlijk niet zeker of je dat nou rangschikt onder mural of reclame. Maar leuk is het wel!
Vorige week reden we naar Berkel en Rodenrijs, gewoon over de grote weg. Niks bijzonders dus. Maar terug zagen we een wegwijzer en bleken we ook dichtbij het adres van Leo’s oude autodealer te zijn. Ach, het zonnetje scheen, we hadden geen haast dus tuften we even via allerlei smalle weggetjes naar het oude adres. Leo vroeg zich af hoe het er nu uit zou zien. En wat denk je…? Het was eigenlijk geen spat veranderd. Nou ja, zo op het eerste gezicht. Want de stad naderde met rasse schreden. In de verte zagen we grote bouwkranen en hoorden we de heimachine. Maar wie een beetje vluchtig keek, zag dit. En dat is toch echt Hollands, nietwaar?
Laatst maakten we met de wandelclub een wandeling naar de (tijdelijke) ijsbaan in het Park in Rotterdam en liepen we terug via de Parklaan. Deze laan in het Scheepvaartkwartier heeft aan weerskanten prachtige statige gebouwen. De meeste begonnen als woonhuis (!) van rijke reders en handelaren, maar zijn nu te groot en te kostbaar om te bewonen en worden dan ook meestal als kantoor gebruikt. Een tijd lang leken veel huizen te vervallen, maar nu wordt bijna overal verbouwd, bijgebouwd en opgeknapt en krijgt de Parklaan weer allure. Om de bouwwerkzaamheden aan het oog te onttrekken had één van de aannemers de steigers omkleed en er zowaar een mooie ode aan Rotterdam op gezet. De dichter,
Leo en ik genoten van de prachtige prenten met vogels en bloemen. Van een bijna breekbare schoonheid.
Er mochten foto’s gemaakt worden, wat we ook gedaan hebben.