Nou nee, stil en verlaten was het strand niet toen de Ganzenpas dames er waren. Want met die nieuwe metro-verbinding naar het strand namen velen met ons de metro naar Hoek van Holland.
Wel beloofden een grijze lucht en veel wolken geen zonnebad mogelijkheden. Dus bleef het strand over de volle breedte maagdelijk leeg en schoon. Maar wandelen was prima te doen.
Met een windje tegen liepen we over de betonnen platen richting ‘s-Gravenzande.
De rijen strandhuisjes bekeken we zowel vanaf het wandelpad als van dichtbij. Er stonden diverse leeg, dus konden we het toch niet laten even binnen te kijken.
Terug liepen we via de duinen, waar de wind ons wat minder in de rug duwde en het op sommige plekken zelfs zwoel aanvoelde. Maar daar vertel ik later nog wat over.
En na al het wandelen lokten de strandtenten met een lekkere lunch. En dan moeten we weer gehoor geven aan de afspraken, dus stapten we weer op de metro.
Het was een heerlijke dag. Zo’n uitstapje doet een mens goed!
Stephanie Schuster: Wondervrouwen (deel 1) / Alles wat je hart begeert
Weer een boek over gewone vrouwen, in het Duitsland van net na de 2e wereldoorlog.
In 1953 woont Luise met haar man in Sternberg in Beieren. Ze droomt van een eigen winkel. Maar hoe moet ze dat voor elkaar krijgen?
Helga woont nog bij haar ouders en zit in de eindexamenklas. Ze wil arts worden, maar wordt onder druk gezet om toch maar snel met een nette jonge zakenman te trouwen, zodat die de opvolger van haar vader kan worden.
Marie heeft betere tijden gekend en werd van huis en haard in Sileziƫ verdreven. Nu zoekt ze werk in dit Beierse dorp. Ze
En dan is er nog de doktersvrouw Annabel, die alles doet om het haar man naar de zin te maken. Maar of hij die pogingen allemaal wel opmerkt, blijft ongewis.
En dan zijn er natuurlijk nog de oude vriendinnen van Luises schoonmoeder, de roddelgemeenschap die zo’n dorp natuurlijk ook heeft.
Het zijn de elementen in dit boek, dat allerlei verwikkelingen beschrijft, waardoor de vier vrouwen tot elkaar komen.
Ik hou van dit soort boeken. Ze geven een indruk van hoe de mensen in die tijd leefden, hun dromen, hun geluk en hun mislukkingen. Ik kan niet wachten tot ik het volgend deel uit de bieb kan halen.
Sinds kort wonen we tussen twee stranden. En toch zijn we niet verhuisd… Ra ra, hoe zit dat?
Aan de ene kant, bij het beginpunt van de Metro in Nesselanden, ligt het strand van de Zevenhuizerplas. Aan de andere kant ligt Hoek van Holland en is het eindpunt van diezelfde metrolijn, vrijwel op het strand.
Nou ja, wij stappen op de metro in Ommoord en dan is het altijd nog bijna een uur rijden. Dus helemaal klopt het niet. Maar het is heerlijk. En dat vonden wij niet alleen, maar afgelopen zondag trokken duizenden mensen naar de Hoek. We hadden er tenslotte ook lang op moeten wachten.
Hoe het was? Nou, gewoon heerlijk. De zon scheen, het strand was goudgeel, de golven rolden rustig en de wind was zeer bescheiden. De ouderwetse houten plankieren waren verwisseld voor stevige betonnen platen, die over kilometers langs het strand lagen. En dus konden deze Rotterdamse 60-plussers genieten van een lekkere strandwandeling.
En voordat we weer de metro in gingen, even uitblazen op een terrasje met een hapje en drankje. Zeker voor herhaling vatbaar!
Leo heeft iets meer ervaring. Hij bracht diverse vakanties door met een vriend in een sheltertje. Hij weet er sappig over te vertellen. Hoe ze geen plek konden vinden en later toch wel. Want toen mochten ze op het gazon in een Engelse tuin hun sheltertje opzetten. ’s Avonds nodigde de bewoners hen uit voor een glas whisky en een jointje roken. Ja, dan voel je natuurlijk ook geen kou š !
Maar al hou ik danniet van kamperen, ik kijk wel met plezier naar “We zijn er bijna”. En daar moest ik onmiddellijk aan denken toen ik dit op een vintagebeurs zag.
Ik neem aan dat met dit bordje de plek waar je mag staan wordt gemarkeerd. Zo te zien al heel wat jaartjes geleden in gebruik geweest. Er is toch (bijna) niemand meer die met zo’n klein eitje op vakantie gaat? Wat ik zo nu en dan aan caravans voorbij zie komen is groot, luxe en van alle gemakken voorzien.
Maar voor mij hoeft het niet. Ik ga wel in een hotel.
In 2010 werd voor de kust van Texel door hobby duikers een 17e eeuws vrachtschip ontdekt. Toen in 2014 de duikers ontdekten dat het schip gedeeltelijk vrij was gespoeld, hebben ze het onderzocht en dingen naar boven weten te halen. Ze vonden onder andere palmhout en noemden het schip derhalve “Het palmhoutwrak”
Bron: Google fotos / Museum Kaap Skill, Texel
Het bleek een schatkamer te zijn. Er werden een heleboel prachtige voorwerpen opgehaald, maar het mooist was een jurk. Een (bijna) complete jurk van gouden zijde. Van wie was die jurk, hoe kwam zo’n fraaie en dure japon aan boord van dat schip? Wie waren er allemaal aan boord en waarom vervoerde het schip ook zo veel boeken?
De duikers weten niet goed wat met de jurk aan te vangen. Ze spoelen hem schoon en hangen hem op. Maar als de directrice van het Texelse museum Kaap Skill op bezoek komt, realiseert ze zich dat er nu wel een groot probleem is. Want je mag niet zomaar iets uit zee opvissen. Dat moet gemeld, anders valt het onder diefstal.
En hoe moet je verder met zo’n jurk. Nat kan het niet blijven, maar drogen brengt risico’s met zich mee. En omdat het zo’n kostbare en bijzondere jurk is, beginnen allerlei instanties, waaronder musea, zich te roeren. Die willen zo’n object wel onderzoeken, conserveren en dan in hun eigen collectie hebben.
Moeten ze dat nu allemaal uit handen geven? Ja, daar zit niks anders op. Maar er wordt beloofd dat alles weer terug zal komen naar Texel en tentoongesteld zal worden in Museum Kaap Skill. Uiteindelijk worden alle voorwerpen nauwkeurig onderzocht, er wordt gezorgd voor de juiste vitrines en een (semi) permanente tentoonstelling wordt opgesteld.
Dat alles was te zien in de 3-delige TV-serie “De jurk en het scheepswrak” die ik met heel veel belangstelling volgde. En natuurlijk ook luisterde naar de 5-delige podcast, waarin gezocht wordt naar verhalen die kunnen leiden naar de oorsprong van de jurk.
En nou wil ik vanzelfsprekend ook weer een keer naar Texel. Zelf zien hoe die jurk er uit ziet en wat er nog meer uit dat palmhoutwrak is opgedoken.
Dit jaar staat er een trip naar Londen gepland op onze agenda. Dus struinen we zo nu en dan het internet af op zoek naar “leuke dingen”. Binnen no time krijg je dan ook allerlei zaken, waarvan BigBrother meent dat het je ook wel zal interesseren. Meestal natuurlijk zijn dat advertenties van niet te missen evenementen en tripjes. Maar soms stuit je op iets wat toch wel de moeite waard is.
Zo postte Alice Loxton (@History_alice) op Instagram een bericht over de hekjes die overal in Londense wijken langs de tuinen staan. Die zijn niet gewoon rechttoe/rechtaan, maar hebben een opmerkelijke vorm.
Want al zijn het nu hekjes, vroeger waren het … draagbaren. Door hun vorm waren ze gemakkelijk te stapelen, snel te pakken en stevig en geschikt dus voor het vervoer van doden en gewonden. Ze konden goed gereinigd worden, wat weer belangrijk zou zijn bij een gasaanval.
Het is een prachtig voorbeeld van hergebruik, want voordat ze draagbaren werden, waren het … hekjes. De Londenaren werden in de oorlog gevraagd (of gesommeerd) hun hekjes af te staan voor het produceren van draagbaren. En na de oorlog werden die dus weer gebruikt als hekjes.
Tja, wie let daar nou op als je al wandelend langs al die hekjes komt? Maar wij zullen er nu niet zo maar aan voorbij lopen.
Na de middelbare school ging onze jongste studeren in Utrecht. Hij kreeg een kamer op de zolder in een huis op de Van Sijpesteijnkade.
Uiteraard zijn wij daar vaak geweest. Het was een echt studentenhuis, met rommelige trappen, wasgoed en spullen overal. Hij heeft er jaren gewoond, maar uiteindelijk verhuisde hij terug naar Rotterdam.
We kwamen nog wel eens in Utrecht, maar nooit meer op de Van Sijpesteijnkade. Bij de laatste blogbijeenkomst besloot ik er weer eens een kijkje te gaan nemen.
Ik wist dat de huizen gesloopt waren en er driftig gebouwd was. Heel benieuwd wat er voor in de plaats gekomen was en hoe het er nu uit zou zien. En dat was een complete metamorfose.
In het Museum van de vrouw in Echt bekeken we ook nog de tentoonstelling Afrika in beeld.
In diverse vitrines stonden beelden, beeldjes, poppen en andere voorwerpen die belangrijk zijn in het leven van een Afrikaanse vrouw. Zo zijn poppen heel belangrijk in de opvoeding van meisjes. Met de poppen kunnen wij hun gevoelens uiten en boodschappen overbrengen. Sommige poppen waren primitief, andere hadden zoveel details en je kon er dan ook heel veel in herkennen.
Ook zwanger zijn wordt vaak nog verteld via een beeld. En wie kent niet de mooie van kralen geweven kettingen en andere sieraden waarmee hele verhalen verteld kunnen worden.
In onze cultuur bekijken we beelden vaak met andere ogen.
Dit beeldje van een vrouw die haar borsten aanraakt, is helemaal geen erotisch beeld. Het verwijst naar de moeder als degene die zorgt voor het gezin en de clan en daarmee ook de natie in stand houdt.
We waren in Echt, ja echt! En wel in het Museum van de vrouw, dat gevestigd is in het oude stadhuis in het centrum van Echt.
Beneden wordt in de Wonderkamer aandacht besteed aan de geschiedenis van Echt. In diverse vitrines staan voorwerpen, kleding of handwerken die betrekking hebben op wat er in de geschiedenis in Echt gebeurde.
Het Museum van de vrouw is het zeker waard om bezocht te worden. Want we bezochten ook nog de tentoonstelling Afrika in beeld. Daarover vertel ik binnenkort.