Meer dan 1900 robes had koningin Elisabeth I. En niks is er bewaard gebleven….. of toch wel?
In een klein kerkje in Bacton (UK) hing een geborduurd doek. Het was ingelijst en men dacht dat het gebruikt was als altaardoek. Maar het is waarschijnlijk een deel van een japon van koningin Elisabeth I.
Het doek is uit de lijst gehaald en zeer behoedzaam onderzocht en geconserveerd.
Gelukkig hing de lijst niet in het felle licht en bleef de verkleuring binnen de perken. En bij onderzoek bleek dat de stof gevoerd was, zodat na al die eeuwen alle fraaie en kostbare kleuren weer aan het licht kwamen en de schitterende borduursels zichtbaar werden.
Het is 1934 en de joodse Florence Fein wil haar wat benauwde New Yorkse wereld verruilen voor Rusland. Niemand die het in haar omgeving begrijpt, maar dat het is de liefde die haar lonkt vertelt ze niet
Sana Krasikov: De terugkeer van Florence
Aan boord maakt ze kennis met Essie, die haar hartsvriendin wordt.
Essie heeft Moskou als eindbestemming, maar Flories geliefde zit in Magnitgorsk. Daar aangekomen blijkt het Russische leven anders te zijn dan ze verwacht en ook haar geliefde kan ze er niet vinden. Dus reist ze terug naar Moskou. Helaas spat haar droom daar uiteen. Haar geliefde wil haar helemaal niet terug.
Ze blijft in Moskou, ontmoet er andere Amerikanen en wordt verliefd op een van hen. Als ze werk vindt als vertaalster lijkt ze het geluk gevonden te hebben. Maar de 2e wereldoorlog woedt en daardoor verandert het politieke klimaat. Haar Amerikaanse paspoort is ingehouden en toegang tot de ambassade krijgt ze niet. Zonder dat is een terugkeer naar Amerika onmogelijk.
Amerikanen, maar vooral Joden worden gewantrouwd. Florie wordt “verzocht” naar de Inlichtingendienst te komen en wordt onder druk gezet om haar omgeving te bespioneren. Met alle mogelijke moeite geeft ze zo min mogelijk bloot van wat er in haar omgeving gezegd of gedaan wordt. Maar er zijn andere bronnen.
Florie heeft inmiddels een zoon als zij en haar gezin worden gearresteerd. Haar zoon wordt naar een weeshuis gestuurd. Zijzelf komt terecht in Siberië en dreigt vermorzeld te worden door het regime.
In het boek wordt regelmatig geswitcht van de historie naar de moderne tijd. Want het is Flories zoon die het verhaal van zijn moeder verteld. Dat maakte het boek wat lastig te lezen en ook de vele Russische namen zorgen soms voor verwarring. Desondanks heb ik het boek één adem uitgelezen.
Sana Krasikov weet de angst, de onzekerheid en de gruwelen van een totalitair regime goed te beschrijven, zonder al te veel details te vermelden. Maar dat kon niet vermijden dat ik zo nu met kippenvel te lezen zat.
Met de zon hoog aan de hemel en een frisse wind door onze haren liepen Leon en ik door Arboretum Trompenburg. Ja, daar heb ik al heel veel keren aandacht aan besteed, maar het is elke keer toch weer anders.
Op dit moment, aan het prille begin van de lente, steken overal bolletjes de kop op en zie ik aarzelende sprietjes groen, die zich nog niet laten herkennen. Althans niet voor mijn leken-oog.
Veel bomen zijn nog kaal, maar vertonen toch al wat meer activiteit. Sommige lijken wat gehaaster en bloeien al voordat er blad verschijnt. Tegen een helderblauwe hemel levert dat een fraai beeld op.
En dan valt me nog meer op. Dat alle knoppen zo verschillend zijn, dat er bomen zijn met heel grillige stammen, andere daarentegen steken recht de lucht in maar zijn bekleed me dunne velletjes, die bijna uitnodigen tot friemelen en frunniken.
Zo is er dus altijd wel weer wat nieuws te ontdekken 😉
In het huidige Rotterdam is de wijk Katendrecht gewoon een wijk als alle andere. Nou ja, misschien verandert ze momenteel in een soort yuppen-wijk, want er verrijzen steeds meer flats, die je met een gewoon gemiddeld salaris niet zo gemakkelijk betalen kan.
Dat was vroeger anders. Toen had de wijk een slechte klank in de oren van de “nette” Rotterdammer. Want de prostitutie tierde er welig. Zeelui van allerlei windstreken liepen er rond, dronken zich een stuk in de kraag en vochten om een vrouw.
Toch was de wijk ook een normale woonwijk, met keurige huismoeders en huisvaders. En met talloze winkels voor de dagelijkse zaken.
In die wijk vestigt zich de vader van Simon Roozendaal en hij begint er een groenten-en fruitwinkel. En zoals toen gebruikelijk, hielp Simon zijn vader. En vond hij zij weg tussen de “paradijsvogels”, de Chinezen en zeelui.
Daarover vertelt hij in dit boek. Een wijk die bijna verdween maar nu herrijst als een Fenix.
Al lopend door Leeuwarden kwamen we langs de gevangenis, die gevestigd was in de Blokhuispoort. Een oud gebouw met mooie details aan de buitenkant en inmiddels dus verbouwd.
In één gedeelte zit de bibliotheek, met een heel gezellig café. Daar werd druk gebruik van gemaakt en aan de lange rij gereserveerde boeken wordt er in Leeuwarden ook heel veel gelezen.
Aan de andere kant van de binnenplaats waren ruimtes voor workshops en als je verder liep kwam je in het echte cellencomplex terecht.
Geen misdadigers meer hier, maar winkeltjes met leuke geschenkartikelen, vaak van eigen productie. Er waren tweedehands LP’s te koop, kaarsen, aardewerk en (houten) speelgoed. Het zag er erg gezellig en knus uit, al kon je de oorspronkelijke bestemming nog goed zien.
In het Fries museum ontdekte ik deze stoel. Qua model kwam het een beetje ouderwets op mij over en dat klopte ook. Want in de Hindelooper kamer stond net zo’n stoel, maar dan van donker hout en met een rieten zitting.
Nu bestond de zitting uit dikke (wollen?) draden in een zachte roze/grijze kleur en was een deel van de stoel wit geverfd. En zo werd het meteen een stoel die zou passen in elk interieur. Hij oogde helemaal niet hard of ongemakkelijk.
De klaptafel erachter is ook gebaseerd op een Hindelooper tafel. Maar nu zijn de patronen niet geschilderd maar zijn ze ontstaan door metaal, dat tannine uit het eikenhout trekt.
Bron: Website Fries Museum, Leeuwarden
Thuis zocht ik wat verder en kwam ik tot de ontdekking dat deze stoelen zijn ontworpen door Christien Meindertsma. Ik vind ze prachtig en dat ze er ook in nog veel andere kleuren zijn, maakt het nog mooier.
Leo kreeg voor zijn verjaardag een cadeaubon voor een hotelnachtje met z’n tweeën. Er was keus genoeg, ook in het buitenland. Maar wij lieten onze keus vallen op Leeuwarden, een nachtje in het Oranje hotel.
Makkelijk bereikbaar, vlak tegenover het station. Zo hoefden we niet met de auto, maar gingen we met de trein. Luxe, in de 1e klas en heel comfortabel. Voor één nacht is de bagage ook minimaal, dus liepen we het hotel binnen met alleen onze rugzakken.
We werden allervriendelijkst ontvangen. Ook konden we, ook al was het nog redelijk vroeg, onze kamer al in. Het werden twee heerlijke dagen.
Gewapend met een plattegrond en in een heerlijk zonnetje, liepen we de stad in. We lunchten op ons gemak, en liepen zonder vast plan.
Natuurlijk kennen we Leeuwarden een beetje. Het is gastvrij, vriendelijk, niet al te groot en er zijn diverse prima musea. Een fijne stad voor er even tussenuit.
Het duurde ven voordat ik me echt kon verdiepen in dit boek. Het begin vond ik traag en de gedachten van een vijgenboom kwamen me wat raar voor.
Maar doordat iemand me op dit boek gewezen had, wilde ik toch doorlezen. En dat stelde dan ook niet teleur.
Het is een verhaal van bannelingen. Ada en haar vader Kostas, die boomdeskundige is, wonen in Londen. Ada is er geboren, maar haar vader komt oorspronkelijk van Cyprus. Regelmatig springt de schrijver terug naar dat eiland.
De moeder van Ada is nog niet zo lang geleden overleden en zij mist haar moeder erg. Haar vader is nogal gesloten en vertelt weinig over wat er in het verleden is gebeurd. Dat er veel te vertellen is, vermoedt Ada. Maar aan wie kan zij het vragen? Het lijkt alsof er geen verdere familie meer is.
Op een dag komt plotseling de zus van haar moeder op bezoek. Ada vindt het vreemd. Want waarom nu ineens en niet toen haar moeder begraven werd? Langzaam aan ontstaat er toch een band tussen Ada en haar tante en in stukjes en beetjes krijgt ze het hele verhaal te horen.
Een boek over liefde, oorlog, vluchten, verbannen zijn, vooroordelen en tradities. Met stukjes bijgeloof, rituelen en beloftes die beklemmen, maar toch niet verbroken kunnen worden. En langzamerhand wordt duidelijk hoe belangrijk de rol van de vijgenboom in die Londense tuin is en waar zijn wortels eigenlijk thuishoren.
Even na kerst schreef ik over het Museum Bisdom van Vliet in Haastrecht. Wij waren er toen voor de prachtig gedekte tafel, maar namen meteen een wat uitgebreidere kijk in de rest van het huis.
En dat is ook zeer de moeite waard. Want de laatste bewoonster, mevrouw Pauline de Monchy-Bisdom van Vliet was een echte verzamelaar. Niet alleen van porselein en aardewerk, maar het hele huis ademt de sfeer nog van toen met prachtige tapijten, meubels, gordijnen, speeldozen. Te veel om op te noemen, er is zelfs een kamer vol met kostuums en japonnen uit die tijd.
In elke kamer is een vrijwilliger aanwezig die uitleg geeft, soms een speeldoos laat spelen of de klok laat slaan.
Nu is het museum weer geopend: vanaf zaterdag 4 februari 2023 is het op zaterdagen en zondagen te bezichtigen van 11.00 tot 17.00 uur. Vanaf april is het museum ook doordeweeks weer geopend.